Hiesn moslim de adhkar(gedenkingen) uit de Koran en de Soenna.
Het boek brengt gedenkingen uit het Boek en de Soenna bijeen om het reciteren ervan op verschillende momenten en onder diverse omstandigheden te vergemakkelijken, en bevat smeekbeden voor het ontwaken, de rituele wassing, het gebed, het reizen en andere gelegenheden, wat de moslim helpt zichzelf te beschermen om onder de hoede en zorg van Allah te zijn.
This PDF is generated automatically from the book's text; its layout may differ from the printed edition.
Hiesnoe Al-Meslim: De adhkar(gedenkingen) uit de Koran en de Soenna.
De afhankelijke van Allah de Verhevene.
Dr. Saïd ibn Ali ibn Wahf al-Qahtani
In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Inleiding
Alle lof zij Allah, Wij prijzen Hem, zoeken Zijn hulp en vragen Zijn vergiffenis. Wij zoeken toevlucht bij Allah tegen de kwade invloeden van onze zielen en de slechte gevolgen van onze daden. Wie Allah leidt, er is geen misleider voor hem, en wie Hij doet dwalen, er is geen gids voor hem. Ik getuig dat er geen god is dan Allah, Hij is alleen, zonder partner. En ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is. Moge Allah hem zegenen, evenals zijn familie en metgezellen, en hen die hen volgen in goedheid tot de Dag des Oordeels. En moge Hij hen vele zegeningen schenken. Wat daarna volgt:
Dit is een samenvatting die ik heb gemaakt van mijn boek: De smeekbeden, doe'a en genezing door rituelen uit de Koran en de Soenna [1]. Ik heb hierin het gedeelte over de gedenkwaardige uitspraken ingekort, zodat het gemakkelijk te dragen is tijdens het reizen. [1] Het oorspronkelijke werk is gedrukt en lof zij Allah, met een uitgebreide uitleg van de overleveringen in vier delen. De Hisn van de Moslim bevindt zich in het eerste en tweede deel daarvan.
Ik heb mij beperkt tot de tekst van de dhikr en heb mij in de verklaring ervan beperkt tot het vermelden van één of twee bronnen die in het origineel te vinden zijn. Wie meer informatie over de metgezel of een uitgebreiding over de overlevering wil, kan het origineel raadplegen. En ik vraag Allah, de Almachtige, door Zijn mooie namen en verheven eigenschappen, om het puur voor Zijn edele gelaat te maken en om mij erdoor te baten in mijn leven en na mijn overlijden en om degenen die het lezen, drukken of bijdragen aan de verspreiding ervan ermee te zegenen; waarlijk, Hij is de Wederhouder van dit alles en in staat om het te verwezenlijken. Moge Allah zegeningen en vrede brengen over onze Profeet Mohammed, over zijn familie, zijn metgezellen en degenen die hen volgen met weldoen tot de Dag van het Oordeel.
De auteur
Opgesteld in de maand Safar 1409 n.H.
De verdienste van de dhikr (het gedenken van Allah)
Allah, de Verhevene, zei: ((Gedenk Mij (in jullie gebeden) daarom, dan zal Ik jullie gedenken, en wees Mij dankbaar (voor de gunsten door gehoorzaamheid) en wees Mij niet ondankbaar (door zondigheid)[2]. [2] Soera Al-Baqarah, vers 152.
(O jullie die geloven! Gedenk Allah veelvuldig) [3]. [3] Soera Al-Ahzaab vers:41.
(en de mannen en vrouwen die Allah veelvuldig gedenken met hun harten en hun tongen (na het gebed en tijdens de nacht): voor hen heeft Allah vergiffenis voorbereid, (gevolgd door) een grote beloning (in het Paradijs) ) [4] [4] Soerat Al-Ahzaab vers:35.
(En gedenk jullie Heer in jezelf, nederig en met vrees, zonder luidruchtigheid van woorden, in de ochtenden en in de avonden en behoor niet tot degenen die onachtzaam zijn) [5]، [5] Soera Al-Araaf vers:205.
En de Profeet (vrede zij met hem) zei: (Het voorbeeld van degene die zijn Heer gedenkt en degene die zijn Heer niet gedenkt, is als het voorbeeld van de levende en de dode)[6]، [6] [Al-Boekhari met Al-Fath, 11/208, nummer 6407 en Moeslim, 1/539, nummer 779, met de woorden:((Het voorbeeld van het huis waarin Allah wordt herdacht en het huis waarin Allah niet wordt herdacht, is als het voorbeeld van de levende en de dode)), 1/539.
En hij (vrede zij met hem) zei: ((Zal ik jullie niet vertellen over de beste van jullie daden, de zuiverste ervan bij jullie Heer, de hoogste in jullie graden, beter voor jullie dan het uitgeven van goud en zilver en beter voor jullie dan het ontmoeten van jullie vijand, zodat jullie hun nekken slaan en zij de uwe slaan?" Zij zeiden: "Ja, zeker." Hij zei: "Het gedenken van Allah, de Verhevene))[7]، [7] Overgeleverd door At-Tirmidhi, 5/459, hadith nr. 3377, en Ibn Majah, 2/124, hadith nr. 3790. Zie ook: Sahih Ibn Majah, 2/316, en Sahih At-Tirmidhi, 3/139.
En hij (vrede zij met hem) zei: ((Allah, de Verhevene, zegt: 'Ik ben zoals Mijn dienaar over Mij denkt en Ik ben met hem wanneer hij Mij gedenkt. Als hij Mij in zichzelf gedenkt, gedenk Ik hem in Mijzelf. Als hij Mij in een gezelschap gedenkt, gedenk Ik hem in een gezelschap beter dan het hunne. Als hij een handbreedte naar Mij toe komt, kom Ik een onderarmlengte naar hem toe. Als hij een onderarmlengte naar Mij toe komt, kom Ik een armlengte naar hem toe. En als hij naar Mij toe wandelt, kom Ik naar hem toe rennend)) [8]، [8] Overgeleverd door Al-Boekhari, 8/171, hadith nr. 7405, en Moeslim, 4/2061, hadith nr. 2675. De woorden zijn Al-Boekhari.
En overgeleverd van Abdellah ibn Boesr (Mag Allah tevreden zijn met hem), dat een man zei: "O Boodschapper van Allah, de voorschriften van de Islam zijn talrijk voor mij geworden, vertel mij iets waaraan ik mij kan vasthouden." Hij zei: ((Laat je tong voortdurend vochtig zijn door het gedenken van Allah))[9]، "Laat je tong altijd vochtig blijven met het gedenken van Allah"[9]، [9] Overgeleverd door At-Tirmidhi, 5/458, hadith nr. 3375, en Ibn Majah, 2/1246, 3793. Authentiek verklaard door Al-Albani in Sahih At-Tirmidhi, 3/139, en Sahih Ibn Majah, 2/317.
En hij (vrede zij met hem) zei: ((Wie een letter uit het Boek van Allah reciteert, krijgt daarvoor een goede daad en elke goede daad wordt tienvoudig beloond. Ik zeg niet dat (Alif, Laam, Miem) één letter is, maar alief is een letter, laam is een letter, en miem is een letter)) [10]. [10] Overgeleverd door At-Tirmidhi, 5/175, hadith nr. 2910. Authentiek verklaard door Al-Albani in Sahih At-Tirmidhi, 3/9, en Sahih Al-Jami' As-Saghir, 5/340.
En overgeleverd van Oeqbah ibn 'Aamir (Mag Allah tevreden zijn met hem), hij zei: "De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) kwam naar buiten terwijl wij in de Soeffa waren en hij zei: ((Wie van jullie zou graag elke ochtend naar Boethaan of Al-'Aqiq gaan en daar vandaan terugkeren met twee hoogzwangere kamelen, zonder zonde te begaan of familiebanden te verbreken?)) Wij zeiden: 'O Boodschapper van Allah, wij zouden dat graag willen.' Hij zei: ((Zou dan niet een van jullie 's ochtends naar de moskee kunnen gaan om twee verzen uit het Boek van Allah, de Almachtige en Majesteitelijke, te leren of te reciteren? Dat is beter voor hem dan twee kamelen, drie [verzen] zijn beter voor hem dan drie [kamelen], vier zijn beter voor hem dan vier en zo verder naar verhouding van hun aantal))[11]. Wie van jullie zou graag elke ochtend naar Boethaan of Al-'Aqiq gaan en daar vandaan terugkeren met twee hoogzwangere kamelen, zonder zonde te begaan of familiebanden te verbreken? Wij antwoordden: "O Boodschapper van Allah, dat willen wij graag, en hij zei": "Zou dan niet een van jullie 's ochtends naar de moskee kunnen gaan om twee verzen uit het Boek van Allah, de Almachtige en Majesteitelijke, te leren of te reciteren? Dat is beter voor hem dan twee kamelen, drie zijn beter voor hem dan drie, vier zijn beter voor hem dan vier en zo verder naar verhouding van hun aantal»[11]. [11] Overgeleverd door Moeslim, 1/553, hadith nr. 803.
En hij (vrede zij met hem) zei: (Wie op een plaats zit en daar Allah niet gedenkt, dat zal voor hem een verlies zijn bij Allah. En wie zich neerlegt zonder Allah te gedenken, dat zal voor hem een verlies zijn bij Allah) [12] [12] Overgeleverd door Aboe Daawoed, 4/264, hadith nr. 4856, en anderen. Zie ook: Sahih Al-Jami', 5/342.
De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: ((Er is geen groep die samenkomt zonder Allah te gedenken en de salaat over hun Profeet uit te spreken, of het zal een verlies voor hen zijn. Allah kan hen straffen als Hij dat wil en Hij kan hen vergeven als Hij dat wil))[13]. [13] Overgeleverd door At-Tirmidhi, 5/461, hadith nr. 3380. Zie ook: Sahih At-Tirmidhi, 3/140.
En hij (vrede zij met hem) heeft gezegd: (Er is geen groep die opstaat uit een bijeenkomst waarin zij Allah niet hebben herdacht, of zij staan op alsof zij opstijgen van de kadaver van een ezel en het zal voor hen een bron van spijt zijn)[14]. [14] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/264, hadith nr. 4855; Ahmed, 2/389, hadith nr. 10680. Zie ook: Sahih Al-Jami', 5/176
De smeekbeden bij het ontwaken uit de slaap
((Alle lof behoort aan Allah, Die ons tot leven heeft gewekt nadat Hij ons deed sterven en tot Hem is de wederopstanding))[15]. [15] Al-Boekhari met Al-Fath, 11/113, onder nummer 6314 en Moeslim, 4/2083, onder nummer 2711.
Al hamdoe lillaahiel ladie ahjaanaa bahda maa amaatanaa, wa ielaihien noesjoer.
((Er is geen god behalve Allah, Hij alleen, zonder deelgenoten. Aan Hem behoort de heerschappij, aan Hem komt alle lof toe en Hij is tot alles in staat. Glorie zij Allah, alle lof is aan Allah, er is geen god behalve Allah, Allah is de Grootste en er is geen kracht en geen macht behalve bij Allah, de Verhevene, de Almachtige. O mijn Heer, vergeef mij)). [16] Wie dit zegt, worden zijn zonden vergeven. Indien hij daarna smeekt, wordt zijn smeekbede verhoord. En als hij vervolgens opstaat, de wassing verricht en bidt, wordt zijn gebed geaccepteerd. Overgeleverd door Al-Boekhari met Al-Fath, 3/39, onder nummer 1154 en andere overleveraars. De woorden zoals vermeld bij Ibn Maja. Zie: Sahieh Ibn Maja, 2/335.
Laa ielaaha iel-lal-laah wahdahoe laa sharieka lah, lahoe l-moelkoe wa lahoe l-hamd, wa hoewa alaa koellie shai-ien kadier, soebhaan Allaah, wal hamdoe lil-laah, wa laa ielaaha iel-lal-laah, wal-laahoe akbar, wa laa hawla wa laa qoew-wata iel-laa bil-laahil aliyyil aziem, rabbie ghfier lie.
((Alle lof zij aan Allah, Die mij gezondheid schonk in mijn lichaam, mijn ziel aan mij teruggaf en mij toestond om Hem te gedenken))[17] [17] At-Tirmidhi, 5/473, onder nummer 3401. Zie ook: Sahieh At-Tirmidhi, 3/144.
Al-hamdoe lillaahil ladie aafaanie fie djasadie, wa radda 'aleija roehie, wa adina lie bidikrih.
((Waarlijk! In de schepping van de hemelen en de aarde en in de afwisseling van de nacht en de dag zijn er waarlijk Tekenen voor mensen van begrip. Degenen die Allah gedenken, terwijl zij staan, zitten en liggen op hun zij en diep over de schepping van de hemelen en de aarde nadenken (zeggende): “Onze Heer! U hebt dit alles niet zonder "doel geschapen, Glorie zij U. Bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur. Onze Heer! Waarlijk, degenen die U naar het Vuur verwijst, heeft U waarlijk vernederd en nooit zullen de onrechtvaardigen helpers vinden. Onze Heer! Waarlijk, wij hebben de oproep van één gehoord, roepend tot het geloof: “Geloof in jullie Heer” en wij hebben geloofd. Onze Heer! Vergeef ons onze zonden en scheld ons onze kwade daden kwijt en laat ons in een toestand van rechtvaardigheid sterven tezamen met degenen die gehoorzaam zijn aan Allah en nauwgezet Zijn bevelen volgen. Onze Heer! Geef ons wat U ons aan Uw Boodschappers beloofd heeft en verneder ons niet op de Dag der Opstanding, want U breekt nooit (Uw) belofte. Dus hun Heer heeft hun (smeekbeden) verhoord (en antwoordde hen): “Nooit zal Ik het toestaan dat (de goede) werken van iemand van jullie verloren zal gaan, of het nu om een man of een vrouw gaat. Jullie komen uit elkaar voort. Zij die emigreren en uit hun huizen zijn gedreven en zij die vanwege Mijn zaak zijn vervolgd en zij die vochten en voor Mijn zaak gedood zijn, waarlijk Ik zal hun fouten zeker uitwissen en hen naar de Tuinen verwijzen, waar rivieren onderdoor stromen als een beloning van Allah. En bij Allah zijn de beste beloningen Laat niet de vrije afhandeling van de ongelovigen in het land jullie bedriegen. Het is slechts een kort plezier, daarna zal hun uiteindelijke verblijfplaats de Hel zijn en dat is zeker de slechtste rustplaats. Maar voor degenen die hun Heer vrezen, zijn er Tuinen waar rivieren onderdoor stromen, zij zijn daarin de eeuwig levenden, een ontvangst van Allah. En datgene wat bij Allah is, is het beste voor degenen die Allah gehoorzamen. En er zijn er onder de mensen van het Boek, die zeker in Allah geloven en in wat aan jou geopenbaard is en in wat aan hen geopenbaard is, zichzelf voor Allah vernederend. Zij verkopen de verzen van Allah niet voor een kleine prijs, voor hen is er een beloning van hun Heer. Zeker Allah is snel in de verrekening. O, jullie die geloven! Heb geduld en wees standvastig. Sluit de rijen. En vrees Allah, opdat jullie zullen slagen))[18]. [Soera Al-Imran: 190-200] [18]. [18] De verzen uit Soera Al ‘Imraan, 190-200, Al-Boekhari met Al-Fath, 8/337, onder nummer 4569, en Moeslim, 1/530, onder nummer 256.
Het smeekgebed bij het aantrekken van kleding.
((Alle lof behoort aan Allah, die mij dit (kledingstuk) heeft geschonken en het mij heeft voorzien zonder enige kracht of macht van mijzelf....))[19]. [19] Overgeleverd door de auteurs van de Soenan, met uitzondering van An-Nasa-i: Aboe Dawoed, onder nummer 4023; At-Tirmidhi, onder nummer 3458; en Ibn Majah, onder nummer 3285. Al-Albani heeft het geclassificeerd als goed in: Irwaa Al-Ghaliel, 7/47.
Al-ḥamdu lillahi alladi kasani hadha (ath-thawb) wa razaqanihi min ghayri ḥawlin minni wa-la quwwah
Het smeekgebed bij het aantrekken van nieuwe kleding.
((O Allah, aan U behoort alle lof. U bent het die mij dit hebt bekleed. Ik vraag U om het goede ervan en het goede waarvoor het is gemaakt en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen het kwaad ervan en het kwaad waarvoor het is gemaakt)) [20]. [20] Aboe Dawoed, nummer 4020 en At-Tirmidhi, nummer 1767, en Al-Baghawi, 12/40. Zie ook: Moekhtasar Shama’il At-Tirmidhi van al-Albani, p. 47.
Allahoemma lakal hamdoe anta kasauwtaniehie, as-aloeka min cheiriehie wa cheirie maa soenie-a lahoe, wa a-oezoe bieka min sjarriehie wa sjarrie maa soenie-a lah.
De smeekbede voor degene die een nieuw kledingstuk heeft aangetrokken.
((Moge het verslijten (maw dat je het lang mag dragen), en moge Allah, de Verhevene, het vervangen)) [21]. [21] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/41, onder nummer 4020. Zie ook: Sahieh Aboe Dawoed, 2/760.
Toeblie wa joechlifoe Allahoe ta-aalaa
(Draag iets nieuws, leef prijzenswaardig en sterf als martelaar)[22]. [22] Ibn Majah, 2/1178, onder nummer 3558; Al-Baghawi, 12/41. Zie ook: Sahieh Ibn Majah, 2/275.
Ilbas djadiedan, wa 'ish hamiedan, wa moet shahiedan.
Wat hij zegt wanneer hij zijn kleding aflegt.
((In de naam van Allah)) [23]. [23] At-Tirmidhi, 2/505, onder nummer 606, en anderen. Zie ook: Irwaa Al-Ghaliel, nummer 50, en Sahieh al-Jaami', 3/203.
Bismillah
Smeekbede bij het betreden van het toilet
(([In de naam van Allah] O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad en de kwaadaardige wezens))[24]. [24] Overgeleverd door Al-Boekhari, 1/45, onder nummer 142, en door Moeslim, 1/283, onder nummer 375. De toevoeging van "In de naam van Allah" aan het begin is overgeleverd door Sa‘ied ibn Mansoer. Zie Fath al-Bari, 1/244.
Bismillaah, Allaahoemma innie a-oedzoe bieka mienal choebthie wal chabaa-ith.
Smeekbede bij het verlaten van het toilet
((Uw vergiffenis o Allah))[25]. [25] Overgeleverd door de verzamelaars van de Soenna, behalve An-Nasa'ie, die het in "De handelingen van de dag en de nacht" heeft overgeleverd, onder nummer 79. Ook door Aboe Dawoed, onder nummer 30 en door At-Tirmidhi, onder nummer 7 en Ibn Majah, onder nummer 300. Geauthenticeerd door Al-Albani in "Sahih Soenan Abi Dawoed", 1/19.
Goefraanaka
Ad-Dhikr vóór de wassing
((In de naam van Allah))[26]. [26] Overgeleverd door Aboe Dawoed, onder nummer 101, door Ibn Majah, onder nummer 397 en door Ahmed, onder nummer 9418. Zie ook "Irwaa Al-Ghaliel", 1/122.
Bismillah
Ad-Dhikr na de wassing
((Ik getuig dat er geen god is behalve Allah, de Enige, zonder partner en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is..))[27]. [27] Moeslim, 1/209, onder nummer 234.
Ash hadoe an laa ilaha il-lal-laah, wahdahoe laa sjarieka lahoe, wa As-shhadoe Anna Mohammadan Abdoehoe wa rasoeloeh.
((O Allah, maak mij van de berouwvollen en maak mij van de reinigden))[28]. [28] At-Tirmidhi, 1/78, onder nummer 55. Zie: Sahih At-Tirmidhi, 1/18.
Allahoemma djalnie minat tauwabien, wadj-alnie minal moe-ta-tah-hi-rien.
((Heerlijk bent U, O Allah, en geprezen zijt U, ik getuig dat er geen god is behalve U, ik vraag vergiffenis van U en keer tot U in berouw))[29]. [29] An-Nasa'i in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, p.173. Zie: Irwaa Al-Ghaliel 1/135, 3/94.
Soebhaanaka allahoemma wa bihamdika, ash hadoe an laa ielaaha illaa anta, astakhfiroeka wa atoeboe ieleik.
Ad-Dhikr bij het verlaten van het huis
((In de naam van Allah, ik stel mijn vertrouwen op Allah, er is geen macht en geen kracht behalve door Allah))[30]. [30] Aboe Dawoed, 4/325, onder nummer 5095, en At-Tirmidhi, 5/490, onder nummer 3426. Zie: Sahih At-Tirmidhi 3/151.
Biesmillaahie, tawakkaltoe alallaahie, wa laa hauwla wa laa koewata iellaa biellaah.
((O Allah, ik zoek toevlucht bij U dat ik dwalend raak, of dat ik anderen tot dwaling breng, of dat ik een steek laat vallen, of dat ik anderen een steek laat vallen, of dat ik onrecht bega, of dat mij onrecht wordt aangedaan, of dat ik onwetend ben, of dat anderen mij onwetend maken))[31]. [31] De mensen van de Soennan: Aboe Dawoed, onder nummer 5094, At-Tirmidhi, onder nummer 3427, An-Nasa’i, onder nummer 5501, en Ibn Majah, onder nummer 3884. Zie: Sahih At-Tirmidhi, 3/152, en Sahih Ibn Majah, 2/336.
Allahoemma Innie A-Aedhoe bieka an adilla, auw oedalla, auw adhilla, auw oedhalla, auw adhlima, auw oedhlama, auw adjhala, auw joedjhala aleija
Ad-Dhikr bij het binnenkomen van het huis
((In de naam van Allah betreden wij, in de naam van Allah verlaten wij en op Allah, onze Heer, stellen wij ons vertrouwen, en daarna laat hij vrede wensen aan zijn familie))[32]. [32] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/325, onder nummer 5096, en zijn keten werd geverifieerd door de geleerde Ibn Baz in "Toehfat al-Akhyaar", p.28. En in de authentieke versie: ((Wanneer een man zijn huis binnenkomt en Allah noemt bij het binnenkomen en bij het eten, zegt de satan: er is geen overnachting voor jullie en geen avondmaaltijd)), Moeslim, onder nummer 2018.
Bismillaahie waladjnaa, wa bismillaahie kharadjnaa, wa alallaahie rabbienaa tawakkalnaa.
Doe'a bij het gaan naar de moskee
((O Allah, maak in mijn hart licht en in mijn tong licht en in mijn gehoor licht en in mijn zicht licht en boven mij licht en onder mij licht en aan mijn rechterzijde licht en aan mijn linkerzijde licht en voor mij licht en achter mij licht en maak in mijn ziel licht en verhef mijn licht en vergroot mijn licht en maak voor mij licht en maak mij licht, O Allah, geef mij licht en maak in mijn zenuwen licht en in mijn vlees licht en in mijn bloed licht, en in mijn haar licht en in mijn huid licht)) [33]. Zie al deze woorden in Al-Boekhari, 11/116, nummer 6316, en in Moeslim, 1/526, 529, 530, nummer 763.
Allahoemma djal fie kalbie noeran, wa fie liesaanie noeran, wa fie sam-ie noeran, wa fie basarie noeran, wa mien fawkqe noeran, wa mien tahtie noeran, wa an jamienie noeran, wa an shimaalie noeran, wa mien amaamie noeran, wa mien khalfie noeran, wadjal fie nafsie noeran, wa a-dhiem lie noeran, wa a'-dhiem lie noeran, wadjal lie noeran, wadjalnie noeran, Allahoemma atienie noeran, wadjal fie asabie noeran, wa fie lahmie noeran, wa fie damie noeran, wa fie sha-rie noeran, wa fie basharie noeran
((O Allah, maak voor mij licht in mijn graf... en licht in mijn botten)) [34] ((En geef mij meer licht, en geef mij meer licht, en geef mij meer licht)) [35] ((En geef mij licht boven licht)) [36]. [34] At-Tirmidhi, 5/483, nummer 3419. [35] Overgeleverd door Al-Boekhari in al-Adab al-Moefrad, nummer 695, pagina 258, en zijn keten werd door Al-Albani geverifieerd in de authentieke versie van Al-Adab Al-Moefrad, nummer 536. [36] Vermeld door Ibn Hajar in Fath Al-Bari, toegewezen aan Ibn Abi 'Asim in het boek van gebeden, zie Fath 11/118, en hij zei: Er zijn vijfentwintig kenmerken verzameld uit de verschillende overleveringen.
Allahoemma ij‘al lie noeran fie qabrie... wa noeran fie ‘idhaamie, wa zidnie noeran, wa zidnie noeran, wa zidnie noeran, wa hab lie noeran ‘alaa noer.
Doe'a bij het betreden van de moskee
((Hij begint met zijn rechtervoet))[37], en hij zegt: ((Hij begint met zijn rechtervoet", en hij zegt: Ik zoek toevlucht bij Allah de Almachtige, en bij Zijn nobele gelaat, en bij Zijn oude heerschappij, tegen de vervloekte satan [38] [38] Aboe Dawoed, nr. 466, zie ook "Sahih al-Jami", nr. 4591. [37] Volgens de uitspraak van Anas bin Malik (moge Allah tevreden met hem zijn): "Het is de Soenna om, wanneer men de moskee betreedt, te beginnen met de rechtervoet en wanneer men de moskee verlaat, te beginnen met de linkervoet." Dit werd overgeleverd door Al-Hakim, 1/218, die het als authentiek verklaarde volgens de voorwaarden van Moeslim en het werd bevestigd door Ad-Dahabi. Het werd ook overgeleverd door al-Bayhaqi, 2/442, en door Al-Albani als authentiek geclassificeerd in "Silsilat Al-Ahadith As-Sahihah", 5/624, nr. 2478.
A-oe-doe bil-laa-hil a-dhiem, wa bie wadj-hie-hil ka-riem, wa soel-taa-nie-hil ka-diem, mi-nash shay-taa-nir ra-djiem. (In de naam van Allah, en de gebeden))[39] ((en vrede zij met de Boodschapper van Allah) [40] [39] Overgeleverd door Ibn As-Soenni, nr. 88, en als authentiek gekarakteriseerd door al-Albani in "Thamar al-Moestatab", p. 607. [40] Aboe Dawoed, 1/126, nr. 465, zie ook "Sahih al-Jami", 1/528.
Bismillaah, was-salaatoe was-salaamoe alaa rasoelillaah (O Allah, open voor mij de poorten van Uw genade) [41]. [41] Moeslim, 1/494, nr. 713, en in de Soenan van Ibn Majah overgeleverd via Fatima (moge Allah tevreden met haar zijn): "O Allah, vergeef mijn zonden en open voor mij de poorten van Uw genade." Dit werd door Al-Albani als authentiek verklaard op basis van de ondersteunende overleveringen. Zie: "Sahih Ibn Majah", 1/128-129.
Doe'a bij het verlaten van de moskee
((Hij begint met zijn linkervoet ))[42] en hij zegt : "In de naam van ((Allah en zegeningen en vrede zij met de boodschapper van Allah. O Allah, ik vraag U om Uw genade. O Allah, bescherm mij tegen de vervloekte Satan)) [43]. (In de naam van Allah en vrede en zegeningen zij met de boodschapper van Allah, [42] Overgeleverd door Al-Hakim, 1/218, en Al-Bayhaqi, 2/442, en als authentiek geclassificeerd door Al-Albani in "Silsilat Al-Ahadith As-Sahihah", 5/624, nr. 2478. Zie eerder de overlevering.
Bismillaahie was-salaatoe was-salaamoe a-laa rasoelillaah O Allah, ik vraag U om Uw genade,
Allaahoemma innie As-Aloeka min fadlik "O Allah, bescherm mij tegen de vervloekte Satan"[43]. [43] Zie de overleveringen van het vorige gebed bij het betreden van de moskee, nr. (20), en de toevoeging: ((O Allah, bescherm mij tegen de vervloekte Satan)) volgens Ibn Majah. Zie: "Sahih Ibn Majah", 1/129.
Ad-Dhikr bij de oproep tot het gebed
Hij zegt hetzelfde als de Moeddin, behalve bij "Haay 'ala as-salaah" en "Haay 'ala al-falaah", en zegt dan: ((Er is geen kracht en geen macht behalve bij Allah)) [44]. [44] Overgeleverd door Al-Boekhari, 1/152, nr. 611 en nr. 613, en Moeslim, 1/288, nr. 383.
Hij zegt:((En ik getuig dat er geen god is behalve Allah, de Enige, zonder deelgenoot en dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is. Ik ben tevreden met Allah als mijn Heer, met Mohammed als boodschapper en met de Islam als mijn religie."[45] Hij zegt dit na de getuigenis van de moeddin)) [46]. "En ik getuig dat er geen god is behalve Allah, de Enige, zonder deelgenoot en dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is. Ik ben tevreden met Allah als mijn Heer, met Mohammed als boodschapper en met de Islam als mijn religie."[45] [45] Moeslim, 1/290, nr. 386.
Wa ana ash-hadoe an laa ielaaha iel-lal-laahoe wah-dahoe laa sharieka lahoe wa anna Mohammadan abdoehoe wa rasoeloehoe, radietoe bil-laahie rabban, wa bie moehammadin rasoelan, wa bil-ieslaamie dienan. (Hij zegt dit na de getuigenis van de moeddin)[46]. [46] Ibn Khoezayma, 1/220.
((Hij stuurt zegeningen over de Profeet (vrede zij met hem) nadat hij de oproep van de moeddin heeft beantwoord)) [47] [47] Moeslim, 1/288, nr. 384.
Hij zei: ((O Allah, Heer van deze volmaakte oproep en de blijvende gebeden, geef Mohammed het hoogste bereik en de grootste deugd en breng hem naar de geprezen positie die U hem beloofd hebt, voorwaar, U breekt nooit Uw belofte))[48]. [48] Al-Boekhari, 1/152, nr. 614, en wat tussen de haakjes staat, is van Al-Bayhaqi, 1/410, en de keten werd verbeterd door de geleerde Abdoelaziz ibn Baz (moge Allah hem genadig zijn) in Toehfat Al-Akhiyar, p. 38.
Allahoemma rabba haadihied da-watit taammah, was-salaatil kaa-iemah, aatie Mohammadanil wasielata wal-fadielah, wab-at-hoe makaaman mahmoedanil ladie wa-adtah, innaka laa toechliefoel mie-aad.
((Hij bidt voor zichzelf tussen de oproep tot gebed en de opstanding, want het gebed op dat moment wordt niet afgewezen.)) [49] [49] At-Tirmidhi, nr. 3594 en nr. 3595, Aboe Dawoed, nr. 525, Ahmed, nr. 12200, en zie Irwaa Al-Ghaliel, 1/262.
Doe'a van de opening
((O Allah, maak een grote afstand tussen mij en mijn zonden, zoals U de afstand tussen het oosten en het westen hebt gemaakt. O Allah, zuiver mij van mijn zonden zoals een wit kleed wordt gereinigd van vuil. O Allah, was mij van mijn zonden met sneeuw, water en hagel)) [50]. [50] Al-Boekhari, 1/181, nummer 744, en Moeslim, 1/419, nummer 598.
((Glorie zij U, o Allah en lof zij U, en gezegend is Uw naam, en verheven is Uw majesteit, en er is geen god dan U)) [51]. [51] Moeslim, nummer 399 en de vier boeken van de Soenna: Aboe Dawoed, nummer 775 en At-Tirmidhi, nummer 243 en Ibn Majah, nummer 806, en An-Nasa'i, nummer 899 en zie: Sahih At-Tirmidhi, 1/77 en Sahih Ibn Majah, 1/135.
Soebhaanaka Allahoemma wa bihamdika, wa tabaaraka ismoeka, wa ta-aala djaddoeka, wa laa ilaaha gairoek
((Ik wend mijn gezicht tot Hem die de hemelen en de aarde heeft geschapen, in oprechtheid en ik ben geen van de polytheïsten. Voorwaar, mijn gebed, mijn rituelen, mijn leven en mijn dood zijn voor Allah, de Heer van de werelden. Er is geen deelgenoot voor Hem en daarmee ben ik geboden en ik ben een van de moslims. O Allah, U bent de Koning, er is geen god behalve U, U bent mijn Heer en ik ben Uw dienaar. Ik heb mijn ziel onrecht aangedaan en ik erken mijn zonden, dus vergeef mij al mijn zonden, want niemand kan zonden vergeven behalve U. Leid mij naar het beste van de deugden, niemand leidt naar het beste daarvan behalve U en keer het slechte daarvan van mij af, niemand kan het slechte daarvan van mij afwenden behalve U. Heden ben ik er voor U en ben ik verheugd en al het goede is in Uw hand en het kwaad is niet bij U. Ik ben voor U en keer me tot U. Gezegend zijt U en verheven zijt U, ik vraag Uw vergiffenis en ik keer mij tot U)) [52]. [52] Overgeleverd door Moeslim, 1/534, nummer 771.
Wadjahtoe wadjhija lilladhie fataras-samawaati wal-arda haniefan wa maa ana minal moeshrikien, inna salaatie, wa noesoekie, wa mahjaaja, wa mamaatie lillaahie rabbil aalamien, laa sharieka lahoe wa bidhaalika oemirtoe wa ana minal moeslimien, Allahoemma antal malikoe laa ilaaha illaa anta, anta rabbie wa ana abdoeka, dhalamtoe nafsie wa-ataraftoe bidhanbie faghfir lie dhoenoebie djamie-an innahoe laa jaghfiroedh-dhoenoeba illaa anta, wahdinie li-ahsanil achlaak laa jahdie li-ahsanihaa illaa anta, wasrif annie sajji-ahaa, laa jasrifoe annie sajji-ahaa illaa anta, labbaika wa saadaika, wal-chairoe koelloehoe bijadaika, wash-sharroe laisa ilaika, ana bika wa ilaika, tabaarakta wa taalaaita, astaghfiroeka wa atoeboe ilaik.
((O Allah, Heer van Djibriel, Miika-iel en Israafiel, Schepper van de hemelen en de aarde, Kenner van het onzichtbare en het zichtbare, U oordeelt tussen Uw dienaren over hetgeen waarin zij van mening verschillen. Leid mij naar de waarheid over hetgeen waarin zij van mening verschillen, met Uw toestemming, voorwaar, U leidt wie U wilt naar een rechte weg)) [53]. [53] Overgeleverd door Moeslim, 1/534, nummer 770.
Allahoemma rabba djibraa-iela, wa miekaa-iela, wa iesraafiela, faatieras-samawaatie wal-ardie, aaliemal-gaibie wasj-shahaadatie anta tahkoemoe baina iebaadieka fiemaa kaanoe fiehie jachtaliefoen, iehdienie liemachtoeliefa fiehie mienal-hakkie bie-iednieka iennaka tahdie man tashaa-oe ielaa sieraatien moestakiem
((Allah is de Grootste, zeer Groot, Allah is de Grootste, zeer Groot, Allah is de Grootste, zeer Groot. Alle lof behoort aan Allah, in overvloed, alle lof behoort aan Allah, in overvloed, alle lof behoort aan Allah, in overvloed. Gezegend is Allah, vroeg in de ochtend en in de avond.))
Allahoe akbaroe kabieran, Allahoe akbaroe kabieran, Allahoe akbaroe kabieran, wal hamdoe lillahie kathieran, wal hamdoe lillahie kathieran, wal hamdoe lillahie kathieran, wa soebhaanallahie boekratan wa asielan. Drie keer ((Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de duivel: tegen zijn inademing, zijn uitademing en zijn aandrang))[54]. [54] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 1/203, nummer 764, en Ibn Majah, 1/265, nummer 807, en Ahmed, 4/85, nummer 16739, en Shoe'aib Al-Arna’oet zei in zijn verificatie van Al-Moesnad: 'Hasan li ghayrih' (goed voor anderen). Abdoel Qadir Al-Arna’oet zei in zijn overleveringen van 'al-Kalim al-Tayyib van Ibn Taymiyyah, nummer 78: 'Het is een authentieke hadith met getuigen.' Al-Albani noemde het in 'Sahih al-Kalim al-Tayyib', nummer 62. Ook overgeleverd door Moeslim van Ibn Omar (moge Allah tevreden met hem zijn) op een vergelijkbare manier, en het bevat een verhaal, 1/420, nummer 601.
A-oezoe billaahie miena ash-eitaanie: min nafchiehie, wa naftiehie, wa hamzih.
((O Allah, U komt alle lof toe[55]. U bent het Licht van de hemelen en de aarde en wie daarin zijn. [En U komt alle lof toe. U bent de Onderhouder van de hemelen en de aarde en wie daarin zijn.] [En U komt alle lof toe. U bent de Heer van de hemelen en de aarde en wie daarin zijn] [En U komt alle lof toe. Aan U behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde en wie daarin zijn.] [En U komt alle lof toe. U bent de Koning van de hemelen en de aarde.] [En U komt alle lof toe.] [U bent de Waarheid], [Uw belofte is waarheid, Uw woord is waarheid, Uw ontmoeting is waarheid, het Paradijs is waarheid, de Hel is waarheid, de profeten zijn waarheid, Mohammed (vrede zij met hem) is waarheid, en het Uur is waarheid.] [O Allah, aan U heb ik mij overgegeven, op U heb ik vertrouwd, in U heb ik geloofd, tot U heb ik mij gewend, omwille van U heb ik betoogd en bij U heb ik mij laten oordelen. Vergeef mij wat ik al heb gedaan en wat ik later zal doen, wat ik in het verborgene heb gedaan en wat ik openbaar heb gemaakt] [en wat U beter weet dan ik] [U bent Degene Die voorrang geeft en U bent Degene Die uitstelt. Er is geen god behalve U] [U bent mijn God, er is geen god behalve U] [En er is geen kracht noch macht behalve bij Allah]))[56]. [55] De Profeet (vrede zij met hem) zei dit wanneer hij opstond in de nacht om vrijwillig te bidden. [56] Overgeleverd door Al-Boekhari met al-Fath, 3/3, 11/116, 13/371, 423, 465, onder nummer 1120, 6317, 7385, 7442, 7499, en door Moeslim, verkort en met een soortgelijke formulering, 1/532, nummer 769.
Allahoemma lakal-hamdoe, anta noeroes-samawaati wal-ardi wa man fiehinna, wa lakal-hamdoe anta kayyimoes-samawaati wal-ardi wa man fiehinna, wa lakal-hamdoe anta rabboes-samawaati wal-ardi wa man fiehinna, wa lakal-hamdoe laka moelkoes-samawaati wal-ardi wa man fiehinna, wa lakal-hamdoe anta malikoes-samawaati wal-ardi, wa lakal-hamdoe, antal-hakkoe, wa wa'doekal-hakkoe, wa qawloekal-hakkoe, wa likaoekal-hakkoe, wal-djannatoe hakkoen, wan-naaroe hakkoen, wan-nabiyyoena hakkoen, wa moehammadoen hakkoen, was-saatoe hakkoen, Allahoemma laka aslamtoe, wa alayka tawakkaltoe, wa bika aamantoe, wa ilayka anabtoe, wa bika chaasamtoe, wa ilayka haakamtoe. Fagfir lie maa kaddamtoe, wa maa achchartoe, wa maa asrartoe, wa maa alantoe, wa maa anta alamoe bihie minnie, antal-moekaddimoe, wa antal-moeachchiroe laa ilaaha illaa anta, anta ilaahie laa ilaaha illaa anta, wa laa hawla wa laa koewwata illaa billaah.
Doe'a tijdens de buiging (roekoe')
"Glorieus is mijn Heer, de Almachtige".
Soebhaana Rabbie Al Adhiem Drie keren [57]. [57] Overgeleverd door de auteurs van de Soenan en Ahmed: Aboe Dawoed, nummer 870; At-Tirmidhi, nummer 262; An-Nasa’i, nummer 1007; Ibn Majah, nummer 897; en Ahmed, nummer 3514. Zie: Sahih At-Tirmidhi, 1/83.
((Heilig bent U, O Allah, onze Heer, en met Uw lof. O Allah, vergeef mij)) [58]. [58] Overgeleverd door Al-Boekhari, 1/99, nummer 794; en Moeslim, 1/350, nummer 484.
((Heilig, de Volmaakte, Heer van de engelen en de Geest))[59]. [59] Overgeleverd door Moeslim, 1/353, nummer 487, en door Aboe Dawoed, 1/230, nummer 872.
Soebboehoen, Koeddoesoen, Rabboel Malaa-iekatie war-roeh
((O Allah, voor U heb ik mij gebogen, in U heb ik geloofd en aan U heb ik mij overgegeven. Mijn gehoor, mijn zicht, mijn brein, mijn botten, mijn zenuwen [en dat wat mijn voeten dragen] hebben zich aan U onderworpen))[60]. [60] Overgeleverd door Moeslim, 1/534, nummer 771; en de vier behalve Ibn Majah: Aboe Dawoed, nummers 760 en 761; At-Tirmidhi, nummer 3421; en An-Nasa'i, nummer 1049. De woorden tussen de haken zijn overgeleverd door Ibn Khoezaymah, nummer 607, en Ibn Hibban, nummer 1901.
Allahoemma laka raka-toe, wa bika aamantoe, wa laka aslamtoe, khasja-a laka Sam-ie, Wa Basarie, Wa Moech-chie, wa azmie, wa asabie, (wa maa istakallat bihi kadamie).
((Heilig is Degene met heerschappij, koninkrijk, grootsheid en verhevenheid))[61]. [61] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 1/230, nummer 873; An-Nasa'i, nummer 1131; en Ahmed, nummer 23980. De overleveringsketen is goed.
Soebhaana dhil djabaroeti, wal malakoeti, wal kibrijaa-i, wal azamah
Doe'a bij het oprichten uit de buiging (roekoe')
((Allah verhoort wie Hem prijst))[62]. [62] Overgeleverd door Al-Boekhari met Al-Fath, 2/282, nr. 796.
Samiallahoe liman hamidah
((Onze Heer, aan U komt alle lof toe, een overvloedige, goede en gezegende lofprijzing)[63]. [63] Overgeleverd door Al-Boekhari met Al-Fath, 2/284, nr. 796.
Rabbanaa wa lakal hamdoe, hamdan kathieran tajjieban moebaarakan fieh.
((De volheid van de hemelen en de volheid van de aarde en wat daartussen is en de volheid van wat U daarna maar wilt. U bent de Meester van lof en glorie. Het meest rechtmatige wat een dienaar kan zeggen en wij zijn allen Uw dienaren. O Allah, er is geen verhinderaar van wat U geeft en geen gever van wat U weerhoudt en de rijkdom van een rijk persoon baat hem niet tegen U))[64]. [64] Overgeleverd door Moeslim, 1/346, nr. 477.
Mil-As-Samawaati wa mil-al-ardi, wa maa bajnahoemaa, wa mil-a maa shie-ta min shei-in ba-doe. Ahla-th-thanaa-i wal-madjdi, Ahakkoe Maa Kaalal-abdoe, Wa Koelloenaa laka abdoen, Allahoemma laa maani-a limaa a-teita, wa laa moe-tieja limaa mana-ta, wa laa janfa-oe dhal-djaddi minkal-djadd.
Doe'a tijdens de neerknieling (soejoed)
(Mijn Heer, de Meest Verhevene, zij Geprezen)
Soebhaana rabbie al-a'laa Drie keren [65]. [65] Overgeleverd door de schrijvers van de Soenan en Ahmed: Aboe Daawoed, nr. 870; At-Tirmidhi, nr. 262; An-Nasaa’i, nr. 1007; Ibn Madjah, nr. 897; en Ahmed, nr. 3514. Zie ook: Sahieh At-Tirmidhi, 1/83.
((Heilig bent U, O Allah, onze Heer en met Uw lof. O Allah, vergeef mij)) [66]. [66] Overgeleverd door Al-Boekhari, nr. 794; Moeslim, nr. 484; en eerder vermeld onder nr. 34.
((De Volmaakt Heilige, de Heer van de engelen en de Geest))[67]. [67] Overgeleverd door Moeslim, 1/533, nr. 487; Aboe Dawoed, nr. 872; en eerder vermeld onder nr. 35.
Soebboehoen, koeddoesoen, rabboel malaa-ikati warroeh.
((O Allah, voor U kniel ik, in U geloof ik en aan U onderwerp ik mij. Mijn gezicht knielt voor Degene Die het heeft geschapen, het heeft gevormd en zijn gehoor en zicht heeft geschapen. Gezegend zij Allah, de beste der scheppers)) [68]. [68] Overgeleverd door Moeslim, 1/534, nr. 771, en anderen.
Allahoemma laka sadjadtoe wa bika aamantoe, wa laka aslamtoe, sadjada wadjhiya lilladhie khalakahoe, wa sawwarahoe, wa sjakka sam-ahoe wa basarahoe, tabaaraka Allahoe ahsanoe al-khaaliekien.
((Heilig is Degene van macht, heerschappij, grootsheid en majesteit)) [69]. [69] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 1/230, nr. 873; An-Nasa’i, nr. 1131; Ahmed, nr. 23980; en authentiek verklaard door Al-Albani in Sahieh Aboe Dawoed, 1/166. Reeds eerder vermeld onder nr. 37.
Soebhaana diel djabaroetie, wal malakoetie, wal kiebriejaa-ie, wal adhamah
((O Allah, vergeef mij al mijn zonden: de kleine en de grote, de eerste en de laatste, de openlijke en de verborgen zonden)) [70]. [70] Overgeleverd door Moeslim, 1/230, nr. 483.
Al-laa-hoem-mag-fir lie dhan-bie koel-la-hoe: diqa-hoe wa djil-la-hoe, wa aw-wa-la-hoe wa aa-khi-ra-hoe, wa a-laa-nie-ja-ta-hoe wa sir-rah.
((O Allah, ik zoek toevlucht bij Uw welbehagen tegen Uw ongenoegen en bij Uw vergeving tegen Uw bestraffing. En ik zoek toevlucht bij U tegen Uzelf. Ik ben niet in staat Uw lof volledig te prijzen; U bent zoals U Zichzelf heeft geprezen))[71]. [71] Overgeleverd door Moeslim, 1/352, nr. 486.
Allahoemma innie a-oezoe bieriedaaka min sachatieka, wa biemoe-aafaatieka min oekoebatieka, wa a-oezoe bieka minka, laa oehsie sanaa-an aleika, anta kamaa asneita alaa nafsiek.
Doe'a tijdens de zittende positie tussen de twee soejoed.
((Mijn Heer, vergeef mij, mijn Heer, vergeef mij)) [72]. [72] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 1/231, nr. 874, en Ibn Majah, nr. 897. Zie ook: Sahieh Ibn Majah, 1/148.
((O Allah, vergeef mij, wees mij genadig, leid mij, versterk mij, geef mij gezondheid, zorg voor mij en verhef mij)) [73]. [73] Overgeleverd door de bezitters van de boeken van de Soenna, behalve An-Nasa'i: Aboe Dawoed, 1/231, nr. 850, At-Tirmidhi, nr. 284, 285, en Ibn Majah, nr. 898. Zie ook: Sahieh At-Tirmidhi, 1/90, en Sahieh Ibn Majah, 1/148.
Allahoemma gfir lie, warhamnie, wahdienie, wadjboernie, wa aafienie, warzoeknie, warfanie.
Doe'a van de neerknieling van de recitatie (soejoed At-Tilawa)
((Mijn gezicht is neergelegd voor Hem Die het heeft geschapen en die Zijn gehoor en zicht heeft geopend door Zijn macht en kracht, gezegend zij Allah, de beste van de scheppers))[74].
Sadjada wadj-hija lillazie chalakahoe, wa sjakka sam-ahoe wa basarahoe bi-houlihie wa koewwatihie, fa tabaarakal-laahoe ahsanoel-khaaliqien [Al-Moe'minoen: 14] [74]. [74] At-Tirmidhi, 2/474, nummer 3425, en Ahmed, 6/30, nummer 24022, en Al-Hakim, geauthenticeerd en goedgekeurd door Ad-Dahabi, 1/220, met een toevoeging van hem en de vers 14 van Soera al-Moeminoen.
((O Allah, schrijf voor mij daarmee een beloning bij U, neem daarmee mijn zonden weg, maak het voor mij een schat bij U, en accepteer het van mij zoals U het van Uw dienaar Dawoed hebt geaccepteerd))[75]. [75] At-Tirmidhi, 2/473, nummer 579, en Al-Hakim, geauthenticeerd en goedgekeurd door Ad-Dahabi, 1/219.
Allahoemma ktoeb lie bihaa indaka adjran, wa da annie bihaa wizran, wadj alhaa lie indaka zoechran, wa takabbalhaa minnie kamaa takabbaltahaa min abdika daawoed.
At-Tashahoed (De getuigenis)
((De begroetingen zijn voor Allah, de gebeden, de goede daden. Vrede zij met jou, o Profeet, en de genade van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de rechtvaardige dienaren van Allah. Ik getuig dat er geen god is behalve Allah en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is))[76]. [76] Al-Boekhari met al-Fath, 2/311, nr. 831, en Moeslim, 1/301, nr. 402.
De gebeden voor de Profeet (vrede zij met hem) na de getuigenis:
((O Allah, zend zegeningen over Mohammed en over de familie van Mohammed, zoals U zegeningen zond over Ibrahim en over de familie van Ibrahim. U bent inderdaad de Glorieuze en de Verhevene. O Allah, zegen Mohammed en de familie van Mohammed, zoals U zegeningen zond over Ibrahim en over de familie van Ibrahim. U bent inderdaad de Glorieuze en de Verhevene)) [77]. [77] Al-Boekhari met al-Fath, 6/408, nr. 3370, en Moeslim, nr. 406.
((O Allah, zend zegeningen over Mohammed en over zijn vrouwen en afstammelingen, zoals U zegeningen zond over de familie van Ibrahim. En zegen Mohammed en zijn vrouwen en afstammelingen, zoals U zegeningen zond over de familie van Ibrahim. U bent inderdaad de Glorieuze en de Verhevene)) [78]. [78] Al-Boekhari met al-Fath, 6/407, nr. 3369, en Moeslim, 1/306, nr. 407, met de nadruk op zijn uitspraak.
Allahoemma salli ala Mohammadin wa ala azwaadjihi wa dhoerriyatihi, kamaa sallaita ala aali ibraahiem, wa baarik ala moehammadin wa ala azwaadjihi wa dhoerriyatihi, kamaa baarakta ala aali ibraahiem, innaka hamiedoen madjied.
De gebeden voor de Profeet (vrede zij met hem) na de laatste Atta-Shahoed en voor de salaam:
((O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen de straf van het graf, tegen de straf van de Hel, tegen de beproeving van het leven en de dood en tegen het kwaad van de beproeving van de valse Messias))[79]. [79] Al-Boekhari, 2/102, nr. 1377, en Moeslim, 1/412, nr. 588, met de nadruk op de uitspraak van Moeslim.
((O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen de straf van het graf, ik zoek toevlucht bij U tegen de beproeving van de valse Messias, ik zoek toevlucht bij U tegen de beproeving van het leven en de dood. O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen de zonden en de schulden)) [80] [80] Al-Boekhari, 1/202, nr. 832, en Moeslim, 1/412, nr. 587.
Allahoemma innie a‘oedhoe bika min ‘adhaabil-qabr, wa a‘oedhoe bika min fitnatil-Masieh ad-Dajjaal, wa a‘oedhoe bika min fitnatil-mahyaa wal-mamaat. Allahoemma innie a‘oedhoe bika minal-ma'thami wal-maghram.
((O Allah, ik heb mezelf veel onrecht aangedaan en niemand vergeeft de zonden behalve U, vergeef mij dan een vergiffenis van U en wees mij genadig, voorwaar, U bent de Meest Vergevende, de Meest Barmhartige))[81]. [81] Al-Boekhari, 8/168, nr. 834, en Moeslim, 4/2078, nr. 2705.
Allahoemma innie Dhalamtoe nafsie dhoelman kathieran, wa laa jagfieroe ad-dhoenoeba illaa anta, fagfier lie magfieratan min indaka warhamnie, innaka antal gafoeroer rahiem
((O Allah, vergeef mij wat ik vooraf heb gedaan en wat ik achteraf heb gedaan en wat ik verborgen heb en wat ik openlijk heb gedaan en wat ik heb verspild en wat U beter weet dan ik. U bent de Vooruitbrenger en U bent de Achterbrenger er is geen god dan U))[82]. [82] Moeslim, 1/534, nr. 771.
Allahoemma igfir lie maa kaddamtoe, wa maa ach-chartoe, wa maa asrartoe, wa maa a-lantoe, wa maa asraftoe, wa maa anta a-lammoe biehie minnie, anta al-moekaddimoe, wa anta al-moe-ach-chiroe, laa ielaha iellaa ant
((O Allah, help mij om U te gedenken, om U te danken en om U op de beste manier te aanbidden))[83]. [83] Aboe Dawoed, 2/86, nr. 1522, en An-Nasa'i, 3/53, nr. 2302, en geverifieerd door Al-Albani in Sahih Aboe Dawoed, 1/284.
Allahoemma a-innie alaa dzikrika, wa shoekrika, wa hoesnie iebaadatik.
((O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen gierigheid en ik zoek toevlucht bij U tegen lafheid en ik zoek toevlucht bij U tegen het teruggebracht worden naar de slechtste leeftijd en ik zoek toevlucht bij U tegen de verleiding van de wereld en de straf van het graf))[84]. [84] Al-Boekhari met Al-Fath, 6/35, nr. 2822, en nr. 6390.
Allahoemma innie a‘oedhoe bika minal-boechl, wa a‘oedhoe bika minal-djoebn, wa a‘oedhoe bika min an oeradda ilaa ardhali-l-‘oemoer, wa a‘oedhoe bika min fitnatid-doenyaa wa ‘adhaabil-qabr.
((O Allah, ik vraag U om het Paradijs en ik zoek toevlucht bij U tegen het Vuur))[85]. [85] Aboe Dawoed, nr. 792, en Ibn Majah, nr. 910, en zie: Sahih Ibn Majah, 2/328.
Allahoemma innie as-aloekal djannata wa a-oedzoe bieka mienan-naar.
((O Allah, met Uw kennis van het onzichtbare en Uw macht over de schepping, geef mij het leven zolang U weet dat het goed voor mij is en neem mijn ziel op het moment dat U weet dat de dood goed voor mij is. O Allah, ik vraag U om vrees voor U in het verborgen en in het openbaar en ik vraag U om het woord van de waarheid in zowel tevredenheid als woede en ik vraag U om matigheid in rijkdom en armoede en ik vraag U om een zegen die niet eindigt en ik vraag U om vreugde die nooit verdwijnt en ik vraag U om tevredenheid na het oordeel en ik vraag U om een koele en aangename leven na de dood en ik vraag U om de zoetheid van het zien van Uw aangezicht en de verlangen naar het ontmoeten van U zonder schadelijke beproevingen of misleidende verleidingen. O Allah, versier ons met de versiering van het geloof en maak ons tot degenen die anderen leiden en zichzelf leiden))[86] [86] An-Nasa'i, 3/54-55, nr. 1304, en Ahmed, 4/364, nr. 21666 en geverifieerd door Al-Albani in Sahih An-Nasa'i, 1/281.
Allahoemma bi ‘ilmikal-ghaybi wa qoedratika ‘alal-khalqi ahyinie maa ‘alimtal-hayaata khayran lie, wa tawaffanie idhaa ‘alimtal-wafaata khayran lie. Allahoemma innie as-aloeka khashyataka fil-ghaybi wash-shahaadah, wa as-aloeka kalimatal-haqqi fir-ridaa wal-ghadab, wa as-aloekal-qasda fil-ghinaa wal-faqr, wa as-aloeka na‘ieman laa yanfad, wa as-aloeka qoerrata ‘aynin laa tanqati‘, wa as-aloekar-ridaa ba‘dal-qadaa, wa as-aloeka barda-l-‘ayshi ba‘dal-mawt, wa as-aloeka ladhdhatan-nadhari ilaa wajhik, wash-shawqa ilaa liqaa'ika fie ghayri darraa'a moedirrah, wa laa fitnatin moedillah. Allahoemma zayyinnaa bizienatil-iemaan, waj‘alnaa hoedaatan moehtadien.
((O Allah, ik vraag U, o Allah, omdat U de Enige, de Ene, de Absolute bent, die niet verwekt heeft en niet verwekt is, en aan wie niemand gelijk is, om mijn zonden te vergeven. U bent zeker de Vergevingsgezinde, de Meest Barmhartige)) [87] [87] Overgeleverd door An-Nasa'ie, 3/ 52, nummer 1300 met zijn woorden, en Ahmed, 4/ 338, nummer 18974, en geverifieerd door Al-Albani in Sahih an-Nasa'i, 1/280.
Allahoemma innie as-aloeka jaa Allahoe bi-annaka al-waahidoe al-ahadoe as-samadoe alladie lam jalid wa lam joelad, wa lam jakoen lahoe koefoewan ahad, an tagfira lie doenoebie innaka anta al-gafoeroer-rahiem.
((O Allah, ik vraag U, aangezien alle lof voor U is, er is geen god behalve U, U bent de Enige, zonder partner, de Gever van zegeningen, O Schepper van de hemelen en de aarde, O Heer van majesteit en eer, O Levende, O Onderhouder, ik vraag U om het Paradijs en zoek toevlucht bij U tegen het Vuur)) [88]. [88] Overgeleverd door de mensen van de Soenna: Aboe Dawoed, nummer 1495, At-Tirmidhi, nummer 3544, Ibn Majah, nummer 3858, en An-Nasa’i, nummer 1299, en zie: Sahih Ibn Majah, 2/329.
Allahoemma innie as-aloeka bie-anna lakal-hamda laa ielaha illa anta wahdaka laa sharieka laka, al-mannaan, jaa badie-a as-samawaatie wal-ard, jaa dhaal-djalaalie wal-ikraam, jaa haj-joe jaa kaj-joem, innie as-aloekal-djannata wa a-oezoe bieka minan-naar.
((O Allah, ik vraag U, aangezien ik getuigenis afleg dat U Allah bent, er is geen god behalve U, de Enige, de Onvergankelijke, die niet baarde en niet gebaard werd en voor wie er niemand gelijk is)) [89]. [89] Aboe Dawoed, 2/62, nummer 1493, At-Tirmidhi, 5/515, nummer 3475, Ibn Majah, 2/1267, nummer 3857, An-Nasa’i, nummer 1300 met zijn tekst, Ahmed, nummer 18974, en geverifieerd door Al-Albani in Sahih An-Nasa’i, 1/280, en zie: Sahih Ibn Majah, 2/329, en Sahih At-Tirmidhi, 3/163.
Allahoemma innie as-aloeka, bi-annie ash-hadoe annaka antal-lahoe, laa ilaaha illaa anta, al-ahadoe as-samadoe, al-ladhie lam jalid, wa lam joelad, wa lam jakoen lahoe koefoewan ahad.
Doe'a na het gebed
«Ik zoek vergiffenis bij Allah
Astakhiroellaah (Drie keer). "O Allah, U bent de Vrede en van U komt de Vrede. Gezegend bent U, O Heer van Majesteit en Eerbied." [90]. [90] Moeslim, 1/414, nummer 591.
Allahoemma Anta As-salaam, wa minkas-salaam, tabaarakta yaa zaal-djalaali wal-ikraam.
Laa ielaaha iellallaah wahdahoe laa sharieka lahoe, lahoel moelkoe wa lahoel alhamdoe wa hoewa alaa koelli shei-in kadier. [Drie keer]. "O Allah, er is niemand die kan verhinderen wat U geeft en er is niemand die kan geven wat U verhindert. En de kracht van de macht is niet nuttig voor de vastberadenheid van degene die naar U gaat" [91]. [91] Al-Boekhari, 1/255, nummer 844 en Moeslim, 1/414, nummer 593 en wat tussen de haakjes staat is een toevoeging van Al-Boekhari, nummer 6473.
Laa ilaha illallah wahdahoe laa sharieka lahoe, lahoel moelk, wa lahoel hamd, wa hoewa 'alaa koelli shai-in kadier, laa hawla wa la koewwata illa billah, la ilaha illallah, wa la naboedoe illa iejaahoe lahoen ni-emah wa lahoel fadl wa lahoeth thanaa-oel hasan, laa ilaha illallah moechlisiena lahoed dien wa lauw karihal kaafiroen. Glorie zij Allah, en alle lof zij Allah, en Allah is de Grootste
Soebhaanallah, walhamdoelillah, wallahoe akbar (Drieëndertig keer). (Er is geen god dan Allah, Hij is de Ene, zonder Partner. Aan Hem behoort het Koninkrijk en aan Hem behoort alle lof en Hij heeft macht over alles) [93]. [93] Moeslim, 1/418, nummer 597 en daarin staat: ((Degene die dit zegt na elk gebed, zijn zonden worden vergeven, zelfs als ze zoveel zijn als het schuim op de zee))
[Zeg: Hij is Allah, de Ene. Allah, de Eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt. En er is niemand gelijk aan Hem]. [Soerat Al-Ikhlas: 1 - 4].
[Zeg: “Ik zoek mijn toevlucht tot de Heer van de dageraad Tegen het kwaad dat Hij geschapen heeft En tegen het kwaad van de duisternis wanneer deze zich verspreid En tegen het kwaad van degenen die op knopen blazen (de magiërs) En tegen het kwaad van de jaloerse wanneer deze jaloers is], [Soerat Al-Falaq: 1 - 5].
[Zeg: “Ik zoek mijn toevlucht tot de Heer der mensen. De Koning der mensen. De God der mensen. Tegen het kwaad van de wegsluipende fluisteraar (d.w.z. Shaitaan, deze trekt zich terug zodra Allah wordt herdacht). Degene die in de harten van de mensheid fluistert. Vanuit het midden der Djinn en mensen] [Soerat An-Naas: 1-6].
Na elke gebed [94]. [94] Aboe Dawoed, 2/86, nr. 1523, At-Tirmidhi, nr. 2903, An-Nasa’i, 3/68, nr. 1335, en zie: Sahieh At-Tirmidhi, 2/8. De drie soera's worden 'de Moe'awwidhat' genoemd. Zie: Fath al-Bari, 9/62."
((Allah! Er is geen god behalve Hij, de Levendige, de Onderhouder. Hem overvalt geen sluimering of slaap. Van Hem is wat in de hemelen en wat op aarde is. Wie is het die bij Hem zal bemiddelen, behalve met Zijn toestemming? Hij weet wat voor hen is en wat achter hen is en zij omvatten niets van Zijn kennis, behalve wat Hij wil. Zijn Troon omvat de hemelen en de aarde en het bewaren ervan vermoeit Hem niet. En Hij is de Verhevene, de Grote)) [Al-Baqarah:255] Na iedere gebed [95]. [95] Wie dit na elke gebed reciteert, zal niet verhinderd worden het paradijs binnen te gaan, behalve door de dood. An-Nasa’i in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 100, en Ibn al-Soenni, nummer 121, authentiek verklaard door Al-Albani in Sahih al-Jami’, 5/339, en Silsilat al-Ahadith As-Sahihah, 2/697, nummer 972 en het vers nummer 255 van Soera Al-Baqarah.
((Er is geen god dan Allah, de Enige, zonder Partner. Hem behoort het koninkrijk en Hem behoort de lof. Hij geeft leven en brengt de dood en Hij heeft macht over alles))
La ilaha illal-lah wahdahoe laa sharieka lahoe, lahoel moelkoe wa lahoel hamdoe joehjie wa joemietoe wa hoewa alaa koellie shei-in kadier. Tien keer na het gebed van Maghrib en Fajr [96]. [96] Overgeleverd door At-Tirmidhi, 5/515, nummer 3474 en Ahmed, 4/227, nummer 17990, zie de verklaring in: Zad Al-Ma'ad 1/300.
((O Allah, ik vraag U om nuttige kennis, goede voorziening en aanvaardbare daden))
Allahoemma innie as-aloeka 'ilman nafi-'an, wa rizkan tajjiban, wa 'amalan moetakabbalan. Na de vredesgroet van het Fadjr gebed [97]. [97] Overgeleverd door Ibn Majah, nummer 925 en An-Nasa'i in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 102, zie: Sahih Ibn Majah, 1/152, en Majma' Az-Zawa'id, 10/111 en het zal later komen bij nummer 95.
Doe'a Al-Istikhara
Jabir ibn Abdillah (moge Allah tevreden met hen zijn) zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) onderwees ons Istikhara voor alle zaken zoals hij ons een soera uit de Koran onderwees en hij zei: Wanneer één onder jullie zich voorneemt een zaak te ondernemen, laat hem dan twee rak'ats bidden buiten het verplichte gebed en laat hem vervolgens zeggen: O Allah, ik vraag U om leiding door Uw alomvattende kennis; ik smeek U om kracht en vermogen door Uw oneindige macht; en ik vraag U uit Uw onmetelijke gunst. Want waarlijk, U vermag alles, terwijl ik niets vermag; U weet alles, terwijl ik niet weet; en U bent de Alwetende van al het verborgene. O Allah, indien U weet dat deze zaak — hier noemt men zijn behoefte of aangelegenheid — goed voor mij is in mijn geloof, mijn levensonderhoud en het uiteindelijke gevolg van mijn zaken — of: in het nabije en het verre, in het heden en in de toekomst — beschik haar dan voor mij, maak haar voor mij gemakkelijk en schenk er vervolgens Uw zegen over. En indien U weet dat deze zaak schadelijk voor mij is in mijn geloof, mijn levensonderhoud en het uiteindelijke gevolg van mijn zaken — of: in het nabije en het verre, in het heden en in de toekomst — wend haar dan van mij af en wend mij van haar af; bepaal vervolgens voor mij het goede, waar het zich ook bevindt en maak mij daarna tevreden met hetgeen U voor mij beschikt. [98] Al-Boekhari, 7/162, nummer 1162.
Allahoemma inni astackieroeka biʿilmika, wa astaqdiroeka biqoedratika, wa as'aloeka min fadlika al-ʿadhiem; fa-innaka taqdiroe wa la aqdiroe, wa taʿlamoe wa la aʿlamoe, wa anta ʿallamoe al-ghoeyoeb. Allahoemma in koenta taʿlamoe anna hadha al-amr — wa yoesammi hajatahoe — khayroen li fi dieni wa maʿashi wa ʿaqibati amri — aw qala: ʿajilihi wa ajilihi — faqdoerhoe li wa yassirhoe li, themma barik li fih. Wa in koenta taʿlamoe anna hadha al-amra sharroen li fi dieni wa maʿashi wa ʿaqibati amri — aw qala: ʿajilihi wa ajilihi — fasrifhoe ʿanni wasrifni ʿanhoe, waqdoer liya al-khayra haythoe kana, thomma ardini bih.
En niemand heeft spijt gehad die de Schepper heeft geraadpleegd, de gelovige schepselen heeft geconsulteerd en standvastig was in zijn zaak, want Allah (verheven zij Hij) heeft gezegd: [En raadplegen hen bij het nemen van beslissingen En als je een besluit hebt genomen, stel dan je vertrouwen in Allah] [99]. [99] Soera Al Imran, vers 159.
Ad-Dhkaar van de ochtend en de avond
De lof behoort alleen aan Allah en de zegeningen en vrede zij met degene bij wie er geen profeet na hem is[100]. [100] Anas rapporteert: "Het is voor mij liever om te zitten met een groep die Allah, de Verhevene, gedenkt van het ochtendgebed totdat de zon opkomt, dan om vier van de kinderen van Ismaël te bevrijden. En het is voor mij liever om te zitten met een groep die Allah herinnert van de middaggebed totdat de zon ondergaat, dan om vier te bevrijden." Aboe Dawoed, nummer 3667, en geauthentiseerd door Al-Albani in Sahih Aboe Dawoed, 2/698.
Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de vervloekte satan.
(Allah! Er is geen godheid dan Hij (die het recht heeft aanbeden te worden), de eeuwig Levende, de Zelfstandige. Sluimer noch slaap kan Hem treffen. Hij is de Bezitter van de hemelen en de aarde en al wat er zich in bevindt. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn toestemming? Hij kent wat er voor hen is en wat er achter hen is. Zij kunnen niets van Zijn kennis onthullen, tenzij Hij dat wil. Zijn troon strekt zich uit (ver) over de Hemelen en de Aarde, (maar) het waken hierover vermoeit Hem helemaal niet. Hij is de meest Verhevene, de Almachtige) [101]. [Al-Baqarah: 255] [101]. [101] Soera Al-Baqarah vers 255. Wie dit zegt bij het ochtendgloren, wordt beschermd tegen de djinn totdat de avond valt en wie het zegt bij de avond, wordt beschermd tegen hen totdat de ochtend aanbreekt. Dit werd overgeleverd door Al-Hakim, 1/562, en geauthenticeerd door Al-Albani in Sahih al-Targhib wa At-Tarhib, 1/273, en wordt toegeschreven aan An-Nasa’i en At-Tabarani, die zei: ((De keten van overleveraars van At-Tabarani is goed)).
(Zeg: “Hij is Allah, de Enige Allah is Zichzelf- genoeg, Eeuwig Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt En niemand is Hem in enig opzicht gelijk) [Soerat Al-Ikhlas: 1 - 4].
(Zeg: “Ik zoek mijn toevlucht tot de Heer van de dageraad Tegen het kwaad dat Hij geschapen heeft En tegen het kwaad van de duisternis wanneer deze zich verspreid En tegen het kwaad van degenen die op knopen blazen (de magiërs) tegen het kwaad van de jaloerse wanneer deze jaloers is) [Soerat Al-Falaq: 1 - 5].
(Zeg: “Ik zoek mijn toevlucht tot de Heer der mensen De Koning der mensen De God der mensen Tegen het kwaad van de wegsluipende fluisteraar Degene die in de harten van de mensheid fluistert Vanuit het midden der Djinn en mensen) [Soerat An-Naas: 1-6] (Drie keren) [102]. [102] Wie het drie keer zegt bij het ochtendgloren en bij de avond, wordt van alles beschermd. Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/322, nummer 5082 en At-Tirmidhi, 5/567, nummer 3575, zie ook: Sahih At-Tirmidhi, 3/182.
((Wij zijn de ochtend ingegaan en het koninkrijk behoort aan Allah, en alle lof is voor Allah. Er is geen god dan Allah, de Enige, zonder deelgenoot. Van Hem is het koninkrijk en van Hem is de lof en Hij is over alles machtig. Mijn Heer, ik vraag U het beste van deze dag en het beste van wat erna komt, en ik zoek toevlucht bij U voor het kwaad van deze dag en het kwaad van wat erna komt. Mijn Heer, ik zoek toevlucht bij U voor luiheid en de slechte eigenschappen van ouderdom. Mijn Heer, ik zoek toevlucht bij U voor de straf in het Vuur en de straf in het graf))[103]. [103] Moslim, 4/2088, nummer 2723.
Asbahnaa wa asbahal moelkoe lillaah, wal hamdoe lillaah, laa ielaaha iellallaah wahdahoe laa sjarieka lah, lahoel moelkoe wa lahoel hamdoe wa hoewa ala koellie shai-in kadier, rabbie as-aloeka khaira maa fie haazal jawm wa khaira maa ba-dah, wa a-oezoe bieka mien sharrie maa fie hadh al-jaum wa sharrie aa ba'-dah, rabbie' a-oedhoe bieka mienal kasalie wa soe-iel kiebar, rabbie a-oedhoe bieka mien adhaabien fien-naar wa adhaabien fiel kabr.
En wanneer hij de avond ingaat, zegt hij: "Amsayna wa amsa al-moelkoe lillah, wal-hamdoe lillah. La ilaha illa Allah wahdahoe la sharieka lah. Lahoe al-moelkoe wa lahoe al-hamd, wa hoewa ʿala koelli shay'in qadier. Rabbi as'aloeka khayra ma fi hadhihi al-laylah, wa khayra ma baʿdaha, wa aʿoedhoe bika min sharri ma fi hadhihi al-laylah, wa sharri ma baʿdaha. Rabbi aʿoedhoe bika mina al-kasali wa soe'i al-kibar. Rabbi aʿoedhoe bika min ʿadhabin fi an-nar wa ʿadhabin fi al-qabr." [104]. [104] De eerdere referentie.
Amseina wa amsal-moelkoe lillaah, wal-hamdoe lillaah, laa ielaaha illallaahoe wahdahoe laa sharieka lahoe, lahoel-moelkoe wa lahoel-hamdoe wa hoewa alaa koellie shei-in kadier, rabbie as-aloeka kheira maa fie haadiehil-leila, wa kheira maa ba-dahaa, wa a-oe-doe bieka min sharrie maa fie haadiehil-leila, wa sharrie maa ba-dahaa, rabbie a-oe-doe bieka mienal-kasal wa soe-il-kiebar, rabbie a-oe-doe bieka min 'a-daabin fin-nar wa a-dabin fil-kabr.
(O Allah, door U zijn wij de ochtend ingegaan, door U zijn wij de avond ingegaan, door U leven wij, door U sterven wij en tot U is de opstanding) [106]. [105] At-Tirmidhi, 5/466, nummer 3391, en zie: Sahih At-Tirmidhi 3/142.
Allahoemma bieka asbahnaa, wa bieka amsainaa, wa bieka nahjaa, wa bieka namoetoe wa ielaika an-noeshoer.
En wanneer hij de avond ingaat, zegt hij: ((O Allah, door U zijn wij de avond ingegaan, door U zijn wij de ochtend ingegaan, door U leven wij, door U sterven wij en tot U is de bestemming)) [106]. [106] De vorige bron.
Allahoemma bika amsainaa, wa bika asbahnaa, wa bika nahjaa, wa bika namoetoe, wa ilaika al-masier.
((Allah, U bent mijn Heer, er is geen god behalve U. U hebt mij geschapen en ik ben Uw dienaar. Ik ben vastbesloten mijn belofte en verbintenis aan U na te komen voor zover ik kan. Ik zoek bescherming bij U tegen het kwaad van wat ik heb gedaan. Ik erken [107] Uw gunsten jegens mij en ik erken mijn zonden. Vergeef mij, want niemand vergeeft de zonden behalve U))[108]. [107] Lees en Erken. [108] Wie dit met overtuiging zegt wanneer hij de avond ingaat en diezelfde nacht sterft, zal het paradijs binnengaan. Hetzelfde geldt wanneer hij de ochtend ingaat." (Overgeleverd door Al-Boekhari, 7/150, nr. 6306).
((O Allah, ik ben de ochtend ingegaan en getuig bij U en ik getuig bij de dragers van Uw Troon, Uw engelen en al Uw schepselen, dat U Allah bent, er is geen god dan U, U alleen en dat Mohammed Uw dienaar en boodschapper is)).
Allahoemma innie asbahtoe oesh-hidoeka, wa oesh-hidoe hamalata 'arshika, wa malaa-ikatika, wa djamie-a chalkika, annaka anta Allahoe laa ilaha illaa anta wahdaka laa sharieka laka, wa anna Mohammadan abdoeka wa rasoeloek. Vier keren [109]. [109] Wie het zegt wanneer hij de ochtend of de avond vier keer zegt, bevrijdt Allah hem van het vuur. Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/317, nummer 5071, en door Al-Boekhari in Al-Adab Al-Moefrad, nummer 1201, en door An-Nasa'i in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 9 en door Ibn As-Soenni, nummer 70. Het is door Zijne Eminentie Sheikh Ibn Baz (moge Allah zijn ziel genadig zijn) als authentiek beoordeeld in de overlevering van An-Nasa'i en Aboe Dawoed, in 'Toehfat al-Akhyaar', bladzijde 23."
En wanneer hij de avond ingaat, zegt hij: ((O Allah, ik ben de avond ingegaan en getuig bij U en ik getuig bij de dragers van Uw Troon, Uw engelen en al Uw schepselen, dat U Allah bent, er is geen god dan U, U alleen, zonder deelgenoten en dat Mohammed Uw dienaar en boodschapper is))
Allahoemma innie amseitoe oesh-hidoeka, wa oesh-hidoe hamalata 'arshika, wa malaa-ikatika, wa djamie-a khalqika, annaka antallahoe la ilaha illa anta wahdaka la sharieka laka, wa anna mohammadan abdoeka wa rasoeloek. Vier keren [110]. [110] Vorige referentie.
((O Allah, wat er met mij is gekomen in de ochtend "Van zegeningen of van een van uw schepselen, het komt van U alleen, zonder enige deelgenoot. Voor U is de lof en voor U is de dankbaarheid))[111]. [111] Wie dit zegt wanneer hij de ochtend ingaat, heeft de dankbaarheid voor zijn dag vervuld en wie dit zegt wanneer hij de avond ingaat, heeft de dankbaarheid voor zijn nacht vervuld. Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/318, nummer 5075 en door An-Nasa'i in de werken van de dag en de nacht, nummer 7 en door Ibn As-Soenni, nummer 41, en door Ibn Hibban, 'Al-Mawared', nummer 2361. Het werd door Ibn Baz (moge Allah zijn ziel genadig zijn) als authentiek beoordeeld in 'Toehfat al-Akhyaar', bladzijde 24.
Allahoemma ma asbaha bie min ni'matin aw bi-ahadin min khalkiqa faminka wahdaka laa sharieka lak, falakal hamdoe walakashoekr
En wanneer hij de avond ingaat, zegt hij: «O Allah, wat er met mij is gekomen in de avond van zegeningen of van een van Uw schepselen, het komt van U alleen, zonder enige deelgenoot. Voor U is de lof en voor U is de dankbaarheid»[112]. [112] De eerdere bron.
Allahoemma ma amsa bie min ni'matin aw bi-ahadin min khalqika fa-minka wahdaka la sharieka laka, fa-lakal hamdoe wa-lakashoekr.
((O Allah, genees mijn lichaam, O Allah, genees mijn gehoor, O Allah, genees mijn gezichtsvermogen, er is geen god dan U. O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen ongeloof, armoede, en ik zoek toevlucht bij U tegen de straf van het graf, er is geen god dan U))
Allahoemma aafienie fie badanie, Allahoemma aafienie fie sam-ie, Allahoemma aafienie fie basarie, la ielaha illaa anta, Allahoemma innie a-oe'dhoe bieka mienal koefrie, wal faqrie, wa a-oe-dhoe bieka mien adhaabiel kabrie, laa ielaaha illaa ant. Drie keren [113]. [113] Aboe Dawoed, 4/324, nummer 5092, en Ahmed, 5/42, nummer 20430, en An-Nasa'i in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 22, en Ibn As-Soenni, nummer 69, en Al-Boekhari in Al-Adab al-Moefrad, nummer 701. Het werd door de geleerde Ibn Baz (moge Allah zijn ziel genadig zijn) als authentiek beoordeeld in 'Toehfat al-Akhyaar', bladzijde 26.
(Allah is voor mij genoeg, er is geen god dan Hij. Op Hem heb ik vertrouwd en Hij is de Heer van de Grote Troon)
Hasbie-allah, la ielaha iella hoewa, aleihie tawakkaltoe, wa hoewa rabboel arshiel adhiem. (Zeven keer)[114]. [114] Wie dit zegt wanneer hij de ochtend of de avond ingaat, zeven keer, Allah zal hem voldoende zijn in wat hem zorgen baart betreffende zaken van deze wereld en het Hiernamaals. Overgeleverd door Ibn As-Soenni, nummer 71 (marfoe’) en door Aboe Dawoed (Maukoef), 4/321, nummer 5081. De keten van overleveraars is als authentiek beoordeeld door Shoe'aib en Abdelqader Al-Arna’oet. Zie: Zad al-Ma’ad 2/376.
((O Allah, ik vraag U om vergiffenis en welzijn in deze wereld en in het Hiernamaals. O Allah, ik vraag U om vergiffenis en welzijn in mijn geloof, mijn wereldse zaken, mijn familie en mijn bezit. O Allah, bedek mijn gebreken en stel mij gerust in mijn angsten. O Allah, bescherm mij van voren, van achteren, van mijn rechterkant, van mijn linkerkant en van boven. En ik zoek toevlucht bij Uw Majesteit tegen een aanval van onder mij)) [115]. [115] Overgeleverd door Aboe Dawoed, nummer 5074, en Ibn Majah, nummer 3871. Zie: Sahih Ibn Majah, 2/332.
((O Allah, Wetende van het verborgen en het zichtbare, Schepper van de hemelen en de aarde, Heer van alles en zijn Koning, ik getuig dat er geen god is behalve U, ik zoek toevlucht bij U voor de kwaad van mijn ziel, en voor de kwaad van de duivel en zijn strikken, en dat ik geen kwaad zou begaan tegen mezelf of het naar een moslim zou leiden))[116]. [116] Overgeleverd door At-Tirmidhi, nummer 3392, en Aboe Dawoed, nummer 5067. Zie ook: Sahih At-Tirmidhi, 3/142."
Allahoemma aalimal gaibi was-sjahaadati faatiras samawaati wal-ardi, rabba koelli sjai-in wa maliekahoe, ash-hadoe an laa ilaaha illaa anta, a-oedhoe bika min sharri nafsie, wa min shar-rish shaitaani wa sharakihi, wa an aktarifa 'ala nafsie soe-an, aw adjoerrahoe ilaa moeslim.
((In de naam van Allah, bij wiens naam niets in de aarde noch in de hemel schade kan toebrengen en Hij is de Alhorende, de Alwetende.))
Bismillaahiel ladhie la jadoerroe ma'a-asmihie shai-oen, fiel ardie wa la fies samaa-ie, wa hoewas samie-oel a-liem. Drie keren [117]. [117] Wie dit drie keer zegt in de ochtend en drie keer in de avond, niets zal hem schaden. Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/323, nummer 5088; At-Tirmidhi, 5/465, nummer 3388; Ibn Majah, nummer 3869; en Ahmed, nummer 446. Zie: Sahih Ibn Majah, 2/332. De keten van overleveraars is als goed beoordeeld door de geleerde Ibn Baz (moge Allah tevreden zijn met hem) in Toehfat al-Akhyar, p. 39.
((Ik ben tevreden met Allah als mijn Heer, met de Islam als mijn religie, en met Mohammed (vrede zij met hem) als mijn Profeet))
Radietoe billaahie rabban, wa bil islamie dienan, wa bie moehammadin salallahoe alaihie wa sallam nabiejan. Drie keren [118]. [118] Wie dit drie keer zegt in de ochtend en drie keer in de avond, het is aan Allah verplicht om hem op de Dag der Opstanding tevreden te stellen. Overgeleverd door Ahmed, 4/337, nummer 18967; An-Nasa’i in ‘Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 4; Ibn As-Soenni, nummer 68; Aboe Dawoed, 4/318, nummer 1531; en At-Tirmidhi, 5/465, nummer 3389. Het is als goed beoordeeld door de geleerde Ibn Baz (moge Allah tevreden zijn met hem) in Toehfat Al-Akhyar, p. 39.
((O Levende, O Zelfstandige! Door Uw genade zoek ik hulp. Breng al mijn zaken in orde en laat mij niet aan mezelf over, zelfs niet voor een oogwenk))[119]. [119] Overgeleverd door Al-Hakim, die het als authentiek beoordeelde, en Ad-Dahabi stemde daarmee in (Al-Moestadrak, 1/545). Zie ook Sahih at-Targhib wat-Tarhib, 1/273.
Ya Hayyoe ya Qayyoem, bi rahmatika astaghietoe, aslih lie sha'nie koellahoe, wa la takilnie ila nafsie tarfata 'ain.
((Wij zijn de ochtend ingegaan en het koninkrijk behoort aan Allah, de Heer van de werelden. O Allah, ik vraag U om het goede van deze dag: zijn overwinning, zijn hulp, zijn licht, zijn zegeningen en zijn leiding. En ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad ervan en tegen het kwaad dat erop volgt))[120]. [120] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/322, nummer 5084, met een authentieke keten van overlevering volgens Shoe'aib en Abd Al-Qaadir Al-Arna’oet in hun verificatie van Zaad al-Ma’aad, 2/373.
Asbahnaa wa asbahal moelkoe lillahie rabbiel 'alamien, Allahoemma iennie as-aloeka khaira hadal jawmie: fathahoe, wa nasrahoe, wa noerahoe, wa barakatahoe, wa hoedaahoe, wa a-oedoe bieka mien sharrie ma fiehie wa sharrie ma ba'-daha.
En wanneer hij de avond ingaat, zegt hij: ((Wij zijn de avond ingegaan en het koninkrijk behoort aan Allah, de Heer van de werelden. O Allah, ik vraag U om het goede van deze nacht: haar overwinning, haar hulp, haar licht, haar zegeningen en haar leiding. En ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad ervan en tegen het kwaad dat erop volgt)) [121]. [121] De vorige bron.
Amseinaa wa Amsa al-moelkoe lillaahie rabbiel aalamien, Allaahoemma innie as-aloeka kheira hadhiehiel leilah: fathahaa, wa nasrahaa, wa noerahaa, wa barakatahaa, wa hoedaha, wa a-oedhoe bieka min sharrie ma fieha, wa sharrie ma ba-dahaa.
((Wij zijn de ochtend ingegaan met de natuurlijke aanleg van de Islam, met het woord van oprechte toewijding, met de religie van onze profeet Mohammed (vrede zij met hem) en met de levenswijze van onze vader Ibrahim, die oprecht en een overgegeven dienaar was en niet tot de afgodendienaren behoorde))[122]. [122] Overgeleverd door Ahmed, 3/406 en 407, nummers 15360 en 15563, en door Ibn as-Soennie in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 34. Zie ook: Sahieh al-Jaami’, 4/209.
Asbahna 'ala fitratil islam, wa ala kalimatil ikhlaas, wa 'ala dieni nabiejienaa mohammadin sallallaa-hoe aleihie wa sallam, wa 'ala millati abienaa ibrahim, haniefan moesliman wa maa kaana minal moeshrikien.
En wanneer hij de avond ingaat, zegt hij: ((Wij zijn de avond ingegaan met de natuurlijke aanleg van de Islam, met het woord van oprechte toewijding, met de religie van onze profeet Mohammed (vrede zij met hem) en met de levenswijze van onze vader Ibrahim, die oprecht en een overgegeven dienaar was en niet tot de afgodendienaren behoorde))[123]. [123] Vorige referentie.
Amsaina 'ala fitratil islam, wa 'ala kalimatil ikhlaas, wa 'ala dieni nabiejina mohammadin, sallallaahoe alaihi wa sallam, wa ala millati abiena ibrahim, haniefan moesliman wa maa kaana minal moesjrikien.
"Glorie zij Allah en geprezen is Hij."
Soebhanallahie wa biehamdih Honderd keer[124]. [124] Wie dit honderd keer zegt in de ochtend en de avond, zal op de Dag des Oordeels niemand aantreffen die beter is gekomen dan hij, behalve iemand die hetzelfde heeft gezegd of meer heeft gezegd. Overgeleverd door Moslim, 4/2071, nummer 2692.
La ilaha illallah wachdahoe la sharieka lahoe, lahoel moelkoe wa lahoel alhamd, wa hoewa 'ala koelli shai-in kadier. Tien keren [125], of één keer bij luiheid [126]. [125] Overgeleverd door An-Nasa'i in "'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 24. Zie ook: Sahih al-Targhib wa al-Tarhib, 1/272, en Al-Toehfah al-Akhiyar van Ibn Baz (moge Allah hem genadig zijn) pagina 44. Zie ook het voordeel ervan op pagina 146, hadith nummer 255. [126] Overgeleverd door Aboe Dawoed, nummer 5077, Ibn Majah, nummer 3798, en Ahmed, nummer 8719. Zie ook: Sahih al-Targhib wa al-Tarhib, 1/270, Sahih Aboe Dawoed, 3/957, Sahih Ibn Majah, 2/331, en Zad al-Ma'ad, 2/377.
""La ilaha illa Allah, wahdahoe la sharika lah, lahoe l'moelkoe wa lahoe l'hamd, wa hoewa 'ala koelli shai'in qadir". (Er is geen god dan Allah, Hij is de Enige, zonder deelgenoten. Aan Hem behoort het Koninkrijk en alle lof komt Hem toe. Hij heeft macht over alle dingen)."
La i-la-ha il-lal-lah, wah-da-hoe laa sha-rie-ka la-hoe, la-hoel moelk wa la-hoel hamd wa hoe-wa a-la koel-li shai-in ka-dier. (Honderd keer) wanneer de ochtend aanbreekt[127]. [127] Wie dit honderd keer zegt op die dag, voor hem zal het gelijk zijn aan het bevrijden van tien slaven en er zal hem honderd goede daden worden geschreven en honderd slechte daden worden uitgewist. En het zal hem beschermen tegen de duivel op die dag tot de avond valt en niemand zal komen met iets beters dan wat hij heeft gezegd, tenzij iemand meer doet dan dit. Overgeleverd door Al-Boekhari, 4/95, nummer 3293 en Moeslim, 4/2071, nummer 2691.
((Glorifieer Allah en prijst Hem: het aantal van Zijn schepselen, en Zijn welbehagen, en het gewicht van Zijn Troon, en de inkt van Zijn Woorden))
Soebhanal lahie wa biehamdih: 'adada khalkih, wa riedaa nafsih, wa zienata arshih, wa miedada kaliemaatih Drie keren in de ochtend [128]. [128] Overgeleverd door Moslim, 4/2090, nummer 2726.
((O Allah, ik vraag U om nuttige kennis, goede voorziening, en aanvaard werk))
Allahoemma innie as-aloeka ilman nafi-'an, wa rizkan tajjiban, wa amalan moetakabbalan. Wanneer hij de ochtend ingaat[129]. [129] Overgeleverd door Ibn As-Soenni in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 54, en Ibn Majah, nummer 925. De keten is verbeterd door Abdoel Qadir en Shoe'aib Al-Arna'oet in de editie van "Zad al-Ma'ad", 2/375, en eerder genoemd in nummer 73.
""Ik vraag Allah om vergiffenis en wend mij tot Hem.""
Astakhfieroellaaha wa atoeboe ielaijh Honderd keer op een dag[130]. [130] Overgeleverd door Al-Boekhari met Al-Fath, 11/101, nummer 6307, en Moeslim, 4/2075, nummer 2702.
Ah-oe-dhoe bi-ka-li-maa-til laa-hit taam-maa-ti min shar-ri maa kha-lak Drie keren in de avond [131]. [131] Wie dit drie keer zegt bij het begin van de avond, zal geen schade ondervinden van de gevaarlijke hitte die nacht. Overgeleverd door Ahmed, 2/290, nummer 7898, An-Nasa'i in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 590, Ibn As-Soenni, nummer 68. Zie: Sahih At-Tirmidhi, 3/187, en Sahih Ibn Majah, 2/266, en "Toehfat al-Akhiyar" van Ibn Baz, blz. 45.
"O Allah, zegen en geef vrede aan onze Profeet Mohammed"
Allahoemma salli wa sallim alaa nabiejinaa Mohammed (10 keren)[132]. [132] ((Wie tien keer op de ochtend en tien keer op de avond zegt, zal mijn voorspraak ontvangen op de Dag des Oordeels)) Overgeleverd door At-Tabarani in twee authentieke ketens, zie: "Majma' Az-Zawa'id", 10/120, en "Sahih al-Targhib wa al-Tarhib", 1/273.
Ad-Dkaar bij het slapen:
Hij verzamelt zijn beide handen, blaast daarin en leest daarin: ((Zeg: Hij is Allah, de Ene, Allah de Eeuwige, de Onafhankelijke (waarvan allés en iedereen afhankelijk is) 2 Hij heeft niet verwekt en werd niet verwekt 3 En er is niemand die gelijk aan Hem is)). [Soerat Al-Ikhlas: 1 - 4].
((Zeg: “Ik zoek mijn toevlucht tot de Heer van de dageraad. Tegen het kwaad dat Hij geschapen heeft. En tegen het kwaad van de duisternis wanneer deze zich verspreid. En tegen het kwaad van degenen die op knopen blazen (de magiërs). En tegen het kwaad van de jaloerse wanneer deze jaloers is)). [Soerat Al-Falaq: 1 - 5].
((Zeg: “Ik zoek mijn toevlucht tot de Heer der mensen. De Koning der mensen. De God der mensen. Tegen het kwaad van de wegsluipende fluisteraar. Degene die in de harten van de mensheid fluistert. Vanuit het midden der Djinn en mensen)) [Soerat An-Naas: 1-6]
Vervolgens veegt hij met hen (zijn handen) over zoveel mogelijk van zijn lichaam, beginnend met zijn hoofd, gezicht en wat van zijn lichaam naar voren wijst. (Dit doet hij drie keer)[133]. [133] Al-Boekhari met al-Fath, 9/62, nummer 5017, en Moeslim, nummer 2192.
((Allah, er is geen god dan Hij, de Levende, de Onderhouder. Slaperigheid of slaap komt Hem niet over. Van Hem is wat er in de hemelen en wat er op aarde is. Wie is degene die bij Hem kan bemiddelen, behalve met Zijn toestemming? Hij weet wat voor en achter hen ligt en zij omhullen niets van Zijn kennis, behalve wat Hij wil. Zijn Troon omvat de hemelen en de aarde, en het bewaren daarvan is Hem niet zwaar en Hij is de Verhevene, de Grootste)) [136]. [Al-Baqarah:255] [134]. [134] Soera Al-Baqara, vers 255: Wie het reciteert wanneer hij zich naar zijn bed begeeft, zal voortdurend onder bescherming van Allah staan en geen satan zal hem naderen tot de ochtend aanbreekt. (Al-Boekhari met Al-Fath, 4/487, nr. 2311).
((De Boodschapper Mohammed (bevestigt) en gelooft in (de Koran) die naar hem werd gezonden door zijn Heer. En dit doen de gelovigen ook. Ieder van hen gelooft in Allah, Zijn Engelen, Zijn Boeken en Zijn Boodschappers. Zij zeggen: “Wij maken geen onderscheid tussen Zijn Boodschappers.” En zij zeggen: “Wij luisteren (naar hun bevelen) en gehoorzamen. Wij vragen om Uw vergeving, onze Heer. En tot U zullen allen terugkeren.” (na de Wederopstanding) Allah belast niemand boven zijn vermogen. Hij ontvangt beloning voor (het goede) wat hij verricht heeft en (alléén) voor hem is de bestraffing voor wat hij doet. “Onze Heer! Straf ons niet voor wat wij (onopzettelijk) vergeten of wat wij fout doen. Onze Heer! Leg ons geen last op zoals U wel hebt gedaan bij diegenen die ons zijn voorgegaan. Onze Heer! Leg ons geen lasten (en beproevingen) op die wij niet kunnen dragen. Wis onze zonden en schenk ons vergiffenis op basis van Uw barmhartigheid. U bent onze Beschermer en Behoeder. Laat ons (daarom) de overwinning behalen op de ongelovigen, (in woord en daad) [137]. [Al-Baqarah:285-286] [135]. [135] Wie deze twee verzen gedurende de nacht reciteert, zullen zij voor hem voldoende zijn. (Al-Boekhari met Al-Fath, 9/94, nr. 4008, en Moeslim, 1/554, nr. 807; de twee verzen zijn uit Soerat Al-Baqara, 285-286).
((Met Uw Naam [136], mijn Heer, leg ik mijn zij neer, en met Uw hulp hef ik haar op. Als U mijn ziel vasthoudt, schenk haar dan genade. En als U haar terugzendt, bescherm haar dan met datgene waarmee U Uw rechtschapen dienaren beschermt))[137]. [136] ((Wanneer een van jullie opstaat van zijn bed en er vervolgens naar terugkeert, laat hem het dan drie keer afstoffen met de zoom van zijn kleed en Allah's Naam noemen, want hij weet niet wat er na hem op terechtgekomen is. En als hij gaat liggen, laat hem dan zeggen:..." (einde van de overlevering). [Met betrekking tot 'de zoom van zijn kleed': het verwijst naar de rand die dicht bij de boord ligt]. (An-Nihaya fi Gharib Al-Hadith wa Al-Athar, "Sanif"). [137] Overgeleverd door Al-Boekhari met Al-Fath, 11/126, nr. 6320; en Moeslim, 4/2084, nr. 2714.
Bismika rabbie wadda'toe djanbie, wa bieka arfa-oehoe, fa-in amsakta nafsie farhamha, wa-in arsaltaha fahfadh-haa, biemaa tahfadhoe bi-hie 'iebadakas-saaliehien.
((O Allah, U hebt mijn ziel geschapen en U bent Degene die haar zal nemen. Aan U behoort haar leven en haar dood. Als U haar leven schenkt, bescherm haar dan. En als U haar laat sterven, vergeef haar dan. O Allah, ik vraag U om welzijn))[138]. [138] Overgeleverd door Moeslim, 4/2083, nr. 2712; en Ahmed met een soortgelijke formulering, 2/79, nr. 5502.
Allahoemma innaka khalakta nafsie wa anta tawaffaha, laka mamatoehaa wa mahjaahaa, in ahjaitahaa fahfadha, wa in amattahaa fagfir lahaa, Allahoemma innie as-aloeka al-afiejah.
((O Allah, behoed mij tegen [139] Uw straf op de Dag waarop U Uw dienaren zult doen opstaan))[140]. [139] ((De Profeet (vrede zij met hem) legde, wanneer hij wilde gaan slapen, zijn rechterhand onder zijn wang en zei dan: …” (einde van de overlevering). [140] Overgeleverd door Aboe Dawoed met deze formulering, 4/311, nr. 5045; en At-Tirmidhi, nr. 3398. Zie ook: Sahieh At-Tirmidhi, 3/143, en Sahieh Aboe Dawoed, 3/240.
Allahoemma kienie adhaabaka, jawma tab'atoe iebadak.
((In Uw naam, O Allah, sterf ik en leef ik))[141]. [141] Overgeleverd door Al-Boekhari met Al-Fath, 11/113, nr. 6324; en Moeslim, 4/2083, nr. 2711.
Bismikal lahoemma amoetoe wa ahjaa
"Glorie zij Allah
Soebhan Allah (Drieëndertig keer). Alle lof is voor Allah.
Walhamdoe lillah (Drieëndertig keer). En Allah is de grootste
Wallahoe akbar (34 keer) [142]. [142] Degene die dit zegt wanneer hij zich naar bed begeeft, zal dat beter voor hem vinden dan een dienaar. Overgeleverd door Al-Boekhari met Al-Fath, 7/71, nr. 3705; en Moeslim, 4/2091, nr. 2726.
((O Allah, Heer van de zeven hemelen en Heer van de aarde, Heer van de geweldige Troon, onze Heer en Heer van alles, Schepper van de korrel en de pit, en Openbaarder van de Torah, het Evangelie en de Furqan, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen het kwaad van alles waarvan U de controle in handen hebt. O Allah, U bent de Eerste, en er was niets vóór U. U bent de Laatste, en er is niets na U. U bent de Zichtbare, en er is niets boven U. U bent de Onzichtbare, en er is niets voorbij U. Vereffen voor ons de schulden en maak ons onafhankelijk van armoede))[143]. [143] Overgeleverd door Moeslim, 4/2084, nr. 2713.
Allahoemma rabbas-samawati as-sab'ie wa rabbal-ardie, wa rabbal-a'archiel-'adhiemie, rabbanaa wa rabba koellie shai-in, faliaal-habbie wan-nawaa, wa moenzilat-tawratie wal-indjielie, wal-foerqanie, a-'oedoe bika min sharrie koellie shai-in anta aakhidoen binasiyatiehie, Allahoemma antal-awwaloe faleisa qablaka shai-oen, wa antal-aachiroe faleisa ba-daka shai-oen, wa anta adhaahiroe faleisa fawqaqa shai-oen, wa anta al-batinoe falaisa doenaka shai-oen, ikdie annad-deina wa akhninaa minal-fakr.
((Alle lof is aan Allah, Die ons voorzag van zowel eten als drinken, ons beschermde en ons beschutte. Er zijn zoveel mensen die niemand hebben die hun beschermt of beschut)) [144] [144] Overgeleverd door Moeslim, 4/2085, nr. 2715.
Al-hamdoe lil-laahil-ladie at-'amanaa wa-saqaanaa, wa-kafaanaa, wa-awaanaa, fa-kam mim-man la kafija lahoe wa-laa moe-wie.
((O Allah, Kenner van het onzichtbare en het waarneembare, Schepper van de hemelen en de aarde, Heer en Meester van alles, ik getuig dat er geen god is behalve U. Ik zoek mijn toevlucht bij U tegen het kwaad van mijn ziel, het kwaad van de Satan en zijn misleiding en dat ik kwaad zou begaan tegen mijzelf of het kwaad zou veroorzaken voor een andere moslim))[145]. [145] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/317, nr. 5067; en At-Tirmidhi, nr. 3629. Zie ook: Sahieh At-Tirmidhi, 3/142.
Allahoemma aliemal ghaibie wash-shahaadatie faatieras-samawaatie wal-ard, rabba koellie shai-ien wa maliekahoe, ash-hadoe an laa ielaaha iellaa anta, a-oedhoe bieka mien sharrie nafsie, wa mien sharrie ash-shaitaanie wa shierkiehie, wa an aktariefa 'alaa nafsie soe-an, aw adjoerrahoe ielaa moesliem.
((Hij reciteert: Alif Laam Miem, de Openbaring van As-Sajdah, en Gezegend is Hij in Wiens hand de heerschappij ligt [Soera [146]. [146] Overgeleverd door At-Tirmidhi, nr. 3404; en An-Nasai in 'Amal Al-Yawm Wa Layla, nr. 707. Zie ook: Sahieh Al-Jami', 4/255.
((O Allah[147] , ik heb mij aan U overgegeven, mijn zaken aan U toevertrouwd, mijn gezicht naar U gewend en mijn rug tegen U geleund, verlangend naar en vrezend voor U. Er is geen toevlucht en geen redding van U behalve bij U. Ik geloof in Uw Boek dat U heeft neergezonden en in Uw Profeet die U heeft gezonden))[148]. [147] "Wanneer je je te ruste legt, verricht dan de wassing zoals je die voor het gebed doet, ga vervolgens op je rechterzijde liggen, en zeg: ..." (De hadieth). [148] De Profeet (vrede zij met hem) zei tegen degene die dit zei: ((Als je sterft, sterf je in een natuurlijke staat van overgave (fitra))) Overgeleverd door Al-Boekhari, met Al-Fath, 11/113, nr. 6313, en Moeslim, 4/2081, nr. 2710.
Allahoemma aslamtoe nafsie ilaik, wa fawwadtoe amrie ilaik, wa waddjahtoe wadjhie ilaik, wa aldjatoe dahrie ilaik, ragbatan wa rahbatan ilaik, laa maldja-a wa laa mandjaa minka illaa ilaik, aamantoe bi kitaabika alladie anzalta, wa bi nabiejika alladie arsalt.
Doe'a wanneer het zich 's nachts wendt.
((Er is geen god behalve Allah, de Ene, de Overweldigende, Heer van de hemelen en de aarde en wat zich daartussen bevindt, de Almachtige, de Vergevensgezinde))[149]. [149] Dit wordt gezegd wanneer men zich 's nachts van de ene zijde naar de andere draait. Overgeleverd door Al-Hakim, die het als authentiek classificeerde, met goedkeuring van Ad-Dahabi, 1/540; eveneens overgeleverd door An-Nasai in 'Amal Al-Yawm Wa Layla, nr. 202, en Ibn As-Soenni, nr. 757. Zie ook: Sahih Al-Jami, 4/213.
Laa ielaaha iellal-laahoel wahiedoe al-kahhaar, rabboes-samawatie wal-ardie wa ma beinahoemal aziezoe algaffaar.
Doe'a bij angst tijdens de slaap en voor wie geplaagd wordt door een gevoel van eenzaamheid.
((Ik zoek toevlucht bij de volmaakte woorden van Allah tegen Zijn toorn, Zijn bestraffing, het kwaad van Zijn dienaren, de influisteringen van de satanen en hun aanwezigheid))[150]. [150] Aboe Dawoed, 4/12, hadithnummer 3893; en At-Tirmidhi, hadithnummer 3528. Zie ook: Sahieh At-Tirmidhi, 3/171.
A'-oedhoe bie kalimatiel lahiet tammatie mien ga-da-bie-hie wa 'ie-qaa-bie-hie, wa shar-rie ie-ba-die-hie, wa mien ha-ma-zaa-tie ash sha-jaa-tie-nie wa an jah-doe-roen.
Wat te doen wanneer men een droom of een visioen ziet.
((Hij blaast naar zijn linkerzijde)) (drie keer)[151]. [151] Overgeleverd door Moeslim, 4/1772, nummer 2261.
((Hij zoekt zijn toevlucht bij Allah tegen de satan en tegen het kwaad van wat hij heeft gezien)) (drie keer)[152]. [152] Overgeleverd door Moeslim, 4/1772, 1773, nummer 2261 en nummer 2262.
A-'oedhoe bil-laahie mien ashshaitaanier radjiem
((Hij vertelt het aan niemand))[153]. [153] Overgeleverd door Moeslim, 4/1772, nummer 2261 en nummer 2263.
((Hij draait zich om van de zijde waarop hij lag))[154]. [154]Overgeleverd door Moeslim, 4/1773, nummer 2261.
((Hij staat op om te bidden, als hij dat wil))[155]. [155] Overgeleverd door Moeslim, 4/1773, nummer 2263.
Doe'a voor de Qoenoot in de Witr-gebed
((O Allah, leid mij onder degenen die U hebt geleid, schenk mij welzijn onder degenen die U welzijn hebt geschonken, neem mij onder Uw bescherming met degenen die U onder Uw bescherming hebt genomen, zegen voor mij wat U mij hebt geschonken en behoed mij voor het kwaad van wat U hebt beschikt. Voorwaar, U beschikt en er wordt niet over U beschikt. Niemand die U beschermt zal vernederd worden, [en niemand die U als vijand beschouwt zal geëerd worden]. Gezegend bent U, onze Heer, en Verheven))[156]. [156] Overgeleverd door de vier auteurs van de Soenan, Ahmed, Ad-Darimi, en Al-Bayhaqi: Aboe Dawoed, nummer 1425; At-Tirmidhi, nummer 464; An-Nasa'i, nummer 1744; Ibn Majah, nummer 1178; Ahmed, nummer 1718; Ad-Darimi, nummer 1592; al-Haakim, 3/172; al-Bayhaqi, 2/209. Wat tussen haakjes staat is van Al-Bayhaqi. Zie: "Sahih At-Tirmidhi", 1/144; "Sahih Ibn Majah", 1/194; en "Irwaa Al-Ghaliel" van Al-Albani, 2/172.
Allahoemma h-dienie fieman hadait, wa aafienie fieman aafait, wa tawallanie fieman tawallait, wa baarik lie fiemaa a-tait, wa kienie sharra ma qadait; fa-innaka takdie wa la joekdaa a-laik, innahoe laa jadhilloe man waalait, wa laa ja-'izzoe man aadait, tabaarakta rabbanaa wa ta-aalait.
((O Allah, ik zoek toevlucht bij Uw tevredenheid tegen Uw woede, bij Uw welzijn tegen Uw straf en ik zoek toevlucht bij U tegen U. Ik kan Uw lof niet volledig uiten; U bent zoals U uzelf heeft geprezen))[157]. [157] Overgeleverd door de vier auteurs van de Soenan en Ahmed: Aboe Dawoed, nummer 1427; At-Tirmidhi, nummer 3566; An-Nasa'i, nummer 1746; Ibn Majah, nummer 1179; Ahmed, nummer 751. Zie: "Sahih At-Tirmidhi", 3/180; "Sahih Ibn Majah", 1/194; en "Irwaa'", 2/175.
Allahoemma innie a'oedhoe biridaaka min sakhatika, wa bimoe-'afatika min 'oeqoebatika, wa a-oedhoe bika minka, laa oehsie thanaa-an 'aleika, anta kamaa athneita alaa nafsik.
((O Allah, U alleen aanbidden wij en voor U bidden wij en buigen wij in aanbidding. Naar U streven wij en in Uw dienst zijn wij, wij hopen op Uw genade en vrezen Uw straf. Zeker, Uw straf zal de ongelovigen treffen. O Allah, wij vragen Uw hulp, wij zoeken Uw vergiffenis, wij prijzen U voor het goede, wij zijn niet ondankbaar voor U, wij geloven in U, wij onderwerpen ons aan U, en wij verwerpen degene die U ontkent))[158]. [158] Overgeleverd door Al-Bayhaqi in de "As-Soenan Al-Koebra", met een gecorrigeerde keten van overleveringen, 2/211. Sheikh Al-Albani verklaarde in "Irwaa Al-Ghaliel" dat dit een authentieke keten is, 2/170. Het is een uitspraak van Omar.
Allahoemma iejjaaka na'-boed, wa laka noesallie wa nasdjoed, wa ielaika nas'aa wa nahfied, nardjoe rahmatak, wa nachshaa adhaabak, ienna adhaabaka biel-kaafieriena moelhiek, Allahoemma ienna nasta-'ienoek, wa nastafieroek, wa noesnie alaikal-khajr, wa laa nakfoeroek, wa noe-mienoe biek, wa na'khda-'oe lak, wa nachla'oe man jakfoeroek.
Ad-Dhikr na de salaam van de witr.
"Heilig is de Koning, de Heilige"
Soebhaanal maliki alkoeddoes Drie maal herhalen. En de derde keer dient hij het hardop te zeggen en zijn stem ermee te verlengen, zeggende: ((Heer van de engelen en de Geest))[159]. [159] Overgeleverd door An-Nasa'i, 3/244, nummer 1734, en Ad-Darimi, 2/31, en anderen, met de toevoeging tussen haakjes van Ad-Darimi 2/31, nummer 2 en de keten van overlevering is authentiek. Zie: Zaad al-Ma'ad, geverifieerd door Shoe'aib Al-Arna'oet en 'Abd al-Qadir al-Arna'oet, 1/337 .1
Rabbie almalaa-ikatie wa arroeh
Doe'a tegen bezorgdheid en verdriet.
((O Allah, ik ben Uw dienaar, de zoon van Uw dienaar, de zoon van Uw dienares. Mijn voorhoofd is in Uw hand. Uw oordeel over mij is onvermijdelijk en Uw besluit is rechtvaardig. Ik vraag U bij elke naam die U voor Uzelf hebt gekozen, of die U in Uw Boek hebt neergelegd, of die U een van Uw schepselen hebt geleerd, of die U in het onbekende bij U hebt bewaard, om het Koran als de lente van mijn hart, het licht voor mijn borst, de verlichting van mijn verdriet en de weg van mijn zorgen te maken))[160]. [160] Overgeleverd door Ahmed, 1/391, nummer 3712, en geverifieerd door Al-Albani in Silsilat Al-Ahadith As-Sahihah, 1/337.
Allahoemma innie abdoeka, ibnoe abdika, ibnoe amatika, naasijatie bijadika, maadin fiejja hoekmoeka, adloen fiejja kadaa-oeka, as-aloeka bi koellismin hoewa laka, sammaita bihie nafsaka, au anzaltahoe fie kitaabika, aw allamtahoe ahadan min khalkika, aw is-ta-tarta bihie fie 'ilmil-al-gaibi indaka, an tadja'al al-koraan rabie-a kalbie, wa noera sadrie, wa djalaa-a hoeznie, wa dhahaaba hammie.
((O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen bezorgdheid en verdriet, tegen zwakte en luiheid, tegen gierigheid en lafheid, tegen de overlast van schulden en de overheersing van mensen))[161] [161] Overgeleverd door Al-Boekhari, 7/158, nummer 2893. De boodschapper (vrede zij met hem) gebruikte deze smeekbede vaak. Zie: Al-Boekhari met al-Fath, 11/173, en later op bladzijde 89, nummer 137.
Allahoemma innie a-oedhoe bieka mienal hammie wal hazanie, wal adjzie wal kasalie, wal boechlie wal djoebnie, wa dala-ied dainie wa galabatier ridjaal
Doe'a tegen moeilijkheden
((Er is geen god dan Allah, de Majesteit, de Tolerante. Er is geen god dan Allah, de Heer van de Majesteit van de Troon. Er is geen god dan Allah, de Heer van de hemelen en de Heer van de aarde en de Heer van de edele Troon)) [162]. [162] Al-Boekhari, 7/154, nummer 6345, en Moeslim, 4/2092, nummer 2730.
Laa iellaha iellallaa al-adhiemoel haliem, la iellaha iellallaahoe rabboel arshiel adhiem, laa ielaaha iellallaahoe rabboe assamawaatie wa rabboel ardie wa rabboel arshiel kariem.
((O Allah, ik hoop op Uw genade, laat mij niet over aan mijn eigen zwakheid, zelfs niet voor een ogenblik en maak al mijn zaken goed. Er is geen god dan U))[163]. [163] Aboe Dawoed, 4/324, nummer 5090, en Ahmed, 5/42, nummer 20430, en Al-Albani bevestigde de authenticiteit in Sahih Aboe Dawoed, 3/959.
Allahoemma rah-mataka ardjoe, fala takilnie iela nafsie tarfata 'ain, wa aslih lie shanie koellahoe, la ielaha iellaa ant.
((Er is geen god dan U, Heilig Bent U, ik was werkelijk een van de onrechtplegers))[164]. [164] At-Tirmidhi, 5/529, nummer 3505, en Al-Hakim bevestigde het en Ad-Dahabi was het ermee eens, 1/505, en zie: Sahih At-Tirmidhi, 3/168.
Laa ielaha iellaa anta, soebhanaka, iennie koentoe mien adhaliemien.
((Allah, Allah is mijn Heer, ik maak geen enkele deelgenoot aan Hem)) [165]. [165] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 2/87, nummer 1525, en Ibn Majah, nummer 3882, en zie: Sahih Ibn Majah, 2/335.
Allahoe Allahoe rabbie, la oeshriekoe biehie shai-an.
Doe'a voor het ontmoeten van de vijand en degene met gezag.
((O Allah, wij plaatsen U in hun nekken en wij zoeken bescherming bij U tegen hun kwade daden))[166]. [166] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 2/89, nummer 1537, en geauthenticeerd door Al-Hakim en goedgekeurd door Ad-Dahabi, 2/142.
Allahoemma innaa nadj-'aloeka fie noehoerihim, wa na-oedhoe bika min shoeroerihim.
((O Allah, U bent mijn steun, en U bent mijn helper. Met U draai ik en met U ga ik te werk en met U strijd ik)) [167]. [167] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 3/42, nummer 2632, en At-Tirmidhi, 5/572, nummer 3584 en zie: Sahih At-Tirmidhi, 3/183.
Allahoemma anta 'adoedie, wa anta nasierie, bika ahoeloe wa bika asoeloe, wa bika oeqaatil.
((Allah is genoeg voor ons en Hij is de beste Beschermer))[168]. [168] Overgeleverd door Al-Boekhari, 5/172, nummer 4563.
Hasboenallaahoe wa ni'mal wakiel
Doe'a voor degene die vreest voor het onrecht van de heerser
((O Allah, Heer van de zeven hemelen en Heer van de grote troon, wees mijn beschermer tegen die persoon die zoon van die persoon en zijn volgelingen van Uw schepselen, zodat niemand van hen mijn schade toebrengt of zich tegen mij verheft. Verheven is Uw bescherming en groot is Uw lof, er is geen god behalve U)[169]. [169] Al-Boekhari in al-Adab Al-Moefrad, nummer 707 en authentiek bevonden door Al-Albani in Sahih Al-Adab Al-Moefrad, nummer 545.
Allahoemma rabbas-samawaati as-sab'i, wa rabbal-arsh al-adhiemi, koen lie djaaran min foelaani bni foelaanin, wa ahzaabihi min khalaa-ikika, an jafroeta alajja ahadoen minhoem aw jatgaa, azza djaaroeka, wa djalla thanaa-oeka, wa laa ilaaha illaa anta.
((Allah is de Grootste, Allah is Machtiger dan al Zijn schepselen, Allah is Machtiger dan datgene waarvoor ik vrees en voor datgene waar ik voor waak. Ik zoek toevlucht bij Allah, Degene tegen Wie er geen god is, de Bewaarder van de zeven hemelen zodat zij niet op de aarde vallen zonder Zijn toestemming, tegen het kwaad van Uw dienaar [naam], en zijn legers, volgelingen, metgezellen, zowel van de djinn als de mensen. O Allah, wees mijn beschermer tegen hun kwaad. Verheven is Uw lof en groot is Uw bescherming, gezegend is Uw naam, en er is geen god behalve U))
Allahoe akbar, Allahoe a-'azzoe min khalkihie djamie-an, Allahoe A-'Adhoe mim-maa achafoe wa ahadaroe, a'oedoe bil-laahiel-ladie laa ielaaha iella hoewa, al-moemsieki as-samawaati assab'i an jaka-na a-lal-ardie iellaa bi-idnihie, min shar-rie abdika foelaanin, wa djoenoedihie wa atbaa-ihie wa ash-haa-ihie, minal-djinnie wal-ins, Allahoemma koen lie djaaran min shar-rihim, djal-la tanaa-oeka wa azza djaaroeka, wa tabaarakas-moeka, wa laa ielaaha ghairoek. Drie keren [170]. [170] Al-Boekhari in Al-Adab Al-Moefrad, nummer 708, en authentiek bevonden door Al-Albani in Sahih Al-Adab Al-Moefrad, nummer 546.
Doe'a tegen de vijand.
((O Allah, Degene die het Boek heeft neergedaald, de Snelste in de Berekening, versla de coalities, O Allah, versla hen en doe hen beven))[171]. [171] Moeslim, 3/1362, nummer 1742.
Allahoemma moenzielal kietaabie, sarie-al hiesaabie, ihziemiel ahzaaba, Allahoemma ihziemhoem wa zalzielhoem
Wat zegt degene die bang is voor een volk.
((O Allah, wees mij genoeg tegen hen met wat U wilt))[172]. [172] Moeslim, 4/2300, nummer 3005.
Allahoemma ikfieniehim biema shiet
Doe'a van degene die door twijfels in het geloof wordt getroffen:
((Ik zoek toevlucht bij Allah))[173]. Hij zegt: (Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de vervloekte satan). [173] Al-Boekhari met Al-Fath, 6/336, nr. 3276, en Moeslim, 1/120, nr. 134.
A-oedoe billahi minashaitaanir radjiem
((Hij stopt met hetgeen waarover hij twijfelt))[174]. [174] Al-Boekhari met Al-Fath, 6/336, nummer 3276, en Moeslim, 1/120, nummer 134.
(Hij zei: ((Ik geloof in Allah en Zijn boodschappers))[175]. [175] Moeslim, 1/119-120, nummer 134.
Aamantoe billaahie wa roesoelieh
((Hij leest zijn uitspraak, de Verhevene: Hij is de Eerste en de Laatste, de Openbare en de Verborgen en Hij is van alles op de hoogte)) [178]. [Al-Hadid:3] [176]. [176] Soera Al-Hadid, vers 3. Aboe Dawoed, 4/329, nummer 5110, en Al-Albani beoordeelde het als authentiek in Sahih Aboe Dawoed, 3/962.
Doe'a om de afbetaling van de schuld.
((O Allah, vervul mijn behoeften met hetgeen dat toegestaan is en behoed mij voor het verboden en maak mij rijk met Uw genade, zodat ik geen behoefte heb aan anderen dan U))[177]. [177] At-Tirmidhi, 5/560, nummer 3563 en zie: Sahih At-Tirmidhi, 3/180.
((O Allah, voorwaar, ik zoek toevlucht bij U tegen bezorgdheid en verdriet, tegen onbekwaamheid en luiheid, tegen gierigheid en lafheid, tegen de last van schulden en de overheersing van mensen))[178]. [178] Al-Boekhari, 7/158, nummer 2893 en eerder op pagina 83, nummer 121.
Allahoemma inni a-oedhoe bika minal hammi wal hazani, wal adj-zi wal kasali, wal boechli wal djoebni, wa dala-id daini wa galabatir ridjaal
Dee'a tegen de insinuaties van de duivel in het gebed en de recitatie.
'A'oedzoe billahi mina shaytani erradjiem,'
A'oedhoe bil-laa-hie mien ashei-taan irra-djiem. ((En spuug drie keer naar links))[179]. [179]Moeslim, 4/1729, nr. 2203, overgeleverd door Othman ibn Abi Al-'As (moge Allah tevreden zijn met hem), en daarin staat: "Ik deed dit en Allah verwijderde het van mij."
Doe'a voor degene voor wie een zaak moeilijk is geworden.
((O Allah, er is niets gemakkelijker dan wat U gemakkelijk maakt en U maakt verdriet gemakkelijk wanneer U dat wilt)) [180]. [180] Overgeleverd door Ibn Hibban in zijn Sahih, nummer 2427 (al-Mawarid), en door Ibn As-Soenni, nummer 351, en Al-Hafidh zei: "Deze hadith is authentiek," en werd geauthenticeerd door Abd Al-Qader Al-Arna'oet in de Takhrij al-Azkar van An-Nawawi, bladzijde 106.
Allahoemma laa sahla illa maa dja-altahoe sahlan, wa anta tadj-aloel hazna ieda sjie'ta sahla
Wat zegt en doet degene die een zonde heeft begaan.
((Er is geen dienaar die een zonde begaat, zich vervolgens goed reinigt, daarna opstaat en twee rak'ahs bidt en daarna om vergeving van Allah vraagt, tenzij Allah hem vergeving schenkt))[181]. [181] Aboe Dawoed, 2/86, nummer 1521, en At-Tirmidhi, 2/257, nummer 406, en Al-Albani verklaarde het authentiek in Sahih Aboe Dawoed, 1/283.
Doe'a tegen de duivel en om zijn fluisteringen te verjagen.
((Het toevlucht nemen tot Allah tegen hem))[182]. [182] Aboe Dawoed, 1/203, nummer en Ibn Majah, 1/265, nummer 807 en zie de verklaring ervan onder nummer 31 en zie: Soera Al-Moe'minoen, verzen 97-98.
A'oe-doe bil-laa-hie mie-nasj sjai-taa-nir ra-djiem
((Het oproept tot het gebed)))[183]. [183] Moeslim, 1/291, nummer 389, en Al-Boekhari, 1/151, nummer 608.
((Ad-Dhkaar en het reciteren van de Koran)).
"Maak jullie huizen niet tot graven, want de duivel vlucht weg uit het huis waarin Soera Al-Baqarah wordt gereciteerd."[184]. [184] Overgeleverd door Moeslim (1/539) onder nummer (780).
En wat de duivel verdrijft zijn de gedenkingen van de ochtend en de avond, het slapen en het ontwaken, het binnengaan en het verlaten van het huis, het binnengaan en het verlaten van de moskee en andere wettige gedenkingen, zoals het reciteren van de Ayat Al-Koersi bij het slapen en de laatste twee verzen van Soera Al-Baqarah. Wie zegt: Er is geen god dan Allah, Hij is de Enige, zonder deelgenoten. Aan Hem behoort het Koninkrijk en alle lof komt Hem toe, en Hij heeft macht over alle dingen.
Laa ielaaha illallaah wahdahoe laa sharieka lahoe, lahoel moelkoe wa lahoe al hamdoe, wa hoewa 'alaa koellie shai-in kadier Honderd keer, het zal hem beschermen tegen de duivel gedurende zijn hele dag[185], En evenzo verdrijft de adhaan de duivel. [185] Overgeleverd door Al-Boekhari (4/126) met nummer (3293).
Doe'a wanneer er iets gebeurt dat hij niet wenst of wanneer hij overweldigd wordt door zijn zaak.
((Het lot van Allah, en wat Hij wil, doet Hij))[186]. [186] ((De sterke gelovige is beter en geliefder bij Allah dan de zwakke gelovige, hoewel er in beiden goed is. Streef naar wat je ten goede komt en vraag hulp aan Allah en wees niet zwak. En als je iets overkomt, zeg dan niet: "Als ik dit of dat had gedaan, zou het zo of zo zijn gegaan," maar zeg: "Het lot van Allah en wat Hij wil, doet Hij." Want "als" opent de deur voor de duivel))Moeslim, 4/2052, nummer 2664.
De felicitaties voor de pasgeborene en zijn antwoord.
((Moge Allah zegeningen schenken voor wat aan jou gegeven is, en moge jij de Gever danken, en moge hij zijn volwassenheid bereiken, en moge hij voorzien worden van zijn deugdzaamheid))[187]. [187] Dit werd vermeld in de woorden van Al-Hasan Al-Basri. Zie: Toehfat Al-Mawdoed van Ibn al-Qayyim, p. 20, en hij verwees naar Ibn Al-Moendhir in Al-Awsat.
Barakallaahoe laka fiel mawhoebie laka, wa shakartal wahieba, wa balaga ashoeddahoe, wa roezikta birrah. En de gefeliciteerde antwoordt hem en zegt: ((Moge Allah zegeningen schenken voor jou en op jou, moge Allah je het goede belonen, moge Allah je hetzelfde schenken en moge Hij jouw beloning groot maken))[188]. [188] Dit werd gezegd door An-Nawawi in Al-Adhkar, p. 349, en zie: Sahih al-Adhkar van An-Nawawi, vertaald door Soelaim Al-Hilali, 2/713, en de volledige verwijzing in Adh-Dhikr wa Ad-Doe'a wa At-Tilawa bi Ar-Roeqaa van de auteur, 1/416.
Barakallaahoe laka wa baaraka aleika, wa djazaakallaahoe gairan, wa razakakallaahoe mislahoe, wa adjzala sawaabak.
Wat gebruikt wordt voor de bescherming van kinderen.
De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) gebruikte ter beschermen van Al-Hasan en Al-Hoesain (moge Allah tevreden zijn met hen) met de woorden: (Ik bescherm jullie met de volledige woorden van Allah tegen elke demon en elk gevaarlijk wezen en tegen elke boze oog))[189]. [189] Al-Boekhari, 4/119, nummer 3371, over de overlevering van Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen beiden).
Oe'ie-dhoe-koe-maa bi-ka-li-maa-til laa-hit taam-ma-ti min koel-li shai-taa-nin wa haam-mah, wa min koel-li ai-nin laam-mah.
Doe'a voor de zieke bij bezoek.
((Geen kwaad, het is een reiniging, Inshallah)))[190]. [190] Al-Boekhari, met de toelichting, 10/118, nummer 3616.
Laa ba-sa, ta-hoe-roen, in shaa Allah.
As 'aloe laa-hal a-dhie-ma, rab-bal ar-shil a-dhie-mie, an jash-fie-jak. (Zeven keer)[191]. [191] ((Er is geen moslim dienaar die een zieke bezoekt, wiens tijd nog niet gekomen is, en zeven keer zegt...)) (de hadith)... tenzij hij genezen wordt. Overgeleverd door At-Tirmidhi, nummer 2083, en Aboe Dawoed, nummer 3106. Zie ook: Sahih Tirmidhi, 2/210, en Sahih Al-Jami, 5/180.
De verdienste van het bezoeken van de zieke
De Profeet (vrede zij met hem) zei: ((Wanneer een man zijn moslimbroeder bezoekt, loopt hij in de grasvelden van het paradijs totdat hij zit. Zodra hij zit, wordt hij omgeven door genade. Als het in de ochtend is, bidden ze zeventigduizend engelen voor hem totdat het avond wordt en als het in de avond is, bidden ze zeventigduizend engelen voor hem totdat het ochtend is))[192]. [192] Overgeleverd door At-Tirmidhi, nummer 969, en Ibn Majah, nummer 1442, en Ahmed, nummer 975. Zie ook: Sahih Ibn Majah, 1/244, en Sahih At-Tirmidhi, 1/286, evenals de authenticatie door Ahmed Shakir.
Doe'a voor de zieke die de hoop op zijn leven heeft opgegeven.
((O Allah, vergeef mij, heb genade met mij en voeg mij bij de hooggeplaatsten))[193]. [193] Al-Boekhari, 7/10, nr. 4435, en Moeslim, 4/1893, nr. 2444.
Allahoemma gfier lie, warhamnie, wa alhiknie bir-rafiekiel aala.
((De Profeet (vrede zij met hem) stelde, bij zijn overlijden, zijn handen in het water en veegde hiermee over zijn gezicht, terwijl hij zei: ‘Er is geen god dan Allah. Voorwaar, de dood heeft Sakarat (een vorm van pijn) ))[195]. ((Er is geen god behalve Allah
La ilaha illallah "Voorwaar, de dood kent pijnen" [194]. [194] Al-Boekhari met al-Fath, 8/144, nummer 4449, en in de hadith wordt de siwak vermeld.
((Er is geen god dan Allah en Allah is de Grootste, er is geen god dan Allah, de Enige, er is geen god dan Allah, de Enige zonder deelgenoot, er is geen god dan Allah, van Hem is het koninkrijk en aan Hem behoort alle lof, er is geen god dan Allah, en er is geen kracht of macht dan door Allah))[195]. [195] Overgeleverd door At-Tirmidhi, nummer 3430, en Ibn Majah, nummer 3794, en authentiek bevonden door Al-Albani. Zie: Sahih At-Tirmidhi, 3/152, en Sahih Ibn Majah, 2/317.
Laa ilaaha illallaah wallaahoe akbaroe, laa ilaaha illallaah wahdahoe, laa ilaaha illallaah wahdahoe laa sharieka lahoe, laa ilaaha illallaah lahoel moelkoe wa lahoel hamdoe, laa ilaaha illallaah wa laa hawla wa laa koewwata illaa billaah.
Het voorlezen voor de stervende
((Wie het laatste van zijn woorden Er is buiten Allah geen God die het recht heeft om aanbeden te worden
Laa ie-laa-ha il-lal-laah zal het paradijs binnentreden)) [196]. [196] Aboe Dawoed, 3/190, nr. 3116, en zie: Sahih al-Jaami', 5/432.
Doe'a voor degene die getroffen is door een tegenslag
((Voorwaar, wij behoren tot Allah en voorwaar, tot Hem keren wij terug. O Allah, beloon mij in mijn tegenslag en vervang het met iets beters))[197].. [197] Moeslim, 2/632, nummer 918.
Inna lillaahie wa inna ileihie radjie-oen, Allahoemma djoernie fie moesiebatie, wa achlief lie khairan mienhaa.
Doe'a bij het sluiten van de ogen van de overledene.
((O Allah, vergeef voor die-en-die (met zijn naam) en verhoog zijn rang onder de rechtgeleiden, vervang hem in zijn afstammelingen onder degenen die achterblijven en vergeef ons en hem, o Heer der werelden. Maak zijn graf ruim voor hem en verlicht het voor hem))[198]. [198] Moeslim, 2/634, nummer 920.
Allahoemmagfier lie foelaanin (biesmiehie) warfa daradjatahoe fiel mahdiejien, wakhloefhoe fie akiebiehie fiel gabierien, wagfier lana walahoe jaa rabbal aalamien, wafsah lahoe fie kabriehie, wanawwier lahoe fieh.
Doe'a voor de overledene in het gebed voor hem.
((O Allah, vergeef hem en heb genade met hem, en geef hem gezondheid, en vergeef hem, en eer zijn verblijf, en verruim zijn toegang, en was hem met water, sneeuw en hagel, en reinig hem van zijn zonden zoals een wit kleed gereinigd wordt van vuil en vervang zijn huis door een beter huis en zijn familie door een betere familie en zijn vrouw door een betere vrouw en laat hem het paradijs binnengaan en bescherm hem tegen de straf van het graf [en de straf van het vuur])) [199]. [199] Moeslim, 2/663, nr. 963.
Allahoemma igfir lahoe warhamhoe, wa 'aafihie, wa a'foe anhoe, wa akrim noezoelahoe, wa wassie moedchalahoe, wagsilhoe bil maa-ie wat-thaldji wal barad, wa nakkihie minal khataajaa kamaa nakkaitat-thauwbal abjada minad danas, wa abdilhoe daaran khairan min daarihie, wa ahlan khairan min ahlihie, wa zawdjan khairan min zawdjihie, wa adchilhoel djannata, wa a-iedhoe min 'adhaabil kabri wa 'adhaabin annar.
((O Allah, vergeef onze levenden en onze doden, onze aanwezigen en onze afwezigen, onze jongsten en onze oudsten, onze mannen en onze vrouwen. O Allah, wie van ons leeft, geef hem het leven in de Islam, en wie van ons sterft, laat hem sterven in het geloof. O Allah, laat ons geen beloning voor hem missen en laat ons niet dwalen na hem)[200]. [200] Aboe Dawoed, nummer 3201, At-Tirmidhi, nummer 1024, An-Nasa’i, nummer 1985, Ibn Majah, 1/480, nummer 1498, en Ahmed, 2/368, nummer 8809, zie ook: Sahih Ibn Majah, 1/251.
Al-laa-hoemma ig-fir li-haj-ji-naa wa-maj-ji-ti-naa, wa-shaa-hi-di-naa wa-ghaa-i-bi-naa, wa-sa-gie-ri-naa wa-ka-bie-ri-naa, wa-dha-ka-ri-naa wa-oen-thaa-naa, Al-laa-hoem-ma man ah-jaj-ta-hoe min-naa fa-ah-ji-hie 'ala al-is-laam, wa-man ta-waf-faj-ta-hoe min-naa fa-ta-waf-fa-hoe a-lal-ie-maan, Al-laa-hoem-ma laa tah-rim-naa adj-ra-hoe, wa-laa toe-dil-la-naa ba-dah.
((O Allah, inderdaad, de zoon van die-en-die is onder Uw bescherming en het koord van Uw buren. Bescherm hem tegen de beproeving van het graf en de straf van het vuur. U bent degene die trouw is en de waarheid kent. Vergeef hem en wees hem genadig, voor U bent de Meest Vergevende, de Meest Genadevolle)) [201] [201] Overgeleverd door Ibn Majah, nr. 1499, zie: Sahih Ibn Majah, 1/251, en gerapporteerd door Aboe Dawoed, 3/211, nr. 3202.
Allahoemma inna foelaana bna foelaanin fie dhimmatika, wa hablie djiwarika, fakihie min fitnatil kabrie, wa 'adabin narie, wa anta ahloel wafaa-ie wal hakkie, fagfir lahoe warhamhoe innaka antal gafoeroer rahiem.
((O Allah, uw dienaar en de zoon van uw dienares heeft behoefte aan Uw genade, terwijl U geen behoefte hebt aan zijn straf. Als hij goed heeft gehandeld, vermeerder dan zijn goede daden en als hij verkeerd heeft gehandeld, vergeef hem dan))[202]. [202] Overgeleverd door Al-Hakim, geverifieerd door hem en goedgekeurd door Ad-Dahabi, 1/359. Zie ook: Ahkam al-Jana’iz van Al-Albani, p. 125.
Allahoemma abdoeka wabnoe amatika, ihtaadja iela rahmatiek, wa anta ghaniejoen an adhaabiehie, in kaana moehsienan fazied fie hasanaatieh, wa in kaana moesie-an fatadjawaz anh.
Doe'a voor de overledene tijdens het gebed voor hem.
((O Allah, bescherm hem tegen de straf van het graf))[203]. [203] ((Said ibn Al-Moesayyib zei: "Ik bad achter Aboe Hoeraira voor een jongen die nooit een zonde had begaan en ik hoorde hem zeggen...")) Hadith. Overgeleverd door Malik in Al-Moewatta, 1/288, Ibn Abi Shayba in Al-Moesannaf, 3/217, Al-Bayhaqi, 4/9 en de keten werd geverifieerd door Shoe'ayb al-Arna'oet in zijn editie van Sharh As-Soennah van Al-Baghawi, 5/357.
Allahoemma a-id-hoe min 'adaabiel kabr
En als hij zegt: "O Allah, maak hem een voortreffelijke en waardevolle bron voor zijn ouders, een bemiddelaar wiens pleidooi verhoord wordt. O Allah, verzwaar zijn goede daden op hun balans, verhoog hun beloningen, voeg hem toe aan de goede gelovigen, stel hem onder de zorg van Ibrahim, bescherm hem door Uw genade tegen de straf van de hel en vervang zijn huis door een beter huis en zijn familie door een betere familie. O Allah, vergeef onze voorouders, onze dierbaren en degenen die ons zijn voorafgegaan in het geloof."
Allahoemma idj-'alhoe faratan wa dhoechran li-waalidaihi, wa shafie-an moedjaaban, Allahoemma thakkil bihi mawaazienahoema, wa "adhim bihi oedjoerahoema, wa al-hik-hoe bi saalihil moe-minien, wadj-alhoe fie kafaalati Ibrahiem, wa kihi bi rahmatika 'adhaab aldjahiem, wa 'abdilhoe daaran khairan min daarihi, wa ahlan khairan min ahlihi, Allahoemma ighfir li-aslaafina, wa afraatina, wa man sabaqana bil iemaan. "Dan is het goed[204]." [204]Zie: Al-Moeghni van Ibn Qoedamah, 3/416, en Ad-Doeroes Al-Moehimma li'Aammat Al-Oemmah van Sheikh Abdoel Aziz bin Abdoellah bin Baz (moge Allah genade met hem hebben) , p. 15. [204]
((O Allah, maak hem voor ons een voorloper, een voorganger en een beloning)) [205] [205] Al-Hassan reciteerde de Fatiha voor het kind en zei... De hadith werd overgeleverd door Al-Baghawi in "Sharh As-Soenna", 5/357, en Abdel Razzaq, nummer 6588, en werd door Al-Boekhari genoemd in het boek over begrafenissen, Hoofdstuk 65 over het reciteren van de Fatiha voor de overledene, 2/113, vóór hadith nummer 1335.
Allahoemma djalhoe lana faratan, wa salafan, wa adjran
Doe'a voor het bieden van condoleances.
((Voorwaar, wat Allah neemt is van Hem en wat Hij geeft is van Hem en alles heeft bij Hem een vastgestelde termijn... Wees geduldig en verwacht (de beloning) van Hem))[206]. [206] Al-Boekhari, 2/80, nummer 1284, en Moeslim, 2/636, nummer 923.
Inna lil-laahie maa a-kha-da, wa la-hoe maa a'h-taa, wa koel-loe shai-in 'in-da-hoe bie-a-dja-lin moe-sam-maa... fal-tas-bir wal-tah-ta-sib.
En als hij zegt: ((Moge Allah je beloning vermeerderen, je troost verfraaien en de overledene vergeven', dan is het goed))[208]. ((Moge Allah je beloning vermeerderen, je troost verfraaien en de overledene vergeven',
A"dhamallahoe adjrak, wa ahsana 'azaa-ak, wa gafara limeijitik. Dan is het goed[207]. [207] Ad-Dkaar van An-Nawawi, blz.126.
Doe'a bij het inbrengen van de overledene in het graf.
((In de naam van Allah en volgens de traditie van de Boodschapper van Allah))[208]. [208] Aboe Dawoed, 3/314, nr. 3215, met een authentieke keten van overlevering; Ahmed, nr. 5234, en nr. 4812 met de formulering: "In de naam van Allah en volgens de religie van de Boodschapper van Allah," met een authentieke keten van overlevering.
Biesmillaahie wa alaa soennatie rasoeliellaah
Doe'a na het begraven van de overledene.
((O Allah, vergeef hem, o Allah, versterk hem))[209]. [209] De Profeet (vrede zij met hem) stond wanneer hij klaar was met het begraven van de overledene bij hem en zei: "Vraag om vergiffenis voor jullie broer en verzoek om bevestiging voor hem; want hij wordt nu ondervraagd." Aboe Dawoed, 3/315, nr. 3223; Al-Hakim, die het authentiek verklaarde, en Ad-Dahabi stemde ermee in, 1/370.
Allaahoemma igfir lahoe, Allaahoemma thabbit hoe.
Doe'a bij het bezoeken van de graven.
((Vrede zij met u, o bewoners van deze huizen, van de gelovigen en de moslims. Wij zullen, als Allah het wil, u vergezellen. [Moge Allah genade schenken aan degenen die eerder zijn gegaan en aan degenen die later komen.] Ik vraag Allah voor ons en voor u, gezondheid)) [210]. [210] Moeslim, 2/671, nr. 975, en Ibn Majah, 1/494, de tekst is van hem, nr. 1547 van Boeraida (moge Allah tevreden zijn met hem) en wat tussen de haakjes staat, is van de hadith van Aïsha (moge Allah tevreden zijn met haar) bij Moeslim, 2/671, nr. 975.
As-salaamoe a-lai-koem ah-lad-die-jaar, mi-nal moe-mi-nie-na wal-moes-li-mien, wa in-naa in shaa al-laa-hoe bi-koem laa-hie-koen, wa jar-ha-moel-laa-hoel moes-tak-die-mie-na min-naa wal-moes-ta-chie-rien as-a-loel-laa-ha la-naa wa la-koe-moel aa-fie-ja
Doe'a voor de wind
((O Allah, ik vraag U om het goede ervan en zoek toevlucht bij U voor het kwade ervan)) [211]. [211] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/326, nr. 5099, en Ibn Majah, 2/1228, nr. 3727, en zie: Sahih Ibn Majah, 2/305.
Allahoemma innie as-a-loeka khairahaa, wa a-oedhoe bieka min sharriehaa.
((O Allah, ik vraag U haar goede, en het goede van wat erin zit, en het goede van wat ermee is gezonden en ik zoek toevlucht bij U tegen haar kwaad en het kwaad van wat erin zit en het kwaad van wat ermee is gezonden))[212]. [212] Moeslim en deze formulering komt van hem, 2/666, nummer 899, en Al-Boekhari, 4/76, nummer 3206, en nummer 4829.
Allahoemma innie as-aloeka kheirahaa, wa kheira maa fiehaa, wa kheira maa oersilat biehie, wa a-oedhoe bieka min sharrihaa, wa sharri maa fiehaa, wa sharri maa oersilat bih.
Doe'a bij de donder.
((Glorie zij aan Hem, aan Wie de donder Zijn lof verkondigt met Zijn prijs en de engelen uit angst voor Hem))[213]. [213] Toen Abdellah Ibn Az-Zoebarr (moge Allah tevreden zijn met hem) de donder hoorde, stopte hij met praten en zei: ... de hadith. Al-Moewatta, 2/992, en Al-Albani zei in ''Sahih Al-Kalim At-Tayyieb, 157: "De keten is authentiek, maar de hadith is onderbroken."
Soeb-haa-nal-la-dhie joe-sab-bie-hoe-ra'-doe bie-ham-die-hie wal-ma-laa-ie-ka-toe min khie-fa-tieh
Doe'a bij het vragen regen.
((O Allah, geef ons regen die verkwikkend, verfrissend, heilzaam, niet schadelijk, onmiddellijk en niet uitstelbaar is))[214]. [214] Aboe Dawoed, 1/303, nr. 1171, en authentiek bevonden door Al-Albani in Sahih Aboe Dawoed, 1/216.
Al-la-hoem-ma as kie-na ghai-tan moe-ghie-tan ma-rie-an ma-rie-an, naa-fi-'an ghai-ra daar-rin, aa-dji-lan ghai-ra aa-djil.
((O Allah, verlicht ons, O Allah, verlicht ons, O Allah, verlicht ons)) [215]. [215] Al-Boekhari, 1/224, nummer 1014, en Moeslim, 2/613, nummer 897.
((O Allah, geef te drinken aan Uw dienaren, aan Uw vee, verspreid Uw genade en geef leven aan Uw dode land))[216]. [216] Aboe Dawoed, 1/305, nummer 1178, en Al-Albani heeft het als authentiek beoordeeld in Sahih Aboe Dawoed, 1/218.
Allah hoemma as-qie 'iebaadaka, wa bahaa-iemaka, wanshoer rahmataka, wa ahjie baladaka almajjit.
Doe'a als de regen ziet.
((O Allah, een nuttige regen))[217]. [217] Al-Boekhari met al-Fath, 2/518, nummer 1032.
Allahoemma sajjiban naafi'an
Ad-Dikr na het neerkomen van de regen.
((Wij zijn neergeregend door de genade en barmhartigheid van Allah))[218]. [218] Al-Boekhari, 1/205, nummer 846, en Moeslim, 1/83, nummer 71.
Moetirnaa bie fadlil laahie wa rahmatieh.
Doe'a voor het vragen naar gezondheid.
((O Allah, rondom ons en niet boven ons, O Allah, op de heuvels en de vlaktes, en op de bodem van de valleien, en op de plaatsen waar bomen groeien))[219]. [219] Al-Boekhari, 1/224, nummer 933, en Moeslim, 2/614, nummer 897.
Doe'a bij het zien van de maansikkel.
((Allah is de Grootste. O Allah, laat deze nieuwe maan op ons komen met veiligheid en geloof, met de vrede en de Islam, en geef ons succes in wat U, onze Heer, het meest behaagt en tevreden maakt. Onze Heer en uw Heer is Allah)) [220]. [220] At-Tirmidhi, 5/504, nummer 3451, en Darami met dezelfde tekst, 1/336, en zie: Sahih At-Tirmidhi, 3/157.
Allahoe Akbar, Allah-hoemma ahillahoe 'aleinaa biel-amnie wal-iemaan, was-salaamatie wal-islaam, wat-tawfiekie liemaa toe-hibboe rabbanaa wa-tardaa, rabboenaa wa-rabboekal-laah.
Doe'a bij het verbreken van de vasten.
((Het dorst is voorbij, de aderen zijn bevochtigd en de beloning is bevestigd, als Allah het wil))[221]. [221] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 2/306, nummer 2359 en anderen. Zie ook: Sahih al-Jami', 4/209.
Dhahaba adhama-oe wab-tallatil oeroek, wa thabatal adjroe Inshallah.
((O Allah, ik vraag U, door Uw genade die alles omvat, om mij te vergeven))[222]. [222] Dit werd overgeleverd door Ibn Majah, 1/557, nummer 1753, van de smeekbede van Abdellah ibn Amr (moge Allah tevreden zijn met hem) en werd versterkt door Al-Hafidh in de verzameling van gebeden. Zie: Uitleg van de gebeden, 4/342.
Allahoemma innie as-aloeka bierahmatieka allatie wasie-at koella shai-in an tagfiera lie.
Doe'a voor het eten.
((Wanneer een van jullie voedsel eet, zeg dan: In de naam van Allah,
Bismillah Als hij dat vergeet aan het begin, laat hij dan zeggen: ((In de naam van Allah, aan het begin en aan het einde))[223]. [223] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 3/347, nummer 3767, en At-Tirmidhi, 4/288, nummer 1858. Zie ook: Sahih At-Tirmidhi, 2/167.
Bismillaahie fie awaliehie wa aakhierieh.
((Wie door Allah voedsel is gegeven, laat hem dan zeggen: O Allah, zegen ons daarin en geef ons beter dan dit,
Allahoemma baarik lana fiehie, wa at-imna khairan minh En wie door Allah melk is gegeven, laat hem dan zeggen: ((O Allah, zegen ons erin en geef ons er meer van))[224]. [224] At-Tirmidhi, 5/506, nummer 3455. Zie ook: Sahih At-Tirmidhi, 3/158.
Allahoemma baarik lanaa fiehie wa zidnaa minh
Doe'a na het eindigen van het eten.
((Prijs Allah Die mij dit heeft gegeven om te eten en het mij heeft verleend, zonder dat het door mijn eigen kracht of vermogen kwam))[225]. [225] Uitgegeven door de verzamelaars van de Soennan, behalve An-Nasa'i: Aboe Dawoed, nr. 4025, At-Tirmidhi, nr. 3458, en Ibn Majah, nr. 3285. Zie ook: Sahih at-Tirmidhi, 3/159.
Al-hamdoe lillaahi alladhie at-'amanie hadha, wa razakaniehi, min gairi hawlin minnie wa laa koewwa.
((Alle lof zij Allah, veel lof, zuiver en gezegend daarin, niet voldoende, noch genomen als afscheid, noch onafhankelijk van Hem, onze Heer))[226]. [226] Al-Boekhari, 6/214, nummer 5458, en At-Tirmidhi met zijn woorden, 5/507, nummer 3456.
Al-hamdoe lillahie hamdan kathieran tajjieban moebarakan fieh, ghaira makfiejin wa laa moewadda-in, wa laa moestaghnan anhoe rabbanaa.
Doe'a van de gast voor de gastheer van het eten
((O Allah, zegen hen in hetgeen U hen hebt geschonken, vergeef hen en wees hen genadig))[227]. [227] Moeslim, 3/1615, nr. 2042.
Allahoemma barik lahoem fiemaa razaktahoem, wagfir lahoem warhamhoem.
72. Het indirect vragen om voedsel of drank door middel van een Doe'a.
((O Allah, geef voedsel aan wie mij voedsel heeft gegeven en laat drinken wie mij te drinken heeft gegeven))[228]. [228] Moeslim, 3/1626, nr. 2055.
Allahoemma at'am at'amanie, was-qi man saqaa-nie.
Doe'a wanneer men het vasten verbreekt bij het huis van iemand.
((De vastenden hebben het bij jullie verbroken, de rechtvaardigen hebben van jullie voedsel gegeten en de engelen hebben voor jullie gebeden))[229]. [229] Soenan Aboe Dawoed, 3/367, nr. 3856, en Ibn Majah, 1/556, nr. 1747, en An-Nasa'i in 'Amal Al Yawm Wa Al Layla, nr. 296-298, en het werd vastgesteld dat hij (vrede zij met hem) dit zei wanneer hij het vasten verbrak bij het huis van iemand, en Al-Albani bevestigde de authenticiteit in Sahih Aboe Dawoed, 2/730.
Aftara 'indakoem Assa-iemien, wa akala ta'aamakoem alabraar, wa sallat aleikoemoel malaa-ika.
Doe'a van de vastende wanneer het voedsel aanwezig is maar hij niet heeft gegeten.
((Wanneer een van jullie wordt uitgenodigd, laat hem dan de uitnodiging accepteren. Als hij vast, laat hem dan bidden en als hij niet vast, laat hem dan eten)) [230]، En de betekenis van 'laat hem bidden' is: 'laat hem een doe'a verrichten. [230] Moeslim, 2/1054, nr. 1150.
Wat de vastende zegt wanneer iemand hem beledigt
((Ik vast, ik vast)) [231]. [231] Al-Boekhari met Al-Fath, 4/103, nr. 1894, en Moeslim, 2/806, nr. 1151.
Doe'a bij het zien van de eerste vruchten.
((O Allah, zegen ons in onze vruchten, zegen ons in onze stad, zegen ons in onze saa‘ (een meeteenheid), en zegen ons in onze moedd (een meeteenheid) ))[232]. [232] Moeslim, 2/1000, nr. 1373.
Allahoemma baarik lanaa fie thamarinaa, wa baarik lanaa fie madienatinaa, wa baarik lanaa fie saa-ie-naa, wa baarik lanaa fie moeddinaa
Doe'a bij het niezen.
((Wanneer een van jullie niest, laat hem dan zeggen: Alle lof is voor Allah,
Alhamdoe lillah En zijn broeder of vriend zou moeten zeggen: Moge Allah je genadig zijn,
Jarhamoeka Allah Als iemand tegen je zegt: "Yarhamoek Allah" (Moge Allah je genadig zijn), antwoord dan met: ((Moge Allah jullie leiden en jullie zaken verbeteren))[233]. [233] Al-Boekhari, 7/125, nr. 5870.
Jahdiekoemoellaah wa joesliehoe baalakoem
Wat er tegen de ongelovige wordt gezegd wanneer hij niest en Allah lof toezegt.
((Moge Allah jullie leiden en jullie zaken verbeteren))[234] [234] At-Tirmidhi, 5/82, nr. 2741, en Ahmed, 4/400, nr. 19586, en Aboe Dawoed, 4/308, nr. 5040, en zie: Sahih At-Tirmidhi, 2/354.
Jah-die-koe-moel-laah wa joes-lie-hoe baa-la-koem
Doe'a voor de getrouwde.
((Moge Allah zegenen wat voor jou is, moge Allah zegenen wat op jou rust en moge Hij jullie beiden bijeenbrengen in het goede))[235] [235] Overgeleverd door de beheerders van de boeken van de Soenna, behalve An-Nasa’i: Aboe Dawoed, nr. 2130, At-Tirmidhi, nr. 1091, Ibn Majah, nr. 1905, An-Nasa’i in 'Aml Al-Yawm Wa Al-Layla, nr. 259, en zie: Sahih At-Tirmidhi, 1/316.
Baarakal laahoe laka, wa baaraka alaika, wa djama-a baina koemaa fie khair.
Doe'a van de gehuwde en het kopen van een rijdier.
"Wanneer iemand van jullie een vrouw trouwt, of een dienaar koopt, laat hij dan zeggen": ((O Allah, ik vraag U om haar goede eigenschappen en de goede eigenschappen die U haar hebt gegeven. En ik zoek toevlucht bij U tegen haar slechte eigenschappen en de slechte eigenschappen die U haar hebt gegeven)),
Allahoemma innie as-aloeka khairahaa, wa khaira ma djabaltaha 'aleih, wa a-oedhoe bieka min sharrihaa, wa sharrie maa djabaltahaa aleih. En wanneer hij een kameel koopt, laat hem dan de top van de kamel vastpakken en hetzelfde zeggen" [236]. [236] Aboe Dawoed, 2/248, nr. 2160, en Ibn Majah, 1/617, nr. 1918, zie ook: Sahih Ibn Majah, 1/324.
Doe'a vóór het naderen van de vrouw.
((In de naam van Allah, O Allah, bescherm ons tegen de duivel en bescherm de duivel tegen wat U ons hebt gegeven))[237]. [237] Al-Boekhari, 6/141, nummer 141, en Moeslim, 2/1028, nummer 1434.
Bismillaah, Allahoemma djannibna asshaitaan, wa djannibi asshaitaan maa razaktanaa.
Doe'a bij woede.
((Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de vervloekte satan))[238]. [238] Al-Boekhari, 7/99, nr. 3282, en Moeslim, 4/2015, nr. 2610.
A-'oedhoe billaahie mina ashaitani arradjiem
Doe'a van degene die iemand met beproeving ziet.
((Alle lof behoort aan Allah, Die mij heeft vrijgesteld van wat Hij jou heeft beproefd en mij heeft begunstigd boven velen van Zijn schepselen met een uitmuntende voorkeur))[239]. [239] At-Tirmidhi, 5/494, en 5/493, nummer 3432, en zie: Sahih At-Tirmidhi, 3/153.
El-hamdoe lillaahil-ladhie 'afanie min-mabtalaaka biehie, wa faddalanie alaa katierin mimman khalaka tafdielaa.
Wat er in een gezelschap gezegd wordt.
((Van Ibn Omar (moge Allah tevreden zijn met hem) werd overgeleverd: "Voor de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) werd in één bijeenkomst honderd keer gezegd, voordat hij opstond: 'Mijn Heer, vergeef mij en keer zich tot mij in genade, voorwaar, U bent de Alomvattende, de Meest Vergevingsgezinde))[241]. . "O mijn Heer, vergeef mij en aanvaard mijn berouw. Zeker, U bent Degene Die berouw aanvaardt en de Vergevensgezinde"[240]. [240] At-Tirmidhi, nr. 3434, en Ibn Majah, nr. 3814, zie ook: Sahih At-Tirmidhi, 3/153, en Sahih Ibn Majah, 2/321, de tekst is zoals overgeleverd door At-Tirmidhi.
Rabbigfir lie, wa toeb 'alaija, innaka anta at taw-waa-boe algafoer.
De vergiffenis voor een bijeenkomst.
((Glorie zij U, o Allah, en lof zij U. Ik getuig dat er geen god is behalve U. Ik vraag om Uw vergiffenis en keer mij tot U in berouw))[241]. [241] De overlevering van de Soenan: Aboe Dawoed, nummer 4858, en At-Tirmidhi, nummer 3433, en An-Nasa'i, nummer 1344. Zie ook Sahih At-Tirmidhi, 3/153. Het is bevestigd dat Aïsha (vrede zij met haar) zei: "De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zat nooit in een vergadering, reciteerde nooit de Koran en verrichtte nooit gebed zonder dat hij dit afsluit met de volgende woorden..." De hadith is overgeleverd door An-Nasa'i in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 308, en door Ahmed, 6/77, nummer 24486, en geverifieerd door Dr. Farouk Hamada in zijn editie van 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla van An-Nasa'i, pagina 273.
Soebhanaka Allahoemma wa bihamdika, asshadoe an laa ielaaha illaa anta, astagfieroeka wa aatoeboe ieleik.
Doe'a voor degene die zegt: "Moge Allah jou vergeven."
((En voor jou))[242]. [242] Ahmed, 5/82, nummer 20778, en An-Nasa'i in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Laylah, pagina 218, nummer 421, bewerkt door Dr. Farouk Hamada.
Wa lak
87. Doe'a voor degene die jou een gunst heeft bewezen.
((Mag Allah jou het goede belonen))[243]. [243] Overgeleverd door At-Tirmidhi, nummer 2035, en zie: Sahih Al-Jami', 6244, en Sahih At-Tirmidhi, 2/200.
Djazaa kallaahoe khajran
Wat tegen tegen de Dajjaal wordt beschermt door Allah.
((Wie tien verzen van het begin van Soera Al-Kahf uit het hoofd leert, zal worden beschermd tegen de Dajjaal[244] en het zoeken van toevlucht bij Allah tegen zijn beproeving na de laatste tashahhoed in elke salaat[246]. en het zoeken van toevlucht bij Allah tegen zijn beproeving na de laatste tashahhoed in elke salaat[245]. [245] Zie: Hadith nummer 55 en Hadith nummer 56, op pagina 41 van dit boek. [244] Moeslim, 1/555, nr. 809, en in een versie: van het einde van de grot, 1/556, nr. 809.
Doe'a voor degene die zegt: "Ik hou van jou omwille van Allah".
((Mag degene van wie jij van mij hield, jou liefhebben))[246]. [246] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 4/333, nummer 5125, en verbeterd door Al-Albani in Sahih Soennan Aboe Dawoed, 3/965.
Ahabba kalladie ahbabtanie lah
Doe'a voor degene die zijn bezit aan jou aanbiedt
((Moge Allah zegeningen schenken over jouw gezin en bezit))[247]. [247]Al-Boekhari met al-Fath, 4/288, nummer 2049.
Baarakallaahoe lakka fie ahlikka wa maalik.
Doe'a voor degene die lening verstrekte bij de uitvoering van de uitspraak.
((Zij moge Allah zegenen voor jou in jouw gezin en bezit, waarlijk, de beloning voor het lenen is lof en terugbetaling))[248]. [248] Vermeld door An-Nasa'i in 'Amal al-Yawm Wa Al-Layla, pagina 300, en Ibn Majah, 2/809, nummer 2424, zie ook: Sahih Ibn Majah, 2/55.
Baarakallaahoe laka fie ahlika wa maalik
Doe'a tegen de vrees voor polytheïsme
((O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen het feit dat ik U met iets zou associëren, terwijl ik het weet, en ik vraag om uw vergiffenis voor wat ik niet weet))[249]. [249] Ahmed, 4/403, nummer 19606, Al-Adab Al-Moefrad van Al-Boekhari, nummer 716, zie ook: Sahih al-Jami', 3/233, en Sahih At-Targhib wa At-Tarhib van Al-Albani, 1/19.
Allahoemma innie a'-oedhoe bieka an oeshrieka bieka wa ana a'-lamoe, wa astagfieroeka liema laa a'laam.
Doe'a voor degene die zegt: Moge Allah jou zegenen
((En moge Allah jou ook zegenen)[250]. [250] Overgeleverd door Ibn As-Soenni, p. 138, nummer 278, zie ook: Al-Wabil As-Sayyib van Ibn Al-Qayyim, p. 304, uitgegeven door Basheer Mohammed 'Ayoen
Wa fieka barakallah
Doe'a voor de afkeer van bijgeloof
((Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad van het bijgeloof))[251]. [251] Ahmed, 2/220, nummer 7045, en Ibn As-Soenni, nummer 292, en geauthenticeerd door Al-Albani in de reeks van authentieke hadiths, 3/54, nummer 1065. Wat betreft het goede voorteken, dit was iets dat de profeet (vrede zij met hem) beviel; daarom hoorde hij van een man een goed woord dat hem beviel, waarop hij zei: "We hebben jouw voorteken uit je mond genomen." Aboe Dawoed, nummer 3719, en Ahmed, nummer 9040, en geauthenticeerd door Al-Albani in de reeks van authentieke hadiths, 2/363, bij Aboe Shaikh in de ethiek van de profeet (vrede zij met hem), pagina 270.
Allaahoemma laa taira illa tairoeka, wa laa gaira illaa gairoeka, wa laa ilaaha ghairoek.
Doe'a bij het rijden
((In de naam van Allah, alle lof is voor Allah.
Bismillahi, walhamdoe lillah. ((Glorie zij Degene die dit voor ons heeft onderworpen, terwijl wij het niet konden beheersen
Soebhaanal laddie sakhara lanaa hada, wamaa koennaa lahoe moekrinien. En wij zullen zeker terugkeren naar onze Heer))
Wa innaa ilaa rabbienaa lamoenqalieboen ((Alle lof is voor Allah, alle lof is voor Allah, alle lof is voor Allah, Allah is de Grootste, Allah is de Grootste, Allah is de Grootste. Soebhanaka Allahoemma, ik heb mijn ziel onrecht aangedaan, vergeef mij, want niemand vergeeft de zonden behalve U))[252]. [252] Aboe Dawoed, 3/34, nummer 2602, en At-Tirmidhi, 5/501, nummer 3446. Zie ook: Sahih At-Tirmidhi, 3/156, de twee verzen uit Soera Az-Zoekhroef: 13-14.
Alhamdoe lillah, Alhamdoe lillaah, Alhamdoe lillaah, Allahoe akbar, Allahoe akbar, Allahoe akbar, Soebhaanak al laahoemma innie dhalamtoe nafsie fagfir lie; fa-innahoe laa yagfiroe adhoenoeba illaa ant.
Doe'a voor een reis
Allah is de Grootste, Allah is de Grootste, Allah is de Grootste,
Allahoe akbaroe, Allahoe akbaroe, Allahoe akbar. ((Glorie zij Degene die dit voor ons heeft onderworpen, terwijl wij het niet konden beheersen
Soebhaanal ladie sakh-khara lanaa haadaa, wamaa koennaa lahoe moekrinien. En zeker, wij zullen terugkeren naar onze Heer))
Wa inna iela rabbiena la moenqalieboen ((O Allah, wij vragen U om tijdens deze reis deugdzaam gedrag en vroomheid en werk dat U goedkeurt. O Allah, verlicht onze reis en verklein de afstand voor ons. O Allah, U bent onze metgezel tijdens de reis en de opvolger voor onze families. O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen de moeilijkheden van de reis, het verdriet van het uitzicht en de slechte afloop in bezit en familie)).
Allahoemma innaa nas-aloeka fie safarienaa hadha al-birra wa at-taqwaa, wa mienal-amalie maa tardaa, Allahoemma hawwien 'aleinaa safaranaa hadhaa watwie 'annaa boe'dahoe, Allahoemma anta assaahiboe fie assafarie, wa alkhaliefatoe fiel-ahlie, Allahoemma innie a-oedzoe bieka mien wa"atha assafr, wa ka-aabatiel-mandharie, wa soe-iel-moenkalabie fiel-maalie wal-ahl. En wanneer hij terugkeerde, zei hij deze en voegde eraan toe: ((Wij keren terug, wij bekennen onze zonden, wij aanbidden, wij prijzen onze Heer))[253]. [253] Moeslim, 2/978, nummer 1342.
Aajieboena, taa-ieboena, aabiedoena, lierabbienaa haamiedoen.
Doe'a bij het betreden van een dorp of stad
((O Allah, Heerser van de zeven hemelen en alles wat zij overschaduwen, Heerser van de zeven aarde en alles wat zij bevatten, Heerser van de demonen en alles wat zij misleiden, Heerser van de winden en alles wat zij verspreiden, ik vraag U om het beste van deze stad, het beste van haar mensen en het beste van wat er in is, en ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad ervan, het kwaad van haar mensen en het kwaad van wat erin is))[254]. [254] Al-Hakim, die het authentiek verklaarde en het bevestigde door Ad-Dahabi, 2/100, en Ibn As-Soenni, nummer 524, en Al-Hafidh die het verbeterde in Takhreej al-Azkar, 5/154. De geleerde Ibn Baz (moge Allah hem genadig zijn) zei: ‘En het werd overgeleverd door An-Nasa’i met een goede keten van overleveraars.’ Zie: Toehfat al-Akhiyar, bladzijde 37.
Allahoemma rabbi assamawaati assab'ie wa maa adlalna, wa rabba l-aradie-na s-sab-ie wa maa aqlalna, wa rabbi asshaitani wa maa adlalna, wa rabbi Al'arriejahie wa maa darajna, as alloeka chajra hadhiehie alqarjatie, wa chajra ahlihaa, wa khajra maa fiehaa, wa a'oedzoe bieka min sharriehaa, wa sharrie ahlihaa, wa sharrie maa fiehaa.
Doe'a bij het betreden van de markt
((Er is geen god dan Allah, de Enige, zonder Partner. Hem behoort het koninkrijk en Hem behoort de lof. Hij geeft leven en brengt de dood en Hij is Levende, de Nooit-dode. In Zijn Hand is het goede en Hij heeft macht over alles))[255]. [255] At-Tirmidhi, nummer 3428, Ibn Majah, 5/291, nummer 3860, Al-Hakim, 1/538, en de hadith werd als authentiek verklaard door Al-Albani in Sahih Ibn Majah, 2/21 en in Sahih At-Tirmidhi, 3/152."
Laa ielaaha iellal-laahoe wahdahoe laa sharieka lahoe, lahoel moelkoe, wa lahoel alhamdoe, joehjie wa joemiet, wa hoewa hajjoen laa jamoet, biejadiehi alkhair, wa hoewa alaa koellie shai-in kadier.
Doe'a wanneer het vervoermiddel in moeilijkheden komt
((In de naam van Allah))[256]. [256] Aboe Dawoed, 4/296, nummer 4982, en het werd als authentiek verklaard door Al-Albani in Sahih Aboe Dawoed, 3/941.
Bismillah
100. Doe'a van de reiziger voor de inwoner van de stad
((Ik vertrouw jullie aan Allah toe, Wie geen enkele vertrouwenszaak verloren laat gaan))[257]. [257] Ahmed, 2/403, nummer 9230, en Ibn Majah, 2/943, nummer 2825, en zie: Sahih Ibn Majah, 2/133.
Astaw-die-'oe-koem Allahoe al-laadie la tadi'oe wada i'oehoe
Doe'a van de inwoner voor de reiziger
((Ik vertrouw Allah jullie religie, jullie vertrouwen en het einde van jullie daden toe))[258]. [258] Ahmed, 2/7, nummer 4524, en At-Tirmidhi, 5/499, nummer 3443, en het werd als authentiek verklaard door Al-Albani in Sahih Sunan al-Tirmidhi, 3/419.
Astawdie oellaha dienaka, wa amaanataka, wa khawaatiema a'malik.
((Mag Allah je voorzien van vroomheid, je zonden vergeven en het goede voor je vergemakkelijken, waar je ook bent))[259]. [259] At-Tirmidhi, nummer 3444, en zie: Sahih At-Tirmidhi, 3/155.
Zawwadaka Allaahoe attaqwaa, wa gafara danbaka, wa jassara lakal khajra hajtoe maa koent.
De takbeer (Allah is de Grootste) en tasbieh (Glorie zij Allah) tijdens de reis
Jabir (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: "Wanneer wij omhoog gingen, riepen wij 'Takbier' (Allah is de Grootste), en wanneer wij naar beneden gingen, prezen wij Allah met 'Tasbieh' (Glorie zij Allah)[261]. "Wanneer wij omhoog gingen, riepen wij 'Takbier' (Allah is de Grootste), Hij zegt: (Allah is de grootste)
Allahoe akbar En wanneer wij naar beneden gingen, prezen wij Allah met 'Tasbieh' (Glorie zij Allah)»[260]. Hij zegt: (Glorie zij Allah) [260] Al-Boekhari met de uitleg van Al-Fath, 6/135, nummer 2993.
Soebhaanallaah
Doe'a van de reiziger wanneer het vroeg in de ochtend is
((Een luisteraar heeft gehoord van de lof van Allah en van Zijn goede beproeving voor ons. O onze Heer, wees onze metgezel en schenk ons uw gunst en wij zoeken toevlucht bij Allah tegen het Vuur))[261]. [261] Moeslim, 4/2086, nummer 2718. En de betekenis van "Sam'a Sami'oen" is: een getuige heeft getuigd van onze lof voor Allah, de Verhevene, vanwege Zijn zegeningen en goede beproeving. En de betekenis van "Samma'a Sami'oen" is: een luisteraar heeft mijn woorden overgebracht naar anderen, en zei hetzelfde om aan te geven dat men tijdens het ochtendduister moet herinneren en bidden. Uitleg van An-Nawawi op Sahih Moeslim, 17/39."
Samma'a saami'oen bie hamdil-laahi, wa hoesni balaa-ihi 'alainaa, rabbanaa sahibnaa, wa afdil alainaa, 'a-iedan billaahi min an-naar.
Doe'a wanneer men op een plaats aankomt tijdens een reis of anders
((Ik zoek toevlucht bij de volledige woorden van Allah tegen het kwaad van wat Hij heeft geschapen))[262]. [262] Moeslim, 4/2080, nummer 2709.
Doe'a bij de terugkeer van de reis
"Hij zegt op elke verhoging driemaal de Takbir, vervolgens zegt hij: "Er is geen ware god dan Allah, de Enige, Die geen enkele deelgenoot heeft. Aan Hem behoort de heerschappij en aan Hem komt alle lof toe. Hij heeft macht over alle dingen. Wij keren terug tot Hem, berouwvol terugkerend, Hem aanbiddend en onze Heer prijzend. Allah heeft Zijn belofte waargemaakt, Zijn dienaar bijgestaan en de samengebundelde vijandige legers geheel op eigen kracht verslagen."[263]. [263] De Profeet (vrede zij met hem) zei dit wanneer hij terugkeerde van een militaire expeditie of bedevaart. Al-Boekhari, 7/163, nummer 1797, en Moeslim, 2/980, nummer 1344."
Laa ielaha iel-lallaah wahdahoe laa sharieka lah, lahoel moelk, wa lahoel hamd, wa hoewa 'alaa koellie shai-in kadier, aa-jieboen, taa-ieboen, aa-biedoen, lie-rabbienaa haa-miedoen, sadakal-laah wa-dah, wa nasara abdah, wa hazamal al ahzaaba wahdah.
Wat degene zegt aan wie een zaak komt die hem verheugt of die hij niet goedkeurt
((Wanneer de Profeet (vrede zij met hem) iets kreeg dat hem verheugde, zei hij: ((Alle lof behoort aan Allah, wiens zegeningen de goede daden volmaakt maken))
Al hamdoe lil-laa-hil la-die, bie-ni'-ma-tie-hie ta-tim-moe assaa-lie-haat. En wanneer de Profeet (vrede zij met hem) iets kreeg dat hij niet goedkeurde, zei hij: ((Alle lof behoort aan Allah in elke situatie))[264]. [264] Overgeleverd door Ibn As-Soenni in 'Amal Al-Yawm Wa Al-Layla, nummer 377, Al-Hakim en als authentiek verklaard, 1/499, en Al-Albani in Sahih al-Jami', 4/201.
Alhamdoe lillaahie 'ala koellie haal
De waarde van het gebed voor de Profeet (vrede zij met hem)
De Profeet (vrede zij met hem) zei: ((Wie een gebed voor mij verricht, zal Allah tien gebeden voor hem verrichten)) [265]. Zoals dat hij zegt: (O Allah, zegen en geef vrede aan onze Profeet Mohammed). [265] Overgeleverd door Moeslim, 1/288, nummer 384.
Allahoemma salli wa sallim alaa nabiejienaa Mohammed
En de Profeet (vrede zij met hem) zei: ((Maak mijn graf geen feestdag en verricht gebeden voor mij; want jullie gebeden bereiken mij, waar jullie ook zijn)) [266]. [266] Aboe Dawoed, 2/218, nummer 2044, en Ahmed, 2/367, nummer 8804, en het werd als authentiek verklaard door Al-Albani in Sahih Aboe Dawoed, 2/383.
En de Profeet (vrede zij met hem) zei: ((De gierigaard is degene bij wie ik genoemd word en die geen gebed voor mij verricht))[267] [267] At-Tirmidhi, 5/551, nummer 3546, en anderen. Zie ook: Sahih al-Jami', 3/25, en Sahih At-Tirmidhi, 3/177.
En de Profeet (vrede zij met hem) zei: ((Voorwaar, Allah heeft engelen die door de aarde reizen en mijn vrede van mijn oemma aan mij overbrengen))[268]. [268] An-Nasa'i, 3/43, nummer 1282, en al-Hakim, 2/421, en het werd als authentiek verklaard door Al-Albani in Sahih An-Nasa'i, 1/274.
En de Profeet (vrede zij met hem) zei: ((Er is niemand die mij de Salam geeft, behalve dat Allah mijn ziel aan mij teruggeeft totdat ik hem de Salam teruggeef))[269]. [269] Aboe Dawoed, nummer 2041 en het werd als authentiek verklaard door Al-Albani in Sahih Aboe Dawoed, 1/383.
Het verspreiden van de vrede.
De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: ((Jullie zullen het Paradijs niet binnengaan totdat jullie geloven en jullie zullen niet geloven totdat jullie elkaar liefhebben. Zou ik jullie niet iets wijzen, zodat jullie elkaar zouden liefhebben? Verspreid de Salam onder jullie))[270]. [270] Moeslim, 1/74, nummer 54, en Ahmed, nummer 1430, en de woorden zijn van hem. De tekst van Moeslim is: "Jullie zullen niet binnengaan...".
((Drie dingen: wie deze drie samenbrengt, heeft het geloof volledig verzameld: rechtvaardigheid tegenover jezelf, het geven van de vrede aan de wereld en het geven uit wat je schaars hebt))[271]. [271] Al-Boekhari met Al-Fath, 1/82, nummer 28, overgebracht door 'Ammar (Moge Allah tevreden zijn met hem) met een onderbreking.
En overgebracht door 'Abdellah bin Omar (moge Allah tevreden zijn met hen beiden): een man vroeg de Profeet (vrede zij met hem): ((Welke Islam is het beste?" Hij zei: "Het geven van voedsel en het begroeten met Salam aan degenen die je kent en degenen die je niet kent))[273]. "Het geven van voedsel en het begroeten met Salam aan degenen die je kent en degenen die je niet kent" [272]. [272] Al-Boekhari met Al-Fath, 1/55, nummer 12, en Moeslim, 1/65, nummer 39.
Hoe beantwoordt men de groet van een ongelovige wanneer hij groet?
((Wanneer de mensen van het Boek jullie begroeten, antwoord dan: "En op jullie."))[273]. [273] Al-Boekhari met al-Fath, 11/42, nummer 6258 en Moeslim, 4/1705, nummer 2163.
Wa a-lai-koem
Doe'a bij het horen van het kraaien van de haan en het balken van de ezel.
((Wanneer jullie het gekraai van de haan horen, vraag Allah om Zijn genade, want deze heeft een engel gezien, Zoals dat hij zegt: (O Allah, ik vraag U om Uw genade)
Allahoemma innie as-aloeka min fadlik ((En wanneer jullie het gebalk van de ezel horen, zoek toevlucht bij Allah tegen de duivel, want deze heeft een demon gezien))[274]. Zoals dat hij zegt: (Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de vervloekte satan). [274] Al-Boekhari met Al-Fath, 6/350, nummer 3303, en Moeslim, 4/2092, nummer 2729.
A'oedoe bil-laa-hie min asshaitani Irrajiem
Doe'a bij het horen van het geblaf van honden 's nachts.
((Wanneer jullie het geblaf van honden en het gebalk van ezels 's nachts horen, zoek dan toevlucht bij Allah tegen hen; want zij zien wat jullie niet zien))[275]. Zoals dat hij zegt: "(Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de vervloekte satan)." [275] Aboe Dawoed, 4/327, nummer 5105, en Ahmed, 3/306, nummer 14283, en geauthentiseerd door Al-Albani in Sahih Aboe Dawoed, 3/961.
A'oedoe bil-laa-hie min asshaitani Irrajiem
Doe'a voor degene die ik beledigd heb
De Profeet (vrede zij met hem) zei: ((O Allah, als ik een gelovige beledigd heb, maak dat dan een middel tot nabijheid tot U op de Dag der Opstanding))[276]. [276] (Overgeleverd door Al-Boekhari, met Al-Fath, 11/171, nummer 6361, en door Moeslim, 4/2007, nummer 396, met de variant: ((Maak het voor hem tot reiniging en genade)).
Wat zegt een moeslim wanneer hij een andere moslim prijst?
De Profeet (vrede zij met hem) zei: ((Wanneer een van jullie zijn metgezel prijst, laat hem dan zeggen: 'Ik beschouw die-en-die en Allah is zijn Oordeler. Ik prijs niemand bij Allah, ik beschouw hem (als hij dat verdient) als zodanig en zodanig))[277]. [277] (Overgeleverd door Moeslim, 4/2296, nummer 3000)
Wat zegt een moeslim wanneer hij geprezen wordt?
((O Allah, neem mij niet kwalijk voor wat zij zeggen en vergeef mij wat zij niet weten en maak mij beter dan wat zij denken)) [278]. [278] Overgeleverd door Al-Boekhari in Al-Adab Al-Moefrad, nummer 761 en geauthenticeerd door Al-Albani in Sahih Al-Adab Al-Moefrad, nummer 585. Wat tussen de haakjes staat is een toevoeging van Al-Bayhaqi in Sha'b Al-Iman, 4/228, via een andere overlevering.
Allahoemma la toewaakhidnie biema jakoeloen, wagfir lie ma la ja-almoen, wadj-alnie khairan mimma jadhoennoen.
Hoe de pelgrim in de staat van Ihram tijdens de hadj of oemra de lofdicht zegt
((Hier ben ik, o Allah, hier ben ik! Hier ben ik, geen deelgenoot hebt U, hier ben ik. Zeker, alle lof, zegeningen en het koningschap zijn voor U, geen deelgenoot hebt U))[279]. [279] Overgeleverd door Al-Boekhari met Al-Fath, 3/408, nummer 1549, en Moeslim, 2/841, nummer 1184.
Labbaika Allaahumma labbaik, labbaika laa sharika laka labbaik, inna al-hamda, wan-niʿmata, laka wal-mulk, laa sharika lak.
De takbeer (grootse lof) wanneer men bij de Zwarte Steen komt
((De Profeet (vrede zij met hem) liep rond het Huis op een kameel. Elke keer als hij het hoeksteen bereikte, wees hij ermee naar iets bij hem en zei de takbeer))[280]. [280] Overgeleverd door Al-Boekhari met al-Fath, 3/476, nummer 1613, en de ‘ding’ die hij bedoelt was de midhaar. Zie Al-Boekhari met al-Fath, 3/472.
Doe'a tussen de Zuidhoek en de Zwarte Steen (van de Ka'ba)
((Onze Heer, geef ons het goede in deze wereld en het goede in het hiernamaals en bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur))[281] [281] Overgeleverd door Aboe Dawoed, 2/179, nummer 1894, en Ahmed, 3/411, nummer 15398, en Al-Baghawi in Sharh As-Soenna, 7/128, en geauthenticeerd door Al-Albani in Sahih Aboe Dawoed, 1/354, en het vers uit Soera al-Baqarah, 201.
Rabbanaa aatienaa fied doenjaa hassanattan, wa fiel akhierattie hassanattan, wa kienaa adhaabannaar.
Doe'a bij het staan op de Safa en Marwa
((Waarlijk, het goede in deze wereld en het goede in het hiernamaals en bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur)) «(Voorwaar, As-Safa en Al-Marwa behoren tot de rituelen van Allah...) Ik begin met datgene waarmee Allah is begonnen.»
Inna assafaa wal marwata min sha-'aa-iril-laah..., abda-oe bimaa bada-al-laahoe bih En hij begon bij de Safa, klom erop totdat hij het Huis zag, richtte zich naar de Qibla, prees Allah, loofde Hem en zei: "Er is geen ware god dan Allah, de Enige, Die geen deelgenoot heeft. Aan Hem behoort de heerschappij en aan Hem behoort alle lof, en Hij is tot alle dingen machtig. Er is geen ware god dan Allah alleen: Hij heeft Zijn belofte vervuld, Zijn dienaar bijgestaan in overwinning, en de geallieerde legers geheel en al op eigen kracht verslagen."
La ilaha illa Allah wahdahoe la sharika lah, lahoe al-moelk wa lahoe al-hamd wa hoewa ala koelli shai’ien qadir, la ilaha illa Allah wahdah, anjaza wa’dah, wa nasara ‘abdah, wa hazama al-ahzab wahdah. Vervolgens verrichtte hij daartussen een smeekbede, hij zei iets soortgelijks drie keer. En in de overlevering staat: Vervolgens deed hij op Marwa zoals hij op Safa deed[282]. [282] Moeslim, 2/888, nummer 1218, en het vers uit Soera Al-Baqara, nummer 158.
Doe'a op de dag van 'Arafa
De Profeet (vrede zij met hem) zei: ((Het beste gebed is het gebed op de dag van Arafa en het beste dat ik en de profeten vóór mij hebben gezegd is: ((Er is geen god dan Allah, Hij is de Ene, zonder Partner. Aan Hem behoort het Koninkrijk en aan Hem behoort alle lof en Hij heeft macht over alles))[283]. [283] At-Tirmidhi, nummer 3585, en geclassificeerd als authentiek door Al-Albani in Sahih At-Tirmidhi, 3/184 en in de keten van authentieke overleveringen, 4/6.
Ad-Dhikr bij de heilige plaats van Mash'ar al-Haram
((De Profeet (vrede zij met hem) reed op de Qaswa (kameel van de profeet), totdat hij bij Mash'ar Al-Haram kwam, richtte zich naar de Qibla, bad tot Allah, loofde Hem, verklaarde Hem Eén en bleef staan totdat de dageraad duidelijk werd. Daarna vervolgde hij zijn weg voordat de zon opkwam))[284]. [284] Moeslim, 2/891, nummer 1218.
At-Takbier bij het werpen van de stenen bij de drie zuilen
((Hij sprak at-takbier (Allahoe Akbar) telkens wanneer hij een steen wierp bij de drie zuilen. Daarna ging hij verder, stopte, bad in de richting van de Qibla en stak zijn handen op na het werpen van de eerste en tweede steen. Wat betreft de grote zuil (Jamarat Al-Aqaba), wierp hij de stenen, sprak de takbier bij elke steen en ging door zonder te stoppen))[285]. [285] Al-Boekhari met Al-Fath, 3/583, nummer 1751, zie ook zijn uitspraak daar. En Moeslim, nummer 1218.
Doe'a van verbazing en een goede zaak
((Glorie zij Allah!))[286]. [286] Al-Boekhari met Al-Fath, 1/210, 390, 414, nr. 115, nr. 3599, nr. 6218, en Moeslim, 4/1857, nr. 1674.
Soebchaanallah
((Allah is de Grootste!))[287]. [287] Al-Boekhari met Al-Fath, 8/441, nummer 4741, en nummer 3062, At-Tirmidhi, nummer 2180, en An-Nasa'i in Al-Koebra, nummer 11185, en zie: Sahih At-Tirmidhi, 2/103, en 2/235, en Moesnad Ahmed, 5/218, nummer 21900.
Allahoe akbar
Wat te doen wanneer men iets aangenaams overkomt
De Profeet (vrede zij met hem) wanneer er iets was dat hem blij maakte of waarmee hij zich verheugde, viel op de grond in een nederige smeekbede en dankte Allah, de Verhevene, met eerbied.[288]. [288] Overgeleverd door de mensen van de Soenna, behalve An-Nasa'i: Aboe Dawoed, nummer 2774, At-Tirmidhi, nummer 1578, en Ibn Majah, nummer 1394. Zie: Sahih Ibn Majah, 1/233, en Irwaa Al-Ghaliel, 2/226.
Wat te doen en te zeggen wanneer men pijn in zijn lichaam voelt
((Plaats je hand op het pijnlijke deel van je lichaam en zeg: In de naam van Allah,
Bismillah Drie keer, En zeg zeven keer: (Ik zoek toevlucht bij Allah en Zijn macht tegen het kwaad van wat ik voel en vrees) [289]. [289] Moeslim, 4/1728, nr. 2202.
Doe'a voor degene die vreest dat iets zijn ogen zal treffen
((Wanneer een van jullie iets van zijn broer, of van zichzelf, of van zijn bezit ziet wat hem bevalt, laat hem dan voor hem zegenen, want de "ayn" (het kwaad oog) is waar))[290]. [290] Moesnad Ahmed 4/447, nr. 15700, Ibn Majah, nr. 3508, Malik, 3/118-119, en Sahih Al-Albani in Sahih al-Jami 1/212, en zie de verificatie van Zad Al-Ma'ad door Al-Arna'oet 4/170.
Wat gezegd wordt bij angst
((Er is geen god behalve Allah!))[291]. [291] Al-Boekhari met al-Fath, 6/381, nr. 3346 en Moeslim, 4/2208, nr. 2880.
Wat gezegd wordt bij het slachten of offeren
((In de naam van Allah en Allah is de grootste [O Allah, van U en voor U] O Allah, accepteer het van mij))[292]. [292] Moeslim, 3/1557, nr. 1967, en Al-Bayhaqi, 9/287, en wat tussen de haakjes staat is overgeleverd door Al-Bayhaqi, 9/287 en anderen, de laatste zin is naar de betekenis overgenomen uit de overlevering van Moeslim.
Bismillahie wallahoe akbar, Allahoemma minka wa laka, Allahoemma takabbal minnie.
Wat gezegd wordt om de boosaardige streken van de duivels af te weren
((Ik zoek toevlucht bij de volmaakte woorden van Allah, die niet door een rechtschapene of een boosdoener kunnen worden overschreden: van het kwaad van wat Hij heeft geschapen en wat Hij heeft voortgebracht en verspreid, en van het kwaad van wat neerdaalt uit de hemel en van het kwaad van wat opstijgt daarin en van het kwaad van wat Hij in de aarde heeft verspreid en van het kwaad van wat eruit voortkomt en van het kwaad van de beproevingen van de nacht en de dag en van het kwaad van elke indringer, behalve de indringer die komt met goedheid, o Meest Genadevolle))[293]. [293] Ahmed, 3/419, nr. 15461, met een authentieke keten van overleveringen, en Ibn As-Soenni, nr. 637, en de keten van overleveringen werd geverifieerd door Al-Arna'oet in zijn kritiek op de Tahawiyya, p. 133, en zie: Majma' Az-Zawa'id, 10/127.
A-'oedhoe bi-kalimaatil lahit tammatil lati laa joe-djaawizoe-hoenna barroen wa laa faa-djir: min sharri maa khalaka, wa bara-a wa dhara-a, wa min sharri maa janziloe minas-samaa-ie, wa min sharri maa jaroedjoe fiehaa, wa min sharri maa dzara-a fil-ardi, wa min sharri maa jachroedjoe minhaa, wa min sharri fitanil laili wan-nahaar, wa min sharri koelli taarikin illaa taarikan jatroekoe bi-khairin jaa rachmaan.
Vergeving en berouw
De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: ((Bij Allah, ik vraag Allah om vergiffenis en keer tot Hem terug op een dag meer dan zeventig keer))[294]. [294] Al-Boekhari met de Fath, 11/101, nummer 6307.
En hij zei (vrede zij met hem): ((O mensen, bekeer u tot Allah, want ik keer mij op deze dag honderd keer tot Hem)) [295]. [295] Moeslim, 4/2076, nummer 2702.
En hij (vrede zij met hem) zei: «Degene die zegt: Ik vraag vergiffenis aan Allah, de Almachtige, voor Wie er geen god is dan Hij, de Levende, de Onderhouder en ik keer mij tot Hem,
Astaghfiroe Allah al-ʿadhiem, alladhie la ilaha illa Hoe, Al-Hayyoe al-Qayyoem, wa atoeboe ilayh. Allah zal hem vergeven, zelfs als hij gevlucht is van de strijd)) [296]. [296] Aboe Dawoed, 2/85, nummer 1517, en At-Tirmidhi, 5/569, nummer 3577, en Al-Hakim, die het authenticiteit bevestigde en Ad-Dahabi het goedkeurde, 1/511, en Al-Albani, zie: Sahieh At-Tirmidhi, 3/182, en Jaami' al-Usoel li Ahadieth Ar-Rasoel (vrede zij met hem), 4/389-390, met de editie van Al-Arna'oet.
En hij zei (vrede zij met hem): ((De dichtst bij zijn Heer zijnde dienaar is in de laatste uren van de nacht. Als je kunt behoren tot degenen die Allah gedenken in dat uur, doe dat dan)) [297] [297] At-Tirmidhi, nummer 3579, en An-Nasa'i, 1/279, nummer 572, en Al-Hakim, 1/309, zie: Sahieh At-Tirmidhi, 3/183, en Jaami' Al-Oessoel met de editie van Al-Arna'oet, 4/144.
En hij zei (vrede zij met hem): ((De dienaar is het dichtst bij zijn Heer wanneer hij zich in soejoed bevindt, dus wees overvloedig in het doen van smeekbeden)) [298] [298] Moeslim, 1/350, nummer 482.
En hij zei (vrede zij met hem): ((Inderdaad, er komt soms een mist over mijn hart en ik vraag Allah om vergiffenis op een dag honderd keer))[299]. [299] Overgeleverd door Moeslim, 4/2075, nummer 2702. Ibn Al-Athier zei: "Er komt soms een mist over mijn hart", wat betekent dat het bedekt of overschaduwd wordt en dit verwijst naar vergeetachtigheid; omdat hij (vrede zij met hem) voortdurend in de herinnering aan Allah, de nabijheid van Allah en het voortdurend waakzaam zijn was. Wanneer hij iets vergat of een moment van vergeetachtigheid had, beschouwde hij het als een zonde voor zichzelf en zo wendde hij zich tot het vragen om vergiffenis. Zie: Jaami' Al-Oesoel, 4/386.
De verdiensten van het loven van Allah, het prijzen van Allah, het uitspreken van 'la ilaha illallah' (er is geen god dan Allah), en het zeggen van 'Allahoe Akbar'.
((Wie zegt: 'SoebhanAllah wa bihamdihie' (Prijs Allah en loof Hem) honderd keer op een dag, zullen zijn zonden worden vergeven, zelfs als ze als het schuim van de zee zijn)) [301] «Degene die zegt: Glorie zij Allah en lof zij Hem.
Soebhaanallaahie wa biehamdih honderd keer per dag zullen zijn zonden worden uitgewist, ook al zijn ze zo veel als schuim van de zee" [300]. [300] Al-Boekhari, 7/168, nummer 6405, en Moeslim, 4/2071, nummer 2691. Zie ook: De verdiensten van degene die dit honderd keer zegt bij het opstaan en bij het avond worden, bladzijde 65 van dit boek.
Hij (vrede zij met hem) zei: "Degene die zegt:" Er is geen god behalve Allah, de Enige, zonder deelgenoten. Aan Hem behoort het Koninkrijk, en alle lof komt Hem toe, en Hij heeft macht over alle dingen.
Laa ilaaha illallaah wahdahoe laa sharieka lahoe, lahoel moelkoe, walahoel hamdoe, wa hoewa alaa koellie shai-in kadier tien keer, is gelijk aan degene die vier mensen uit de kinderen van Ismaël heeft bevrijd))[301]. [301] Overgeleverd door Al-Boekhari, 7/67, nummer 6404, en door Moeslim met dezelfde woorden, 4/2071, nummer 2693, en zie: de voorkeur voor wie het honderd keer per dag zegt: Doe'a, nummer 93, p. 66 van dit boek.
Hij (vrede zij met hem) zei: "De twee woorden die heel licht zijn op de tong, maar zwaar in de weegschaal en geliefd bij de Barmhartige:" ((Soebhan Allah wa bihamdih, Soebhan Allah Al-‘Adhim))[302]. [302] Overgeleverd door Al-Boekhari, 7/168, nummer 6404, en door Moeslim, 4/2072, nummer 2694.
Soebhaanallaahie wa biehamdiehie, Soebhaanallaahiel adhiem.
En hij (vrede zij met hem) zei: «Dat ik zeg: "Glorie zij Allah, en lof zij Allah, en er is geen god dan Allah, en Allah is de Grootste,"
Soebhaan Allaah, walhamdoe lillaah, wa laa ilaaha illallaah, wallaahoe akbar is mij geliefder dan alles waar de zon over opkomt))[303]. [303] Overgeleverd door Moeslim, 4/2072, nummer 2695.
En hij (vrede zij met hem) zei: ((Kan een van jullie niet elke dag duizend goede daden verkrijgen?)) Een van zijn metgezellen vroeg: "Hoe kan een van ons duizend goede daden verkrijgen?" Hij zei: ((Door honderd keer te zeggen: Soebhan Allah, wordt voor hem duizend goede daden geschreven of worden duizend fouten van hem verwijderd.)) [305] Een van zijn metgezellen vroeg: "Hoe kan een van ons duizend goede daden verkrijgen?" Hij zei: "Door honderd keer te zeggen: Soebhan Allah, wordt voor hem duizend goede daden geschreven of worden duizend fouten van hem verwijderd" [304]. [304] Moeslim, 4/ 2073, nummer 2698.
Soebhaanallah
«Degene die zegt: Allah zij Geprezen, de Meest Grandioze en lof zij Hem.
Soebhaanallaahiel adhiemie wa biehamdieh Voor hem wordt een palmboom geplant in het Paradijs))[305]. [305] Overgeleverd door At-Tirmidhi, 5/511, nummer 3464, en Al-Hakim, 1/501, die het als authentiek verklaarde en Ad-Dahabi bevestigde, zie: Sahih al-Jami, 5/531, en Sahih At-Tirmidhi, 3/160.
En hij (vrede zij met hem) zei: ((O Abdellah ibn Qays, wil ik je niet wijzen op een schat uit de schatten van het Paradijs?)) Ik zei: Ja, o boodschapper van Allah. Hij zei: ((Zeg: "Er is geen macht en geen kracht behalve door Allah."))[307]. Dus antwoordde ik: "Jazeker, o Boodschapper van Allah.'' Hij zei: «Zeg: Er is geen macht noch kracht (mogelijk) behalve door Allah [306]. [306] Sahih Al-Boekhari met Fath, 11/213, nummer 4206, en Sahih Moeslim, 4/2076, nummer 2704.
En hij (vrede zij met hem) zei: «De meest geliefde woorden bij Allah zijn vier: Glorie zij Allah, en lof zij Allah, en er is geen god dan Allah, en Allah is de Grootste,
Soebhaanallah, wal hamdoe lillah, wa laa ielaaha iellallah, wallahoe akbar Het maakt niet uit met welke je begint))[307]. [307] Sahih Moeslim, 3/1685, nummer 2137.
Een bedoeïen kwam naar de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en zei: "Leer mij woorden die ik kan zeggen." Hij zei: ((Zeg: Er is geen god dan Allah, de Enige, zonder deelgenoot, Allah is de Grootste, in grote mate en lof zij Allah, de Heer der werelden, er is geen macht en kracht dan bij Allah, de Almachtige, de Wijze)) Hij zei: "Dit is voor mijn Heer, maar wat is er voor mij?" Hij zei: ((Zeg: Zeg: O Allah, vergeef mij, heb genade met mij, leid mij, en geef mij voorziening)) [309] «Zeg: Er is geen god dan Allah, Hij is de Enige, zonder deelgenoten. Allah is de Allergrootste, en alle lof zij Allah in overvloed. Glorie zij Allah, de Heer der Werelden. Er is geen macht of kracht behalve bij Allah, de Almachtige, de Alwijze."
La ilaha illa Allah wahdahoe la sharieka lah, Allahoe akbar kabieran, wal-hamdoe lillahi kathieran, soebhana Allahi rabbil-'alamien, la hawla wa la qoewwata illa billahil-'aziezil-hakiem. Hij zei: "Deze zijn voor mijn Heer, maar wat is voor mij?" Hij zei: «Zeg: "O Allah, vergeef mij, heb genade met mij, leid mij, en voorzie mij"[308]. [308] Sahih Moeslim, 4/2072, nummer 2696, en Aboe Dawoed voegde toe, 1/220, nummer 832: Toen de bedoeïen wegliep, zei de Profeet (vrede zij met hem): ((Hij heeft zijn handen gevuld met goedheid))
Allahoemma igfir lie, warhamnie, wahdinie, warzoeknie.
Wanneer een man zich bekeerde, leerde de Profeet (vrede zij met hem) hem het gebed en beval hem vervolgens om deze woorden te zeggen: ((O Allah, vergeef mij, heb genade met mij, leid mij, geef mij gezondheid en geef mij voorziening)) [309]. [309] Moeslim, 4/ 2073, nr. 3697, en in een andere overlevering van hem: ((Want deze verzamelen voor jou je wereld en je hiernamaals)).
Allahoemma gfier lie, warhamnie, wahdienie, wa aafienie warzoeknie
"Waarlijk, de beste smeekbede Alle lof is voor Allah,
Alhamdoe lillaah En het allerbeste Dhikr ((Er is geen god behalve Allah))[310]. [310] At-Tirmidhi, 5/ 462, nr. 3383, Ibn Majah, 2/ 1249, nr. 3800, Al-Hakim, 1/503, geverifieerd en goedgekeurd door Ad-Dahabi, en zie: Sahih al-Jami, 1/362.
"((De blijvende goede daden: ((Glorie zij Allah, Lof zij Allah, Er is geen god behalve Allah, Allah is de Grootste, Er is geen kracht en geen macht behalve met Allah))[311]. [311]Ahmed, nr. 513, volgens de ordening van Ahmed Shakir en zie: Al-Majma‘ Az-Zawa’ied, 1/297, en Ibn Hajar verwees in Al-Boeloegh Al-Maram van de overlevering van Aboe Sa’ied naar An-Nasa’i [in Al-Koebra], nr. 10617, en hij zei: geverifieerd door Ibn Hibban, [nr. 840], en al-Hakim [1/541].
Soebhaanallaah, walhamdoe lillaah, wa laa ielaaha illallaah, wallaahoe akbar, wa laa hawla wa laa koewwata illaa billaah.
Hoe reciteerde de Profeet (vrede zij met hem) de lofprijzingen?
Van Abdellah ibn Amr (vrede zij met hem) wordt overgeleverd dat hij zei: ((Ik zag de Profeet (vrede zij met hem) de lofprijzingen tellen)) En in een toevoeging: ((Met zijn rechterhand))[312]. [312] Overgeleverd door Aboe Dawoed met zijn woorden, 2/81, nummer 1502, en At-Tirmidhi, 5/521, nummer 3486. Zie: Sahih Al-Jami', 4/271, nummer 4865, en Authentiek bevestigd door Al-Albani in Sahih Soenan Aboe Dawoed, 1/411.
Van de soorten goede daden en de alomvattende zeden.
De profeet (vrede zij met hem) zei: ((Wanneer de nacht valt – of wanneer jullie de avond ingaan – houdt dan je kinderen binnen, want de duivels verspreiden zich op dat moment. Wanneer een uur van de nacht is verstreken, laat ze dan buiten. Sluit de deuren en herinner je de naam van Allah, want de duivel opent geen gesloten deur. Bind je waterzakken dicht, herinner je de naam van Allah, bedek je vazen, herinner je de naam van Allah, zelfs als je er iets op legt, en doof je lampen))[313]. [313] Al-Boekhari met Al-Fath, 10/88, nr. 5623, en Moeslim, 3/1595, nr. 2012.
Moge Allah zegenen, vrede en zegeningen schenken aan onze profeet Mohammed, zijn familie en zijn metgezellen allen.
Related books
All books
De smeekbeden die 's ochtends en 's avonds worden gereciteerd.57 talenDe smeekbeden die 's ochtends en 's avonds worden gereciteerd.
In de naam van Allah, de meest Barmhartige, de meest Genadevolle. (Allah, er is geen god behalve Hij, de Levende, de Onderhouder van het Bestaan. Geen sluimer noch slaap overvalt Hem. Hem behoort toe wat in de hemelen en wat op aarde is. Wie kan voor Hem bemiddelen zonder Zijn toestemming? Hij weet wat vóór hen ligt en wat achter hen is en zij omhelzen niets van Zijn kennis behalve wat Hij wil. Zijn Troon omspant de hemelen en de aarde en het bewaren van hen vermoeit Hem niet. Hij is de Verhevene, de Grote) Troonvers: 255 - Soerah Al-Baqarah (De Boodschapper heeft geloofd in wat van zijn Heer…
De beknopte en nuttige gids voor de moslim54 talenDe beknopte en nuttige gids voor de moslim
Dit boek biedt een beknopte en complete uiteenzetting van de fundamenten van de Islamitische religie. Het legt op duidelijke wijze de basisprincipes uit van de correcte aanbidding en de essentie van het geloof in Allah, Zijn engelen, Zijn heilige boeken, Zijn boodschappers, de Dag des Oordeels en de voorbeschikking. Het boek begint met een uitleg over de zegeningen van de Islam en het belang van het kennen van Allah, Zijn eigenschappen en de Schone Namen die aan Hem toebehoren. Daarna behandelt het de vijf zuilen van de Islam en de zes zuilen van het geloof. Tevens wordt het concept van…
De correcte geloofsovertuiging en wat het tegengaat48 talenDe correcte geloofsovertuiging en wat het tegengaat
تكلم المؤلف في هذا الكتيب الصغير عن العقيدة الصحيحة التي تتلخص في: الإيمان بالله، وملائكته، وكتبه، ورسله، واليوم الآخر، وبالقدر خيره وشره، فهذه الأمور الستة هي أصول العقيدة الصحيحة عند أهل السنة والجماعة. وقد شرح الشيخ في الكتاب هذه الأصول الستة مستدلًا بالكتاب والسنة وما عليه سلف هذه الأمة، ثم تكلم عن مسألة الإيمان وقرر أنه قول وعمل يزيد بالطاعة وينقص بالمعصية. ثم ذكر مسألة الولاء والبراء وواجب المسلم تجاه أخيه في الدين. ثم شرع في ذكر المنحرفين عن هذه العقيدة الصحيحة مع ذكر أصنافهم، وذكر شبهة المعاصرين وأنها هي نفس شبهة الأولين، وذكر بعض العقائد الكفرية وما زاده المشركون المتأخرون على الأولين. وأكد الشيخ أن النصر لا يأتي إلا بإخلاص العبادة لوجه الله تعالى وحده لا شريك له، ثم ختم هذا الكتيب بذكر نواقض الإسلام.
De Drie Fundamenten en hun bewijzen65 talenDe Drie Fundamenten en hun bewijzen
Dit boek behandelt de wezenlijke beginselen die de moslim dient te leren: de kennis van Allah, de kennis van de Islam en de kennis van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem). Tevens legt het de nadruk op het belang van deze beginselen voor de opbouw van het geloof en de rechtschapen daad, gestoeld op de bewijzen uit de Koran en de Soenna.