الدروس المهمة لعامة الأمة
يهدف الكتاب إلى تعليم المسلمين أساسيات دينهم بطريقة مبسطة وشاملة. يتناول مجموعة من الدروس المهمة مثل قراءة الفاتحة وقصار السور، وأركان الإسلام والإيمان، وأقسام التوحيد والشرك، وشروط وأركان وواجبات الصلاة، بالإضافة إلى مبطلاتها، مع بيان مختصر لشروط الوضوء وفروضه ونواقضه. كما يسلط الضوء على التحلي بالأخلاق الإسلامية والآداب الشرعية، ويقدم إرشادات لطيفة حول تجهيز الميت والصلاة عليه ودفنه.
De belangrijke lessen voor de gehele gemeenschap
De eerwaarde geleerde sheikh
Abdoelaziz bin Abdoellah bin Baz
Moge Allah hem genadig zijn
Voorwoord van de auteur
Alle lof behoort aan Allah, de Heer der Werelden; het uiteindelijke heil is voor de godvrezenden. Zegeningen en vrede zij over Zijn dienaar en Boodschapper, onze profeet Mohammed, evenals over zijn gehele familie en zijn metgezellen.
Dit gezegd hebbende:
Dit zijn beknopte woorden waarin enkele van de zaken worden uiteengezet die de algemene gemeenschap over de Islam behoort te weten. Ik heb deze aangeduid als: “De belangrijke lessen voor de gehele gemeenschap”.
Ik vraag Allah dat het nuttig mag zijn voor de moslims en dat Hij het van mij moge aanvaarden. Voorwaar, Hij is vrijgevig en edelmoedig.
Abdoelaziz bin Abdoellah bin Baz De belangrijke lessen voor de gehele gemeenschap [1] [1] Verzameling van diverse fatwa's en artikelen (3/ 288- 298).
De eerste les: Soera Al-Fatiha en de korte Soera's
Soera Al-Fatiha en wat mogelijk is van de korte soera's, van soera Az-Zalzalah tot soera An-Naas, ter instructie door voordracht, correctie van de recitatie, memorisatie en uitleg van wat begrepen dient te worden.
De tweede les: De zuilen van de Islam
Uitleg van de vijf pijlers van de Islam en de eerste en grootste daarvan: De getuigenis dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Zijn boodschapper is, met een uitleg van haar betekenissen en een verduidelijking van de voorwaarden van 'Laa ilaaha illaa Allah'. De betekenis ervan is: (Laa ilaaha) is de ontkenning van alles wat buiten Allah wordt aanbeden, en (illaa Allah) is de bevestiging van de aanbidding voor Allah alleen, zonder deelgenoot. Wat de voorwaarden betreft van de uitspraak: “Er is geen god behalve Allah”, deze zijn als volgt: De kennis die onwetendheid uitsluit, de zekerheid die twijfel uitsluit, de zuiverheid die afgoderij uitsluit, de waarachtigheid die leugenachtigheid uitsluit, de liefde die haat uitsluit, de onderwerping die verwerping uitsluit, de aanvaarding die afwijzing uitsluit en het verwerpen van al hetgeen buiten Allah aanbeden wordt. En deze zijn samengevat in de volgende twee zinnen:
Zekere kennis, oprechte toewijding, jouw waarachtigheid met ... liefde, overgave en aanvaarding ervan. En de achtste is jouw ontkenning van alles wat naast Allah aanbeden wordt.
Met de uiteenzetting van de geloofsgetuigenis dat Mohammed de Boodschapper van Allah is en van haar wezenlijke implicaties: hem te geloven in alles wat hij heeft overgebracht, hem te gehoorzamen in alles wat hij heeft bevolen, zich te onthouden van alles wat hij heeft verboden en streng heeft afgewezen en Allah slechts te aanbidden overeenkomstig datgene wat Allah, de Verhevene en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) hebben voorgeschreven. Vervolgens verduidelijkt hij voor de student de overige pijlers van de Islam, namelijk: het verrichten van het gebed, het geven van de zakaat, het vasten tijdens de maand Ramadan en het verrichten van de bedevaart naar het Heilige Huis van Allah voor wie daartoe in staat is.
De derde les: De zuilen van het geloof
Welke zes zijn: Geloof in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn boodschappers, de Laatste Dag en geloof in de Voorbeschikking, het goede en het kwade daarvan, van Allah de Verhevene.
De vierde les: Onderverdelingen van Tawhied en onderverdelingen van polytheïsme
Uitleg van de onderverdelingen van Tawhied en dit zijn er drie: Tawhied Ar-Roeboebiyyah, Tawhied Al-Oeloehiyah en Tawhied Al-Asma wa As-Sifat.
1- Monotheïsme van Heerschappij: Het houdt in dat men gelooft dat Allah de Verhevene de enige Schepper van alles is, en de enige Bestuurder van alles, zonder de aanwezigheid van enige partners.
2- Monotheïsme van Aanbidding: Het is het geloof dat Allah, geprezen zij Hij, de Enige is die het recht heeft om aanbeden te worden, zonder deelgenoten. Dit is de betekenis van 'La ilaha illa Allah', wat inhoudt: er is niemand die terecht aanbeden wordt behalve Allah. Alle vormen van aanbidding, zoals het gebed, het vasten en andere, moeten daarom exclusief aan Allah alleen worden gewijd en het is niet toegestaan om iets daarvan aan een ander dan Hem te richten.
3. Monotheïsme van Namen en Eigenschappen: Het houdt in dat men gelooft in alle namen en eigenschappen van Allah die in de Heilige Koran of de authentieke overleveringen zijn vermeld en deze voor Allah alleen bevestigt op een wijze die Hem past, zonder enige vorm van verdraaiing, ontkenning of vergelijking, in overeenstemming met de uitspraak van Allah: (Zeg: “Hij is Allah, de Enige Allah de Eeuwige, de Onafhankelijke 2 Hij heeft niet verwerkt, noch is Hij verwekt 3 En er is niets of niemand die met Hem te vergelijken is 4 [Al-Ikhlas: 1-4] En Allah de Almachtige zei: (Er is niets of niemand aan hem gelijk.en Hij is de Alhorende de Alziende) [As-Shoera: 11], Sommige geleerden hebben dit in twee soorten verdeeld en Tawhied Al-Asma wa As-Sifat ondergebracht bij Tawhied Ar-Roeboebiyyah. Hierover bestaat echter geen onenigheid, omdat de bedoeling in beide verdelingen duidelijk is.
De categorieën van polytheïsme zijn drie: groter shirk, kleine shirk, en verborgen afgoderij.
De grote shirk leidt tot de vernietiging van daden en de eeuwige verblijfplaats in het Hellevuur voor degene die eraan sterft, zoals Allah heeft gezegd: (...Maar als zij in de aanbidding tot Allah deelgenoten hebben toegekend, dan hebben zij geen nut van al hun daden) [Al-An'am: 88], De Verhevene zegt: (Het is niet voor de polytheïsten om de moskeeën van Allah te onderhouden, terwijl zij tegen zichzelf getuigen van het ongeloof. Dit zijn nutteloze werken en in het vuur zullen zij verblijven 17) [At-Tawbah: 17], En wie in die toestand sterft, zal geen vergeving ten deel vallen en het Paradijs zal voor hem verboden zijn, zoals Allah, de Almachtige en Verhevene, heeft gezegd: (Waarlijk, Allah vergeeft het niet als er met Hem deelgenoten worden aanbeden, maar behalve dat vergeeft Hij wat Hij wil...) [An-Nisaa: 48], De Verhevene zegt: (Waarlijk, iedereen die deelgenoten aan Allah toekent in de aanbidding, daarvoor heeft Allah het paradijs verboden en voor hem zal het vuur zijn verblijfplaats zijn. En voor de onrechtvaardigen zullen er geen helpers zijn) [Al-Ma'ida:72].
Tot de vormen ervan behoren het aanroepen van de doden en van afgodsbeelden, het zoeken van hulp bij hen, het doen van geloften aan hen, het aan hen opdragen van offers en dergelijke praktijken.
Kleine shirk: Dit is wat door de teksten van de Koran of de Soenna als shirk is bestempeld, maar niet van dezelfde aard is als de grotere shirk; zoals hypocrisie in sommige daden, het zweren bij iets anders dan Allah en het zeggen: 'Wat Allah wil en wat die-en-die wil', en dergelijke; vanwege de uitspraak van de Profeet: " "Het meest waar ik voor jullie bang voor ben, is de kleine afgoderij.” Men vroeg hem daarnaar, en hij antwoordde: “Huichelachtigheid" ”[2] Overgeleverd door imam Ahmed, at-Tabarani en al-Bayhaqi, op gezag van Mahmoud ibn Labid al-Ansari (moge Allah tevreden zijn met hem) met een goede overleveringsketen. Tevens overgeleverd door At-Tabarani via meerdere betrouwbare ketens, van Mahmoed ibn Labid, van Rafi‘ ibn Khadij, van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem). [2] Overgeleverd door Ahmed (5/428), en At-Tabarani in Al-Kabeer (4/338), en Al-Bayhaqi in Ash-Shu'ab (14/355), en hij zei in Majma' az-Zawa'id (1/121): 'overgeleverd door Ahmed en zijn mannen zijn de mannen van de Sahih'.
En zijn uitspraak (vrede zij met hem): "Wie zweert bij iets anders dan Allah, heeft zich schuldig gemaakt aan polytheïsme" [3] Overgeleverd door Imam Ahmed met een authentieke overleveringsketen, van Omar ibn al-Khattab, moge Allah tevreden met hem zijn, Overgeleverd door Aboe Dawoed en At-Tirmidhi met een authentieke overleveringsketen, van de overlevering van Ibn Omar (moge Allah tevreden zijn met hem), dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Wie zweert bij iets anders dan Allah, heeft zich schuldig gemaakt aan ongeloof of polytheïsme" [4] En zijn uitspraak (vrede zij met hem): "Zeg niet: 'Wat Allah wilde en wat die persoon wilde,' maar zeg: 'Wat Allah wilde en vervolgens wat die persoon wilde'' [5] Overgeleverd door Aboe Dawoed met een authentieke keten van overleveraars, op gezag van Hoedhayfah ibn al-Yaman, moge Allah tevreden met hem zijn. [3] Overgeleverd door Imam Ahmed (1/ 47). [4] Overgeleverd door Aboe Dawoed, nummer (3251) en At-Tirmidhie, nummer (1535). [5] Overgeleverd door Aboe Dawoed, nummer (4980), en Ahmed (5/384).
En dit type vereist geen afvalligheid, en vereist geen eeuwig verblijf in het Hellevuur, maar het is in strijd met de verplichte volledigheid van de Eenheid.
De derde soort: Het verborgen shirk; en het bewijs hiervoor is de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Zal ik jullie niet meedelen wat ik voor jullie nog angstwekkender acht dan de Massieḥ ad-Dajjal?” Zij antwoordden: “Zeker, o Boodschapper van Allah.” Hij zei: “Het verborgen shirk: dat een man zich opricht om te bidden en zijn gebed verfraait omdat hij merkt dat een ander hem gadeslaat.” [6] Overgeleverd door Imam Ahmed in zijn Moesnad, van Aboe Sa'id al-Khoedri, moge Allah tevreden met hem zijn. [6] Overgeleverd door Ibn Madjah (4204) en Ahmed (3/30).
Het is toegestaan om shirk in slechts twee soorten te verdelen:
Groter en kleiner; wat de verborgen shirk betreft, deze omvat beide. Zo belandt men in het grote shirk, gelijk het shirk van de huichelaars; want zij verbergen hun valse overtuigingen en tonen slechts schijnbaar Islamitisch gedrag uit zelfzuchtige angst en uiting van uiterlijk vertoon.
En het komt voor in de kleinere shirk, zoals riya, zoals in de eerdergenoemde hadith van Mahmoed ibn Labid al-Ansari en de genoemde hadith van Aboe Sa'id. En Allah is de Schenker van succes.
Vijfde les: Ihsan (perfectie, het streven naar perfectie).
De zuil van perfectie is: Allah aanbidden alsof je Hem ziet en als je Hem niet ziet, weet dan dat Hij jou ziet.
De zesde les: De voorwaarden van het gebed
En die zijn negen:
De Islam, het verstand, het onderscheidingsvermogen, de opheffing van de rituele onreinheid, de verwijdering van onzuiverheid, de bedekking van de intieme delen, het ingaan van de tijd, het zich richten naar de qiblah, en de intentie.
De zevende les: De pijlers van het gebed
Het zijn veertien:
Het rechtopstaan met het vermogen, het uitspreken van de Takbier al-Iḥram, het reciteren van de Fatiha, het buigen (roekoe'), het oprichten na het buigen, het neerwerpen van het voorhoofd op de zeven lichaamsdelen, het opheffen daarvandaan, het zitten tussen de twee neerknielingen, de rust in al deze handelingen, de volgorde tussen de pijlers, het laatste tashahhoed, het zitten daarvoor, het zegenen van de Profeet (vrede zij met hem) en de twee afsluitende salam’s.
De achtste les: De verplichtingen van het gebed
En die zijn acht:
Alle overige Takbirs behalve de Takbirat al-Ihram (De openingstakbir), en het zeggen van "Sami'a Allahoe liman hamidah" (Allah hoort degene die Hem prijst) voor de imam en de individuele bidder, en het zeggen van "Rabbana wa lakal hamd" (Onze Heer, aan U behoort alle lof) voor iedereen en het zeggen van "Soebhana Rabbiyal 'Adhiem" (Glorie zij mijn Heer, de Almachtige) tijdens de buiging, en het zeggen van "Soebhana Rabbiyal A'la" (Glorie zij mijn Heer, de Verhevene) tijdens de neerwerping, en het zeggen van "Rabbighfir lie" (Mijn Heer, vergeef mij) tussen de twee neerwerpingen, de eerste Tashahhoed, en de zitting ervoor.
De negende les: Uitleg van At-Tashahoed (De getuigenis)
En dat is dat hij zegt:
(De begroetingen, de gebeden en de goede daden zijn voor Allah. Vrede zij met jou, o Profeet, en de genade van Allah en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de rechtvaardige dienaren van Allah. Ik getuig dat er geen god is dan Allah, en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is).
Vervolgens spreekt hij zegeningen uit over de Profeet (vrede zij met hem) en zegent hem, en zegt dan: (O Allah, zend Uw zegeningen op Mohammed en op de familie van Mohammed, zoals U Uw zegeningen heeft gezonden op Ibrahim en op de familie van Ibrahim. Voorwaar, U bent de Geprezene, de Glorieuze. O Allah, zegen Mohammed en de familie van Mohammed, zoals U Ibrahim en de familie van Ibrahim heeft gezegend. Voorwaar, U bent de Geprezene, de Glorieuze).
Vervolgens zoekt hij toevlucht bij Allah in de laatste zit van het Tashahoed tegen de bestraffing van de Hel, tegen de bestraffing van het graf, tegen de beproevingen van het leven en de dood, en tegen de beproeving van de valse Messias (de Antichrist). Daarna kiest hij van de smeekbeden wat hij wenst, in het bijzonder de overgeleverde smeekbeden, waaronder:
(O Allah, help mij om U te gedenken, om U te danken en om U op de beste manier te aanbidden, O Allah, ik heb mezelf veel onrecht aangedaan en niemand vergeeft de zonden behalve U, vergeef mij dan een vergiffenis van U en wees mij genadig, voorwaar, U bent de Meest Vergevende, de Meest Barmhartige).
Wat de eerste tashahhoed betreft, staat men na de twee geloofsgetuigenissen op voor de derde rak'ah in het Dhoehr-, Asr-, Maghrib- en Isha-gebed. En indien men zegeningen over de Profeet (vrede zij met hem) uitspreekt, is dat verkieslijker vanwege de algemeenheid van de overleveringen hieromtrent; vervolgens staat men op voor de derde rak'ah.
De tiende les: Soenan van het gebed
En onder deze (zaken):
1- Het uitspreken van de openingssmeekbede.
2- Het plaatsen van de palm van de rechterhand op de linkerhand boven de borst tijdens het staan, zowel voor als na het buigen.
3- Het opheffen van de handen met de vingers aaneengesloten en gestrekt ter hoogte van de schouders of de oren bij de eerste Takbir, bij de Roekoe', bij het opkomen daaruit en bij het opstaan uit de eerste Tashahhoed voor de derde.
4- Wat verder gaat dan één keer tijdens de glorificatie in de buiging en de soedjoed.
5- Wat verder gaat dan het zeggen van "Rabbana wa lakal hamd" (Onze Heer, alle lof behoort aan U) na het opstaan uit de buiging, en wat verder gaat dan één keer tijdens de smeekbede om vergeving tussen de twee soejoeds.
6- Het in lijn brengen van het hoofd met de rug tijdens de buiging.
7- Het afstand houden van de bovenarmen van de zijden, de buik van de dijen, en de dijen van de onderbenen tijdens de soedjoed.
8- Het heffen van de armen van de grond tijdens de soedjoed.
9- Het zitten op de platliggende linkervoet en het rechtop plaatsen van de rechtervoet in de eerste Tasjahhoed en tussen de twee neerknielingen.
10- De Tawarroek in de laatste Tashahhoed van het gebed met vier en drie gebedseenheden, namelijk: het zitten op het zitvlak, het leggen van de linkervoet onder het rechterbeen en het rechtop plaatsen van de rechtervoet.
11- Het wijzen met de wijsvinger in de eerste en tweede tasjahhoed, vanaf het moment dat men zit tot het einde van de tasjahhoed, en het bewegen van je wijsvinger bij de smeekbede.
12- Het gebed en het vragen om zegeningen voor Mohammed en de familie van Mohammed, en voor Ibrahim, en de familie van Ibrahim, tijdens de eerste Tasjahhoed.
13- De smeekbede in de laatste Tashahhoed.
14- Het luidop reciteren in het Fadjr-gebed, het vrijdaggebed, de twee 'Ied-gebeden, het Istisqaa'-gebed, en in de eerste twee rak'aat van het Maghrib-gebed en het 'Ishaa'-gebed.
15- Het stilletjes reciteren in het middaggebed en het namiddaggebed, en in de derde eenheid van het avondgebed en de laatste twee eenheden van het nachtgebed.
16- Het reciteren van hetgeen de Fatiha te boven gaat uit de Koran, met inachtneming van de overige overgeleverde Soenna-handelingen in het gebed, anders dan wat wij reeds hebben vermeld. Hiertoe behoort bijvoorbeeld hetgeen de gebedsganger toevoegt na het zeggen van: “Rabbana wa laka al-ḥamd” bij het oprichten na het buigen, zowel voor de imam, de volger als degene die alleen bidt, aangezien dit een soenna is. Eveneens hiertoe behoort het plaatsen van de handen op de knieën met gespreide vingers tijdens het buigen (roekoe‘).
De elfde les: De tenietdoening van het gebed
En die zijn acht:
1- Het opzettelijk spreken, terwijl men zich bewust is en kennis heeft. Wat de vergeetachtige en de onwetende betreft, hun gebed wordt hierdoor niet ongeldig.
2. Het lachen.
3- Het eten.
4- Het drinken.
5- Het ontbloten van het intieme gebied.
6- Het veelvuldig afwijken van de richting van de qibla.
7- De opeenvolgende, veelvuldige nutteloze handelingen in het gebed.
8- Het verbreken van de reinheid.
De twaalfde les: De voorwaarden van de Woedoe
En die zijn tien:
De islam, het verstand, het onderscheidingsvermogen, de intentie, het voortzetten van de regel dat men het knippen of verwijderen niet onderneemt totdat men rein is, het beëindigen van hetgeen wassing (woedoe) vereist, het verrichten van istinjā’ of istijmār (reinigen van geslachtsdeel) tevoren, de reinheid en toelaatbaarheid van het water, het verwijderen van hetgeen de aanraking van de huid belemmert en het intreden van de tijd van het gebed voor degene bij wie de onreinheid aanhoudt.
Dertiende les: De verplichtingen van de woedoe
En die zijn zes:
Het wassen van het gezicht, inclusief mond en neus, het wassen van de handen inclusief de ellebogen, het afvegen van het gehele hoofd, inclusief de oren, het wassen van de voeten inclusief de enkels, de volgorde, en de ononderbroken opeenvolging. Het wordt aanbevolen om het gezicht, de handen en de voeten driemaal te wassen en zo ook de mond en de neus, terwijl het verplicht is om dit eenmaal te doen. Wat het vegen over het hoofd betreft, wordt het niet aanbevolen om dit te herhalen, zoals de authentieke overleveringen aantonen.
De veertiende les: De tenietdoeners van de Woedoe
En die zijn zes:
Uitscheidingen uit de urinebuis en anus, overmatige onreine uitscheidingen uit de rest van het lichaam, verlies van het bewustzijn door slaap of anderszins, het direct aanraken van de geslachtsdelen (voor- of achterkant) met de hand, het eten van kamelenvlees, en het afzweren van de Islam, moge Allah ons en de moslims daarvan behoeden.
Belangrijke opmerking: Wat betreft het wassen van de overledene: de correcte opinie is dat dit de woedoe niet verbreekt, en dit is de uitspraak van de meerderheid van de geleerden, vanwege het ontbreken van bewijs hiervoor. Echter, als de hand van de wasser de geslachtsdelen van de overledene zonder barrière aanraakt, dan is het voor hem verplicht om de woedoe te verrichten.
Het is verplicht dat hij de geslachtsdelen van de overledene niet aanraakt, behalve van achter een bedekking. Evenzo verbreekt het aanraken van een vrouw de woedoe (rituele reiniging) absoluut niet, ongeacht of dit met lust of zonder lust gebeurt, volgens de meest correcte van de twee meningen van de geleerden, zolang er niets (uit hem) vrijkomt. Dit is omdat de Profeet, (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn), een van zijn vrouwen kuste en daarna het gebed verrichtte zonder (opnieuw) de rituele wassing te verrichten.
Wat betreft de uitspraak van Allah, geprezen is Hij, in de twee verzen van Soera An-Nisa'e en Soera Al-Ma'idah: of jullie hebben contact met vrouwen gehad [Soera An-Nisa'e: 43] [Al-Ma'ida: 6], Hiermee wordt bedoeld: geslachtsgemeenschap, volgens de meest correcte van de twee uitspraken van de geleerden en dit is de uitspraak van Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen beiden) en van een groep van de vroege en latere generaties. En Allah is de Leider naar succes.
Les vijftien: Het aannemen van de voorgeschreven morele eigenschappen voor iedere moslim.
En daartoe behoren: eerlijkheid, betrouwbaarheid, kuisheid, bescheidenheid, moed, vrijgevigheid, trouw, het zich onthouden van alles wat Allah heeft verboden, goede buren zijn, het helpen van de behoeftigen naar vermogen en andere karaktereigenschappen waarvan de legitimiteit is aangetoond door het Boek en de Soenna.
De zestiende les: De naleving van de Islamitische ethiek.
Hiertoe behoren: de vredesgroet, vriendelijkheid, het eten en drinken met de rechterhand, het uitspreken van de naam van Allah bij aanvang, het prijzen van Allah na afloop, het prijzen van Allah na het niezen, het zegenen van degene die niest en Allah prijst, het bezoeken van de zieke, het volgen van de begrafenisstoet voor het gebed en de teraardebestelling, de Islamitische ethiek bij het betreden en verlaten van de moskee en het huis, tijdens het reizen, en in de omgang met ouders, familieleden, buren, ouderen en jongeren, het feliciteren bij de geboorte van een kind, het zegenwensen bij een huwelijk, het condoleren bij een verlies en andere Islamitische ethiek met betrekking tot het aan- en uittrekken van kleding en schoeisel.
De zeventiende les: De waarschuwing tegen shirk (afgoderij) en de soorten zonden.
En daartoe behoren: De zeven vernietigende zonden (de zaken die tot ondergang leiden), en dat zijn: het associëren van anderen met Allah (shirk), tovenarij (sih'r), het doden van een ziel die Allah heeft verboden, behalve volgens het recht, het consumeren van ribaa (rente), het consumeren van het bezit van een wees, het afwenden van de vijand en vluchten van het slagveld wanneer de strijd begint en het beschuldigen van kuise vrouwen die zelfs nooit denken aan iets dat hun kuisheid zal aantasten en die goede gelovigen zijn.
Daartoe behoren onder meer: Ongehoorzaamheid jegens de ouders, het verbreken van de familiebanden, het afleggen van valse getuigenis, het zweren van leugenachtige eden, het berokkenen van schade aan de buur, het onrechtmatig schenden van mensen in hun leven, hun bezittingen en hun eerbaarheid, het nuttigen van bedwelmende middelen, het beoefenen van kansspelen (zijnde het maysir) evenals roddel en laster, en al het overige dat Allah, de Verhevene, of Zijn Boodschapper Mohammed (vrede zij met hem) heeft verboden.
De Achttiende Les: Het voorbereiden van de overledene, het gebed voor hem en zijn begrafenis.
Hier volgt een nadere uiteenzetting hiervan:
Ten eerste: het is voorgeschreven de stervende in te fluisteren: “Er is geen god dan Allah”, overeenkomstig de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): “Fluister jullie stervenden in: ‘'Er is geen god dan Allah."[7] Overgeleverd door Moeslim in zijn authentieke Hadith verzameling, En wat met de doden in deze hadith wordt bedoeld, zijn de stervenden, namelijk degenen bij wie de tekenen van de dood zijn verschenen. [7] Overgeleverd door Moeslim, nummers (916-917).
Ten tweede: Zodra zijn overlijden is vastgesteld, worden zijn ogen gesloten en zijn onderkaak vastgebonden, want dit is overgeleverd in de soenna.
Ten derde: Het wassen van de overleden moslim is verplicht, behalve wanneer hij een martelaar is die op het slagveld is gestorven. Deze wordt noch gewassen, noch wordt het gebed over hem verricht, maar hij wordt begraven in zijn kledij; aangezien de Profeet (vrede zij met hem) de gesneuvelden van Oehoed niet heeft gewassen en het gebed niet over hen heeft verricht.
Ten vierde: De procedure van de rituele wassing van de overledene: Zijn intieme delen dienen bedekt te worden. Vervolgens wordt hij een beetje opgetild en wordt er zachtjes op zijn buik gedrukt. Daarna wikkelt de wassende persoon een doek of iets dergelijks om zijn hand en reinigt hem daarmee. Vervolgens verricht hij voor hem de wassing (woedoe) zoals voor het gebed. Daarna wast hij zijn hoofd en baard met water en sidr (een soort plant) of iets dergelijks. Vervolgens wast hij zijn rechterzijde, en daarna zijn linkerzijde. Daarna wast hij hem op dezelfde wijze een tweede en een derde keer, waarbij hij telkens met zijn hand over zijn buik gaat. Indien er iets uit hem komt, wast hij dat weg en sluit hij de desbetreffende plek af met katoen of iets dergelijks. Als dit niet houdt, dan met zuivere klei of met moderne medische hulpmiddelen, zoals een pleister of iets dergelijks.
Vervolgens verricht men opnieuw de rituele wassing (woeḍoe’). Indien reinheid niet wordt bereikt met drie wassingen, wordt dit uitgebreid tot vijf, of tot zeven. Daarna wordt het lichaam afgedroogd met een doek. Men brengt geurstoffen aan op zijn lichaamsplooien en op de plaatsen van de neerwerping en indien men het gehele lichaam parfumeert, is dat prijzenswaardig. De lijkwaden worden met wierook geparfumeerd. Indien zijn snor of nagels lang zijn, worden deze geknipt; laat men dit achterwege, dan rust daarop geen bezwaar. Zijn haar wordt niet gekamd, zijn schaamhaar niet geschoren en hij wordt niet besneden, bij gebrek aan enig bewijs daarvoor. Wat de vrouw betreft: haar haar wordt in drie vlechten gevlochten en achter haar neergelaten.
De vijfde: Het plaatsen van de overledene in de lijkwade
Het is het beste dat de man gewikkeld wordt in drie witte doeken, zonder hemd of tulband, zoals met de Profeet (vrede zij met hem) werd gedaan, die daarin werd gewikkeld. En als hij wordt gewikkeld in een hemd, een izaar en een wikkeldoek, dan is daar niets op tegen.
De vrouw wordt gehuld in vijf gewaden: een hemdjurk, een khimar, een izaar en twee wikkels. De jongen wordt gehuld in één tot drie gewaden, en het meisje wordt gehuld in een hemd en twee wikkels.
Wat voor allen verplicht is, is één enkel omhulsel dat het gehele lichaam van de overledene bedekt. Indien de overledene zich echter in de staat van iḥram bevond, dan wordt hij gewassen met water en sidr en wordt hij gekafand in zijn onderkleed (izār) en bovenkleed (ridā’), of in andere gewaden. Zijn hoofd en gezicht worden niet bedekt, en hij wordt niet geparfumeerd, aangezien hij op de Dag der Opstanding zal worden opgewekt terwijl hij de talbiya uitspreekt, zoals dit authentiek is overgeleverd van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Indien de moeḥrim een vrouw is, dan wordt zij gekafand zoals andere vrouwen, maar zij wordt niet geparfumeerd en haar gezicht wordt niet bedekt met een sluier, noch haar handen met handschoenen. Haar gezicht en handen worden echter bedekt door het lijkkleed waarin zij is gewikkeld, zoals eerder is uiteengezet bij de beschrijving van de wijze waarop een vrouw wordt gekafand.
Ten zesde: De personen met het meeste recht op zijn rituele wassing, het verrichten van het gebed voor hem en zijn teraardebestelling.
Zijn vertegenwoordiger hierin, daarna de vader, daarna de grootvader en vervolgens de 'asabāt' in volgorde van nabijheid met betrekking tot de man.
De voorkeur bij het wassen van een overleden vrouw gaat uit naar degene aan wie zij dit heeft opgedragen; vervolgens naar de moeder, daarna de grootmoeder en daarna steeds de naaste verwante onder haar vrouwelijke familieleden. Het is de echtgenoten bovendien toegestaan elkaar te wassen, aangezien de waarheidslievende (as-Ṣiddīq) (moge Allah tevreden zijn met hem) door zijn echtgenote werd gewassen, en omdat ‘Alī (moge Allah tevreden zijn met hem) zijn echtgenote Fāṭima (moge Allah tevreden zijn met haar) heeft gewassen.
Ten zevende: De beschrijving van het gebed voor een overledene:
Hij verricht vier takbiers. Na de eerste reciteert hij de Fatiha; en indien hij daaraan een korte soera of één of twee verzen toevoegt, dan is dat prijzenswaardig, op grond van de authentieke overlevering die hierover is overgeleverd van Ibn ‘Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen beiden). Vervolgens verricht hij de tweede takbier en spreekt hij de zegeningen over de Profeet (vrede zij met hem) uit, zoals hij die uitspreekt in het tashahhoed. Daarna verricht hij de derde takbier en zegt hij: (O Allah, vergeef onze levenden en onze overledenen, onze aanwezigen en onze afwezigen, onze jongeren en onze ouderen, onze mannen en onze vrouwen. O Allah, wie U van ons in leven houdt, laat hem leven in de Islam en wie U van ons laat sterven, laat hem sterven in het geloof. O Allah, vergeef hem en wees hem genadig, en schenk hem welzijn, en wis zijn zonden uit en maak zijn verblijfplaats eervol en maak zijn graf ruim en was hem met water, sneeuw en hagel, en reinig hem van zonden zoals een wit kleed wordt gereinigd van vuil, en geef hem een woning beter dan zijn woning, en een familie beter dan zijn familie, en laat hem het Paradijs binnentreden, en bescherm hem tegen de bestraffing van het graf en de bestraffing van het Vuur, en verruim zijn graf voor hem, en verlicht het voor hem. O Allah, onthoud ons zijn beloning niet en laat ons niet dwalen na hem), Vervolgens zegt hij de vierde takbier en groet eenmaal naar rechts.
Het is aanbevolen de handen op te heffen bij elke takbier. Als de overledene een vrouw is, zegt men: (O Allah, vergeef haar...) enz. Als er twee overledenen zijn, zegt men: (O Allah, vergeef hen beiden...) enz., en als er meerdere zijn, zegt men: (O Allah, vergeef hen...) enz. Echter, als de overledene een kind is dat de puberteit nog niet heeft bereikt, zegt men in plaats van de smeekbede om vergeving voor hem: (O Allah, maak hem een voortreffelijke en waardevolle bron voor zijn ouders, een bemiddelaar wiens pleidooi verhoord wordt. O Allah, verzwaar zijn goede daden op hun balans, verhoog hun beloningen, voeg hem toe aan de goede voorgangers van de gelovigen, stel hem onder de zorg van Ibrahim, en bescherm hem door Uw genade tegen de straf van de hel).
En de Soenna is dat de imam ter hoogte van het hoofd van de man staat, en ter hoogte van het midden van de vrouw. Wanneer er meerdere overledenen zijn, bevindt de man zich het dichtst bij de imam en de vrouw het dichtst bij de Qibla (gebedsrichting). Indien er ook kinderen zijn, wordt de jongen vóór de vrouw geplaatst, gevolgd door de vrouw, en daarna het meisje. Het hoofd van de jongen dient op gelijke hoogte te zijn met het hoofd van de man, en het midden van de vrouw op gelijke hoogte met het hoofd van de man. Evenzo dient het hoofd van het meisje op gelijke hoogte te zijn met het hoofd van de vrouw, en haar midden op gelijke hoogte met het hoofd van de man. Alle gebedsgangers staan achter de imam, met uitzondering van één persoon die geen plaats kan vinden achter de imam; deze persoon dient dan rechts van hem te staan.
8. De beschrijving van het begraven van de overledene
Het is voorgeschreven het graf te verdiepen tot het middel van een man en een nis aan de zijde van de qibla te maken. De overledene wordt in de nis op zijn rechterzijde geplaatst, en de knopen van het lijkwade worden losgemaakt, maar het lijkwade zelf wordt niet verwijderd. Het gezicht wordt niet onthuld, ongeacht of de overledene een man of een vrouw is. Vervolgens wordt de nis afgedekt met ongebakken stenen en met leem vastgezet om de overledene tegen de aarde te beschermen. Indien ongebakken stenen niet beschikbaar zijn, kunnen planken, stenen of hout worden gebruikt om de overledene tegen de aarde te beschermen. Daarna wordt de aarde eroverheen geschept. Het is aanbevolen om hierbij te zeggen: "In de naam van Allah en volgens de leer van de boodschapper van Allah". Het graf wordt ongeveer een handbreedte verhoogd, en indien mogelijk worden er kiezelstenen op gelegd en met water besprenkeld.
En het is voorgeschreven voor degenen die de begrafenisstoet begeleiden om bij het graf te staan en Doe'a te verrichten voor de overledene; want de Profeet (vrede zij met hem) stond wanneer hij klaar was met het begraven van de overledene bij hem en zei: "Vraag om vergiffenis voor jullie broer en verzoek om bevestiging voor hem; want hij wordt nu ondervraagd" [8]. [8] Overgeleverd door Aboe Dawoed, nummer (3221), en Al-Haakim (3/399).
Ten negende: Het is voorgeschreven voor degene die het gebed niet voor hem heeft verricht, om het na de begrafenis alsnog voor hem te verrichten.
Omdat de Profeet (vrede zij met hem) dit heeft gedaan, op voorwaarde dat het binnen een maand of minder is. Indien de periode langer is dan dat, is het gebed bij het graf niet voorgeschreven; het is namelijk niet overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) het gebed bij een graf heeft verricht meer dan een maand na de begrafenis van de overledene.
Ten tiende: Het is de familie van de overledene niet toegestaan om voedsel voor de mensen te bereiden; Vanwege de uitspraak van Djarier ibn ‘Abdoellah al-Badjalie, de nobele Metgezel (moge Allah tevreden zijn met hem): "Wij beschouwden het samenkomen bij de familie van de overledene en het bereiden van voedsel na de begrafenis als weeklagen" [9] Overgeleverd door Imam Ahmed met een goede keten van overleveraars, [9] Overgeleverd door Ibn Madjah (1612), en Ahmed (2/204).
Wat betreft het bereiden van voedsel door henzelf of voor hun gasten: daarin schuilt geen bezwaar. Het is zelfs voorgeschreven dat hun verwanten en buren voedsel voor hen bereiden, aangezien de Profeet (vrede zij met hem), toen hem het bericht bereikte van het overlijden van Ja‘far ibn Abie Talib (moge Allah tevreden zijn met hem) in As-Sham, zijn familie opdroeg voedsel te bereiden voor het huis van Ja‘far, en hij zei: "Voorwaar, hen is overkomen wat hen bezighoudt" [10]. [10] Overgeleverd door Moeslim, nummer 976, An-Nasa’i, nummer 2034, Aboe Dawoed, nummer 3234, Ibn Majah, nummer 1569, en Ahmed, 2/441.
Het is de nabestaanden toegestaan om hun buren, of anderen, uit te nodigen om te eten van het voedsel dat hun is geschonken, en hiervoor is, voor zover wij weten vanuit de Islam, geen vastgestelde tijd.
Ten Elfde: Het is een vrouw niet toegestaan om langer dan drie dagen te rouwen om een overledene, behalve wanneer het haar echtgenoot betreft.
Want het is voor haar verplicht om een rouwperiode van vier maanden en tien dagen voor hem in acht te nemen, tenzij zij zwanger is; in dat geval eindigt de rouw met de bevalling, omdat dit is vastgesteld in de authentieke Soenna van de Profeet (vrede zij met hem)
Wat de man betreft, het is hem niet toegestaan om een rouwperiode in acht te nemen voor een van de verwanten of anderen.
Ten twaalfde: Het is voor mannen voorgeschreven om van tijd tot tijd de graven te bezoeken om voor hen te bidden, hen te gedenken en de dood en het hiernamaals te gedenken;
De uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): "Bezoek de graven, want zij herinneren jullie aan het Hiernamaals" [11] Dit is overgeleverd door Moeslim in zijn Sahih (authentieke verzameling). [11] Overgeleverd door Ibn Madjah (1569), en als authentiek beoordeeld door Al-Albani.
En de Profeet (vrede zij met hem) leerde zijn metgezellen, wanneer zij de graven bezochten, te zeggen: "Vrede zij met u, o bewoners van deze huizen, van de gelovigen en de moslims. Voorwaar, als Allah het wil, zullen wij ons bij u voegen. Wij vragen Allah om welzijn voor ons en voor u. Moge Allah genade hebben met degenen die ons zijn voorgegaan en degenen die na ons komen" [12] [12] Overgeleverd door Moeslim, nummer (975).
Wat betreft vrouwen: het is hen niet toegestaan graven te bezoeken, aangezien de Boodschapper (vrede zij met hem) degenen die graven bezoeken heeft vervloekt. Bovendien vreest men bij hun bezoek verleiding en gebrek aan geduld. Evenzo is het hen niet toegestaan een begrafenisstoet tot de begraafplaats te volgen, omdat de Boodschapper (vrede zij met hem) hen daartegen heeft verboden. Wat betreft het verrichten van het gebed over de overledene in de moskee of in de gebedsruimte: dit is voorgeschreven voor zowel mannen als vrouwen.
Dit is het laatste wat binnen mijn mogelijkheden lag om te verzamelen. Moge Allah Zijn zegeningen en vrede schenken aan onze Profeet Mohammed, zijn familie en metgezellen.