قاموس الكبائر
كتاب "كبائر الذنوب" يتناول أهم الذنوب الكبيرة التي حذر منها الإسلام وعواقبها الخطيرة على الأفراد والمجتمعات. يبدأ الكتاب بتعريف الكبائر وبيان الفرق بينها وبين الصغائر، ثم يعرض أمثلة على هذه الكبائر مثل الشرك بالله، والكذب على الله ورسوله، والبدعة، والرياء، وترك الصلاة. يوضح الكتاب الأدلة الشرعية على تحريم كل من هذه الكبائر وتأثيراتها السلبية في الدنيا والآخرة، بالإضافة إلى سبل الوقاية والعلاج من الوقوع فيها، محذراً من خطورة التساهل فيها وضرورة التوبة والابتعاد عنها.
Woordenboek van de grote zonden
De Wetenschappelijke Raad van de Vereniging ter Bevordering van Islamitische Inhoud in Meerdere Talen
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Inleiding
Alle lof zij Allah, die zijn dienaren naar zijn rechte pad heeft geleid en godsvrees tot een onneembare vesting tegen zijn pijnlijke bestraffing heeft gemaakt. Moge de zegen en vrede van Allah zijn met onze profeet Mohammed, zijn familie en al zijn metgezellen. Voorts:
Waarlijk, één van de verhevenste bronnen van gemoedsrust en innerlijke kalmte is de beschouwing van de edele leerstellingen van de Islam en het stilstaan bij de geboden en verboden van Allah in het bijzonder met betrekking tot de grote en zware zonden waarvoor Allah in Zijn duidelijke Boek heeft gewaarschuwd en waarvoor ook Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) in de zuivere soenna heeft gewaarschuwd, vanwege de immense ernst en de verstrekkende gevolgen ervan voor zowel het individu als de gemeenschap. Allah, de Verhevene, zegt: (Aan Allah behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is, dat Hij de zondaren mogen vergelden voor wat zij gedaan hebben en degenen belonen die het goede gedaan hebben, met wat het beste is 31 Degenen die grote zonden vermijden en verdorvenheid, behalve de kleine fouten. Waarlijk, jullie Heer is overvloedig in de vergiffenis...) [An-Nadjm: 31-32].
En de Profeet (vrede zij met hem) zei: «Vermijd de zeven vernietigende zonden» [1]. [1] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (2766) en Moeslim, nummer (89).
De grote zonden omvatten alle ernstige overtredingen, hetzij jegens Allah, hetzij jegens Zijn dienaren. De verheven sharia heeft nadrukkelijk gewaarschuwd voor het begaan ervan en heeft de rampzalige gevolgen ervan uiteengezet, zowel in dit wereldse leven als in het Hiernamaals.
Bovendien heeft de onmetelijke barmhartigheid van Allah de poort van berouw geopend voor eenieder die zich berouwvol tot Hem wendt en terugkeert naar Zijn nabijheid, zoals Hij, de Verhevene, zegt: (En waarlijk, Ik vergeef beslist degene die berouw toont, gelooft en goede daden verricht...) [Soerat Ta-Ha: 82].
Om die reden is dit boek geschreven om de ware aard van de grote zonde en haar gevolgen te verduidelijken, gebaseerd op de teksten van de Edele Koran en de Soenna, met een uiteenzetting van de weg naar berouw en verlossing daarvan.
Dit werk is samengesteld door de Wetenschappelijke Commissie van de Vereniging voor de Dienst aan de Islamitische Inhoud in Vreemde Talen, in samenwerking met de Vereniging voor Da‘wa en Bewustmaking van Gemeenschappen in Ar-Rabwa, uit zorgvuldige toewijding om deze waardevolle kennis te verspreiden, met bijzondere aandacht voor de geschiktheid ervan voor vertaling naar niet-Arabischsprekenden, in het besef van het belang van het overbrengen van de boodschap van de Islam aan iedereen.
Wij vragen Allah, de Verhevene, dat Hij deze inspanning op het weegschaal van goede daden noteert en dat Hij er alle mensen ten goede mee laat komen.
En moge Allah zegenen en vrede schenken aan onze profeet Mohammed.
Inleiding
Alle lof zij Allah, de Heer der werelden. Moge de zegen en vrede van Allah zijn met onze profeet Mohammed, zijn familie en al zijn metgezellen. Voorts:
Waarlijk, de oorsprong van alle kwaad in de gehele wereld is gelegen in de zonden; zij zijn de oorzaak van elke schande, vernedering, ellende, verlies en ondergang. Want Adam en zijn nakomelingen werden slechts uit het Paradijs verdreven omwille daarvan; en het volk van Noeh werd slechts door de zondvloed vernietigd vanwege hun ongehoorzaamheid aan Allah. Evenzo zond Allah de verwoestende wind over ‘Aad, en de verschrikkelijke donderslag over Thamoed, enkel vanwege hun overtredingen en hun verloochening van de Boodschappers van hun Heer. Zonden zijn dus de bron van elke ramp en het ontstaan van elk onheil. Dit geldt voor iedere zonde, doch de invloed van de grote zonden daarin is des te zwaarder en ernstiger dan die van andere.
De definitie van de grote en de kleine zonden:
De grote zonde is: Elke zonde waaraan, op grond van een expliciete tekst uit het Boek van Allah of de Soenna van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), een dreiging, een vervloeking of een wettelijke straf is verbonden; of waarvan bekend is dat de schade vergelijkbaar is met die van hetgeen waaraan een dreiging, een wettelijke straf of een vervloeking is verbonden, of zelfs ernstiger; of die duidt op achteloosheid van de dader ten aanzien van zijn religie.
Daaruit volgt dat een kleine zonde: Iedere overtreding is die niet onder de eerder vastgestelde categorie van de grote zonden valt. Het betreft dus datgene waarvoor geen bestraffing is aangezegd, waaraan geen hadd-straf, vervloeking of dreiging is verbonden en datgene waarvan de dader niet de indruk wekt dat hij de bepalingen van de sharia lichtvaardig behandelt.
Het verschil tussen de grote en de kleine zonden:
1 – Een grote zonde is iedere overtreding die vergezeld gaat van een bedreiging, een voorgeschreven straf (een Hadd-straf), een vervloeking of iets dergelijks; een kleine zonde daarentegen is niet met dergelijke zaken verbonden.
2 – Een grote zonde veroorzaakt dat de dader de bepalingen van de sharia lichtvaardig beschouwt, terwijl een kleine zonde dat niet doet.
3- Voor grote zonden is berouw noodzakelijk opdat zij voor degene die ze begaat worden kwijtgescholden; kleine zonden daarentegen worden kwijtgescholden door berouw, door het vermijden van grote zonden, door de beproevingen die de mens treffen of door goede daden.
Allah zegt: (Als jullie de grote zonden, die jullie verboden zijn te plegen, vermijden, dan zullen Wij jullie zonden vergeven en jullie naar een edele ingang verwijzen 31) [Soera An-Nisa'e: 31], En Allah zegt: (En verricht het gebed perfect aan de twee uiteinden (dus de vijf verplichte gebeden) van de dag en in wat uren van de nacht. Waarlijk, de goede daden verwijderen de slechte daden. Dat is een advies voor degenen die denken 114) [Hoed: 114].
Aisha (moge Allah tevreden over haar zijn) zei: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: «Er is geen tegenspoed die een moslim treft, zonder dat Allah daarmee een deel van zijn zonden vergeeft, zelfs een doorn die hem prikt» [2]. [2] overgeleverd door Al-Boekhari (5649) en Moeslim (2572).
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De vijf (dagelijkse) gebeden, het vrijdaggebed tot het volgende vrijdaggebed en de ramadan tot de volgende ramadan zijn een boetedoening voor de zonden die ertussen zijn begaan, zolang grote zonden vermeden worden." [3] [3] Overgeleverd door Moeslim (233).
De religieuze en wereldse gevaren en schadelijke gevolgen van de grote zonden:
Het begaan van grote zonden leidt tot talrijke gevaren en schadelijke gevolgen in dit wereldse leven en het Hiernamaals, waaronder:
- Grote zonden brengen degene die ze begaat in de positie dat hem wordt bedreigd met het ontzeggen van het Paradijs. Zo verhaalt Jubayr ibn Mut‘im (Mag Allah tevreden zijn met hem) dat hij de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) hoorde zeggen: "Degene die de banden van verwantschap verbreekt, zal het Paradijs niet binnengaan." [4]. Dat wil zeggen: degene die familiebanden verbreekt. [4] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (5984), en Moeslim, nummer (2556).
Hoedhaifah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik hoorde de Profeet (vrede zij met hem) zeggen: "Een lasteraar zal het Paradijs niet binnengaan." [5]. Dat wil zeggen: een roddelverspreider. [5] Overgeleverd door Al-Boekhari (6056), en Moeslim (105).
- Sommige [daden] zijn de oorzaak van het grafse lijden; zo zei Ibn Abbas, moge Allah tevreden zijn met beiden: De Profeet (vrede zij met hem) passeerde twee graven en sprak: ‘'Zeker, zij zullen gestraft worden, doch niet wegens een groot misdrijf. De een onder hen verborg zich niet bij het urineren en de ander was een verspreider van laster." [6] [6] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (218) en Moeslim met nummer (292).
- Dat zij behoren tot de oorzaken van het intense lijden in het Hiernamaals; zo zei Aisha, moge Allah tevreden zijn met haar, dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) sprak: "De ergst gekwelde mensen op de Dag der Opstanding zijn degenen die wedijverden met Allah m.b.t. de schepping." [7] Zij imiteren: Zij lijken op elkaar, en de bedoeling is: degenen die beelden maken. [7] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (5954), en Moeslim, nummer (2107).
- Dat zij een aanleiding vormen tot vervloeking door Allah en Zijn Boodschapper; zo verhaalde Ibn Abbas, moge Allah tevreden zijn met beiden: "De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vervloekte de mannen die vrouwen imiteren en de vrouwen die mannen imiteren."[8]. [8] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (5885).
Abdoellah ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: (De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vervloekte degene die rente verteert en degene die het betaalt) [9]. [9] Overgeleverd door Moeslim met nummer (1597).
-Dat zij behoren tot de oorzaken waardoor de daden hun waarde verliezen en nietig worden; zo heeft Buraida, moge Allah tevreden zijn met hem, gezegd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Wie het gebed van Al-‘Asr nalaat, diens daden zijn vergeefs geworden" [10]. [10] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (553).
- Het leidt tot het uitvoeren van de wettige straffen op wie het begaat, indien het behoort tot de zonden waarvoor een wettige straf is vastgesteld, zoals Allah de Verhevene zegt: (De dief, man of vrouw, hak zijn of haar hand af als vergelding voor wat zij hebben gedaan. En Allah is de Almachtige, Alwijze 38) [Al-Ma'idah:38], En Allah de Almachtige zei: (De ontuchtige vrouw en de ontuchtige man: geselt ieder van hen met honderd slagen....) [An-Noer: 2], De Verhevene zegt: (En degenen die kuise vrouwen beschuldigen en geen vier getuigen kunnen leveren, straf hen met tachtig zweepslagen en verwerp voor altijd hun getuigenis, zij zijn zeker de verdorvenen 4) [An-Noer 4].
- Het is een oorzaak voor het verdwijnen en veranderen van de gunsten. Allah zegt: (Dit is omdat Allah nooit een gunst verandert wanneer Hij het aan een volk gegeven heeft, totdat zij veranderen wat in henzelf is...) [Al-Anfal: 53].
As-Saadi, moge Allah hem genadig zijn, zei: "(Dit) is de bestraffing die Allah over de volken die loochenden liet komen en waardoor Hij hun ontnam wat zij aan zegeningen en weelde genoten, wegens hun zonden en hun verandering van wat in henzelf is. Want Allah verandert geen gunst die Hij aan een volk heeft geschonken – hetzij van de godsdienst of het wereldse –; integendeel, Hij laat haar voortbestaan en vermeerdert hun daarin, als zij Hem meer dank betuigen, totdat zij veranderen wat in henzelf is, van gehoorzaamheid naar ongehoorzaamheid. Dan verwerpen zij de gunst van Allah ondankbaar en verruilen haar voor ondankbaarheid, waarna Hij haar hun ontneemt en haar voor hen verandert, zoals zij veranderd hebben wat in henzelf is. En aan Allah behoren daarin de wijsheid, de rechtvaardigheid en de weldaad jegens Zijn dienaren; Hij heeft hen slechts gestraft vanwege hun eigen onrecht." [11] [11] Tafsier As-Sa'di (p. 324).
- Het is een oorzaak voor het ontstaan van corruptie op aarde; want die ontstaat door zonden en des te meer door de grote zonden. Allah zegt: (Het verderf is op het land en de zee verschenen vanwege wat de handen van de mensen verdiend hebben, dat Allah hen een deel laat proeven (beproevingen) van wat zij gedaan hebben zodat zij terug mogen keren (in Tawbah) naar Allah 41) [Ar-Roem:41].
- Het is een van de oorzaken van het onthouden worden van kennis, want kennis is een licht dat Allah in het hart werpt en de zonde dooft dat licht. Toen As-Shafi'i voor Malik plaatsnam en aan hem voorlas, was Malik onder de indruk van wat hij waarnam aan zijn grote scherpzinnigheid, de gloed van zijn intelligentie en de volkomenheid van zijn begrip; waarop hij zei: "Ik zie dat Allah in uw hart licht heeft geplaatst, doof het dan niet uit met de duisternis van de ongehoorzaamheid" [12]. [12] Zie: Manaqib As-Shafi'i van Al-Bayhaqi (1/104).
Het behoort tot de oorzaken waardoor de zaken voor de pleger ervan worden bemoeilijkt: welke zaak hij ook aangaat, hij treft haar voor zich gesloten of moeilijk voor hem. Zoals ook geldt: wie Allah vreest, zal Allah het hem in zijn zaken gemakkelijk maken; maar wie de godsvrees verzaakt en de grote zonden begaat, zal Allah het hem in zijn zaken moeilijk maken. Allah de Verhevene zegt: (Door de zonden van de joden hebben Wij bepaalde soorten goed voedsel onwettig gemaakt, die wettig voor hen waren en voor het tegenhouden van velen op het pad van Allah 160 En omdat zij rente hebben genomen, hoewel het hen verboden was en door hun onwettig verslinden van de provisie van de mens. En Wij hebben voor de ongelovigen onder hen een pijnlijke bestraffing voorbereid. 161) [An-Nisaa: 160-161].
"Waarlijk, zonden veroorzaken een duisternis in het hart van wie ze begaat, een duisternis die hij gewaarwordt, zoals men de duisternis van de nacht gewaarwordt. Zo wordt de duisternis van de overtreding in zijn hart als de tastbare duisternis voor het oog. Want gehoorzaamheid is licht en ongehoorzaamheid is duisternis; en naarmate de duisternis sterker wordt, groeit ook zijn dwaling, totdat hij vervalt in innovaties, dwaalwegen en verderfelijke zaken zonder het zelf te beseffen. Hoedayfa verhaalde: ‘'Wij waren eens bij Omar en hij zei: “Wie onder u heeft de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) horen spreken over de beproevingen?” Sommigen zeiden: “Wij hebben hem daarover horen spreken.” Hij zei: “Misschien bedoelen jullie de beproeving die de mens treft in zijn gezin en zijn buur?” Zij antwoordden: “Ja, inderdaad.” Daarop zei hij: “Die worden uitgewist door het gebed, het vasten en de aalmoezen. Maar wie van u heeft de Profeet (vrede zij met hem) horen spreken over de beproevingen die opkomen als de golven van de zee?” Hoedayfa zei: “Toen zwegen de mensen en ik zei: ‘Ik wel.’ Hij zei: ‘Jij dan – moge Allah je vader zijn.’ En ik, Hoedayfa, zei: ‘Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: …’” "Beproevingen zullen aan de harten één voor één aangeboden worden, net zoals een mat rietje voor rietje wordt geweven. Elk hart dat deze beproevingen accepteert, krijgt een zwarte vlek, terwijl elk hart dat ze afwijst, een witte vlek krijgt. Dit gaat door totdat er twee soorten harten ontstaan: één wit, zo helder als een gladde steen, dat geen enkele beproeving kan deren zolang de hemelen en de aarde bestaan en een ander hart, zwart en dofgrijs, als een omgekeerd vat, dat geen goedheid meer herkent noch kwaad afwijst, behalve wat zijn eigen verlangens dienen." [13] [13] Sahih Moeslim onder nummer (144).
- Dat het de oorzaak is van het ontstaan van vijandschap en haat, en van het overwicht van de vijand, zoals Allah, de Verhevene, zegt: (En van degenen die zichzelf christen noemen, hebben Wij een verbond afgenomen, maar zij hebben een goed gedeelte van de boodschap die hen gestuurd is, daarvan verworpen. Dus hebben Wij vijandigheid en haat in hen geplant tot de Dag der opstanding en Allah zal hun vertellen wat zij deden 14) [Soerat Al-Ma'idah: 14], Telkens wanneer de mensen iets van datgene nalaten waartoe Allah hen heeft geboden en zij begaan wat Hij hun heeft verboden, ontstaan onder hen vijandschap en haat, en krijgen de vijanden macht over hen. [14]. [14] Zie: «Majmoe'e Fatawa» (3/ 421).
- Het is een bron van moreel verval in de samenleving, doordat het de verspreiding van verwerpelijke gedragingen bevordert, zoals liegen, laster, roddel, bedrog, misleiding, hoogmoed, ijdelheid en het onrechtmatig toe-eigenen van elkaars bezittingen. Het leidt tot een verderf van het leven en het toenemen van schade onder mensen, zoals bij hekserij en soortgelijke handelingen. Eveneens bevordert het de verspreiding van ernstige zonden en ondeugden, waaronder overspel, sodomie, genderverwarring en het nadoen van het andere geslacht [15]. [15] Zie: Al-Daa' wa al-Dawaa' van Ibn al-Qayim (1/132).
Het standpunt van de Ahl As-Soenna ten aanzien van degene die een grote zonde begaat en de hadiths van belofte en waarschuwing::
De Ahl As-Soennah zijn van mening dat degene die een grote zonde begaat — mits deze zonde geen shirk of grote kufr (ongeloof) betreft — een gelovige blijft, zij het met een verminderd geloof. Zijn geloof neemt af in verhouding tot de zonde die hij begaat; hij wordt dus niet volledig van het predicaat ‘gelovige’ ontdaan, noch kan hij onbeperkt het predicaat ‘gelovige’ behouden. Hij is derhalve een gelovige met verminderd geloof, of een gelovige van wie het geloof wordt overschaduwd door een ernstige zonde. Wat zijn toestand in het Hiernamaals betreft, is deze volledig onderworpen aan Allah's wil: indien Hij dat wenst, zal Hij hem vergeven en zonder voorafgaande straf in het Paradijs toelaten; indien Hij dat wenst, zal Hij hem naar de mate van zijn misdaad straffen, om hem vervolgens alsnog te bevrijden en onder de gelovigen in het Paradijs te brengen. Het is eveneens mogelijk dat men zich in dit wereldse leven reinigt van de grote zonde, hetzij door oprecht berouw, hetzij door de wettelijke straf te ondergaan, hetzij door tegenspoed of door overvloedige goede daden, zodat men op de Dag des Oordeels verschijnt zonder enige straf.
Wat betreft de overleveringen over de dreiging voor de plegers van de grote zonden, zoals de overlevering van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De overspelige pleegt geen overspel wanneer hij overspel pleegt, terwijl hij gelovig is en de drinker drinkt niet wanneer hij drinkt, terwijl hij gelovig is en de dief steelt niet wanneer hij steelt, terwijl hij gelovig is." [16] De strekking is dat de benaming van het volmaakte geloof van hem wegvalt en de Islam blijft, totdat hij deze zonde nalaat en daarvan berouw toont, waarna het geloof opnieuw tot hem terugkeert. Het volmaakte geloof wordt hem slechts ontzegd zolang hij deze zonden begaat, maar het fundament van het geloof blijft voor hem. Want er zijn andere overleveringen over de belofte van het binnengaan van het Paradijs voor wie sterft terwijl hij niets met Allah associeert, zelfs al heeft hij overspel gepleegd en zelfs al heeft hij gestolen, zoals de overlevering van Aboe Dharr (moge Allah tevreden met hem zijn), die zei: De profeet (vrede zij met hem) zei: "Er kwam tot mij een gezant van mijn Heer en hij bracht mij de blijde tijding dat wie van mijn Oemma (mijn natie) sterft terwijl hij niets met Allah associeert, het Paradijs zal binnengaan." Ik zei: "Ook al pleegt hij overspel en ook al steelt hij?" Hij zei: "Ook al pleegt hij overspel en ook al steelt hij" [17]. [16] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (2475), en Moeslim, nummer (57). [17] Overgeleverd door Al-Boekhari (1237) en Moeslim (94).
De wijze van het bestrijden van de grote zonden en het genezen ervan:
- Het verspreiden van bewustzijn onder de leden van de samenleving omtrent de gevaren van zonden – in het bijzonder de grote zonden – en dat deze de oorzaak zijn van het neerdalen van straffen en rampen over de gehele gemeenschap, zoals Allah de Verhevene heeft gezegd: (En vrees de beproeving die niet alleen degene die onrecht pleegt treft en weet dat Allah streng in de bestraffing is 25) [Al-Anfal: 25]
- Bestudeer de religieuze wetenschappen; immers, in hun bestudering ligt een remmende kracht op de ziel tegen zonden. Wie zich bewust wordt van de straffen die op deze zonden rusten, zal zijn ziel ontmoedigd vinden om eraan toe te geven.
- Het vervullen van de plicht tot het verbieden van slechte daden, door de zondaars het kwaad te verbieden en hen te weerhouden van de grote zonden; zoals overgeleverd is van Noe'man ibn Bashir (moge Allah tevreden zijn over hem), dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Het voorbeeld van degene die waakt over de grenzen die Allah heeft gesteld en degenen die erin vezrvalt, is als het voorbeeld van een groep mensen die loten trokken over een schip: sommigen bevonden zich aan de bovenkant, anderen aan de onderkant. Wanneer degenen beneden water opschepten, stroomde het langs degenen boven hen. Zij zeiden: ‘Hadden wij maar een gat in ons deel gemaakt zonder de bovensten te benadelen! Indien wij hen ongemoeid laten zoals wij wensen, zullen wij allen ten onder gaan; maar indien wij hun hand in bedwang houden, zullen wij overleven en zo zullen allen overleven." [18] [18] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (2493).
Zijn uitspraak: ‘'degene die waakt over de grenzen die Allah heeft gesteld’' wil zeggen: degene die vasthoudt aan Allahs geboden en vermijdt hetgeen Allah heeft verboden en die het goede beveelt en het kwade verbiedt. ‘Degene die erin vervalt’: degene die het goede nalaat en het kwade begaat. "Zij hielden een loting": opdat ieder van hen een aandeel, dat wil zeggen: een deel, zou krijgen. "maar indien wij hun hand in bedwang houden": ze verhinderden hen een gat in het schip te maken.
- Een juiste, op geloof gebaseerde opvoeding begint in het gezin, waarbij ouders hun kinderen nauwlettend begeleiden, met name tijdens de adolescentie. Hieruit ontstaat de vorming van een generatie jongeren die vroom is, doordrenkt van geloof en geworteld in deugdzame, gezonde morele waarden.
- Het vinden van een wettig alternatief voor de zonden, want Allah heeft niets verboden zonder dat Hij in het toelaatbare voldoende middelen heeft geschapen om te weerstaan aan wat Hij verboden heeft. Zo bijvoorbeeld wordt het verbod op overspel het best weerstaan door het tijdig huwen van jongeren. Diefstal wordt tegengegaan door het creëren van werkgelegenheid voor personen en roddelen (Ruggespraak) en het aantasten van de eer van mensen worden tegengegaan door de vrije tijd te vullen met gehoorzaamheid of met hetgeen Allah geoorloofd heeft van de toelaatbare zaken. En zo geldt het voor elke zonde of grote zonde.
- Het benutten van de energie van de jeugd en het richten ervan op dat wat het welzijn van de Oemma dient, zowel in religieuze als wereldse zaken, zoals het bestuderen van de religieuze wetenschappen, het verspreiden van de Islamitische boodschap en het verwerven van theoretische en praktische kennis die nuttig is in wereldse aangelegenheden, zoals geneeskunde, techniek, handel en dergelijke. Eveneens behoort het aanleren van bepaalde ambachten en nuttige beroepen, zoals timmeren, smeden en andere vaardigheden, tot deze begeleiding, want wanneer de ziel niet wordt beziggehouden met gehoorzaamheid, zal zij zich wenden tot overtreding.
- De moslim behoort zijn geloof voortdurend te verzorgen; want het geloof verslijt in het hart zoals kleding verslijt. Daarom behoort men het te onderhouden door het vermeerderen van gehoorzaamheid, die het geloof in het hart doet toenemen.
- De moslim moet zich bewust onthouden van alles wat hem tot zonde aanzet, in het bijzonder met de opkomst en verspreiding van sociale media en websites die losbandigheid, atheïsme en al wat Allah vertoornt verspreiden. Het is raadzaam voor de moslim om voor zichzelf geen deur van het kwaad te openen; wie die deur opent, zal erin terechtkomen. Zo is overgeleverd van An-Nawwaas ibn Sam‘aan (moge Allah met hem tevreden zijn), dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Allah heeft een gelijkenis gegeven van een rechte weg, met aan weerszijden muren, waarin deuren openstaan en op de deuren hangen gordijnen. Bij de poort van de weg staat een roeper die zegt: ‘'O mensen, betreed allen de weg en wijkt er niet van af.’ Boven de weg staat een andere roeper en wanneer iemand een van die deuren wil openen, zegt hij: ‘Vervloekt zijt gij, open het niet, want indien gij het opent, zult gij binnengaan. De rechte weg staat voor de Islam, de muren symboliseren de grenzen die Allah heeft gesteld, de open deuren duiden op de heilige verboden van Allah. De roeper bij de poort van de weg is het Boek van Allah en de roeper boven de weg is de vermaning van Allah in het hart van elke gelovige." [19] [19] Overgeleverd door Ahmed met nummer (17634).
- Het is de plicht van degenen die gezag hebben over de moslims, of van hen die een verantwoordelijkheid dragen over de gemeenschap, om het geloof te bewaren door het bevelen van het goede, het verbieden van het kwade en het wegnemen ervan, het handhaven van de wettelijke grenzen en dergelijke. Zoals overgeleverd is van Miqal ibn Yasar (Mag Allah tevreden zijn met hem), in een marfoe‘-overlevering (rechtstreekse overlevering naar de profeet): "Er is geen dienaar over wie Allah gezag heeft gegeven over een gemeenschap, die sterft terwijl hij zijn ondergeschikten bedriegt of op enige andere manier onrecht pleegt jegens hen, of Allah het paradijs voor hem heeft verboden." [20]. En hij (vrede zij met hem) zei: "Degene onder jullie die een slechte daad ziet, laat hem deze met zijn hand veranderen. Als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn tong. En als hij daartoe niet in staat is, dan met zijn hart. En dat is het zwakste niveau van geloof" [21]. Deze rang is voor wie kracht en gezag of bestuurlijke bevoegdheid bezit. [20] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (7150) en Moeslim met nummer (142) en de bewoording is van Moeslim. [21] Overgeleverd door Moeslim met nummer (49).
Tot besluit vragen wij Allah de Verhevene onze harten en onze ledematen te bewaren in gehoorzaamheid aan Hem en ons te behoeden voor de zonden, zowel de zichtbare als de verborgen, zowel de grote als de kleine.
Het toeschrijven van deelgenoten aan Allah
Het toekennen van deelgenoten aan Allah is de grootste van alle zonden waarmee Allah, de Verhevene, ongehoorzaamd wordt; het is strijdig met het geloof in Allah en met het belijden van Zijn Eenheid. Allah, de Verhevene, zegt: (...Waarlijk! Het delen van anderen in de aanbidding van Allah is zeker een geweldig onrecht 12) [Luqman:13], Abdoellah ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: ""Ik vroeg de profeet (vrede zij met hem): 'Welke zonde is de grootste voor Allah?' Hij antwoordde: 'Dat je een gelijke aan Allah stelt, terwijl Hij jou geschapen heeft' [22]. En An-Nidd: Deelgenoot. [22] Overgeleverd door Al-Boekhari onder nummer (4477) en Moeslim onder nummer (86).
De essentie van shirk is het toekennen van een partner of gelijke aan Allah in Zijn heerschappij, Zijn aanbidding of in Zijn namen en Zijn eigenschappen; en dat een persoon een recht dat uitsluitend aan Allah toekomt, of een vorm van aanbidding, toewijdt aan iemand anders dan Allah. Al het geloof, elk woord of elke daad waarvan vaststaat dat de Wetgever deze heeft voorgeschreven: het uitsluitend richten ervan tot Allah is ware eenheid van God, geloof en oprechtheid; het richten ervan tot een ander dan Hem is afgoderij en ongeloof.
Tot shirk behoren: Het aanroepen van de doden, het vragen van gunsten aan hen, het afleggen van eden voor hen en het zoeken van hulp bij hen; eveneens het knielen voor iemand anders dan Allah en het slachten van offerdieren voor iemand anders dan Allah de Almachtige en vergelijkbare praktijken.
De bewijzen voor het verbod op shirk en de verduidelijking van de afschuwelijkheid ervan en de ernst van zijn misdaad, zijn talrijk; waaronder:
Allah zegt: (Voorwaar, Allah vergeeft niet dat men Hem iets ter zijde stelt, maar Hij vergeeft wat daarbuiten is aan wie Hij wil. En wie Allah deelgenoten toekent, heeft waarlijk een geweldige zonde verzonnen 48) [Soera An-Nisa'e: 48], De Verhevene zegt: (...Waarlijk, iedereen die deelgenoten aan Allah toekent in de aanbidding, daarvoor heeft Allah het paradijs verboden en voor hem zal het vuur zijn verblijfplaats zijn. En voor de onrechtvaardigen zullen er geen helpers zijn 72) [Al-Ma'ida:72], En Allah zegt: (En voorzeker, aan jou en aan degenen vóór jou is geopenbaard: indien jij iets aan Allah zou toekennen, zal jouw werk zeker tenietgaan en jij zult zeker tot de verliezers behoren 65 Welee! Maar aanbid slechts Allah en behoor tot de dankbaren 66) [Az-Zoemar:65-66].
Aboe Bakrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Zal ik jullie op de hoogte brengen van de grootste der grote zonden?” vroeg hij driemaal. Zij zeiden: “Jazeker, O boodschapper van Allah.” Hij zei: “Het toekennen van deelgenoten aan Allah, het niet nakomen van de plichten jegens de ouders, het onrechtmatig doden van een ziel en vals getuigenis afleggen.” [23] [23] Overgeleverd door Al-Boekhari onder nummer (4477) en Moeslim onder nummer (86).
Shirk heeft talrijke nadelen, waaronder:
- Dat afgoderij alle daden waardeloos maakt; Allah, de Verhevene, zegt: (...Maar als zij in de aanbidding tot Allah deelgenoten hebben toegekend, dan hebben zij geen nut van al hun daden 88) [Soera Al-An'am: 88].
– Dat wie daarop sterft zonder daarvan berouw te hebben getoond, voor eeuwig en immer in het Vuur zal verblijven. Zo is overgeleverd van Djaabir (Mag Allah tevreden zijn met hem), die zei: Een man kwam naar de Profeet (vrede zij met hem) en zei: "O Boodschapper van Allah, wat zijn de twee geboden?" Hij zei: "Wie sterft terwijl hij niets met Allah associeert zal het Paradijs binnengaan en wie sterft terwijl hij iets met Allah associeert zal het Hellevuur binnengaan." [24]. [24] Overgeleverd door Moeslim (93).
- Dat de polytheïst geen onschendbaarheid geniet wat betreft leven en bezit; Ibn Omar (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Ik ben opgedragen om tegen de mensen te vechten totdat ze getuigen dat er geen god is behalve Allah en dat Mohammad de boodschapper van Allah is, dat ze het gebed onderhouden en de zakaat betalen. Wanneer ze dit doen, zijn hun levens en eigendommen beschermd, behalve door het recht van de Islam en hun uiteindelijke oordeel ligt bij Allah." [25] [25] Overgeleverd door Al-Boekhari (25) en Moeslim (22).
- Dat degene die shirk (het toeschrijven van deelgenoten aan Allah) pleegt geen hulp en geen steun van Allah vindt tegenover de tegenslagen van het wereldse leven; de duivels krijgen hem van alle kanten in hun greep; hij leeft in onrust en verwarring, in voortdurende angst en blijvende droefenis. Zoals Allah, Verheven is Hij, zegt: (...En ieder die deelgenoten aan Allah toekent, daarvoor is het alsof hij uit de lucht is komen vallen en de vogels hem pikken of de wind heeft hem van zijn plaats af geworpen [Al-Hadj: 31].
Sheikh As-Saadi, moge Allah hem genadig zijn, zei in zijn uitleg over dit vers: "... Zo ook de polytheïst: het geloof is als de hemel, beschermd en verheven. Wie het geloof verlaat, is als iemand die uit de hemel stort, blootgesteld aan onheilen en beproevingen: ofwel de vogels grijpen hem en rukken hem ledemaat voor ledemaat uiteen; zo ook, wanneer de polytheïst het vasthouden aan het geloof opgeeft, grijpen de duivels hem van alle kanten, scheuren hem uiteen en ontnemen hem zijn geloof en zijn wereld." [26] [26] Tafsier As-Sa'di (p. 538).
Dat een polytheïst niet wordt gewassen, niet in een lijkwade wordt gehuld, er geen gebed voor hem wordt verricht en hij niet wordt begraven op de begraafplaatsen van de moslims.
De wegen van de voorzorg tegen polytheïsme:
De Moslim beschermt zichzelf tegen het vervallen in polytheïsme door:
-Hij leert de eenheid van Allah en de juiste geloofsleer en handelt overeenkomstig datgene wat hij heeft geleerd. Allah, de Verhevene, zegt: (Weet dat niets of niemand het recht heeft op aanbidding behalve Allah...) [Mohammed: 19], Imam Ibn al-Qayyim, moge Allah hem genadig zijn, zegt: "Allah, de Verhevene, zegt: (Weet dat niets of niemand het recht heeft op aanbidding behalve Allah...). De kennis van Zijn eenheid en dat er geen god is buiten Hem, is op zichzelf reeds een vereiste. Toch is kennis alléén niet toereikend: zij moet gepaard gaan met Zijn aanbidding – Hem alleen, zonder deelgenoten. Beide zaken zijn op zichzelf noodzakelijk: dat de Heer, de Verhevene, gekend wordt in Zijn Namen, Zijn Eigenschappen, Zijn daden en Zijn bepalingen en dat Hij wordt aanbeden overeenkomstig deze kennis. Zoals Zijn aanbidding op zichzelf een doel is, zo is ook de kennis van Hem en de waarachtige kennisname van Zijn Wezen een doel op zichzelf. Bovendien behoort kennis tot de verhevenste vormen van aanbidding." [27]. [27] Miftah Dar al-Saada (1/178).
- Dat men het kleinere shirk vermijdt, zoals enigszins vertoon (riya), zweren bij iets anders dan Allah, of uitdrukkingen als: ‘Wat Allah wil en gij wilt,’ ‘Dit is van Allah en van u,’ ‘Ik vertouw op Allah en op u,’ en dergelijken. Immers, het kleinere shirk is een middel dat kan leiden tot het grotere shirk.
Dat men de vormen van shirk en de uiteenlopende soorten ervan die onder de mensen voorkomen, kent, zodat men ze kan vermijden en er niet in vervalt.
- Dat hij Allah, de Verhevene, smeekt om hem standvastig te houden op de eenheid van Allah en hem voor afgoderij te behoeden; en Allah, de Verhevene, meldt over Ibrahim (vrede zij met hem): (En (gedenk) toen Ibrahiem zei: “O mijn Heer! Maak deze stad (een stad) van vrede en veiligheid, vermijd dat ik en mijn zonen afgod(sbeeld)en zullen aanbidden 35) [Ibrahim:35], En de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) placht veelvuldig te zeggen: “O Allah! Beheerser van de harten! Maak mijn hart standvastig in Uw religie.” [28]. [28] Overgeleverd door At-Tirmidhi (2140).
Het liegen over Allah en Zijn boodschapper (vrede zij met hem)
Het liegen in het algemeen behoort tot de grote zonden en tot de afschuwelijkste en meest verachtelijke vormen van liegen behoort het liegen over Allah en Zijn boodschapper (vrede zij met hem). As-Sa'di zei: "Niemand is onrechtvaardiger, noch begaat iemand een grotere misdaad, dan degene die over Allah liegt door aan Hem een uitspraak of een oordeel toe te schrijven, terwijl Hij, de Verhevene, daarvan vrij is. Dit is immers de onrechtvaardigste der schepselen; want daarin schuilt leugen en het veranderen van de religies in hun grondslagen en vertakkingen, en het toeschrijven daarvan aan Allah behoort tot de grootste verdorvenheden." [29] [29] Tafsier As-Sa'di (p. 265).
Tot de vormen van het liegen behoort dat men de woorden van Allah anders uitlegt dan wat Allah heeft gewild; want de bedoeling van woorden is hun betekenis. Wanneer iemand dan zegt: ‘Allah bedoelde met dit en dat’, dan liegt hij over Allah, de Verhevene en getuigt hij over Allah van iets wat Allah, de Verhevene, niet heeft gewild. Evenzo wanneer hij de woorden van Zijn boodschapper (vrede zij met hem) uitlegt anders dan wat hij ermee bedoelde.
De bewijzen voor het verbod op het liegen over Allah, de Verhevene, en zijn boodschapper (vrede zij met hem) en voor de verwerpelijkheid daarvan en de ernst van deze misdaad, zijn talrijk; waaronder:
Allah zegt: (Zij zeggen: “Allah heeft een zoon gekregen.” Verheerlijkt zij Hij boven wat jullie liegen. Hij is de rijke (Hij heeft niks nodig terwijl alles hem zo hard nodig heeft). Aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is. Geen bewijs hebben jullie hiervoor. Zeggen jullie over Allah dingen waar jullie geen kennis over hebben? 68 Zeg: “Waarlijk: “Wie een leugen over Allah verzint zal nooit succes hebben 69 Een kort vermaak in deze wereld! – En dan zullen zij tot Ons terugkeren, dan zullen Wij hen de strengste bestraffing laten proeven want zij waren ongelovig 70) [Yoenoes: 68-70].
Wie over Allah liegt en beweert dat Hij een echtgenote, een kind of een deelgenoot heeft, is een ongelovige.
En Allah zegt: (En op de Dag der Opstanding zal jij degenen die over Allah gelogen hebben, zien, hun gezichten zullen zwart zijn. Is er in de hel geen verblijfplaats voor de hoogmoedigen? 60) [Az-Zoemar:60].
As-Samaani zei: "En de betekenis van: ‘zij logen over Allah de Verhevene’ is: zij beweerden dat Allah de Verhevene een kind of een partner heeft genomen; en er wordt gezegd: het geldt in het algemeen voor elke leugen over Allah de Verhevene [30]. [30] «Tafsir As-Samani» (4/478).
En Allah zegt: (En wie begaat er een grotere zonde dan degene die een leugen over Allah verzint. Zulke (mensen) zullen voor Allah gebracht worden en de getuigen zullen zeggen: “Dit zijn degenen die over hun Heer gelogen hebben!” Geen twijfel! De vloek van Allah is op de onrechtvaardigen 18) [Hoed: 18].
En Allah zegt: (En zeg niets vanwege de leugens die jullie uiten: “Dat is wettig en dit is verboden” en zo leugens over Allah verzinnend. Waarlijk, degenen die leugens over Allah verzinnen zullen nooit voortvarend zijn 116 En een kort tijdelijk vermaak maar zij zullen een pijnlijke bestraffing hebben 117) [An-Nahl: 116-117].
Ibn Hajar al-Haytami heeft gezegd: "En er is geen twijfel dat het willens en wetens liegen over Allah en Zijn Boodschapper, door het verboden als toegestaan te verklaren of het toegestane als verboden te verklaren, puur ongeloof is" [31]. [31] Az-Zawaajir 'an Iqtiraaf al-Kabaa'ir (1/162).
Al-Moeghīra ibin Shu'ba (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: Ik hoorde de Profeet (vrede zij met hem) zeggen: "Een leugen over mij is niet zoals een leugen over iemand anders. Wie opzettelijk tegen mij liegt, moet zijn plaats in het Vuur verwachten." [32] [32] Overgeleverd door Al-Boekhari (1291) en Moeslim (933).
An-Nawawi zei: "Hierin wordt de ernst van het verbod op het liegen over de profeet (vrede zij met hem) benadrukt en dat het een grote schanddaad is en een grote, verderfelijke zonde. Echter treedt men door deze leugen niet uit de Islam, tenzij hij het geoorloofd acht; dit is het meest gangbare standpunt onder de geleerden." [33] [33] Sharh Moeslim (1/69).
En Ibn al-Qayyim, moge Allah hem genadig zijn, zei: "Het liegen over de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) is een reden voor het betreden van het Vuur en voor het innemen van een daarin bereide plaats; een vaste, onontkoombare plaats die hij nimmer zal verlaten." [34] [34] Madaarij as-Saalikien (1/379).
En het liegen over Allah en de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft vele schadelijke gevolgen, waaronder:
- Het liegen over Allah is de weg van de veelgodenaanbidders, zegt Allah, de Verhevene: (En zeg niets vanwege de leugens die jullie uiten: “Dat is wettig en dit is verboden” en zo leugens over Allah verzinnend. Waarlijk, degenen die leugens over Allah verzinnen zullen nooit voortvarend zijn 116 En een kort tijdelijk vermaak maar zij zullen een pijnlijke bestraffing hebben 117) [An-Nahl: 116-117].
Ibn Kathir zei: "Allah verbood het volgen van het pad van de veelgodenaanbidder, die lieten wat zij wilden toegestaan of verboden, louter op basis van wat zij zelf bedachten en overeenkwamen qua benamingen, zoals de baḥīrah, sā’ibah, waṣīlah en ḥām en andere praktijken die zij in hun onwetendheid hadden uitgevonden als wetgeving voor henzelf." [35] [35] Tafsir Ibn Kathir (4/ 609).
- Het liegen over Allah en Zijn boodschapper (vrede zij met hem) is een reden voor het wijzigen van de goddelijke wetgeving, door het verbieden van wat Allah de Almachtige heeft toegestaan of het toestaan van wat Allah de Almachtige heeft verboden.
- Het leidt tot innovaties en nieuw geïntroduceerde zaken, zei Ibn Kathier: "En onder dit – dat wil zeggen in Zijn Woord, de Verhevene: (En zegt niet over hetgeen jullie tongen leugenachtig beschrijven: dit is halal en dit is haram) valt eenieder die een innovatie in de religie introduceert waarvoor hij geen enkel bewijs uit de Sharia heeft of iets geoorloofd verklaart van wat Allah verboden heeft of iets verbiedt van wat Allah toegestaan heeft, louter op basis van zijn eigen mening en begeerte." [36]. [36] Tafsir Ibn Kathir (4/609).
Middelen ter bescherming tegen het vervallen in de misdaad van het verspreiden van leugens over Allah, de Verhevene, en over de boodschapper van Allah (vrede zij met hem):
- Kennis gaat vooraf aan spreken en handelen.
- Vasthouden aan de Soenna van de Profeet (vrede zij met hem) en het vermijden van innovaties (bid‘ah); overgeleverd van al-‘Irbaad ibn Saariyah (moge Allah met hem tevreden zijn), dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: «Houdt u vast aan mijn soenna en de soenna van de rechtgeleide kaliefen; klamp u eraan vast en bijt u er als het ware met uw tanden in. Weest op uw hoede voor nieuw ingevoerde zaken, want elke nieuwigheid is een innovatie, en elke innovatie leidt tot dwaling» [37] [37] Overgeleverd door Aboe Dawoed, nummer (4607).
- Het streven naar oprechtheid. ‘Abdoellah ibn Mas‘oed (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Houd vast aan de waarheid, want de waarheid leidt tot deugdzaamheid en deugdzaamheid leidt tot het paradijs. En een man zal blijven waarheid spreken en op zoek gaan naar waarheid totdat hij bij Allah als een waarachtig persoon wordt beschreven. En vermijd leugens, want leugens leiden tot zonde en zonde leidt tot het vuur. En een man zal blijven liegen en op zoek gaan naar leugens totdat hij bij Allah als een leugenaar wordt beschreven." [38] [38] overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (6094) en Moeslim met nummer (2607).
- Het overwegen van de gevolgen van het liegen over Allah en de profeet (vrede zij met hem) in deze wereld en het Hiernamaals.
- Het bestaan van geleerden die Allah en Zijn boodschapper (vrede zij met hem) verdedigen en de aan Allah en Zijn boodschapper (vrede zij met hem) toegeschreven onwaarheid weerleggen.
Innovatie
Innovatie in de religie behoort tot de grote zonden en geen zonde waarmee men Allah de Verhevene ongehoorzaamt is, na het polytheïsme, bij Iblies geliefder dan innovatie in de religie. Ibn al-Qayyim (moge Allah hem barmhartig zijn) zei: "De duivel wil zich meester maken van de dienaar bij een van zeven hindernissen, waarvan sommige zwaarder zijn dan andere; hij gaat niet van een zware hindernis naar een lagere over, behalve wanneer hij daarin faalt hem te overmeesteren:
De eerste hindernis: De hindernis van ongeloof in Allah, in Zijn godsdienst en in de ontmoeting met Hem, in Zijn volmaakte eigenschappen en in hetgeen Zijn boodschappers over Hem hebben medegedeeld. Want als hij hem bij deze hindernis te pakken krijgt, koelt het vuur van zijn vijandschap en vindt hij rust. Maar als hij deze hindernis trotseert en eraan ontsnapt met het inzicht van de leiding en het licht van het geloof bij hem behouden blijft, dan zal hij hem bij de tweede hindernis opzoeken: Dit is de hindernis van innovatie: hetzij door het aanhangen van wat in strijd is met de waarheid waarmee Allah Zijn profeet (vrede zij met hem) heeft gezonden en Zijn Boek heeft neergezonden, hetzij door aanbidding met nieuw in de religie geïntroduceerde vormen en rituelen waarvoor Allah geen toestemming heeft gegeven, zaken waarvan Allah niets aanvaardt. [39] [39] Madaarij as-Saalikien (1/237).
De essentie van innovatie (bid'ah) is: Een in de religie uitgevonden methode die de door de Sharia voorgeschreven weg nabootst, waarbij men zich toelegt op overdreven godsdienstige toewijding aan Allah de Verhevene [40]. [40] Al-I'tisam van As-Shatibi (1/50).
De innovaties die worden afgeraden, hebben betrekking op religieuze zaken; wat wereldse zaken betreft, zoals de uitvinding door mensen van auto’s, vliegtuigen, computers en dergelijke, of de telefoon en wat daar verder onder valt, dit alles wordt niet als innovatie in de religie aangemerkt, ook al wordt het in taalkundige zin wel ‘innovatie’ genoemd.
Hij heeft zijn gemeenschap (vrede zij met hem) achtergelaten op de heldere weg, waarvan de nacht gelijk is aan de dag. Niemand zal er van afwijken behalve degene die ten onder gaat. Hij heeft geen enkele vorm van goed achtergelaten zonder ons ertoe aan te sporen en geen enkel kwaad zonder ons ervoor te waarschuwen. Hij liet geen ruimte over voor iemand om nog iets te zeggen. Daarom geldt dat degene die iets in de religie van Allah de Verhevene introduceert waarvoor Allah geen toestemming heeft gegeven en dat Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) niet heeft voorgeschreven, daarin geen enkel goed schuilt; integendeel, het is verworpen en wordt afgewezen voor degene die het verricht. Elke zaak die niet tot de weg behoort van de Profeet (vrede zij met hem), zijn rechtgeleide kaliefen en zijn metgezellen, moge Allah tevreden zijn met hen, is geen geldige manier om Allah de Almachtige te aanbidden; laten wij ons daarom tevreden stellen met wat zij voor zichzelf hebben aanvaard, want zij hielden halt op grond van kennis en onthielden zich met scherp doorzicht.
Weet dat elke innovatie in de religie verboden is en een afdwaling en dat de dwaling en haar volgelingen zich in het Vuur bevinden. De bewijzen voor het verbod ervan zijn talrijk; wij noemen daarvan:
Allah, de Verhevene, heeft gewaarschuwd tegen het volgen van iets anders dan Zijn Boek en de Soenna van Zijn Profeet (vrede zij met hem): (Volg wat door jullie Heer is neergezonden en volg geen bondgenoot die jullie beveelt deelgenoten in de aanbidding aan Allah toe te voegen. Weinig laten jullie zich vermanen! 3) [Al-A'raf:3].
De Verhevene zegt: (Of hebben zij deelgenoten die voor hem een godsdienst hebben voorgeschreven waar Allah geen toestemming voor heeft gegeven...) [As-Shura: 21].
Aïcha (moge Allah tevreden met haar zijn) rapporteerde: De Profeet (vrede zij met hem) zei: «Degene die iets nieuws introduceert in deze aangelegenheid van ons, dat niet in overeenstemming is met wat al bekend is, zal worden afgewezen» [41] [41] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (2697) en Moeslim met nummer (1718).
– Jabir ibn 'Abdoellah (moge Allah tevreden met hen zijn) zei: De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) placht te zeggen: "Voorts: voorwaar, het beste woord is het Boek van Allah en de beste leiding is de leiding van Mohammed. En de slechtste zaken zijn de nieuw geïntroduceerde en elke innovatie is dwaling." [42] [42] Overgeleverd door Moeslim onder nummer (867).
Hoedhayfah ibn al-Yamaan, moge Allah over hem en zijn vader tevreden zijn, zei: "Elke vorm van aanbidding die de metgezellen van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) niet hebben verricht, verricht die dus niet; want de eersten hebben voor de laatsten geen ruimte gelaten om iets toe te voegen. Vreest Allah, o gemeenschap van de Koranreciters en volg de weg van degenen die vóór jullie waren." [43] [43] Al-Baa'ith 'ala Inkaar al-Bida' wal-Hawaadith (p. 16).
Van Soefyan At-Thawri (moge Allah hem genadig zijn) zei: De innovatie is geliefder bij Iblies dan de zonde; de zonde wordt berouwd, maar de innovatie wordt niet berouwd [44]. [44] Overgeleverd door Al-Lalika'i in «Sharh Oesoel al-I'tiqad», p. 238.
De bidʿah kent meerdere gevaren en schadelijke gevolgen, waaronder:
- Op grond van de door de eeuwen heen overal ter wereld opgedane ervaring staat vast dat het menselijk verstand niet zelfstandig toereikend is om zijn eigen belangen te waarborgen. Derhalve is een goddelijke wetgeving onontbeerlijk die de mens behoort te volgen, de mens die door zijn Heer is geschapen; en Hij weet het beste wat hem baat en wat hem schaadt. Indien hij niet handelt naar de wil van zijn Heer, brengt hij zichzelf schade toe en stelt hij zich bloot aan de oorzaken van ondergang.
- De innovator volgt de begeerten (hawa); want als het verstand niet de wet volgt, blijft er niets anders over dan hawa en lust, en Allah de Verhevene zegt tot Zijn dienaar Dawoed (vrede zij met hem): (...en volg niet jouw begeerte–wat het zou je van het pad van Allah doen afdwalen. Waarlijk! Degenen die afdwalen van het pad van Allah (zullen) een zware bestraffing hebben omdat zij de Dag van de Afrekening vergaten) [Sad:26].
- Dat de Islamitische wetgeving volledig is en noch toevoeging noch vermindering toelaat, zoals Allah de Verhevene zegt: (...Deze dag heb Ik de godsdienst voor jullie voltooid en Mijn gunst voor jullie volmaakt en heb de Islam voor jullie als godsdienst gekozen...) [Al-Ma'idah: 3], Wie innovaties introduceert in de religie, beweert daarmee dat de sharia onvolledig is en dat de profeet (vrede zij met hem) iets van de openbaring heeft verzwegen.
- De innovator stelt zich vijandig op tegenover de Islamitische wet en gaat daar lijnrecht tegenin. Want de Wetgever heeft voor de aanbidding specifieke wegen en vormen bepaald en de schepping daartoe beperkt middels geboden en verboden, beloften en waarschuwingen. Hij heeft kenbaar gemaakt dat het goede besloten ligt in het volgen daarvan en dat het kwaad ligt in het overschrijden ervan. Dit alles, omdat Allah weet terwijl wij niet weten en omdat Hij de Boodschapper (vrede zij met hem) slechts heeft gezonden als een barmhartigheid voor de werelden. De vernieuwer in de religie verwerpt dit alles; want hij beweert dat er nog andere wegen zijn en dat wat de Wetgever heeft begrensd niet begrensd is en wat Hij heeft bepaald niet bepaald is, alsof de Wetgever weet en wij eveneens weten, Sterker nog, uit het aanvullen of verbeteren van de door de Wetgever vastgelegde wegen kan worden afgeleid dat men zich inbeeldt kennis te bezitten die de Wetgever niet heeft. Indien de inbrenger van innovaties dit werkelijk beoogt, dan betekent dit ongeloof jegens de Islamitische wet en de Wetgever Zelf; maar ook wanneer dit niet zijn bedoeling is, blijft het niettemin een overduidelijke dwaling.
De voorzorg:
Tot de middelen om zich te behoeden voor het vervallen in deze grote, zware zonde behoort:
- Het vastklampen aan het Boek en de Soenna, naast het verspreiden daarvan en het doorgeven ervan aan de mensen zo veel mogelijk, Allah, de Verhevene, heeft gezegd: (En houd jullie allen (stevig) vast aan het koord van Allah en laat er geen verdeeldheid onder jullie heersen...) [Al-Imran: 103], En het koord van Allah: de Islam, de Koran en de Soenna.
- Het zich uitsluitend verlaten op het Boek en de Soenna in zaken van geloofsleer, waarin geen ruimte is voor persoonlijke interpretatie, willekeurige voorkeur of analogische redenering en het zich onthouden van het ingaan op de verzen met meerdere betekenissen, omdat het zich daarin verdiepen een kenmerk is van hen die afdwalen en innovaties invoeren en omdat dit de oorsprong vormt van alle rampspoed en tegenslag die de moslims heeft getroffen
- Het toepassen van de Soenna in het gedrag van het individu en van de samenleving, door wat iemand van de Soenna heeft geleerd toe te passen op zijn gedrag in alle aspecten van het leven. Het toepassen van de Soenna maakt de innovatie (bid'ah) tot een verwerpelijke zaak in de samenleving; daardoor worden de afzichtelijke kenmerken en het slechte aanzien ervan zichtbaar en het wijst uit zichzelf op de lelijkheid en de bedreiging voor de Islam en de moslims die het in zich draagt.
- Het bevelen van het goede en het verbieden van het kwaad, want innovaties (bid'a's) zijn in het begin klein, vervolgens groeien zij; een individu introduceert ze, en al spoedig scharen zich de mensen van de begeerten om hem heen. Wanneer degenen die het goede bevelen en het kwaad verbieden hun rol in de samenleving vervullen, roeien zij de innovaties uit en doen zij de soenna's herleven.
- Het weerleggen van de tegen de Islam gerichte openlijke of verborgen campagnes, het blootleggen van uitingen van religieuze innovatie en het belichten daarvan aan de hand van de Koran en de Soenna om te voorkomen dat zij doordringen en zich verspreiden, alsook het zich hoeden voor elke afwijking van de grenzen van de Soenna, hoe gering het effect of hoe klein de zaak ook is.
- Het verhinderen dat de gewone mensen zich uitlaten over de religie zonder kennis en het geen waarde hechten aan hun meningen die indruisen tegen de goddelijke wet, ongeacht welke positie zij ook bekleden.
Schijnheiligheid
Schijnvroomheid behoort tot de grote zonden die de werken tenietdoen; het is immers een van de vormen van shirk waarvoor de Islamitische wet heeft gewaarschuwd. Zo heeft de Profeet (vrede zij met hem) gezegd: "Voorwaar, hetgeen ik het meest voor jullie vrees, is de kleine vorm van shirk (associatie met Allah)." Ze vroegen: "Wat is de kleine vorm van shirk, O Boodschapper van Allah?" Hij antwoordde: "Het is riya'e (Schijnvroomheid)..." [45]. [45] Overgeleverd door Ahmed (23630).
De ware aard van schijnvroomheid is dat de dienaar een daad verricht zonder daarmee uitsluitend het Aangezicht van Allah te zoeken, hetzij dat hij die daad louter omwille van de mensen verricht, hetzij dat hij ze verricht voor Allah maar daarbij tevens het oog van de mensen op zich wil vestigen. Beide vormen zijn schijnvroomheid.
Schijnvroomheid kan zich voordoen in de kern van het geloof zelf en dan is zij ongeloof en hypocrisie. Zij kan zich echter ook uiten in bepaalde daden die niet tot de essentie van het geloof behoren en dan geldt zij als kleinere vorm van shirk.
Bewijzen:
Er zijn bewijzen overgeleverd die de verwerping van schijnvroomheid bevestigen, waaronder:
Allah, de Verhevene, zegt: (O jullie die geloven. Overhandig niet in verwaandheid jullie liefdadigheid door jullie vrijgevendheid te gedenken of door te kwetsen, zoals degene die zijn weelde uitgeeft om door de mensen gezien te worden. En hij gelooft niet in Allah, noch in de laatste dag...) [Al-Baqarah:264].
De Verhevene zegt: (Waarlijk, de hypocrieten proberen Allah te bedriegen, maar Hij is het Die hen bedriegt. En wanneer zij opstaan voor het gebed, staan zij lui op om door de mensen gezien te worden...) [Soerat An-Nisa'e: 142]
En Allah, de Verhevene, zei: (...Dus iedereen die op de ontmoeting met zijn Heer hoopt, laat hem goede werken verrichten en geen deelgenoten in de aanbidding aan zijn Heer toekennen 110) [Al-Kahf: 110]. Dat betekent: Dat hij niemand met Hem in aanbidding deelt en zijn daden niet verricht om door wie dan ook gezien te worden.
De Verhevene zegt: (Wee dan degenen die het gebed verrichten 4 Die hun gebeden uitstellen van hun bepaalde tijd. 5 Degenen die slechts goed doen om gezien te worden 6) [Al-Ma'oen 4 - 6]
Schadelijke gevolgen:
De schadelijke gevolgen van schijnvroomheid:
- Schijnvroomheid is een oorzaak voor eeuwig verblijf in het Hellevuur wanneer het in de grondslag van het geloof voorkomt; want dan is het ongeloof en hypocrisie. Allah heeft gezegd: (En wanneer zij de gelovigen ontmoeten, zeggen zij: ‘Wij geloven.’ Maar wanneer zij zich afzonderen bij hun satanen, zeggen zij: ‘Wij zijn met jullie; wij zijn slechts spotters 14) [Al-Baqara: 14]. De Verhevene zegt: (Voorwaar, de huichelaars bevinden zich in de diepste afgrond van het Vuur en je zult voor hen geen helper vinden 145) [An-Nisa'e 145]
- Schijnvroomheid is een oorzaak voor het tenietgaan van de daad van zijn verrichter; Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Allah de Verhevene zegt: ''Ik ben zo Behoefteloos dat Ik geen deelgenoot nodig heb. Degene die een daad verricht omwille van een ander dan van Mij; Ik neem afstand van hem en van degene met wie hij Mij associeerde." [46]. [46] Overgeleverd door Moeslim (2985).
De schijnvroomheid zal in het Hiernamaals geen beloning ontvangen voor de daden die hij verrichtte omwille van de mensen. Zo is overgeleverd van Mahmoud ibn Lubayd (Mag Allah tevreden zijn met hem) dat de Boodschapper (vrede zij met hem) zei: "Het meest waar ik voor vrees voor jullie is het kleinere shirk,’ zeiden zij: ‘'En wat is het kleinere shirk, O Boodschapper van Allah?'’ Hij zei: ‘'Schijnvroomheid. Allah, de Verhevene, zal tegen hen zeggen op de Dag der Opstanding, wanneer de mensen naar hun daden beloond worden: ‘Gaat naar degenen bij wie jullie in deze wereld schenen op te vallen en kijk of jullie bij hen enige beloning vinden." " [47] [47] Overgeleverd door Ahmed (23630).
- Schijnvroomheid is een oorzaak voor het binnengaan van het Vuur. Zo is overgeleverd van Aboe Hoerayra (Mag Allah tevreden zijn met hem), dat de Boodschapper (vrede zij met hem) zei: De eersten die op de Dag der Opstanding zullen worden berecht, zijn een martelaar, een geleerde en een vrijgevige, doch allen zijn gestraft vanwege schijnvroomheid. De martelaar wordt gebracht en men toont hem zijn zegeningen. Hij erkent ze en men vraagt: '‘Wat heb je ermee gedaan?'’ Hij antwoordt: ‘'Ik streed voor U tot aan het martelaarschap.’' Allah zegt: ‘J'e liegt, want je streed slechts opdat men zei: “Wat een dappere!” – en dat is gezegd.'’ Toen werd hij over zijn gezicht gesleept en in het Vuur geworpen. De geleerde die kennis zocht, onderwees en de Koran reciteerde, wordt gebracht en men toont hem zijn gaven. Hij erkent ze en zegt: ‘'Ik deed dit voor U.’' Allah zegt: ‘'Je liegt, want je leerde opdat men zou zeggen: “Wat een geleerde!” en reciteerde opdat men zei: “Wat een lezer!” en dat is gezegd.’' Ook hij werd over zijn gezicht gesleept en in het Vuur geworpen. De vrijgevige, rijk bedeeld met alle soorten bezit, wordt gebracht en men toont hem zijn zegeningen. Hij zegt: ‘'Ik besteedde niets buiten Uw zaak.’' Allah zegt: ‘'Je liegt, want je deed dit opdat men zou zeggen: “Wat een vrijgevige! en dat is gezegd.’' Ook hij werd over zijn gezicht gesleept en in het Vuur geworpen. Zo zien wij dat daden die worden verricht voor de ogen van mensen, zelfs schijnbaar groot en heilig, niets zijn dan een deur naar het Vuur wanneer de intentie ontbreekt en Allah niet het Enige Doel is. [48] Overgeleverd door Moeslim met nummer (1905).
- Schijnvroomheid is een oorzaak van schande op de Dag der Opstanding, voor alle mensen aanwezig. Zo is overgeleverd van Joendoeb (Mag Allah tevreden zijn met hem), dat de Boodschapper (vrede zij met hem) zei: "Wie zijn daden wereldkundig maakt, Allah zal hem op de Dag des Oordeels wereldkundig maken en wie pronkt (met zijn daden), Allah zal hem daarmee tentoonstellen" [49]. En de betekenis van: ‘'Allah zal hem daarmee tentoonstellen’', is dat er op de Dag der Opstanding over hem uitgeroepen zal worden dat hij iemand was die zich liet horen en pronkte uit schijnvertoon. [49] Overgeleverd door al-Boekhari met nummer (6499).
De voorzorg:
De wegen van de voorzorg tegen schijnvroomheid:
- Dat men weet dat Allah volledig op de hoogte is van zijn binnenste en dat Hij weet wat zijn hart verbergt. Allah zegt: (Weten zij dan niet dat Allah hun geheime ideeën kent en hun geheime beraadslagingen en dat Allah de Alwetende van het onzichtbare is 78) [Soerat At-Tawbah: 78]
- Het constant bewustzijn van Allahs toezicht op de dienaar, hetgeen de verheven staat van al-Iḥsān is die de Profeet (vrede zij met hem) heeft genoemd in de hadith van Djibril en die is... "Dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet en als je Hem niet ziet, weet dan dat Hij jou ziet." [50]. [50] Overgeleverd door Moeslim onder nummer (97).
- Zorg dragen voor oprechtheid in al zijn woorden en daden en daarmee in alles het aangezicht van Allah de Verhevene beogen.
- Dat hij weet dat de mensen hem geen baat kunnen brengen en geen schade kunnen toebrengen en dat, wanneer hij de daden zuiver voor Allah verricht, Allah tevreden over hem is en van hem houdt; dan wordt hij aanvaard en houden de mensen van hem zonder dat hij hun gunst hoeft te zoeken door schijnvertoon jegens hen. Overgeleverd op gezag van Aboe Hoerayrah — moge Allah tevreden met hem zijn — dat hij zei: De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zei: "Als Allah een dienaar liefheeft, roept Hij Djibril en zegt: ''Ik heb die-en-die lief; heb hem lief.' Djibril heeft hem dan lief, waarna hij in de hemel uitroept: ''Allah heeft die-en-die lief; heb hem lief.'' Vervolgens houden de bewoners van de hemel van hem en daarna wordt er voor hem aanvaarding op aarde gevestigd. En als Hij een dienaar verafschuwt, roept Hij Djibril en zegt: ''Ik verafschuw die-en-die; verafschuw hem dan.'' Djibril verafschuwt hem dan, waarna hij onder de bewoners van de hemel uitroept: ''Allah verafschuwt die-en-die; verafschuwt hem dan.'' Daarop verafschuwen zij hem en vervolgens wordt er afkeer jegens hem op aarde gevestigd.'' " [51] [51] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (3209) en Moeslim met nummer (2637).
- Dat de dienaar bescherming zoekt bij Allah tegen schijnvroomheid en volgens de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem): "O mensen, wees beducht voor deze shirk; want hij is subtieler dan het kruipen van mieren." Daarop werd tegen hem gezegd: "O Boodschapper van Allah, hoe kunnen wij ons ervoor hoeden, terwijl het subtieler is dan het kruipen van mieren?" Hij zei: "Zeg: O Allah, wij zoeken onze toevlucht bij U tegen het feit dat wij aan U iets zouden toekennen als deelgenoot terwijl wij ons daarvan bewust zijn en wij vragen Uw vergiffenis voor wat wij – zonder het te weten – aan zonde begaan." [52] [52] Overgeleverd door Ahmed (19606).
Zoals Omar ibn al-Khattab (moge Allah tevreden over hem zijn) in zijn smeekbeden gewoonlijk zei: "O Allah, maak al mijn daden goed, maak ze oprecht omwille van U en laat niemand daarin enig aandeel hebben" [53]. Overgeleverd door Ali ibn Abi Talib, moge Allah tevreden zijn met hem, dat hij Allah placht aan te roepen en zei: "O Allah, reinig mijn hart van huichelarij en mijn boezem van wrok en mijn daden van schijnvroomheid" [54]. [54] Overgeleverd door Ibn Abi Shaybah in Al-Musannaf (2951). [53] Majmoe'e Fatawa Ibn Taymiyyah (1/99).
- Om Allah's steun te vragen bij het zich ontdoen van schijnvroomheid, Allah, de Verhevene, zegt over de gelovigen: (U (alléén) aanbidden wij, en U (alléén) vragen wij om hulp 5). [Soera Al-Fatiha: 5].
- Het in het geheim verrichten van de aanbidding en het niet openlijk verrichten ervan; tenzij het gaat om datgene waarvan het openlijk verrichten is voorgeschreven, zoals de oproep tot het gebed en het gezamenlijke gebed en wat daarop lijkt, namelijk zaken waarvan het verbergen noch mogelijk, noch voorgeschreven is.
Het verzuimen van het gebed.
Het gebed heeft een verheven status in de Islam; het is de pijler van de religie; het is de eerste vorm van aanbidding na de getuigenis van geloof. Overgeleverd van ‘Abdoellah ibn ‘Omar (moge Allah tevreden met hen beiden zijn) dat hij zei: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Islam is gebouwd op vijf pijlers: de getuigenis dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Zijn boodschapper is, het verrichten van het gebed, het geven van de zakaat, het verrichten van de bedevaart naar het Huis (de Ka'bah) en het vasten tijdens de maand Ramadan" [55]. [55] Overgeleverd door Al-Boekhari onder nummer (8) en Moeslim onder nummer (21).
Het verzuimen van het gebed behoort tot de grootste zonden en er wordt gevreesd dat degene die dit doet in ongeloof vervalt. Van Djaabir (moge Allah tevreden met hem zijn) is overgeleverd dat hij zei: Ik hoorde de Profeet (vrede zij met hem) zeggen: "Voorwaar, tussen een persoon en ongeloof en afgoderij staat het verwaarlozen van het gebed" [56]. [56] Overgeleverd door Moeslim onder nummer (134).
Bewijzen:
De bewijzen voor de verbodenheid van het verwaarlozen van het gebed en de uiteenzetting van de afschuwelijkheid ervan en de zwaarte van deze zonde zijn talrijk, waaronder:
Allah zegt: (Toen heeft hen een nageslacht opgevolgd die de gebeden opgaven en hun lusten volgden. Dus worden zij in de hel gegooid 59) [Mariam: 59] Dat wil zeggen: Zij zullen een verdubbeld, zwaar en streng straf ondergaan. Uitleggers merken op dat het verwaarlozen van het gebed zowel kan bestaan uit het volledig nalaten ervan, als uit het uitstellen tot buiten de voorgeschreven tijd. [57] [57] Zie: Tafsir van Ibn Kathir (5/243).
En Allah zegt: (Wat heeft er voor gezorgd dat jullie de hel binnentraden? 42 Zij zullen zeggen: “Wij waren niet onder degenen die hun gebeden verrichten 43) [Al-Moeddathir:42-43]. Het achterwege laten van het gebed is een van de oorzaken van het binnentreden van de Hel (Djahannam), moge Allah ons daarvoor behoeden.
En Allah de Almachtige zei: (O wee, voor diegenen die bidden 4 Die hun gebeden uitstellen van hun bepaalde tijd 5) [Al-Ma'oen 4-5]
As-Saadi zei: "O wee, voor diegenen die bidden): dat wil zeggen: degenen die zich verplichten tot het verrichten van het gebed, maar zij zijn (nalatig in hun gebeden); dat wil zeggen: Zij verwaarlozen het gebed, laten de tijd ervoor voorbijgaan en missen de pilaren ervan. En dat vanwege hun gebrek aan aandacht voor het bevel van Allah, aangezien zij het gebed hebben veronachtzaamd, dat de belangrijkste van de gehoorzaamheden is en de voortreffelijkste van de toenaderingen." [58] [58] Tafsier As-Sa'di (p. 935).
Boeraidah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Het verbond dat tussen ons en hen is, is het gebed. Degene die het verlaat, heeft waarlijk het geloof verzaakt." [59] [59] Overgeleverd door At-Tirmidhi (261).
Van Shaqiq ibn ‘Abdoellah — en hij is een Tabi’i (volgeling) — wordt overgeleverd dat hij zei: "De metgezellen van Mohammed (vrede zij met hem) zagen niets van de daden waarvan het nalaten ongeloof was, behalve het gebed." [60]. [60] Overgeleverd door At-Tirmidhi (2622).
De schadelijke gevolgen:
Het achterwege laten van het gebed brengt talrijke schadelijke gevolgen mee, waaronder:
- Het verwaarlozen van een groot ritueel onder de openlijke rituelen van de Islam.
- Degene die het gebed nalaat, loopt het risico in ongeloof te vervallen – moge Allah ons behoeden. De rechtsgeleerden verschillen van mening: is hij een ongelovige op wie de regels voor ongelovigen van toepassing zijn of is hij iemand die een van de grote zonden begaat?"
- Degene die het gebed verzuimt, heeft geen aandeel in de Islam, Overgeleverd van Al-Miswar ibn Makhramah dat hij in de nacht waarin Omar ibn al-Khattab (moge Allah tevreden over hem zijn) werd neergestoken bij hem binnenkwam en dat hij Omar wekte voor het fajr-gebed. Omar zei: “Ja en wie het gebed nalaat heeft geen aandeel in de Islam.” Vervolgens bad Omar, terwijl zijn wond hevig bloedde." [61] Het bloed gutst: Het stroomt en vloeit heftig. [61] Moewatta van Maalik, nummer (51).
Imam Al-Baaji, moge Allah hem genadig zijn, zei: De uitspraak van Omar: (Er is geen aandeel in de Islam voor wie het gebed verlaat) betekent: dat hij geen aandeel in de Islam heeft en dat zijn daden niet worden aanvaard; want het gebed staat voorop in aanvaarding onder de daden van de Islam en heeft de hoogste status. Wie dus het gebed verlaat, diens aandeel in de overige daden van de Islam vervalt; hij heeft er geen baat bij en hij heeft er geen aandeel in. [62] [62] Al-Muntaqa Sharh Al-Muwatta (1/86).
- Het verzuimen van het gebed leidt tot teleurstelling en verlies op de Dag der Opstanding; Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: Ik heb de Profeet (vrede zij met hem) horen zeggen: "Het eerste waarover de dienaar op de Dag der Opstanding uit zijn daden ter verantwoording wordt geroepen, is zijn gebed. Als het goed is, dan is hij geslaagd en succesvol; en als het slecht is, dan is hij mislukt en heeft hij verloren." [63] [63] Overgeleverd door At-Tirmidhi (413).
Awn ibn Abdoellah (moge Allah hem genadig zijn) zei: "Wanneer een dienaar in zijn graf wordt gelegd, wordt hij over het gebed ondervraagd; dat is het eerste waarover hij wordt ondervraagd. Als het voor hem wordt aanvaard, dan wordt er naar het overige van zijn daden gekeken, maar als het niet voor hem wordt aanvaard, dan wordt er verder naar niets van zijn daden gekeken." [64]. [64] Al-Kaba'ir van Adh-Dhahabi (p. 20).
- Wie één enkel gebed nalaat, Allah zal toornig op hem worden. Ibn Abbaas (moge Allah over hem en zijn vader tevreden zijn) heeft gezegd: «Wie opzettelijk één enkel gebed verzuimt, zal Allah ontmoeten terwijl Hij op hem woedend is» [65]. [65] Al-Kaba'ir van Ad-Dahabi (blz.: 20).
- De Profeet (vrede zij met hem) werd bevolen om te strijden tegen degenen die het gebed verzuimen. Overgeleverd door Abdoellah ibn Omar (moge Allah tevreden met hen beiden zijn), dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Ik ben opgedragen om tegen de mensen te vechten totdat zij getuigen dat er geen god is behalve Allah en dat Mohammed de boodschapper van Allah is, dat zij het gebed onderhouden en de zakaat betalen. Wanneer zij dit doen, zijn hun levens en eigendommen beschermd, behalve door het recht van de Islam en hun uiteindelijke oordeel ligt bij Allah." [66] [66] Overgeleverd door Al-Boekhari onder nummer (25) en Moeslim onder nummer (22).
- Ontzegging van het licht waarover de Profeet (vrede zij met hem) berichtte, toen hij zei: "Het gebed is licht" [67]. [67] Overgeleverd door Moeslim onder nummer (223).
- Het verwaarlozen van het gebed zorgt binnen de moslimgemeenschap voor de verbreiding van onzedelijkheden en verwerpelijkheden; want het vasthouden van de moslims aan het gebed beschermt hen en de samenleving tegen onzedelijkheid en het verwerpelijke, zoals Allah zegt: (...en verricht je gebeden perfect. Voorwaar, het gebed weerhoudt van onzedelijkheid en slechte zaken...) [Al-Ankaboet: 45].
De voorzorg:
Middelen ter bescherming tegen het vervallen in de grote zonde van het achterwege laten van het gebed:
- Het besef van de grootsheid van het gebed in de Islam en dat leren uit de Edele Koran en de zuivere Soenna.
- Het leren van de wijze van bidden van de Profeet (vrede zij met hem). Overgeleverd van Malik ibn Al-Hoeweirith (moge Allah tevreden zijn met hem), dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Bid zoals jullie mij hebben zien bidden" [67]. [67] Overgeleverd door Al-Boekhari (631) en Moeslim (674).
- Het zorgvuldig verrichten van de verplichte gebeden in de moskee, samen met de gemeenschap der moslims en dat de gelovige niets laat voorgaan boven het gebed op zijn vastgestelde tijd. Allah, de Verhevene, zegt: (O jullie die geloven! Laat jullie bezittingen of jullie kinderen jullie niet van de overdenking van Allah afleiden. En iedereen die dat doet, die zal dan de verliezer zijn 9) [Soerat Al-Moenaafiqoen: 9], Ibn Hajar al-Haytami heeft gezegd: Een groep van de Koranexegeten zei: Met het gedenken van Allah wordt hier de vijf dagelijkse gebeden bedoeld; wie zich van het gebed op zijn tijd laat afhouden door zijn bezit, zoals zijn handel of zijn ambacht, of door zijn kind, behoort tot de verliezers. [68] [68] Az-Zawaajir 'an Iqtiraaf al-Kabaa'ir (1/220).
- Het vermijden van slechte vrienden en de mensen van ongehoorzaamheid die de gebeden verwaarlozen.
- Kinderen op jonge leeftijd gewend maken aan het gebed; 'Abdoellah ibn 'Amr ibn Al-'As (moge Allah tevreden met hen zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Leer jullie kinderen het gebed aan als ze zeven jaar oud zijn en dwing hen ertoe als ze tien zijn." [69] [69] Overgeleverd door Aboe Dawoed (495).
- Het veelvuldig verrichten van vrijwillige gebeden; omdat zij de tekortkomingen in de verplichte gebeden compenseren; volgens de overlevering van Aboe Hoerayra, die zei: Ik hoorde de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) zeggen: "Het eerste waarover een dienaar op de Dag des Oordeels uit zijn daden wordt ondervraagd, is zijn gebed; als het deugdelijk is, dan heeft hij voorspoed en is hij geslaagd en als het ondeugdelijk is, dan is hij mislukt en heeft hij verloren. En als er aan zijn verplicht gebed iets ontbreekt, zegt Allah, de Verhevene: Kijk of Mijn dienaar vrijwillige gebeden heeft, zodat daarmee wordt aangevuld wat aan de verplichting ontbreekt. Vervolgens wordt de rest van zijn daden overeenkomstig dat beoordeeld." [70]. [70] Overgeleverd door At-Tirmidhi (413).
- Het besef van de grote beloning die men verkrijgt door het verrichten van het gebed; het is de meest geliefde daad die een moslim verricht uit gehoorzaamheid aan Allah en tevens de weg waardoor de dienaar verbinding maakt met zijn Schepper, Hem aanroept en Zijn hulp zoekt.
- Het streven en de waakzaamheid om het gebed onmiddellijk op zijn vastgestelde tijd te verrichten en het gebruik van middelen die daarbij helpen, zoals het zetten van een wekker, het vragen van een herinnering door een vriend, het volgen van een tijdsindicatie die de gebedstijden nauwkeurig weergeeft, of andere geschikte hulpmiddelen.
Het niet betalen van de zakaat
De zakaat is een van de pijlers van de Islam en een verplichte aalmoes die van de rijken wordt genomen en aan de armen wordt gegeven. Het onthouden ervan behoort tot de grote zonden; Allah ontkent het geloof voor degenen die haar nalaten, bedreigt hen met uiteenlopende waarschuwingen en waarschuwt voor zware straffen in dit leven en het Hiernamaals: verderf in de wereld, ellende en verlies in het Hiernamaals. Het onthouden van de zakaat brengt rampspoed over degene die gierig is en over de gemeenschap die zijn daad goedkeurt en niemand zal zijn slechte daad kunnen vergoelijken.
Degene die de zakaat ontzegt uit ondankbaarheid, is zonder twijfel een ongelovige en is uit de Islamitische gemeenschap gestoten. Degene daarentegen die het onthoudt uit gierigheid en schroom, begaat een grote en ernstige zonde; zoals blijkt uit de verzen en hadiths die aantonen dat het onthouden van de zakaat tot de grote zonden behoort, waarop Allah zowel in dit leven als in het Hiernamaals straffen heeft gesteld.
Bewijzen:
Er zijn talrijke teksten in de Koran en de Soenna die ernstig waarschuwen tegen het onthouden van de zakaat, waaronder:
Allah, de Verhevene, zegt: (...en er zijn er die het goud en zilver hamsteren en het niet op de weg van Allah uitgeven, verkondig aan hen een pijnlijke bestraffing 34 Op de dag dat het bezit (waarop geen Zakaat werd betaald) in het hellevuur zal verhit worden en waarmee vervolgens over hun voorhoofden, hun zijden en hun ruggen gestreken zal worden (op die dag zal hun worden gezegd:) “Dit is de schat die jullie voor jullie zelf gehamsterd hebben. Proef nu dan wat jullie gehamsterd hebben! 35) [At-Tawbah: 34-35]
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Degene aan wie Allah rijkdom heeft gegeven en die zijn zakaat niet betaalt, zal zijn bezit worden voorgesteld als een koppige, kale draak met twee touwen, die hem op de Dag der Opstanding zal omringen. Hij grijpt hem met zijn kaken (dat wil zeggen, zijn onderkaak) en zegt: ‘'Ik ben jouw bezit, ik ben jouw schat.’' Vervolgens reciteerde de Boodschapper (vrede zij met hem): '‘En laat degenen die gierig zijn met hetgeen Allah hun uit Zijn overvloed heeft gegeven, niet denken dat het goed voor hen is; nee, het is kwaad voor hen. Op de Dag der Opstanding zullen zij omringd worden door hetgeen zij hebben nagelaten te geven. En aan Allah behoort de erfenis van de hemelen en de aarde. En Allah is goed op de hoogte van wat jullie doen 180) [71]. [Al-Imran: 180] [71] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (1403).
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Geen bezitter van goud of zilver die niet het recht daarvan (de zakaat) betaalt, zal eraan ontsnappen. Op de Dag der Opstanding zullen platen van vuur voor hem worden bereid, die verhit worden in het vuur van de hel. Zijn zij, voorhoofd en rug zullen ermee worden gekerfd; telkens wanneer ze afkoelen, worden ze opnieuw verhit, gedurende een dag waarvan de lengte vijftigduizend jaar bedraagt, totdat er recht wordt gesproken tussen de dienaren. Dan zal hij zijn weg zien: of naar het Paradijs, of naar het Vuur." [72] [72] Overgeleverd door Moeslim (987).
En zie hier het optreden van de grote vriend, Aboe Bakr (Mag Allah tevreden zijn met hem), jegens degenen die de zakaat nalieten na het overlijden van de Profeet (vrede zij met hem). Hij streed tegen hen totdat zij berouw toonden en de zakaat van hun bezit betaalden. Zo is overgeleverd van Aboe Hoerayra (Mag Allah tevreden zijn met hem), dat hij zei: Toen de profeet (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) overleed en Aboe Bakr tot kalief werd aangesteld en sommigen van de Arabieren afvallig werden, zei Omar: ''O Aboe Bakr, hoe zul jij tegen de mensen vechten terwijl de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Ik ben opgedragen om tegen de mensen te vechten totdat zij zeggen: ‘Er is geen god dan Allah.’ Wie zegt: ‘Er is geen god dan Allah,’ diens leven en eigendom zijn beschermd, behalve voor wat daarvan rechtmatig is en zijn rekening rust bij Allah"?' Aboe Bakr zei: 'Bij Allah, ik zal zeker vechten tegen wie onderscheid maakt tussen het gebed en de zakaat; want de zakaat is het recht dat op de eigendommen rust. Bij Allah, als zij mij zelfs een geitenjong zouden onthouden (dat is het vrouwelijke jong van de geit dat nog geen jaar oud is) dat zij aan de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) plachten af te dragen, dan zou ik hen om die weigering bestrijden.' Omar zei: ''Bij Allah, zodra ik zag dat Allah het hart van Aboe Bakr voor de strijd had geopend, wist ik dat het de waarheid was.'" [73]. [73] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (1399), en Moeslim met nummer (20).
Schadelijke gevolgen:
En tot de schadelijke gevolgen van het onthouden van de zakaat behoren:
- Dat het achterhouden van de zakaat tot de kenmerken van de polytheïsten behoort; degene die de zakaat achterhoudt, imiteert hen, en: "Wie een volk imiteert, wordt beschouwd als één van hen." Allah, de Verhevene, zegt: (...en wee de veelgodenaanbidders, degenen die niet de zakaat betalen...) [Foessilat: 6-7].
- Gierigheid met betrekking tot de zakaat is een van de tekenen van hypocrieten en een van de oorzaken ervan. Allah, de Verhevene, zegt bij de beschrijving van de hypocrieten: (....en dat zij slecht onwillig een bijdrage gaven 54) [At-Tawba:54].
- De beproeving van het uitblijven van regen: Ibn Omar (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "...En telkens wanneer zij de voorgeschreven aalmoezen (zakaat) van hun rijkdom onthouden, wordt hun de regen uit de hemel onthouden en als het niet om het vee was, zou er geen regen op hen neerdalen" [74]. [74] Overgeleverd door Ibn Madjah (4019).
- Het leidt tot het tenietgaan van het geld en tot het verloren gaan ervan, door allerlei oorzaken van ondergang en redenen van schade.
- Het onthouden van de zakaat leidt tot het verspreiden van vijandigheid in de samenleving tussen de armen en de rijken.
De voorzorg:
Tot de voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat men in deze grote zonde vervalt, behoren:
- Dat de moslim weet dat het geld het eigendom is van Allah, de Almachtige en dat de gunst in de Hand van Allah ligt; Hij schenkt die aan wie Hij wil. Allah, de Verhevene, is Degene die schenkt en aan Hem behoort alles wat Hij geeft. En Hij is het die hem heeft bevolen die voorgeschreven verplichting te verrichten en deze over te dragen aan haar rechthebbenden die er behoefte aan hebben. Jij bent niets anders dan in vertrouwen aangesteld over dat geld; als Allah, de Verhevene, het wil, geeft Hij je en als Hij het wil, onthoudt Hij je.
- Degene die haar verricht dient zich het verheven voorrecht van de uitvoering ervan voor ogen te houden, evenals de zware bestraffing voor het nalaten ervan. Wanneer hij zich immers bewust is dat Allah hem in overvloed zal vergoeden – Hij, de Beste der Voorzieners – en dat Hij haar voor hem koestert en doet toenemen, totdat zij voor hem uitgroeit tot een berg van verdiensten, als de Oehoedberg in omvang en majesteit, dan beseft hij haar ware gewicht en grootsheid. En dat wie het verricht, door Allah de Almachtige de blijde tijding krijgt dat hij in dit wereldse leven geen vrees zal kennen en in het Hiernamaals niet bedroefd zal zijn; hij spoedt zich ertoe en wedijvert in de goede daden. En wanneer hij de straf kent voor wie het achterhoudt, vreest hij de bestraffing van Allah in de wereld en in het Hiernamaals. Hij gehoorzaamt het bevel van Allah de Almachtige, hopend op Zijn beloning en vrezend Zijn bestraffing.
- Dat men zijn toevlucht bij Allah de Verhevene zoekt tegen gierigheid, want de Profeet (vrede zij met hem) beval om daartegen toevlucht te zoeken. Op gezag van Moes'ab ibn Sa'd, die zei: Sa'd ibn Aboe Waqas (moge Allah tevreden met hem zijn) beval vijf zaken en vermeldde over de Profeet (vrede zij met hem) dat hij hiertoe opdroeg: "O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen gierigheid en ik zoek toevlucht bij U tegen lafheid en ik zoek toevlucht bij U tegen het teruggebracht worden naar de meest verachte leeftijd en ik zoek toevlucht bij U tegen de beproeving van de wereld en ik zoek toevlucht bij U tegen de straf van het graf" [75]. [75] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (6365).
Overspel
Overspel behoort tot de grote zonden en duidt op de verdorvenheid van de religie en de moraal en de schade ervan treft volkeren en samenlevingen met verzwakking, corruptie en ondergang. De profeet (vrede zij met hem) liet weten dat de toename en verspreiding van overspel een van de tekenen van het Uur is; Anas ibn Malik, moge Allah tevreden zijn met hem, zei: De Boodschapper van Allah, (vrede zij met hem), zei: "Onder de voortekenen van het Uur is dat kennis zal worden weggenomen, onwetendheid zal overheersen, het drinken van alcohol zal gewoon worden en overspel zal zich verspreiden" [76]. [76] Al-Boekhari, nr. 80, en Moeslim, nr. 2671.
Bewijzen:
De bewijzen voor het verbod op overspel en de uiteenzetting van de verwerpelijkheid ervan en de ernst van dit misdrijf zijn talrijk, waaronder:
Allah zegt: (En nader het overspel niet. Waarlijk, het is een zedeloosheid (die niet alleen indruist tegen de natuurlijke aard en een kwade weg. [Al-Issra: 32].
De Verhevene zegt: (De vrouw en de man die schuldig zijn aan onwettige seksuele gemeenschap moeten ieder met honderd zweepslagen geslagen worden. Laat geen medelijden jullie daarvan weerhouden in hun zaak, in een bestraffing die door Allah is voorgeschreven, als jullie in Allah en de Laatste Dag geloven. En laat een deel van de gelovigen getuigen zijn van de bestraffing 2) [An-Noer 2].
En Allah, de Verhevene, zei: (En degenen die geen andere god naast Allah aanroepen, noch dat leven doden wat Allah verboden heeft, behalve voor een gerechtelijke zaak, noch ontucht begaan en iedereen die dit doet zal een bestraffing ontvangen 68 De bestraffing zal voor hem op de Dag der Opstanding verdubbeld worden en hij zal daarin met schande verblijven 69 Behalve degenen die berouw toont en geloven en goede daden verrichten voor die (mensen) zal Allah hun zonden in goede daden veranderen en Allah is vergevingsgezind, meest Barmhartig 70). [Al-Foerqan: 68 - 70].
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De overspelige pleegt geen overspel wanneer hij overspel pleegt, terwijl hij gelovig is" [77]. [77] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (2475), en Moeslim, nummer (100).
Abdoellah ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: Ik vroeg de profeet (vrede zij met hem): ''Welke zonde is de grootste voor Allah?' Hij antwoordde: ''Dat je een gelijke aan Allah stelt, terwijl Hij jou geschapen heeft.'' Ik zei: ''Dat is inderdaad een grote zonde.'' Toen vroeg ik: ''En daarna?'' Hij zei: ''Het doden van je eigen kind, uit vrees dat hij met jou zal voeden.'' Ik vroeg: ''En daarna?'' Hij zei: 'Het plegen van overspel met de vrouw van je buurman.' [78] [78] Overgeleverd door Al-Boekhari (4477) en Moeslim (86).
Oebadah ibn as-Samit (moge Allah tevreden over hem zijn) zei: de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: «Neem van mij over, neem van mij over: de ongehuwde bij de ongehuwde: honderd geselingen en een jaar verbanning; en de eerder gehuwde bij de eerder gehuwde: honderd geselingen en steniging.» [79] [79] Overgeleverd door Moeslim met nummer (1690).
Overspel in al zijn vormen is verboden en wordt beschouwd als een ernstige zonde, maar sommige vormen van overspel wekken bij Allah meer woede en afkeer op dan andere. Tot de ernstigste en meest door Allah verafschuwde vormen van overspel behoren:
- Incest (zina met mahram-verwanten): Al-Baraa’ ibn ‘Aazib, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: Ik kwam mijn oom tegen en hij droeg een vaandel. Ik vroeg hem: ‘'Waar ga je heen?’' Hij zei: '‘De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft mij gestuurd naar een man die met de vrouw van zijn vader is getrouwd; hij heeft mij bevolen hem te onthoofden en zijn bezit te nemen.’' [80] [80] Overgeleverd door Aboe Dawoed: 4457.
- Overspel met de echtgenote van de buurman: Al-Miqdaad ibn al-Aswad (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vroeg zijn metgezellen over ontucht. Zij zeiden: "Het is verboden; Allah en Zijn boodschapper hebben het verboden." Hij zei: "Dat een man ontucht pleegt met tien vrouwen is voor hem lichter dan dat hij ontucht pleegt met de echtgenote van zijn buurman" [81]. [81] Overgeleverd door Al-Boekhari in Al-Adab Al-Moefrad, nummer (103).
- Overspel met de vrouwen van de moedjaahidien: Overgeleverd door Suleiman ibn Buraidah, van zijn vader (moge Allah tevreden met hem zijn), die zei: de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zei: "De onschendbaarheid van de vrouwen van de strijders tegenover de thuisblijvers is als de onschendbaarheid van hun moeders. En er is geen man onder de thuisblijvers die de plaats inneemt van een strijder in diens gezin en hem daarin verraadt, of hij zal op de Dag der Opstanding tegenover hem staan en dan zal hij van diens daden nemen wat hij wil. Wat denken jullie dan?" [82]. [82] Overgeleverd door Moeslim met nummer (1897).
- Ontucht van bejaarde mannen: Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Drie, met wie Allah op de Dag der Opstanding niet zal spreken, hen niet zal zuiveren en niet naar hen zal kijken; en voor hen is er een pijnlijke bestraffing: een bejaarde die overspel pleegt, een leugenachtige koning en een hoogmoedige behoeftige." [83] [83] Overgeleverd door Moeslim onder nummer (172).
Schadelijke gevolgen:
Het begaan van zina heeft vele schadelijke gevolgen, waaronder:
- Het geloof wijkt van de dienaar op het moment dat hij overspel begaat; wanneer hij berouw toont, komt het geloof bij hem terug. Overgeleverd van Aboe Hoerayrah (moge Allah met hem tevreden zijn), die zei: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Wanneer een man overspel pleegt, verlaat het geloof hem; het zweeft als een schaduw boven hem. Wanneer hij daarmee ophoudt, keert het geloof naar hem terug" [84]. [84] Overgeleverd door Aboe Dawoed, onder nummer (4690).
- Overspel veroorzaakt de woede van Allah, Zijn afkeer en Zijn bestraffing.
- Hierop staat de voorgeschreven straf volgens de Islam in deze wereld, namelijk: steniging tot de dood als hij gehuwd is, of honderd zweepslagen als hij ongehuwd is.
- Overspel leidt tot verwarring van de afstamming; daardoor vallen gezinnen uiteen, ontstaat er vervreemding tussen hen en raakt de samenleving in verval.
- Het verschijnen van ziekten die in vroegere tijden niet voorkwamen, zoals de ziekte aids.
- Het overspel doet de zedigheid en de betrouwbaarheid verdwijnen.
De voorzorg:
Voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat men betrokken raakt bij de misdaad van ontucht (zina):
- Het huwelijk is een van de sterkste middelen ter bescherming tegen ontucht; wie niet in staat is te trouwen, die moet vasten. Abdoellah ibn Mas'oed (moge Allah met hem tevreden zijn) overleverde van de Profeet (vrede zij met hem) dat hij zei: "Wie de middelen heeft om te trouwen, laat hem trouwen. Want het is een bescherming voor zijn blik en een behoeder van zijn kuisheid. En wie de middelen niet heeft, laat hem vasten. Want vasten is een schild voor hem." [85]. [85] Overgeleverd door Al-Boekhari (1905) en Moeslim (1400).
- Het bewaken van de ledematen en het neerslaan van de blik, zoals Allah zei: (Zeg tegen de gelovige mannen dat ze hun blikken neer slaan en hun geslachtsdelen beschermen. Dat is zuiverder voor hen. Waarlijk, Allah is zich welbewust van wat jullie doen 30 En zeg tegen de gelovige vrouwen dat ze hun blikken neer moeten slaan en hun geslachtsdelen (kuisheid) beschermen...) [An-Noer: 30-31], Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Voorwaar, Allah heeft voor de zoon van Adam zijn deel van ontucht voorgeschreven; dat zal hem onvermijdelijk treffen. De ontucht van de ogen is het kijken en de ontucht van de tong is het spreken; de ziel wenst en begeert; en het geslachtsdeel bevestigt dat of ontkent het." [86] [86] Overgeleverd door al-Boekhari met nummer (6612), en Moeslim met nummer (2657).
- Wees niet alleen met een niet-verwante vrouw; overgeleverd van Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met hen beiden) die zei: Ik hoorde de profeet (vrede zij met hem) zeggen: "Laat een man niet alleen zijn met een vrouw tenzij zij vergezeld is door een mahram." [87] [87] Overgeleverd door Al-Boekhari (3006) en Moeslim (1341).
- Dat de moslimvrouw zich houdt aan de sluier die Allah heeft voorgeschreven in soera An-Noer en Al-Ahzab en zich weerhoudt van uitbundige en schaarse kleding die de sharia heeft verboden.
- Het is niet toegestaan om pornografische websites te bezoeken of om contact te onderhouden met slechte vrienden, zowel mannen als vrouwen.
- De aansporing tot berouw, onder de vervulling van haar drie voorwaarden – het staken van ontucht, het gevoelen van berouw en het vaste voornemen er niet naar terug te keren. Allah, de Verhevene, heeft immers gezegd bij de beschrijving van de dienaren van de Barmhartige: (...noch ontucht begaan en iedereen die dit doet zal een bestraffing ontvangen 68 De bestraffing zal voor hem op de Dag der Opstanding verdubbeld worden en hij zal daarin met schande verblijven 69 Behalve degenen die berouw toont en geloven en goede daden verrichten voor die (mensen) zal Allah hun zonden in goede daden veranderen en Allah is vergevingsgezind, meest Barmhartig 70) [Al-Foerqan: 68 - 70].
Diefstal
Diefstal behoort tot de grootste zonden die de betrouwbaarheid van de mens en zijn religie aantasten. Allah, de Verhevene, heeft daarvoor de straf vastgesteld, namelijk het afsnijden van de hand, wanneer de voorwaarden vervuld zijn. Hij heeft het geloof ontkend bij de dader op het moment van het begaan ervan en Hij heeft hem vervloekt.
Er zijn ook andere vormen die verband houden met diefstal, ook al verschilt het oordeel daarover. Voorbeelden hiervan zijn: Grijpdiefstal, plundering en zakkenrollerij. Elk van deze verachtelijke daden heeft zijn eigen oordeel en straf.
Bewijzen:
En de bewijzen voor het verbod op diefstal en het uiteenzetten van de afschuwelijkheid ervan en de ernst van deze misdaad zijn talrijk, waaronder:
De woorden van de Verhevene: (De dief, man of vrouw, hak zijn of haar hand af als vergoeding voor wat zij hebben gedaan. En Allah is de Almachtige, Alwijze 38) [Al-Ma'idah:38].
Ibn Shihaab Az-Zuhri heeft gezegd: "Allah, de Verhevene, heeft ter afschrikking bij de diefstal van het bezit van mensen het afsnijden van zijn hand vastgesteld; Allah is machtig in Zijn vergelding jegens de dief en wijs in hetgeen Hij heeft verplicht: het afsnijden van zijn hand." [88] [88] Al-Kaba'ir van Adh-Dhahabi (p. 97).
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De overspelige pleegt geen overspel wanneer hij overspel pleegt, terwijl hij gelovig is en de dief steelt niet wanneer hij steelt, terwijl hij gelovig is." [89] [89] Overgeleverd door Al-Boekhari (2475) en Moeslim (75).
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Allah heeft de dief vervloekt: hij steelt een ei en zijn hand wordt afgesneden en hij steelt een touw en zijn hand wordt afgesneden." [90] [90] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (6810), en Moeslim, nummer (1687).
Aisha (moge Allah tevreden over haar zijn) heeft gezegd: De Profeet (vrede zij met hem) zei: "De hand wordt afgehakt bij een bedrag van een kwart dinar en meer." [91] [91] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (6789), en Moeslim, nummer (1684).
En van Urwa ibn az-Zubair dat een vrouw in de tijd van de boodschapper van Allah (vrede zij met hem), tijdens de expeditie van de Verovering, diefstal pleegde. Haar mensen haastten zich daarop naar Oesamah ibn Zaid (moge Allah tevreden zijn met beiden) om zijn voorspraak te vragen. Urwa zei: Toen Oesamah hierover met hem sprak, veranderde de gezichtsuitdrukking van de boodschapper van Allah (vrede zij met hem), en hij zei: Spreek jij met mij over een van de grenzen (wetten) van Allah?” Daarop zei Oesama: “Vraag vergeving voor mij, o Boodschapper van Allah.” Toen de avond was aangebroken, stond de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) op als prediker. Hij loofde en prees Allah zoals Hem toekomt en sprak vervolgens: ‘'Welnu, hetgeen de volkeren vóór u ten val heeft gebracht, is dit: Wanneer iemand van aanzien onder hen stal, lieten zij hem ongemoeid; maar wanneer iemand van geringe positie stal, legden zij hem de bestraffing op. Bij Hem in Wiens hand de ziel van Mohammed rust: indien Fatima, de dochter van Mohammed, zou stelen, dan zou ik waarlijk haar hand afhakken.’' Daarna beval de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) dat de hand van die vrouw werd afgesneden. Haar berouw daarna was voortreffelijk en zij trad nadien in het huwelijk. Aisha (Mag Allah tevreden zijn met haar) zei: ‘Zij kwam daarna vaak bij mij en ik droeg haar verzoeken vervolgens over aan de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem).’' [92] [92] Overgeleverd door Al-Boekhari onder nummer (4304) en Moeslim onder nummer (1688).
Deze strenge straf, namelijk het afsnijden van de hand, is ingesteld vanwege de inbreuk op het bezit van anderen. Het is een afschrikwekkende straf die een les vormt voor wie in zichzelf de neiging koestert om het bezit van mensen te stelen. Tevens is het een zuivering voor de dief van zijn zonde, het verankeren van veiligheid en gemoedsrust in de samenleving en het beschermen van het bezit van mensen.
Schadelijke gevolgen:
Diefstal heeft talrijke schadelijke gevolgen, waaronder:
- Diefstal is in strijd met de volledigheid van het geloof, op grond van de voorgaande overlevering: "en de dief steelt niet wanneer hij steelt, terwijl hij gelovig is.
- De dief is bedreigd met straf in het hiernamaals indien hij geen berouw toont, naast de schande die hij in deze wereld ondervindt.
- Dat het een reden is voor het afsnijden van de hand van de dief.
- De dief wordt de verhoring van smeekbeden ontzegd. Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: (De Boodschapper van Allah vertelde over een man die lang reist, onverzorgd is, met ongekamd haar, zijn handen naar de hemel uitstrekt en zegt: ''O Heer, O Heer! Maar zijn voedsel is ongeoorloofd, zijn drinken is ongeoorloofd, zijn kleding is ongeoorloofd en hij voedt zich met ongeoorloofd voedsel. Hoe kan zijn smeekbede dan verhoord worden?" [93] [93] Overgeleverd door Moeslim met nummer (1015).
- Het wijst op de laagheid van de ziel en de geringheid van het aanzien.
- Mensen vertrouwen een dief niets toe, zelfs niet iets onbeduidends.
De voorzorg:
Wegen van de voorzorg om niet te vervallen in diefstal:
- Het opleggen van de hadd-straf — het afhakken van de hand van de dief — behoort tot de krachtigste middelen om diefstal in de samenleving te bestrijden.
- Een aanmoediging tot het bewaren van vertrouwen en een waarschuwing tegen het schenden daarvan door diefstal en dergelijke.
- Herinnering aan de zegen van het geoorloofde levensonderhoud voor de gehele familie en aan het onheil van de diefstal en de invloed ervan op de gehele familie.
- Het opvoeden van kinderen tot kuisheid en terughoudendheid, hen te leren andermans rechten en eigendommen niet te schenden en het voorzien in hun basisbehoeften zodat de duivel hun geen fluisteringen van diefstal kan influisteren. Tevens hen weghouden van slechte vrienden die zulke gedragingen voor hen trachten te verfraaien.
- Zich tevreden stellen met het eerlijke en toegestane levensonderhoud en met de toegestane middelen om het te verkrijgen en het verboden daarin vermijden; zich daarvoor inspannen, smeekbeden tot Allah verrichten en hiertoe behoort wat is overgeleverd van de Profeet (vrede zij met hem): "O Allah, voorzie mij van het geoorloofde en behoed mij voor het verboden en verrijk mij door Uw gunst zodat ik niemand anders dan U nodig heb." [94] [94] Overgeleverd door At-Tirmidhi (3563).
Het drinken van alcohol.
Wijn behoort tot de verdorvenheden die door de Islamitische wet zijn verboden. Vervloekt is hij die haar drinkt of eraan meewerkt hetzij door haar te bereiden, te verkopen, te vervoeren of te schenken, of op welke wijze dan ook. Het drinken van wijn is een van de zwaarste zonden, die de overtreder blootstelt aan een verschrikkelijke bestraffing in het Hiernamaals, naast de kwalijke gevolgen die hem reeds in dit leven treffen.
De profeet (vrede zij met hem) verklaarde dat de toename en het wijdverbreid raken van het drinken van wijn een van de tekenen van de Dag der Opstanding is; Anas ibn Malik, moge Allah tevreden zijn met hem, zei: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Onder de voortekenen van het Uur is dat kennis zal worden weggenomen, onwetendheid zal overheersen, het drinken van alcohol zal gewoon worden en overspel zal zich verspreiden."[95]. [95] Al-Boekhari, nr. 80, en Moeslim, nr. 2671.
Onder de Islamitische wetgeving omtrent wijn valt alles wat bedwelmt en het verstand vertroebelt, zoals alle soorten verdovende middelen en hasj. Al deze middelen zijn verboden; het is niet toegestaan iets van hen te gebruiken. Zo heeft Abdoellah ibn Omar (Mag Allah tevreden zijn met hen beiden) overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Iedere bedwelmende stof is wijn en iedere bedwelmende stof is verboden. Wie wijn drinkt in deze wereld en sterft terwijl hij eraan verslaafd is, zonder berouw te tonen, zal het niet drinken in het Hiernamaals." [96] [96] Overgeleverd door Moeslim (2003).
Bewijzen:
De bewijzen voor het verbod op het drinken van alcohol en de uiteenzetting van de verwerpelijkheid ervan en de ernst van deze zonde zijn talrijk, onder meer:
Allah, de Verhevene, zegt: (O jullie die geloven! Voorwaar, (alle) bedwelmende middelen (alcohol), het gokken, de afgodsbeelden en de lotspijlen zijn de walgelijke makelij van Shaytaan. Vermijd daarom (elke vorm van) deze dingen, zodat jullie zullen slagen 90 En de Shaytaan wil slechts vijandigheid en haat zaaien met behulp van bedwelmende middelen en het gokken. En weerhoudt hij jullie niet alleen om Allah te gedenken maar ook om het gebed te verrichten. Weten jullie dan nooit van ophouden? 91) [Al-Ma'idah:90-91].
Anas ibn Mālik, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: "Ik was de schenker voor de gasten op de dag dat wijn verboden werd, in het huis van Aboe Talha. Er klonk een omroeper die riep, waarna Aboe Talha zei: 'Ga naar buiten en kijk.' Ik ging naar buiten en hoorde een omroeper roepen: ''Weet dat wijn verboden is.'' Vervolgens zei Aboe Talha tegen mij: ''Ga naar buiten en giet het weg.'' Ik goot het weg en het stroomde door de straten van Medina." [97] [97] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (2464), en Moeslim, nummer (1980).
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: ''De overspelige pleegt geen overspel wanneer hij overspel pleegt, terwijl hij gelovig is en de drinker drinkt geen wijn wanneer hij drinkt, terwijl hij gelovig is'' [98]. [98] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (2475) en Moeslim, nummer (100).
Van Abdoellah bin Omar (moge Allah tevreden zijn met hen ) zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: ''Allah vervloekte wijn, degene die het drinkt, degene die het schenkt, degene die het verkoopt, degene die het koopt, degene die het perst, degene voor wie het geperst wordt, degene die het draagt en degene naar wie het gedragen wordt." [99] [99] Overgeleverd door Aboe Dawoed (3674).
Aboe Dardaa' (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: Mijn boezemvriend (vrede zij met hem) droeg mij op: "Drink geen wijn, want het is de sleutel tot alle kwaad" [100]. [100] Overgeleverd door Ibn Madjah (3371).
Aboe Ad-Dardaa' (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Profeet (vrede zij met hem) zei: "Een wijnverslaafde zal het Paradijs niet binnengaan." [101]. [101] Overgeleverd door Ibn Madjah (3376).
De schadelijke gevolgen:
En onder de straffen en gevaren die voortvloeien uit die grote zonde:
- Wie bedwelmende drank drinkt, wordt zijn gebed veertig dagen lang niet aanvaard. Abdoellah bin Amr, moge Allah tevreden zijn met hen beiden, rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zei: “Wie wijn drinkt, zal veertig ochtendgebeden niet aanvaard zien. Indien hij berouw toont, vergeeft Allah hem; doet hij het opnieuw, dan zullen veertig ochtendgebeden opnieuw niet aanvaard worden. Indien hij berouw toont, vergeeft Allah hem; herhaalt hij het, dan zullen veertig ochtendgebeden opnieuw niet aanvaard worden. Bij herhaling geldt hetzelfde, totdat hij de vierde keer overtreedt: dan zal zijn berouw niet meer door Allah worden aanvaard en Hij laat hem drinken uit de rivier van al-Khabal. Men vroeg: ‘O Abu Abd al-Rahman, wat is de rivier al-Khabal?’ Hij antwoordde: ‘'Het is een rivier van etter van de bewoners van het Vuur.’' [102] [102] Overgeleverd door At-Tirmidhi (1862).
- Indien degene die ervan drinkt sterft zonder daarvoor berouw te hebben getoond, zal het hem in het Hiernamaals ontzegd worden. Overgeleverd van Abdoellah ibn Oemar (moge Allah tevreden zijn met beiden): de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Wie wijn drinkt in deze wereld en daarna geen berouw toont, zal het niet drinken in het hiernamaals." [103]. [103] Overgeleverd door Al-Boekhari (5575), en Moeslim (2003).
Het zaait vijandschap en haat onder de moslims en verwoest vele gezinnen; veel echtscheidingen en de ontwrichting van kinderen zijn te wijten aan alcoholverslaving. Wie alcohol drinkt en zijn verstand uitschakelt, verliest zijn besef en kan zich schuldig maken aan grote zonden en verderfelijkheden waarvan de lichamen huiveren. Alcohol is de moeder van de verdorvenheden en de sleutel tot elk kwaad.
- Het verslindt het vermogen van wie het gebruikt aan zaken die schaden en niet baten en de mens zal verantwoording moeten afleggen over zijn geld: hoe hij het heeft verkregen en waaraan hij het heeft besteed. Overgeleverd door Aboe Barza Al-Aslami (moge Allah tevreden met hem zijn): De Boodschapper (vrede zij met hem) zei: "Op de Dag des Oordeels zal de voet van een dienaar niet van zijn plaats komen totdat hij wordt ondervraagd over hoe hij zijn tijd heeft besteed, wat hij heeft gedaan met zijn kennis, waar zijn rijkdom vandaan kwam en hoe hij het heeft besteed, en hoe hij zijn lichaam heeft gebruikt." [104] [104] Overgeleverd door At-Tirmidhi (2417).
- Wijn vermeerdert de zorgen en maakt de problemen ingewikkelder, niet zoals de lediggangers beweren: dat zij vreugde en blijdschap brengt. En al zou er iets daarvan zijn, dan is het een valse, bedrieglijke vreugde, een leugenachtig genot, dat spoedig verdwijnt en gevolgd wordt door spijt en wroeging, en zorgen en verdriet voor lange tijd.
- Het nuttigen van een bedwelmende stof leidt tot veel lichamelijke en geestelijke schade en het volstaat als bewijs van de schade ervan dat het het verstand ontneemt waarmee Allah, de Verhevene, de mens heeft geëerd.
De voorzorg:
En tot de wegen van de voorzorg tegen het gebruik ervan en de verslaving eraan behoren:
- Het hoogachten van het gebod en het verbod van Allah en het spoedig naleven van het gebod en het vermijden van het verbod; want wanneer een persoon overtuigd is van de volmaaktheid van de barmhartigheid van Allah en Zijn wijsheid in hetgeen Hij heeft geschapen en beschikt en in hetgeen Hij heeft geboden en verboden, is hij tevreden met alle leringen van zijn Heer en Zijn bepalingen, neemt hij die welwillend aan, en haast hij zich om deze uit te voeren zonder tegenzin of bezwaar.
- Kennis van wat voortvloeit uit het gebruik van bedwelmende middelen: slechte gevolgen, schandelijke handelingen, vernedering en minachting, en schande en wroeging.
- De wil en de volharding om te veranderen; daarvoor zijn vastberadenheid en het leveren van de uiterste inspanning noodzakelijk.
- Het vermijden van het gezelschap van slechte vrienden en het in gezelschap zijn van deugdzame mensen, en men zal bij hen veel bijstand vinden, met Allahs toestemming.
- Er bestaan bepaalde medische behandelingen die kunnen bijdragen aan de genezing van wie verslaafd is aan alcohol of verdovende middelen. Men kan hier baat bij vinden door zich te wenden tot artsen en gespecialiseerde centra.
Woeker
De rente behoort tot de ernstigste zonden; het is een oorlog tegen Allah en de profeet (vrede zij met hem), en zij stelt degene die zich ermee inlaat bloot aan ernstige schade in de wereld en het Hiernamaals; ook ontwricht zij het economische leven en beïnvloedt zij zowel het individu als de samenleving.
Rente is de verhoging op een schuld als tegenprestatie voor uitstel, in absolute zin. Voorts is het de verhoging bij de ruil van twee goederen waarop rente van toepassing is; dit wordt rente met overwaarde genoemd. Wat betreft rente op uitstel: dit is het uitstellen van de betaling bij een transactie tussen twee goederen die overeenkomen in de oorzaak van de rente met overwaarde.
Aboe Sa'eed Al-Khoedri (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Goud voor goud, zilver voor zilver, tarwe voor tarwe, gerst voor gerst, dadels voor dadels, zout voor zout, altijd gelijk tegen gelijk en direct van hand tot hand. Wie toevoegt of om toevoeging vraagt, heeft zich schuldig gemaakt aan rente (riba); de ontvanger en de gever zijn daarin gelijk" [105] [105] Overgeleverd door Al-Boekhari (2177), en Moeslim (1584).
Rentegerelateerde transacties en methoden zijn talrijk; daarom behoort de moslim ze te kennen, zich ervoor te hoeden en zich ervan verre te houden en geen enkele transactie aan te gaan voordat hij het religieuze oordeel daarover heeft geleerd.
Bewijzen:
En inzake de waarschuwing tegen rente (riba) zijn talrijke teksten uit de Koran en de Soenna, waaronder:
De uitspraak van Allah, de Verhevene: "Degenen die rente consumeren, zullen op geen andere wijze herrijzen dan als iemand die door de duivel werd bezeten, die hen in waanzin leidt. Dat is omdat zij zeggen: “Handel is als rente” maar Allah heeft de handel toegestaan en de rente verboden. Iedereen die dus een vermaning van zijn Heer ontvangt en stopt met het verteren van rente, zal niet voor het verleden gestraft worden; zijn zaak ligt voor Allah, maar iedereen die terugkeert, zijn de bewoners van het vuur zij zullen daarin altijd verblijven 275) (Al-Baqarah: 275).
En Allah de Almachtige zei: (O, jullie die geloven. Vrees Allah en geef op wat overblijft van de rente, als jullie ware gelovigen zijn! 278 En als jullie dat niet doen, hoed jullie dan voor de aankondiging van oorlog van Allah en Zijn boodschapper...) [Al-Baqarah:278-279].
De Verhevene zegt: (O jullie die geloven, eigent u zich de woeker niet toe, herhaaldelijk vermenigvuldigd. Weest Allah indachtig, opdat jullie ware voorspoed zullen bereiken 130) (Al-Imran: 130).
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Mijd de zeven vernietigende zonden» (d.w.z.: de zaken die tot ondergang leiden). Ze vroegen: “O boodschapper van Allah, wat zijn zij?” Hij zei: «Het associëren van anderen met Allah (shirk – polytheïsme), tovenarij (sih’r), het doden van een ziel die Allah heeft verboden, behalve volgens het recht, het consumeren van ribaa (rente), het consumeren van het bezit van een wees, het afwenden van de vijand en vluchten van het slagveld wanneer de strijd begint en het beschuldigen van kuise vrouwen die zelfs nooit denken aan iets dat hun kuisheid zal aantasten en die goede gelovigen zijn" [106] [106] Overgeleverd door Al-Boekhari onder nummer (2766) en Moeslim onder nummer (89).
Samoerah ibn Joendoeb (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De profeet (vrede zij met hem) zei: "Vannacht zag ik twee mannen die naar mij kwamen. Zij namen mij mee naar een gewijd land. Wij trokken verder totdat wij bij een rivier van bloed kwamen. Daarin stond een man en midden in de rivier stond een man met voor zich stenen. De man die in de rivier was kwam dichterbij; telkens wanneer hij eruit wilde komen, wierp de man een steen in zijn mond en dreef hem terug naar waar hij was. Zo ging het: iedere keer dat hij naderde om eruit te komen, wierp hij een steen in zijn mond en hij keerde terug zoals hij was. Ik vroeg: ‘'Wat is dit?'’ Hij antwoordde: ‘'Degene die jij in de rivier zag is de woekeraar."" [107] [107] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer 2085 en door Moeslim, nummer 2275.
De schadelijke gevolgen:
Het omgaan met rente (riba) heeft talrijke schadelijke gevolgen, waaronder:
- Degene die rente eet is bedreigd met een ernstige bedreiging en een pijnlijke bestraffing in het Hiernamaals en Allah en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) hebben hem met oorlog bedreigd. Allah, de Verhevene, zegt: (En als jullie dat niet doen, hoed jullie dan voor de aankondiging van oorlog van Allah en Zijn boodschapper...) [Al-Baqarah:279].
- Dat hij de vloek van de Boodschapper (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) op zich heeft geladen; Jabir ibn 'Abdullah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: "De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vervloekte degene die rente verteert, de betaler ervan, degene die het optekent en zijn twee getuigen en hij zei: zij zijn allen gelijk" [108]. [108] Overgeleverd door Moeslim met nummer (1598).
- Het is het onrechtmatig consumeren van andermans bezittingen, zegt Allah, de Verhevene: (O jullie die geloven! Eet jullie eigendommen niet onrechtmatig op, behalve als het handel met wederzijdse overeenstemming onder jullie is...) [An-Nisa'e: 29], En de betekenis is, zoals At-Tabari heeft gezegd: "Verkrijg elkaars geld niet door middelen die jullie verboden zijn, zoals gokken en rente, en andere zaken die Allah jullie heeft verboden, behalve wanneer het om handel gaat" [109]. [109] Tafsir van At-Tabari (6/625).
- Dat de uit rente verkregen rijkdom ontdaan is van zegeningen, zoals Allah zegt: (Allah zal de rente verwoesten en zal daden van liefdadigheid doen toenemen. En Allah houdt niet van de ongelovigen, de zondaren 276) [Al-Baqarah: 276]. As-Saadi zei: ''(Allah zal de rente verwoesten) — dat wil zeggen: Hij zal haar tenietdoen en haar zegen, zowel in wezen als in uitwerking, doen verdwijnen; zodat zij een oorzaak wordt voor het optreden van tegenspoeden erin en voor het ontnemen van de zegen ervan. En al zou men daarvan uitgeven, dan wordt men daarvoor niet beloond; integendeel, het zal voor hem slechts proviand naar het Vuur zijn" [110]. [110] Tafsier As-Sa'di (p. 117).
Ibn Mas'oed (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De profeet (vrede zij met hem) zei: "Niemand verrijkt zich door woeker of de uiteindelijke afloop van zijn zaak loopt uit op vermindering" [111]. [111] Overgeleverd door Ibn Madjah (2279).
- De rente zaait wrok in de harten en ontneemt de harten mededogen en barmhartigheid; daardoor sterft de broederschap en valt de structuur van de samenleving uiteen.
- Rente is een maatschappelijke misdaad die, wanneer zij in een samenleving om zich heen grijpt, die samenleving verwoest en haar fundamenten ondergraaft.
De voorzorg:
Middelen ter voorkoming van het handelen met rente:
- De verwezenlijking van het geloof, De Verhevene zegt: (O jullie die geloven, eigent u zich de woeker niet toe, herhaaldelijk vermenigvuldigd.....) [Al-Imran: 130], Dit wijst erop dat het geloof de aansporende en verplichtende reden is om dat bevel op te volgen en dat verbod te mijden; want het geloof is het volledige geloven in hetgeen waarin geloofd moet worden, dat noodzakelijkerwijs daden van de ledematen met zich meebrengt [112]. [112] Zie: Tafsier As-Sa'di (p. 148).
- Het verwezenlijken van taqwa: De Verhevene zegt: (O jullie die geloven! Eet de rente verdubbeld en vermeervoudigd niet, maar vrees Allah en dat jullie mogen slagen! 130) (Al-Imran: 130).
- Het streven naar het verwerven van de genade van Allah; Allah zegt na het verbod op rente: (En gehoorzaam Allah en de boodschapper en dat jullie genade mogen verkrijgen 132) (Al-Imran: 132).
- Het gedenken van de dood en wat er op de Dag des Oordeels aan verschrikkingen zal zijn, zoals de Allerhoogste zegt na de verzen over woeker: (En vrees de dag waarop jullie tot Allah worden teruggebracht. Dan zal elk persoon betaald krijgen wat hij verdiend heeft en zij zullen niet onrechtvaardig behandeld worden 281) [Soerat Al-Baqara: 281].
- De vrees voor het Hellevuur, Allah, de Verhevene, zei na het verbod op riba (woeker): En vrees het vuur dat voor de ongelovigen is voorbereid. (Al-Imran: 131).
- Het leren van de religieuze voorschriften, waaronder de regelgeving van verkopen en de regelgeving van riba. Omar ibn al-Khattab zei: Niemand mag op onze markt verkopen behalve degene die diepgaand en vakkundig is onderlegd in de godsdienst." [113] En in een formulering: "Zo niet, dan zal hij rente verteren of hij het wil of niet" [114]. [113] Overgeleverd door At-Tirmidhi (487). [114] Aansporing en afschrikking van Al-Asbahani (810).
- Zich tevredenstellen met een eerlijk en toegestaan levensonderhoud en de middelen daartoe en zich onthouden van het verboden; en het verrichten van smeekbeden tot Allah, de Almachtige. En hiertoe behoort wat van de Boodschapper (vrede zij met hem) is overgeleverd: "O Allah, voorzie mij van het geoorloofde en behoed mij voor het verboden en verrijk mij door Uw gunst zodat ik niemand anders dan U nodig heb." [115] [115] Overgeleverd door At-Tirmidhi (3563).
De ongehoorzaamheid tegenover de ouders
Het ongehoorzamen van de ouders behoort tot de grootste van de grote zonden en het is, na het toekennen van deelgenoten aan Allah, de Verhevene, een van de gevaarlijkste daarvan. Daarom heeft Allah Zijn recht en het recht van de ouders in meer dan één vers met elkaar verbonden, waaronder de uitspraak van Allah, de Verhevene: (Aanbid Allah en ken Hem geen deelgenoten toe en behandel jullie ouders goed...) [An-Nisa'e: 36], En Allah, de Verhevene, zei: (En Wij hebben de mens opgelegd goedheid te betrachten jegens zijn ouders. Zijn moeder droeg hem, verzwakt bovenop verzwakking, en zijn speenperiode duurde twee jaren. Wees daarom Mij dankbaar, en ook uw ouders; tot Mij is de terugkeer 14) [Luqman: 14].
De essentie van de ongehoorzaamheid tegenover de ouders is dat er van iemand iets uitgaat waardoor zijn ouders schade of pijn ondervinden, hetzij in woord of daad, of het verzuimen van het tonen van vriendelijkheid en respect jegens hen. En dat omvat ook dat hij hen gehoorzaamt in wat zij hem bevelen, behalve wanneer zij hem aanzetten tot afgoderij of tot ongehoorzaamheid aan Allah, de Verhevene; in deze twee gevallen mag hij hen niet gehoorzamen, want er geldt: er is geen gehoorzaamheid aan een schepsel in ongehoorzaamheid aan de Schepper, terwijl hij goed voor hen zorgt en hen met vriendelijkheid behandelt. Hierover zegt Allah: (Maar als zij (beiden) erop aandringen dat jullie deelgenoten aan Mij toevoegen waarvan jullie geen kennis hebben, gehoorzaam hen dan niet, maar behandel hen vriendelijk in de wereld...) [Luqman:15].
Er werd aan Ka'b Al-Ahbar (moge Allah hem barmhartig zijn) gevraagd over 'ongehoorzaamheid aan ouders': wat is dat? Hij zei: "Wanneer zijn vader of zijn moeder hem op een eed laten zweren, eerbiedigt hij hun eed niet en wanneer zij hem een bevel geven, gehoorzaamt hij hun bevel niet; en wanneer zij hem om iets vragen, geeft hij het hun niet; en wanneer beiden hem iets toevertrouwen, verraadt hij hen beiden." [116] [116] Al-Kabaa'ir van Adh-Dhahabi (p. 41).
Bewijzen:
De bewijzen voor de verbodenheid van de ongehoorzaamheid aan de ouders en de uiteenzetting van de afschuwelijkheid ervan en de zwaarte van deze zonde zijn talrijk; waaronder:
De woorden van de Verhevene: (En jullie Heer heeft bepaald (en bevolen) dat jullie (niets of niemand) zullen aanbidden buiten Hem en dat jullie plichtsgetrouw (en gehoorzaam) zullen zijn naar jullie ouders toe. En als één van hen of beide, in jouw levensloop een hoge ouderdom bereiken, zeg dan nooit oef tegen hen. En snauw hen niet, maar spreek hen aan met respectvolle woorden 23 En laat de vleugel van onderwerping en nederigheid door genade over hen neerdalen en zeg: “Onze Heer! Geef hen Uw genade, Zoals zij mij ook hebben mij opgevoed toen ik klein was 24) [Al-Issra: 23-24].
Abi Bakrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Zal ik jullie op de hoogte brengen van de grootste der grote zonden?" Wij zeiden: "Jazeker, O boodschapper van Allah." Hij zei: "Afgoderij jegens Allah, en ongehoorzaamheid aan de ouders en het afleggen van een valse verklaring of getuigenis." [117] [117] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (2654) en Moeslim, nummer (87).
Anas, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: De profeet (vrede zij met hem) werd gevraagd over de grote zonden, waarop hij zei: "Het toekennen van deelgenoten aan Allah, het niet nakomen van de plichten jegens de ouders, het onrechtmatig doden van een ziel en het afleggen van valse getuigenis." [118] [118] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (2653) en Moeslim, nummer (144).
Overgeleverd door Al-Moeghira ibin Shoe'ba (moge Allah tevreden zijn met hem) van de Profeet (vrede zij met hem): «Voorwaar, Allah heeft het voor jullie verboden om ongehoorzaam te zijn aan jullie moeders...» ([119]). [119] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (2408), en Moeslim, nummer (593).
De schadelijke gevolgen:
En de ongehoorzaamheid tegenover de ouders kent vele schadelijke gevolgen, waaronder:
- De ongehoorzaamheid tegenover de ouders behoort tot de oorzaken waardoor Allah op de Dag des Oordeels niet naar de dienaar zal kijken en waardoor hem de toegang tot het paradijs wordt ontzegd; overgeleverd van Abdoellah ibn Oemar (moge Allah tevreden zijn met hen beiden), die zei: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Drie naar wie Allah op de Dag der Opstanding niet zal kijken: degene die respectloos en nalatig is tegenover zijn ouders, de vrouw die zich als een man gedraagt en de man zonder eergevoel ten aanzien van zijn gezin; en drie zullen het Paradijs niet binnengaan: degene die respectloos en nalatig is tegenover zijn ouders, de aan wijn verslaafde en degene die te koop loopt met wat hij heeft gegeven." [120] [120] Overgeleverd door An-Nasa'i (2562).
Wie ongehoorzaam is jegens zijn ouders is ondankbaar voor de gunst van Allah, de Verhevene, en voor de goedheid van zijn ouders. Allah de Verhevene zegt: (...Dank Mij en jullie ouders en bij Mij is de uiteindelijke terugkeer 14) [Soera Luqman: 14].
- Het ongehoorzamen van de ouders behoort tot de oorzaken van de toorn van Allah, de Verhevene; zo is overgeleverd van Abdoellah ibn Omar (moge Allah tevreden met hem zijn) dat hij zei: "De tevredenheid van de Heer ligt in de tevredenheid van de ouder en de ontevredenheid van de Heer ligt in de ontevredenheid van de ouder." [121] [121] Overgeleverd door Al-Boekhari in Al-Adab Al-Moefrad, nummer (2).
- De ongehoorzaamheid tegenover de ouders brengt ontwrichting teweeg in het gezin en daarmee in de gehele maatschappij; wie geen vriendelijkheid en respect jegens zijn ouders betoont, zal van zijn kinderen geen vriendelijkheid en respect ontvangen en evenmin zal hij vriendelijkheid en respect betonen jegens zijn buren en zijn gemeenschap.
De voorzorg:
De middelen ter voorkoming van de ongehoorzaamheid tegenover de ouders:
- Het vermijden om de ouders ook maar in het minst te kwetsen. Zo zegt Allah de Verhevene: (Zeg dan nooit oef tegen hen), En dit is de laagste graad van kwetsing; daarmee is op al het overige gewezen. En de betekenis is: doe hen beiden zelfs niet de geringste kwetsing aan. (En snauw hen niet af) Met andere woorden, berisp hen beiden niet en spreek hen beiden niet toe met harde woorden. (maar spreek hen aan met respectvolle woorden) Met bewoordingen die zij beiden liefhebben en betoon beleefdheid en vriendelijkheid met zachte, goede woorden die hun harten verheugen en waarbij hun beider gemoed tot rust komt en dat verschilt naargelang van de omstandigheden, de gewoonten en de tijden [122]. [122] Zie: Tafsier As-Sa'di (p. 5).
- Het besef dat de ouders degenen zijn die het meeste recht hebben op goede omgang en behandeling; Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: Een man kwam naar de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en vroeg: ''O boodschapper van Allah, wie heeft het meeste recht op mijn goede gezelschap?' Hij antwoordde: ''Je moeder.'' De man vroeg opnieuw: ''En dan wie?'' Hij zei: ''Je moeder.'' De man vroeg opnieuw: ''En dan wie?'' Hij zei: ''Je moeder.'' De man vroeg voor de vierde keer: ''En dan wie?'' Toen zei hij: ''Je vader'' [123]. [123] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (5971), en Moeslim, nummer (2548).
- Dat hij weet dat, hoezeer hij ook goedheid jegens zijn ouders betoont, hij daarmee niet heeft voldaan aan hun recht en dat hun recht groter is dan al zijn goedheid. Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn over hem) zei: "De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Een kind kan een vader niet vergelden, tenzij het hem als slaaf aantreft, hem koopt en hem vervolgens vrijlaat" [124]. Dat wil zeggen: Geen kind kan de rechten die zijn vader op hem heeft vervullen, noch zijn goedheid jegens hem vergelden, behalve als hij hem als slaaf aantreft en hem vrijlaat. [124] Overgeleverd door Moeslim onder nummer (1510).
En Ibn Omar (moge Allah tevreden met hen zijn) zag een man die zijn moeder op zijn nek droeg terwijl hij met haar de Tawaf rond de Ka'bah verrichtte. De man zei: "O Ibn Omar, denk je dat ik haar hiermee heb terugbetaald?" Hij zei: "Nee, zelfs niet voor één enkele wee van haar barensweeën. Maar je hebt het goed gedaan en Allah zal jou voor het weinige overvloedig belonen." [125] [125] Zie: Al-Kaba'ir van Adh-Dhahabi (p. 42).
- De innerlijke strijd om de ouders tevreden te stellen en dit is een van de vormen van jihad in de weg van Allah. Zoals vermeld in de hadith van Abdoellah ibn 'Amr (moge Allah tevreden met hen beiden zijn), die zei: Er kwam een man naar de Profeet (vrede zij met hem) en hij vroeg toestemming om deel te nemen aan de jihad. De Profeet (vrede zij met hem) vroeg: "Zijn uw beide ouders nog in leven?" Hij antwoordde: "Ja." De Profeet vrede zij met hem zei: "In hen beiden ligt jouw djihad." " [126] [126] Overgeleverd door Al-Boekhari (3004) en Moeslim (2549).
- Het vermijden dat een man de ouders van degene met wie hij ruzie heeft uitscheldt; want dit zet zijn tegenstander ertoe aan diens ouders uit te schelden. Van Abdoellah ibn Amr, (moge Allah tevreden zijn met hen beiden), die zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Tot de grootste der grote zonden behoort dat een man zijn ouders vervloekt." Er werd gevraagd: "O boodschapper van Allah en hoe vervloekt een man zijn ouders?" Hij zei: "Hij scheldt de vader van een man uit, waarna zijn eigen vader wordt uitgescholden; en hij scheldt de moeder van een man uit, waarna zijn eigen moeder wordt uitgescholden." [127]. [127] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (5973), en Moeslim, nummer (90).
- Ernaar streven de ouders niet te bedroeven; Abdoellah ibn Amr (moge Allah tevreden zijn met hen beiden) zei: "Een man kwam naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en zei: ''Ik ben gekomen om u de eed van trouw af te leggen voor de hidjra en ik heb mijn beide ouders huilend achtergelaten.'' Toen zei hij: ''Keer terug naar hen beiden en laat hen lachen zoals je hen hebt laten huilen.'' [128] [128] Overgeleverd door Aboe Dawoed (2528).
- Het onderwijzen van jonge kinderen in toewijding en eerbied voor de ouders, van jongs af aan.
Het verbreken van familiebanden
Het verbreken van de verwantschapsbanden, het onrecht doen aan de verwanten of het zich onttrekken aan het nakomen van hun rechten, is een kenmerk van de verliezers die hebben verbroken wat Allah bevolen heeft in stand te houden. Veeleer is dat een misdaad en een grote zonde en niemand begaat een dergelijk vergrijp behalve hij wiens hart is verhard, wiens eergevoel gering is en bij wie het verantwoordelijkheidsbesef ontbreekt.
Verwantschap verwijst naar onze verwanten aan moeders en vaderskant; het verbreken van de verwantschapsbanden uit zich in het mijden van hen, het afzien van bezoeken die men redelijkerwijs kan afleggen, het niet deelnemen aan hun blijde gelegenheden en het nalaten hen in hun verdriet te troosten. Dit gebeurt ook wanneer men anderen boven hen verkiest in bijzondere vormen van steun en giften, waarop zij meer recht hebben dan anderen.
Bewijzen:
De bewijzen voor het verbod op het verbreken van familiebanden zijn talrijk, waaronder:
Allah, de Verhevene, zegt: (Het kan zijn, als jullie daarvoor de bevoegdheid hadden gekregen, jullie afwenden tegen de waarheid, onheil in het land verrichten en de banden van de verwantschap verbreken 22 Zo zijn degenen die Allah vervloekt heeft, zodat Hij hen doof en blind in hun zicht heeft gemaakt 23) [Mohammed:22-23].
De Verhevene zegt: (En degenen die het verbond met Allah verbreken, na zijn totstandkoming en datgene wat Allah bevolen heeft te verenigen te verbreken en verderf te zaaien in het land, op hen is de vloek. En voor hen is er een ongelukkig (slecht) eindbestemming 25) [Ar-Ra'd: 25].
(...en losbreken wat Allah bevolen heeft te verbinden...)
Dat wil zeggen: en zij verbreken de familiebanden die Allah hen heeft bevolen te onderhouden [129]. [129] Tafsir van At-Tabari (13/514).
Joebayr ibn Moet'im (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Ik hoorde de Profeet (vrede zij met hem) zeggen: Degene die de banden van verwantschap verbreekt, zal het Paradijs niet binnengaan." [130] Dat wil zeggen: degene die familiebanden verbreekt. [130] Overgeleverd door Moeslim met nummer (5984).
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Allah schiep de schepping en toen Hij daarmee gereed was, stond de verwantschapsband (ar-raḥim) op en greep zich vast aan de zijde van de Erbarmer (de plaats waar de gordel wordt vastgebonden). Hij zei: '‘Wat is dit?'’ Zij antwoordde: ‘'Dit is de positie van degene die bij U zijn toevlucht zoekt tegen het verbreken van de familieband.'’ Hij zei: '‘Zou het jou dan niet behagen dat Ik verbind met wie jou onderhoudt en verbreek met wie jou verbreekt?’ Zij zei: ‘'Jawel, mijn Heer.’' Hij zei: ‘'Dan is het zo.’' " Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) zei vervolgens: “Lees zo u wilt: ‘Zult gij, wanneer gij u afwendt, wellicht verderf stichten op aarde en uw bloedbanden verbreken? 22) [131]. [Soerat Mohammed 22] [131] Overgeleverd door Al-Boekhari (4830) en Moeslim (2554).
Aïcha (moge Allah tevreden over haar zijn) zei: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "De verwantschapsband is bevestigd aan de Troon en zegt: wie de band met mij onderhoudt, Allah onderhoudt de band met hem en wie de band met mij verbreekt, Allah verbreekt de band met hem." [132]. [132] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (5989) en Moeslim, nummer (2555).
De schadelijke gevolgen:
En tot de schadelijke gevolgen en straffen van deze grote zonde behoren:
- Degenen die familiebanden verbreken zijn in het Boek van Allah vervloekt, zoals in de voorgaande verzen.
En Allah heeft tot de kenmerken van de zondige verliezers gerekend het verbreken van wat Hij heeft bevolen te onderhouden, waaronder het onderhouden van familiebanden. Allah zegt: (Degenen die het Verbond met Allah verbreken nadat zij het zijn aangegaan en losbreken wat Allah bevolen heeft te verbinden en misdaden plegen op aarde, zij zijn het die de verliezers zijn 27) [Al-Baqarah: 27].
- Wie de familiebanden verbreekt, voor hem wordt de straf in deze wereld bespoedigd, naast wat voor hem aan straf is weggelegd in het hiernamaals; Aboe Bakrah (moge Allah tevreden met hem zijn) overleverde van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) dat hij zei: "Er is geen zonde die het meer verdient dat Allah voor degene die deze zonde begaat de straf in deze wereld bespoedigt, naast wat Hij voor hem in het Hiernamaals heeft weggelegd, dan onrecht en het verbreken van de verwantschapsbanden" [133]. [133] Overgeleverd door Aboe Dawoed (4902).
- En tot de zwaarste straffen waarmee degene die familiebanden verbreekt wordt gestraft, is dat hem het betreden van het Paradijs wordt ontzegd. Overgeleverd van Jubayr ibn Mut'im (moge Allah met hem tevreden zijn) dat hij zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Degene die de banden van verwantschap verbreekt, zal het Paradijs niet binnengaan." [134]. [134] Overgeleverd door Al-Boekhari (5984) en Moeslim (2556).
- Voor degene die familiebanden verbreekt wordt geen enkele daad verheven en Allah aanvaardt die niet van hem. Overgeleverd door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn), die zei: Ik hoorde de profeet (vrede zij met hem) zeggen: (Voorwaar, de daden van de kinderen van Adam worden op de avond van elke donderdag, de nacht naar vrijdag, aan Allah — Gezegend en Verheven is Hij — voorgelegd en het handelen van degene die de familieband verbreekt wordt niet aanvaard) [135]. [135] Overgeleverd door Ahmed (10272).
De voorzorg:
De voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat men in de gevaren van deze grote zonde terechtkomt, zijn:
Dat de moslim zich het grote belang van het onderhouden van de familieband herinnert, zodat dit voor hem een drijfveer vormt om haar te bewaren. Daaronder valt wat Anas ibn Malik (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaald heeft: ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "Wie verheugd is dat zijn levensonderhoud wordt uitgebreid, of dat zijn levensduur wordt verlengd, dan moet hij zijn verwantschapsbanden onderhouden." [136] [136] Overgeleverd door Al-Boekhari (2067) en Moeslim (2557).
- Het kwaad beantwoorden met goedheid en verbreking met verbondenheid. Zo is overgeleverd van Abdellah ibn Amr (moge Allah tevreden zijn met beiden) dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Degene die zijn familiebanden onderhoudt, is niet degene die wederkerigheid verwacht, maar degene die de banden blijft onderhouden, zelfs als de banden worden verbroken." [137] [137] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (5991).
- Het aanvaarden van verontschuldigingen en het vergeven van kwaad behoort tot de edele zeden van de profeten en gezanten – moge Allah’s gebeden en vrede op hen rusten. Een treffend voorbeeld daarvan is Yoessoef (vrede zij met hem): Ondanks hetgeen zijn broeders hem hadden aangedaan, vergaf hij hun en schonk hun vergiffenis, om de band van genegenheid en verbondenheid tussen hen in stand te houden.
Milddadigheid jegens verwanten, zowel met het eigen leven als met bezit, zonder van hen een tegenprestatie te verwachten; het vermijden om hun weldaden nadrukkelijk voor te houden of hen te belasten met hetgeen hun krachten te boven gaat; nederigheid en edel gedrag jegens hen; geduld en het verhevenheid tonen boven hun fouten en misstappen; het koesteren van een welwillende gezindheid tegenover hen en het vermijden van buitensporige verwijten en aanhoudende berispingen.
- Zorg dragen voor het samenbrengen van familieleden onderling; zoals hen uitnodigen bij gelegenheden en banketten, hen bezoeken, en telefonisch contact met hen onderhouden.
- Het gewend maken van de kinderen aan het belang van het onderhouden van de familiebanden en hen daarop opvoeden, opdat zij zich daaraan zouden spiegelen en het in praktijk zouden brengen wanneer zij opgroeien.
- Het oplossen van gezinsproblemen door overleg en zachtheid, in het bijzonder wat betrekking heeft op erfeniskwesties.
- Het nalaten van gekunsteldheid tegenover familieleden die tot het verbreken van de familiebanden leidt.
Divinatie, voorspelling, astrologie en het opzoeken van degenen die zich met deze verwerpelijke zaken inlaten
Divinatie, voorspelling en astrologie zijn ernstige zonden die de geloofsovertuiging van wie zich ermee inlaat aantasten; ofwel beweert hij kennis te hebben van het onwaarneembare, ofwel schrijft hij zaken toe aan de sterren en dit alles is in strijd met de eenheid van Allah.
De waarzegger is degene die informeert over het onwaarneembare in de toekomst en er is gezegd: degene die informeert over wat in het geweten schuilgaat.
De waarzegger is degene die beweert kennis van zaken te hebben op basis van bepaalde methoden die hij gebruikt, waarmee hij tracht het gestolene, de plaats van het verloren geraakte en dergelijke te achterhalen.
De astroloog is degene die gebruikmaakt van astrologie en de veronderstelde invloed van de sterren; hij zegt bijvoorbeeld: wanneer de ene ster verschijnt en samenkomt met een andere ster, dan betekent dat dat er dit en dat zal gebeuren; of: als bij iemand een kind wordt geboren in een bepaald sterrenbeeld, dan zal hem dit of dat ten deel vallen aan rijkdom of armoede, of geluk of ongeluk, en dergelijke. Zo leiden zij op basis van de beweging van de sterren de toestand van de aarde en de toestand van de mensen daarop af [138]. [138] Zie: Taysir Al-'Aziz Al-Hamid (p. 351).
Dit omvat wie over het onwaarneembare bericht, wie beweert kennis te hebben van het verborgene, of degene die zaken van het onwaarneembare afleidt door middel van horoscopen, door tekeningen op de grond te maken, door het werpen van kiezels, door het lezen van koffiedik of het lezen van handpalmen en dergelijke. Iedereen die beweert kennis te hebben van het onwaarneembare, op welke wijze dan ook — hetzij met de genoemde middelen of andere — is een leugenaar en een ongelovige [139]. [139] Zie: Aqiedat At-Tawhied van Al-Fawzaan (p. 97).
Men moet erop bedacht zijn dat het raadplegen van waarzeggers, handlezers en hun gelijken onder de bedriegers behoort tot de grote zonden waartegen gewaarschuwd is en dat het vervallen daarin veel kwaad tot gevolg heeft in zowel religieuze als wereldse zaken.
Bewijzen:
En de bewijzen wijzen erop dat waarzeggerij, toekomstvoorspellerij en astrologie verboden zijn, evenals het opzoeken van degenen die zich met deze verwerpelijke praktijken bezighouden, waaronder:
De uitspraak van Allah, de Verhevene: (Vervloekt zijn de leugenaars, zij die in onwetendheid achteloos zijn. Zij vragen: 'Wanneer is de Dag des Oordeels? 12) [Ad-Dhariyat: 10 - 12].
Dat wil zeggen: vervloekt zijn de waarzeggers die zich bezondigen aan verzinsels – en verzinsel betekent hier leugen en giswerk – hetzij door leugenachtigheid of door valsheid. Ibn Abbas (moge Allah tevreden zijn met beiden) zei: "Zij zijn de priesters" [140]. [140] Zie: Tafsir van At-Tabari (21/492).
“En van Zayd ibn Khalid (moge Allah tevreden zijn met hem) is overgeleverd dat hij zei: Wij trokken uit met de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) in het jaar van al-Hoedaybiya. Op een nacht werden wij door regen getroffen. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) leidde ons toen in het gebed van de dageraad. Vervolgens wendde hij zich tot ons en zei: '‘Weten jullie wat jullie Heer gezegd heeft?’ Wij antwoordden: '‘Allah en Zijn Boodschapper weten het het beste.'’ Daarop zei hij: ‘Allah heeft gezegd: Van Mijn dienaren is er vanmorgen iemand die in Mij gelooft en iemand die Mij verwerpt. Wie heeft gezegd: “Wij zijn door de barmhartigheid van Allah, door Zijn voorziening en door Zijn gunst met regen gezegend,” die is een gelovige in Mij en een verwerper van de ster. Maar wie heeft gezegd: “Wij zijn door die en die ster met regen gezegend,” die is een gelovige in de ster en een verwerper van Mij." [141]. [141] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (4147), en Moeslim, nummer (71).
In deze overlevering vallen de dienaren in twee categorieën:
De eerste categorie: Een gelovige in Allah, die deze zegening aan Allah toeschreef en haar aan Hem toekende, Hem ervoor dankte, erkende dat zij van Allah afkomstig is, en Allah prees en Hem ervoor loofde.
Het tweede onderdeel: Een ongelovige in Allah en de ongelovigen vallen in twee categorieën:
Het eerste type: Degene die in klein ongeloof vervalt, zoals iemand die zegt: “Wij ontvangen regen door een bepaalde sterrenstand of een bepaalde ster,” en gelooft dat de sterrenstand, de ster of een hemellichaam een oorzaak (middel) is voor de regen. Dit is dan een kleinere vorm van ongeloof, omdat hij niet gelooft dat zij partners naast Allah zijn of zelfstandig handelen; echter heeft hij iets wat geen oorzaak is tot oorzaak gemaakt en de gunst aan een ander dan Allah toegeschreven. Zijn uitspraak behoort tot de uitlatingen van de mensen van ongeloof en het is klein ongeloof jegens Allah.
En de tweede soort: De ongelovige in groot ongeloof; dat is degene die gelooft dat de regen een effect is van de sterren en planeten en dat zij het zijn die de regen als een gunst hebben geschonken en dat zij in beweging traden toen hun aanbidders zich tot hen wendden, zodat zij de regen lieten neerdalen als antwoord op de smeekbede van hun aanbidders. En dit is groot ongeloof volgens de unanieme consensus, omdat dit het toeschrijven van heerschappij en goddelijkheid aan anderen dan Allah is [142]. [142] Zie: 'Al-Tamhid voor de uitleg van Het Boek van Allah's Eenheid' van sheikh Salih Aal al-Sheikh (op pagina 356).
Ibn 'Abbās (moge Allah tevreden zijn met hen beiden) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: Degene die kennis put uit sterrenkunde, put in feite een deel van magie. Het neemt toe naarmate hij meer kennis uit sterrenkunde put." [143]. Dat wil zeggen: hoe meer iemand zich in de astrologie verdiept, des te verder hij zich begeeft in de toverkunst, en des te zwaarder ook zijn zonde en schuld worden. [143] Overgeleverd door Aboe Dawoed (3905).
Op gezag van Aboe Masoud Al-Ansari, moge Allah tevreden met hem zijn: "Dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) de prijs van een hond, het loon van een prostituee en de vergoeding van een waarzegger heeft verboden." [144] En het hulwān van de waarzegger: het loon dat hij ontvangt voor zijn waarzeggerij. [144] Overgeleverd door Al-Boekhari (2237) en Moeslim (1567).
Moe-awiya ibn Al-Hakam As-Soelami (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: Ik zei: "O Boodschapper van Allah, ik heb de Islam pas kort geleden omarmd en Allah heeft ons met de Islam begunstigd. Toch zijn er onder ons mannen die naar waarzeggers gaan." Hij zei: "Ga niet naar hen toe." [145] [145] Overgeleverd door Moeslim met nummer (537).
Safiyyah (moge Allah tevreden met haar zijn) overleverde van enkele vrouwen van de Profeet (vrede izj met hem) dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Degene die een waarzegger raadpleegt en hem iets vraagt, zijn gebeden zullen gedurende veertig nachten niet geaccepteerd worden." [146]. [146] Overgeleverd door Moeslim met nummer (2230).
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Degene die gemeenschap heeft met een menstruerende vrouw of een vrouw op een onrechtmatige manier benadert (langs haar anus), of een waarzegger raadpleegt, heeft ongelovig verklaard wat aan Mohammed is geopenbaard" ([147]). [147] Overgeleverd door At-Tirmidhi (135).
Al-Qoertoebi heeft gezegd met betrekking tot de waarzeggers: “En het is de plicht van degene die met het ambt van hisba is belast – dat wil zeggen: hij die toezicht houdt op de markten en op zedelijke aangelegenheden – om hen uit de markten te verwijderen, hen met de strengste afkeuring terecht te wijzen en niemand toe te staan zich tot hen te wenden om die reden.” [148] [148] Al-Moefhim lima ashkala min talkhis Moeslim (5/633).
Schadelijke gevolgen:
Tot de schadelijke gevolgen van waarzeggerij, handlezen en astrologie en van het benaderen van hen die zich bezighouden met deze laakbare handelingen, behoren:
- Dat degene die zich eraan bezondigt, valt onder de benaming taghoet. Het zich tot hen wenden is een vorm van het zoeken van oordeel bij de taghoet. En taghoet is al hetgeen wordt aanbeden naast Allah. Allah, de Verhevene, heeft gezegd: (Hebt gij niet gezien naar degenen die beweren te geloven in hetgeen tot u is neergezonden en in hetgeen vóór u werd neergezonden, terwijl zij wensen een oordeel te zoeken bij de taghoet, hoewel hun bevolen was hem te verwerpen? En de satan wenst hen te doen afdwalen een vergaande dwaling 60) [An-Nisaa: 60] At-Tabari vermeldde, op gezag van Qatada, iets waaruit blijkt dat dit vers werd geopenbaard omtrent twee mannen: een man van de Ansar en een man van de Joden, naar aanleiding van een geschil tussen hen over een aanspraak. Zij namen hun toevlucht tot een waarzegger in Medina om tussen hen te oordelen en lieten de Profeet (vrede zij met hem) achterwege. Allah, de Almachtige en Verhevene, laakte dit [149]. [149] Tafsir van At-Tabari (7/191).
- Het behoort tot de daden van de mensen van de eerste Djahiliyyah; Al-Boekhari zei: Djaabir zei: "De taghoets tot wie zij hun geschillen voorlegden — bij Djoehayna één, bij Aslam één, en in elke clan één — het waren waarzeggers op wie Satan neerdaalde..." En Ikrima zei: "Al-Djibt: in de taal van de Habasha betekent dit Satan en al-Taghoet: de waarzegger." [150]. [150] Sahih Al-Boekhari (6/45).
- Dat het behoort tot de beproevingen van de mensen door de mensen en van de mensen door de djinn; Aïcha, moge Allah tevreden over haar zijn, zei: “Er waren mensen die de Profeet (vrede zij met hem) vroegen over de waarzeggers. Hij antwoordde: ‘'Zij zijn niets.'’ Daarop zeiden zij: ‘'O Boodschapper van Allah, maar zij spreken soms een woord dat waarheid blijkt te zijn.’' De Profeet (vrede zij met hem) zei toen: ‘'Dat is een enkel woord van waarheid dat een djinn wegrukt en in het oor van zijn vertrouweling fluistert, zoals de kip klokkend geluid maakt; daarop voegen zij daaraan meer dan honderd leugens toe.’' [151]. [151] Overgeleverd door Al-Boekhari (7561), en Moeslim (2228).
Dat wil zeggen: "De waarzegger voegt aan het woord dat zijn bondgenoot onder de duivels hem ingeeft honderd leugens toe of Satan voegt aan het woord dat hij van de hemel heeft afgeluisterd honderd leugens toe. Vervolgens brengt hij het geheel over aan zijn bondgenoot onder de mensen; daarop worden de mensen verleid door de menselijke waarzegger, en beiden worden op hun beurt verleid door hun bondgenoot onder de duivels. Zo aanvaarden zij wat zij meebrengen aan waarheid en leugen, omdat zij soms waarheid spreken in wat zij aan bericht uit de hemel overbrengen. [152] [152] Zie: Taysir al-Aziz al-Hamid (p. 223).
- Dat wie een waarzegger raadpleegt en hem iets vraagt, zijn gebed gedurende veertig nachten niet wordt aanvaard, zoals in de voorgaande hadith is vermeld.
De voorzorg:
En ter bescherming tegen waarzeggerij, het raadplegen van waarzeggers en astrologie, en soortgelijke praktijken, zijn er middelen, waaronder:
- De absolute zekerheid dat enkel Allah kennis heeft van het onwaarneembare; Allah de Verhevene zegt: (Zeg: “Niemand in de hemelen en op de aarde kent het onzichtbare behalve Allah...) [An-Naml: 65]، De Verhevene zegt: (En Hij onderwees Adam de namen en toen liet Hij hem de engelen zien en zei: “Vertel Mij hiervan de namen, als jullie waarachtig zijn 31 Zij (de engelen) zeiden: “Verheerlijkt bent U, wij hebben geen kennis behalve van wat U ons onderwezen heeft. U bent de Alwetende, de Alwijze 32) [Al-Baqarah: 31, 32]. Er restte hun niets anders dan het onvermogen te erkennen, namelijk dat zij geen kennis hadden behalve wat Hij hun had geleerd, door hun uitspraak: Verheerlijkt bent U, wij hebben geen kennis behalve van wat U ons onderwezen heeft...) Daarin lag het duidelijkste bewijs en het meest ondubbelzinnige argument voor de leugenachtigheid van de bewering van allen die aanspraak maken op enige kennis van het onwaarneembare onder de waarzeggers en astrologen [153]. [153] Tafsir At-Tabari (1/527, 528).
- Het verwezenlijken van de dienaarschap voor Allah, de Verhevene, gepaard met het verwerpen van de ṭoeghoet. En wie beweert het onzichtbare te kennen of de zaken toeschrijft aan de sterren en stelt dat zij uit zichzelf invloed hebben, die heeft overtreden en buitensporig gehandeld, de grens overschreden, is tot ongeloof vervallen en is een ṭoeghoet geworden. Allah, de Verhevene, zegt: (...Wie niet in afgoden gelooft en in Allah gelooft heeft het waardevolste handvat gegrepen dat nooit zal afbreken. En Allah is de Alhorende, de Alwetende) [Al-Baqarah: 256]. Sa'id ibn Joebair zei: "At-Taghoet: de waarzegger" [154]. [154] Tafsir van At-Tabari (4/557).
- Het leren van het monotheïsme, het onderwijzen ervan en het kennen van wat ermee in strijd is; het gebieden van het goede en het verbieden van het verwerpelijke en het toepassen van de Islamitische straffen op degenen die deze satanische daden begaan.
Het vervaardigen van beelden
Het vervaardigen van standbeelden behoort tot de grote zonden waartegen de Islamitische wetgeving heeft gewaarschuwd, de dader ervan heeft vervloekt en ervoor met zware bestraffing heeft gedreigd; het is een van de grootste oorzaken van het aanbidden van afgoden en het toekennen van partners aan Allah, de Verhevene.
De wezenlijke betekenis van het vervaardigen van beelden is dat de mens een gestalte vormt die een nabootsing is van hetgeen Allah heeft geschapen uit wezens met een ziel, hetzij uit steen, klei, ijzer, koper of enig ander materiaal.
De geleerden zijn het unaniem eens over het verbod op het vervaardigen van beelden en over het verbod op het bezit ervan [155]. [155] Zie "Fath al-Baari" (10/391).
Imam An-Nawawi, moge Allah hem genadig zijn, zei: "En zij waren het erover eens dat alles wat een schaduw werpt verboden is en dat het verplicht is om het te veranderen. Al-Qadi zei: "Behalve wat is overgeleverd omtrent het spelen met poppen voor kleine meisjes en de dispensatie daarvoor." [156] [156] Sharh Moeslim (14/82).
Bewijzen:
En in de Soenna zijn talrijke teksten die waarschuwen tegen het afbeelden en het vervaardigen van standbeelden, waaronder:
Abdoellah bin Omar (moge Allah tevreden zijn met hen) zegt dat de boodschapper van Allah, (vrede zij met hem) zei: "Voorwaar, degenen die deze afbeeldingen vervaardigen, zullen op de Dag der Opstanding gestraft worden; er zal tot hen gezegd worden: ‘'Doe herleven wat jullie hebben geschapen.'' [157] [157] Overgeleverd door Al-Boekhari (5607) en Moeslim (2108).
Moeslim ibn Sabieh zei: "We waren met Masroeq in het huis van Yasaar ibn Noemayr en hij zag in zijn huis afbeeldingen. Toen zei hij: ''Ik hoorde Abdoellah ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem) zeggen: "Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: “Voorwaar, de mensen die de zwaarste bestraffing van Allah zullen ondergaan op de Dag der Opstanding, zijn de afbeelders.” [158] [158] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (5950) en Moeslim met nummer (2109).
Aboe Zoer'ah heeft gezegd: "Ik betrad samen met Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) het huis van Marwan. Aboe Hoerayra zag daarin afbeeldingen en zei: "Ik heb de Profeet (vrede zij met hem) horen zeggen: Allah, de Verhevene en de Almachtige, heeft gezegd": "Wie is onrechtvaardiger dan degene die tracht een schepping als de Mijne te scheppen? Laten zij dan een stofdeeltje scheppen of laten zij een korrel scheppen, of laten zij een gerstkorrel scheppen" (159) [159] Overgeleverd door Al-Boekhari (7559), en Moeslim (2111).
Overgeleverd door Sa'id ibn Abi al-Hasan, die zei: "Ik bevond mij bij Ibn ‘Abbas – moge Allah tevreden zijn met hen beiden – toen er een man tot hem kwam en zei: ‘'Waarlijk, ik ben een mens wiens levensonderhoud slechts afkomstig is van het werk van mijn handen en ik vervaardig deze afbeeldingen.’' Daarop zei Ibn ‘Abbas – moge Allah tevreden zijn met hen beiden: ‘'Ik vertel jou niets anders dan wat ik van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heb gehoord.'' Ik hoorde hem zeggen: ‘'Wie een afbeelding maakt, Allah zal hem straffen totdat hij er een ziel in blaast en hij zal er nooit een ziel in kunnen blazen.’’ Toen raakte de man hevig benauwd, zijn adem stokte, zijn borst werd nauw, hij werd vervuld van schrik en zijn gezicht werd lijkbleek. Daarop zei Ibn ‘Abbas: ‘'Wee u! Indien u er niet aan ontkomt iets te vervaardigen, wend u dan tot het maken van bomen of tot alles waarin geen ziel huist.'’ [160] [160] Overgeleverd door Al-Boekhari (2225) en Moeslim (2110).
Aboe Talha (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Engelen betreden geen huis waar een hond of een afbeelding aanwezig is." [161] Al-Boekhari zei: "Hij doelt op beelden van wezens met een ziel." [161] Overgeleverd door Al-Boekhari (4002) en Moeslim (2106).
Aboe Al-Hayaj As-Asadi zei: Ali ibn Abi Talib (moge Allah tevreden zijn met hem) zei tegen mij: "Zal ik jou dan niet zenden met dezelfde opdracht waarmee de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) mij gezonden heeft: dat jij geen enkel beeld laat staan zonder het uit te wissen en geen verheven graf zonder het gelijk te maken?" [162]. [162] Overgeleverd door Moeslim (969).
Ibn Taymiyah heeft gezegd: "Daarop beval hij hem zowel het uitwissen van het gebeeldhouwde portret dat de overledene afbeeldde, alsook het verwijderen van het verheven standbeeld dat boven zijn graf uitstak, want afgoderij kan zowel hierdoor als daardoor ontstaan.” [163] [163] Majmoe'e Fatawa (17/462).
De nadelen:
En het vervaardigen van standbeelden kent talrijke nadelen, waaronder:
- Want zij vormen een oorzaak tot afgoderij jegens Allah, de Verhevene. Zo heeft Ibn ‘Abbas -moge Allah tevreden zijn met hen beiden- gezegd met betrekking tot Zijn, de Allerhoogste, woorden: (En zij hebben gezegd: “Jullie zullen jullie goden niet verlaten noch zullen jullie Wadd noch Soewa noch Yaghoeth verlaten noch Ya’oeq noch Nasr 23) [Noeh, vers: 23], zei hij: "Het waren namen van rechtschapen mannen uit het volk van Noeh. Toen zij stierven, inspireerde de satan hun volk: richt bij hun vergaderplaatsen waar zij plachten te zitten beelden op (dat wil zeggen: standbeelden) en vernoem ze naar hen. Dat deden zij, maar zij werden niet aanbeden; totdat, toen die mensen omkwamen en de kennis verloren ging, zij aanbeden werden." [164]. [164] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (4920).
- Dat het een wedijver met Allah inhoudt en deelgenootschap met Hem in een van Zijn grootste kenmerken, namelijk het scheppen.
- Het is immers een oorzaak voor de toorn van Allah, de Verhevene, jegens de dienaar op de Dag der Opstanding. Waarlijk, de afbeelders zijn de slechtsten der schepselen bij Allah. Zo wordt overgeleverd van Aïcha, de Moeder der Gelovigen – moge Allah tevreden zijn met haar – dat Oemmoe Habiba en Oemmoe Salama – moge Allah tevreden zijn met hen beiden – een kerk vermeldden die zij in Abessinië hadden gezien, waarin zich afbeeldingen bevonden. Toen zij dit aan de Profeet (vrede zij met hem) vermeldden, zei hij: "Wanneer een rechtvaardig persoon onder hen was en hij overleed, bouwden zij een moskee boven zijn graf en maakten zij afbeeldingen daarin. Zij behoren tot de slechtste schepping bij Allah op de Dag des Oordeels." [165] [165] overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (427) en Moeslim met nummer (528).
- Het is een reden waardoor de vloek van de Profeet (vrede zij met hem) terecht op degene die het verricht rust, zoals overgeleverd door Aboe Djoehaifa (moge Allah tevreden met hem zijn): "Waarlijk, de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft de afbeelders vervloekt.” [166] [166] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (2238).
- Het is een oorzaak van de zware straf op de Dag des Oordeels, zoals reeds in de hadith is vermeld.
- Dat de engelen geen huis betreden waar een afbeelding of een beeldje aanwezig is, zoals vermeld in een eerdere overlevering.
- Het is een imitatie van de ongelovigen, waaronder christenen en anderen.
De voorzorg:
De wegen van de voorzorg tegen deze grote zonde:
- Dat de dienaar zich bewust is van de toorn van Allah jegens hem op de Dag der Opstanding, van zijn taak om de ziel in dit beeld te blazen terwijl hij hiertoe volstrekt niet in staat is en dat de vloek van Zijn Profeet op hem rust.
- Dat hij zich bewust is, indien hij behoort tot degenen die het vervaardigen van beelden tot hun beroep hebben gemaakt, dat wie iets voor Allah nalaat, Allah hem daarvoor zowel in dit leven als in het Hiernamaals iets beters verleent; want wanneer men het omwille van Allah laat, zal Hij hem voorzien van halal-voorzieningen uit onverwachte bron.
En dat hij de gevolgen van verboden inkomsten ter harte neemt: dat het zijn gebeden kan verhinderen verhoord te worden en dat het de deugdzaamheid en het succes van zijn kinderen kan schaden.
En indien hij tot degenen behoort die deze handeling verrichten louter voor vermaak of wat men een ‘hobby’ noemt, is het des te meer gepast dat hij dit voor Allah, de Verhevene, laat en het vervangt door wat Hij heeft toegestaan als sierlijkheid in het aardse leven. Indien hij desondanks niet afziet van het doen, laat hem dan beelden vervaardigen van datgene waarin geen ziel woont, zoals bomen, gebouwen en levenloze voorwerpen.
- Het verwijderen van standbeelden en het breken ervan door degenen die daartoe de bevoegdheid hebben, zoals de verantwoordelijke en bevoegde instanties en de man in zijn huis.
Homoseksuele handelingen
Homoseksualiteit, namelijk het verrichten van anale gemeenschap met mannen, wordt beschouwd als één van de grote zonden. Het is in strijd met de gezonde menselijke natuur waarop Allah de mensen heeft geschapen; het ondermijnt de moraal, doet de mannelijkheid teniet, leidt tot een vermindering van het nageslacht, bederft de samenleving en roept de toorn van Allah, de Verhevene, en een zware bestraffing over zich af. Allah, de Verhevene, zegt over het volk van Loet: Toen dus Ons Bevel kwam, keerden Wij (de stad Sodom in Palestina) ondersteboven en het regende stenen van gebakken klei op hen, hoog opgestapeld; Gekenmerkt door jouw Heer en zij zijn niet ver van onrechtvaardigen verwijderd. 83) [Hoed:82-83].
Bewijzen:
En de bewijzen voor het verbod op sodomie, evenals de duidelijkheid van zijn afschuwelijkheid en de ernst van zijn misdaad, zijn talrijk, waaronder:
Allah, de Verhevene, verklaarde wat Loet (vrede zij met hem) tegen zijn volk zei: (Vinden jullie het acceptabel om tot de mannen der werelden te naderen? [165] En laten jullie degenen die Allah voor jullie als echtgenotes geschapen heeft (links liggen)? Welnee, jullie zijn een overtredend volk! 166) [Ashoe'ara:165-166], ('Aadoen): Jullie overschrijden wat jullie Heer jullie heeft toegestaan en voor jullie geoorloofd heeft op het gebied van de intieme omgang, naar hetgeen Hij jullie daarvan verboden heeft [167]. [167] Tafsir van At-Tabari (17/630).
De Verhevene zegt: (En (gedenk) Loet, toen hij tegen zijn volk zei: “Plegen jullie de ergste zonden zoals geen vóór jullie van de wereldwezens gepleegd heeft?" 80 Waarlijk, jullie oefenen jullie lusten op mannen uit in plaats van vrouwen. Nee, jullie zijn het volk dat de grenzen overschrijdt 81) [Al-A'raf:80-81].
En van ‘Abdoellah ibn ‘Abbas – moge Allah tevreden zijn met hem – wordt overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Wie jullie aantreffen die de daad van het volk van Loet verricht, dood de dader en degene op wie het verricht wordt." [168] [168] Overgeleverd door Aboe Dawoed, nummer (4462).
Jabir (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Het meest waar ik voor mijn gemeenschap bang voor ben, is de daad van het volk van Loet." [169]. [169] Overgeleverd door At-Tirmidhi (1457).
De schadelijke gevolgen:
De schadelijke gevolgen van homoseksualiteit zijn talrijk, waaronder:
- Er is een ernstige waarschuwing in het Hiernamaals voor wie zich eraan schuldig maakt.
- Schaarste aan geoorloofde huwelijken en toenemende ongehuwdheid.
- Het verminderen van de nakomelingschap of het volledig beëindigen daarvan, door het begraven van het water des levens; het is als het zaaien van graan in grond die ongeschikt is voor teelt.
"En homoseksualiteit brengt bekommernis, droefenis en afkeer teweeg jegens zowel de actieve als de passieve partner." [170]
- Ibn al-Qayyim, moge Allah hem genadig zijn, zei: [170] Zaad al-Ma'ad (4/241-242) beknopt.
Ook: Het maakt het gelaat zwart, verduistert de borst en dooft het licht van het hart.
En ook: Het leidt onvermijdelijk tot antipathie, hevige vijandigheid en het verbreken van de banden tussen de uitvoerder en degene op wie het betrekking heeft.
Bovendien: Het bederft de toestand van degene die het verricht en van degene die het ondergaat zo zwaar, dat er nadien nauwelijks nog herstel te hopen valt, tenzij Allah het wil door oprechte berouw.
En ook: het behoort tot de grootste redenen voor het verdwijnen van zegeningen en het intreden van bestraffingen.
Bovendien: Het neemt de schaamte geheel weg en schaamte is het leven van de harten. Wanneer het hart haar verliest, keurt het het kwade goed en wijst het het goede af; dan is zijn verdorvenheid volledig verankerd.
En bovendien: Het brengt een mate van onbeschaamdheid en vermetelheid teweeg zoals niets anders dat doet.
- Het verschijnen van ziekten die in voorgaande tijden niet voorkwamen, zoals aids.
- Dit leidt tot lesbische omgang of overspel; doordat mannen zich met mannen tevredenstellen, zullen vrouwen zich met vrouwen tevredenstellen, of wellicht wendt de vrouw zich tot een ander dan haar echtgenoot om haar begeerte te bevredigen.
De voorzorg:
Middelen van voorzorg om te voorkomen dat men betrokken raakt bij de misdaad van homoseksualiteit:
Het huwelijk is een van de krachtigste middelen ter bescherming tegen sodomie; wie niet in staat is te trouwen, laat hem vasten. Abdoellah ibn Mas’oed (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd, van de Profeet (vrede zij met hem), dat hij zei: "Wie de middelen heeft om te trouwen, laat hem trouwen. Want het is een bescherming voor zijn blik en een behoeder van zijn kuisheid. En wie de middelen niet heeft, laat hem vasten. Want vasten is een schild voor hem." [171] [171] Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (1905) en Moeslim, nummer (1400).
- Dat een man niet naar de intieme delen van een andere man kijkt; Aboe Sa'eed Al-Khoedri (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Niet naar de intieme delen van een ander kijken, noch een vrouw naar de intieme delen van een andere vrouw. Mannen mogen niet in afzondering zijn met andere mannen in één kledingstuk, evenmin als vrouwen alleen mogen zijn met andere vrouwen in één kledingstuk". [172] [172] Overgeleverd door Moeslim onder nummer (338).
- Het is niet toegestaan pornografische websites te bezoeken, noch contact te onderhouden met slecht gezelschap, zowel mannen als vrouwen.
- Het apart laten slapen van de jonge kinderen – zowel jongens als meisjes – in hun slaapplaatsen wanneer ze de leeftijd van tien bereiken; overgeleverd door Abdoellah ibn Amr ibn al-As (moge Allah tevreden met hen zijn), die zei: de profeet (vrede zij met hem) zei: "Leer jullie kinderen het gebed aan als ze zeven jaar oud zijn en dwing hen ertoe als ze tien zijn en laat hen gescheiden slapen." [173] [173] Overgeleverd door Aboe Dawoed (495).
- Waarschuwing tegen de gevolgen van de grote zonde van sodomie in dit leven en in het Hiernamaals.
- De uiterste zorg besteden aan het inprenten van de juiste geloofsovertuiging, het verankeren van haar fundamenten en het voortdurend verzorgen ervan in de harten van individuen en gemeenschappen; want gedragsmatige afwijkingen zijn vaak het gevolg van een gebrek in de geloofsovertuiging.
Het verbreken van het vasten op een dag tijdens de maand Ramadan zonder geldige reden.
Allah heeft het vasten van de maand Ramadan verplicht gesteld voor de gelovigen en Hij zegt: (O jullie die geloven! Het vasten is jullie voorgeschreven, zoals het ook degenen die vóór jullie waren voorgeschreven was, dat jullie godvrezend worden 183) [Soerat Al-Baqara: 183].
Het vasten van de maand Ramadan is een van de pijlers van de Islam. Overgeleverd van ‘Abdoellah ibn ‘Omar (moge Allah tevreden met hen beiden zijn) dat hij zei: De Boodschapper van Allah (moge de vrede en zegeningen van Allah met hem zijn) zei: Islam is gebouwd op vijf pijlers: De getuigenis dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed Zijn boodschapper is, het verrichten van het gebed, het geven van de zakaat, het verrichten van de bedevaart naar het Huis (de Ka'bah) en het vasten tijdens de maand Ramadan" [174]. [174] Overgeleverd door Al-Boekhari onder nummer (8) en Moeslim onder nummer (16).
Wie opzettelijk het vasten van de maand Ramadan — of een dag daarvan — verbreekt zonder een geldige, door de sharie‘a erkende ontheffing, heeft Allah de Allerhoogste ongehoorzaamd, een van de zuilen van de religie geschonden en een van de grote zonden begaan.
De hafidh al-Dhahabi, moge Allah hem genadig zijn, zei: "Bij de gelovigen staat vast: wie het vasten tijdens de maand Ramadan nalaat zonder ziekte en zonder geldige reden, is erger dan de overspelige, de onrechtvaardige belastinginner en de drankverslaafde; sterker nog, men twijfelt aan zijn islam en verdenkt hem van ketterij en moreel verval." [175] [175] Zie: Fayd al-Qadir (4/311).
Bewijzen:
De bewijzen voor de verbodenheid van het verbreken van het vasten op een dag in de maand Ramadan zonder een wettige, door de sharie‘a erkende ontheffing en de uiteenzetting van de verfoeilijkheid daarvan en de zwaarte van deze zonde, zijn talrijk; waaronder:
Aboe Oemamah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: Ik hoorde de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "Terwijl ik sliep, kwamen er twee mannen bij mij en namen mij mee. Daar zag ik een volk hangend aan hun hielen (dat wil zeggen: aan de achterkant van hun voeten), met gespleten kaken (dat wil zeggen: de zijkanten van hun mond) waaruit bloed stroomde. Ik zei: '‘Wie zijn deze?’' Men antwoordde: ‘'Dit zijn degenen die hun vasten verbreken vóór de tijd dat het hun toegestaan is.’' [176] Overgeleverd door An-Nasa'i in Al-Koebra, nummer (3273), verkort.
Er zijn meerdere overleveringen waaruit blijkt dat de metgezellen — moge Allah tevreden met hen zijn — wie in de maand Ramadan zonder een wettige, door de sharie‘a erkende ontheffing het vasten verbrak, bestraften. Waaronder de overlevering van Oemar ibn al-Khattab (moge Allah tevreden met hem zijn), dat er een oudere man bij hem werd gebracht die in de maand Ramadan wijn had gedronken, waarop hij zei: "Voor de neusgaten! Voor de neusgaten!’ en dit was het geluid dat uit de neusgaten van de ezel kwam – '‘en onze kinderen zijn jong van vasten'’ – dat wil zeggen: onze kleintjes vasten – '‘en jij verbreekt het vasten.’' Vervolgens sloeg hij hem tachtig keer en stuurde hem naar de Levant.”
Overgeleverd van Ali ibn Abi Talib (moge Allah tevreden zijn met hem) dat er bij hem een man werd gebracht die in Ramadan wijn had gedronken; hij liet hem tuchtigen met tachtig zweepslagen, vervolgens liet hij hem de volgende dag nog twintig toedienen en hij zei: "Wij hebben je twintig zweepslagen toegediend wegens jouw vermetelheid jegens Allah en jouw verbreking van het vasten in de maand Ramadan."
Overgeleverd door Ali ibn Abi Talib (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: "Wie in de maand Ramadan opzettelijk een dag het vasten verbreekt, zal dit nooit, zolang hij leeft, kunnen compenseren door het inhalen."
En van Ibn Mas'oed, moge Allah tevreden zijn met hem: "Wie in de maand Ramadan één dag het vasten verbreekt zonder ontheffing, voor hem volstaat het vasten van heel zijn leven niet, zelfs al zou hij dat vasten verrichten" [177]. [177] Zie voor deze overleveringen: 'Al-Muhalla' van Ibn Hazm (4/311).
De schadelijke gevolgen:
Het verbreken van het vasten in de maand Ramadan zonder geldige, door de sharie‘a erkende ontheffing kent vele schadelijke gevolgen, waaronder:
- Het verzuimen van een van de pilaren van de Islam.
- Het geringschatten van de bevelen van Allah, de Verhevene.
“Het is het lef hebben om het gebod van Allah, de Verhevene, te overtreden en het vasten openlijk te verbreken voor de ogen van de mensen. Dit vereist dat Allah, de Verhevene, geen vergiffenis schenkt en men kan niet weten dat iemand zo’n overmoedige overtreding begaat, behalve als hij dit openbaar maakt door woord of daad. Zo wordt overgeleverd van Aboe Hoeraira (moge Allah tevreden zijn met hem) dat ik de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) hoorde zeggen: "Mijn hele gemeenschap zal vergeven worden behalve degenen die (zonden) openlijk begaan" [178]. [178] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (6069) en Moeslim met nummer (2990).
- Het aanmoedigen van anderen om deze zonde te verspreiden en Allah heeft daarop met straf gedreigd. Allah zegt: (Waarlijk, degenen die van het verdorvenenheid houden en dat onder de gelovigen willen verspreiden, zullen in deze wereld een pijnlijke bestraffing hebben en in het hiernamaals. En Allah weet en jullie weten niet 19) [An-Noer:19].
De voorzorg:
Het nemen van voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat men het vasten in Ramadan zonder geldige verontschuldiging verbreekt:
- Het wennen aan het vasten vanaf jonge leeftijd; Overgeleverd door Ar-Rubayyi' bint Moe'awwidh (moge Allah tevreden zijn met haar), dat zij zei: De Profeet (vrede zij met hem) zond op de ochtend van Ashura een boodschap naar de dorpen van de Ansar: ‘'Wie de dag begonnen is als niet-vastende, laat hem de rest van zijn dag (als vastende) voltooien en wie de dag begonnen is als vastende, laat hem vasten.'’ Zij zei: "Wij plachten het nadien te vasten en lieten ook onze kinderen vasten. Wij maakten voor hen een speeltje van al-‘ihn (dat wil zeggen: wol); wanneer dan een van hen om eten huilde, gaven wij hem dat totdat het tijd was voor het verbreken van het vasten." [179] [179] Overgeleverd door Al-Boekhari (1960) en Moeslim (1136).
- Het opvoeden van de ziel tot geduld, want Aboe Sa'eed Al-Khoedri (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Profeet (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "En wie zich in geduld oefent, zal door Allah met geduld begiftigd worden." [180] [180] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (1960) en Moeslim met nummer (1136).
- Een aansporing van de ziel tot wat bij Allah aan grootse beloning voor het vasten is. Overgeleverd door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn), die zei: De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Allah zegt: Elk van de daden van de zoon van Adam is voor hem, behalve het vasten, want dat is voor Mij en Ik zal ervoor belonen." [181] [181] Overgeleverd door Al-Boekhari (1904) en Moeslim (1151).
Overgeleverd door Sahl ibn Sa'd (moge Allah tevreden zijn met hem), van de Profeet (vrede zij met hem), die zei: "Voorwaar, in het Paradijs is er een deur die 'Ar-Rayyan' wordt genoemd. De vastende mensen zullen door deze deur binnengaan op de Dag des Oordeels. Niemand anders zal door deze deur binnengaan. Er zal geroepen worden: ''Waar zijn de vastende mensen?'' En zij zullen opstaan en door de deur binnengaan en niemand anders zal ermee binnengaan. Zodra zij zijn binnengegaan, wordt de deur gesloten en er zal niemand anders meer doorheen gaan." [182]. [182] Overgeleverd door Al-Boekhari (1896) en Moeslim (1152).
Spot en Bespotting
Het bespotten en het belachelijk maken van een moslimbroeder is een van de grote zonden; het behoort tot de eigenschappen van de ongelovigen en de huichelaars en wie dit doet is met een zware bestraffing bedreigd. De zwaarte van deze zonde neemt bovendien toe wanneer dit gericht is tegen de vrome dienaren van Allah.
De spot van een moslim met zijn moslimbroeder en het belachelijk maken van hem kent uiteenlopende vormen, waaronder: Hem kleineren en geringschatten; het wijzen op zijn gebreken en tekortkomingen zodat men om hem lacht; dit kan gebeuren door nabootsing in daad, woord of gebaar; of door te lachen om zijn woorden wanneer hij daarin verward raakt of zich vergist; of om zijn beroep; of om zijn lelijke uiterlijk; en al het andere dat neerkomt op kleinering.
Bewijzen:
De bewijzen voor het verbod op spot en bespotting van moslims:
Allah, de Verhevene, zegt: (Het leven voor degenen die niet geloven is in deze wereld prachtig en zij bespotten degenen die geloven. Maar degenen die zich aan Allah Zijn bevelen houden en wegblijven van wat Hij verboden heeft, zullen boven hen staan op de dag der opstanding. En Allah geeft grenzeloos aan wie Hij wil. 212) [Al-Baqarah: 212].
As-Saadi, moge Allah hem genadig zijn, zei: “Allah, de Verhevene, verhaalt dat degenen die niet geloven in Allah, Zijn tekenen en Zijn boodschappers en niet gehoorzamen aan Zijn wet, dat het aardse leven voor hen verfraaid werd; het werd verfraaid in hun ogen en in hun harten, zodat zij er genoegen in schepten en zich erdoor gerustgesteld voelden. Hun verlangens, wil en daden werden er geheel op gericht, en zij stortten zich erop, ijverig om het te verkrijgen. Zij verheven het, verhevigden degenen die met hen in hun daden deelnamen en verachtten de gelovigen, spotten met hen en zeiden: '‘Zijn dit degenen aan wie Allah gunst heeft bewezen onder ons?’' [183]. [183] Tafsier As-Sa'di (p. 95).
Dit is het gevolg van hun zwakke verstand en beperkte blik, want de wereld is een plaats van beproeving en test. Verdriet en lijden zullen er de gelovigen en de ongelovigen treffen. Doch de gelovige, zelfs wanneer hem iets onaangenaams overkomt, is geduldig en rekent dit tot verdienste, waardoor Allah, de Verhevene, door zijn geloof en geduld het lijden verlicht op een wijze die aan een ander niet geschiedt.
Waar het werkelijk, geheel en al, om gaat, namelijk de ware voortreffelijkheid, is te vinden in de blijvende woonplaats, het Hiernamaals; vandaar dat Hij, de Verhevene, zei: (Degenen die zich aan Allah Zijn bevelen houden en wegblijven van wat Hij verboden heeft, zullen boven hen staan op de dag der opstanding) Zo zullen de Allahvrezenden zich bevinden in de hoogste graden, genietend van uiteenlopende vormen van zaligheid, vreugde, blijdschap en genoegen, terwijl de ongelovigen onder hen zijn in de laagste standen, gestraft met allerlei vormen van foltering en vernedering, en eeuwigdurend lijden dat geen einde kent. In dit vers ligt een troost voor de gelovigen en een waarschuwing voor de ongelovigen.
De Verhevene zegt: (Degenen die de gelovigen die vrijwillig liefdadigheid geven en degenen die niets anders in liefdadigheid geven, te schande brengen, bespotten hen, Allah zal hun spot op hen teruggooien en zij zullen een pijnlijke bestraffing hebben 79) [At-Tawbah: 79].
Ibn Kathir, moge Allah hem genadig zijn, zei: "Dit is een van de kenmerken van de huichelaars: niemand blijft in welke omstandigheid dan ook gevrijwaard van hun afkeuring en hun hoon; zelfs de aalmoesgevers blijven niet gevrijwaard van hen. Als iemand van de aalmoesgevers met een aanzienlijke gift komt, zeggen zij: "Dit is schijnvertoon." " En als hij met een geringe bijdrage komt, naar gelang zijn inspanning en zijn vermogen, zeggen zij: "Allah is waarlijk niet behoeftig aan zijn liefdadigheid." En Zijn uitspraak: "(Zij bespotten hen; Allah bespot hen). Dit is een vorm van vergelding wegens hun kwalijke handelwijze en hun bespotting van de gelovigen; want de vergelding is van dezelfde aard als de daad. Daarom ging Hij met hen om als met spotters, als een overwinning voor de gelovigen in het wereldse leven en Hij heeft voor de huichelaars in het Hiernamaals een pijnlijke bestraffing bereid." [184] [184] Tafsier Ibn Kathier (4/184), bewerkt en verkort.
De Verhevene zegt: (Waarlijk! Er was een deel van Mijn dienaren die plachten te zeggen: “Onze Heer! Wij geloven, vergeef ons en wees ons genadig met ons, want U bent de Beste onder de barmhartigen” “En jullie maakten hen tot spot voor zover zij jullie Mijn gedenken deden vergeten, terwijl jullie met hen lachten 110 Waarlijk! Deze Dag heb Ik hen voor hen geduld beloond, zij zijn zeker degenen die geslaagd zijn 111) [Al-Moe'minoen: 109-111].
En Allah zegt: O jullie die geloven! Laat een groep niet een andere groep bespotten, het kan zijn dat de laatste beter is dan de eerste; noch laat de vrouwen andere vrouwen bespotten, het kan zijn dat de laatsten beter zijn dan de eersten, noch breng elkaar tot schande, noch beledig elkaar door het geven van bijnamen (hier zouden de extreme afgedwaalde groeperingen veel lessen uit kunnen halen). Hoe slecht is het om elkaars broeder te beledigen nadat hij tot het geloof is gekomen. En iedereen die geen berouw toont, dat zijn zeker de onrechtvaardigen 11) [Al-Hoejdoerat:11].
De Verhevene zegt: Waarlijk! Degene die (tijdens het wereldse leven) lachten om de gelovigen 29 En wanneer zij ze voorbij liepen, knipoogden zij naar elkaar 30 En als zij weer onder hun eigen mensen waren, bespotten zij hen 31 En als zij hen zagen, zeiden zei: “Waarlijk! Zij zijn zeker afgedwaald!” 32 Maar zij zijn niet als wachters over hen ingesteld 33 Maar op deze dag zullen de gelovigen over de ongelovigen lachen 34 Op banken zitten zij te kijken 35 Worden de ongelovigen niet betaald voor wat zij deden? 36) [Al-Moetaffifin: 29-36].
As-Saadi, moge Allah hem genadig zijn, zei: "Allah, de Verhevene, verhaalt dat de misdadigers in dit leven spot dreven met de gelovigen, hen bespotten, uitlachten en hen nadeden wanneer zij langs hen gingen, uit minachting en verachting. En toch zag men hen gerustgesteld, zonder dat angst hen trof. En wanneer zij terugkeren naar hun gezinnen’ – ’s ochtends of ’s avonds – ‘keerden zij terug als blijde, verheugde mensen,’ dat wil zeggen: zij waren verheugd en voldaan. En dit is een van de grootste vormen van zelfmisleiding: zij hebben uiterste kwaadwilligheid en wereldlijke veiligheid gecombineerd, alsof er een schrift van Allah tot hen was gekomen, of een verbond, waarin stond dat zij tot de gelukkigen behoren. Zij hebben voor zichzelf geoordeeld dat zij de weg van leiding bewandelen en dat de gelovigen dwalenden zijn – een lastering van Allah en een onbehoorlijke vrijmoedigheid om over Hem te spreken zonder kennis.
Allah zegt: (En zij zijn niet als bewakers over hen gezonden) Dat wil zeggen: zij zijn niet gezonden als toezichthouders over de gelovigen, verplicht om hun daden te bewaken, zodat zij erop uit zouden zijn hen van dwaling te beschuldigen. Dit is van hun kant niets dan hardnekkigheid, koppig verzet en spel en spot, zonder enige grondslag of bewijs. Daarom zal hun vergelding in het Hiernamaals van dezelfde aard zijn als hun daden. Allah, de Verhevene, zegt: (Op die dag) — dat wil zeggen: de Dag der Opstanding — (zullen de gelovigen om de ongelovigen lachen), wanneer zij hen zien heen en weer gewenteld worden in de diepten van de bestraffing; verdwenen is dan wat zij plachten te verzinnen, terwijl de gelovigen in uiterste rust en gemoedsrust verkeren, op de rustbanken (dit zijn de versierde rustbanken), kijkend naar wat Allah voor hen aan zaligheid heeft bereid en kijkend naar het aangezicht van hun Edele Heer [185]. [185] Tafsier As-Sa'di (p. 916).
(Zijn de ongelovigen vergolden voor wat zij plachten te doen?) Dat wil zeggen: Zijn zij vergolden overeenkomstig hun daden? Zoals zij in deze wereld om de gelovigen lachten en hen van dwaling beschuldigden, zo zullen de gelovigen in het Hiernamaals om hen lachen en zij zullen hen zien in de bestraffing en de afschrikwekkende kastijding, die de vergelding is voor afwijking en dwaling. Ja, zij zijn vergolden voor wat zij plachten te doen, uit rechtvaardigheid en wijsheid van Allah, en Allah is Alwetend, Alwijs.
Aboe Dharr (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Er ontstond tussen mij en een van mijn broeders een woordenwisseling en zijn moeder was een niet-Arabische. Ik kleineerde hem omwille van zijn moeder, waarna hij zich over mij beklaagde bij de Profeet (vrede zij met hem). Vervolgens ontmoette ik de Profeet (vrede zij met hem), en hij zei: "O Aboe Dharr, in jou is nog iets van de djahiliyyah." Ik zei: "O Boodschapper van Allah, als iemand mannen uitscheldt, schelden zij op hun beurt zijn vader en zijn moeder uit." Hij zei: "O Aboe Dharr, in jou is nog iets van de djahiliyyah..." [186]. [186] Overgeleverd door Al-Boekhari met nummer (30) en Moeslim met nummer (1661).
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "De moslim is de broer van de moslim: hij doet hem geen onrecht, laat hem niet in de steek en veracht hem niet. De vroomheid bevindt zich hier en hij wijst drie keer naar zijn borst. Het is al voldoende schade voor een persoon als hij zijn moslimbroeder minacht. Het bloed, het bezit en de eer van elke moslim zijn heilig voor de ander."[187] [187] Overgeleverd door Moeslim met nummer (2564).
De schadelijke gevolgen:
De schadelijke gevolgen van spot met en bespotting van de moslim:
- Dat het ongehoorzaamheid aan Allah is en tot de grote zonden behoort.
- Dat degene die dat doet een grote zondaar wordt en dat dit de verwerping van zijn getuigenis tot gevolg heeft; Al-Qoertoebi zei, nadat hij het Woord van de Verhevene had aangehaald: (O jullie die geloven! Laat een groep niet een andere groep bespotten, het kan zijn dat de laatste beter is dan de eerste...) Totdat Hij zegt: (...Hoe slecht is het om elkaars broeder te beledigen nadat hij tot het geloof is gekomen...) [Al-Hoejdoerat:11]. Hij zei: "Er is gezegd: de betekenis is dat wie zijn broeder een scheldnaam geeft of de spot met hem drijft, immoreel is." [188] [188] Tafsir van Al-Qurtubi (16/328).
- Het behoort tot de zeden van de ongelovigen en de huichelaars, want het is hun vaste gewoonte om in elke tijd met de gelovigen spot te drijven.
- Het leidt ertoe dat degene die spot en bespot zich bezighoudt met degene met wie hij de spot drijft en die hij bespot, totdat hij vergeet wat Allah hem heeft verplicht aan Zijn aanbidding en Zijn gedenken, zoals Allah zegt: (Maar jullie hielden hen voor de ge, en wel zo veel dat jullie Mij vergaten te gedenken...) [Al-Moe'minoen: 110].
Dit gaat vaak gepaard met de verboden lastering; het is bijna onvermijdelijk dat men daarin valt, want degene die spot, spot het meest met anderen en bespot hen in hun afwezigheid.
- Want spot en bespotting ontstaan vaak uit minachting voor mensen en dit is een verfoeilijk hoogmoed dat degene die het bedrijft de verschrikkelijke straf voorspelt. Zo wordt in de authentieke overlevering van ‘Abdoellah ibn Mas’oed – moge Allah tevreden zijn met hem – van de Profeet (vrede zij met hem) gezegd: "Wie in zijn hart ook maar het gewicht van een mosterdzaadje aan hoogmoed heeft, zal het Paradijs niet binnengaan.'’ Er zei iemand: ‘'Maar de mens houdt er toch van dat zijn kleding mooi is en zijn schoenen fraai?’' Hij zei: '‘Voorwaar, Allah is Schoon en houdt van schoonheid; hoogmoed is het verwerpen van de waarheid en het minachten van de mensen." [189]. Hoogmoed tegenover de waarheid betekent de waarheid afwijzen en het niet accepteren, uit zelfverheffing en aanmatiging. Mensen minachten betekent op hen neerkijken. [189] Overgeleverd door Moeslim met nummer (91).
- Het is een van de grootste oorzaken van de verspreiding van vijandschap en vijandigheid onder de leden van de samenleving en kan zelfs leiden tot onderlinge strijd tussen hen.
- Dat er sprake kan zijn van spot met Allahs schepping; in het bijzonder wanneer iemand een ander bespot om iets in diens geschapen vorm, zoals diens uiterlijk, stem of kleur.
- Spot en bespotting ontnemen de spotter het respect en doen hem zijn eerbaarheid verliezen.
De voorzorg:
Wegen van voorzorg tegen spot en bespotting:
- Het vrezen van Allah, de Almachtige en Verhevene, en vrees voor Zijn bestraffing die voortvloeit uit ongehoorzaamheid aan Hem.
De mens dient zichzelf bezig te houden met wat hem ten goede komt in zijn geloof en zijn wereldse leven, zodat hij voor zichzelf geen ruimte overlaat om zich bezig te houden met de gebreken van zijn broeders.
- Het nalaten van hoogmoed en het neerkijken op en minachten van mensen; want velen van degenen die met anderen de spot drijven, worden daartoe slechts gedreven door hun hoogmoed tegenover hun broeders en hun minachting voor hen.
- Het nalaten van omgang met slecht gezelschap, dat wellicht de oorzaak daarvan is; want hun samenkomsten zijn niet vrij van spot met mensen, wat zij als een vorm van humor beschouwen.
- Dat de dienaar beseft dat al wat hij aan zegeningen heeft, van Allah, de Verhevene, is, en dat Allah in staat is hem te ontnemen wat hij nu bezit en hem te doen vervallen in een toestand die erger is dan die van wie hij bespot.
- Dat de mens een ander streng terechtwijst wanneer hij hem ziet spotten met zijn moslimbroeders en hem in zijn daad niet bijvalt, opdat hij in deze zaak niet volhardt.