2 : 14
وَإِذَا لَقُواْ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ قَالُوٓاْ ءَامَنَّا وَإِذَا خَلَوۡاْ إِلَىٰ شَيَٰطِينِهِمۡ قَالُوٓاْ إِنَّا مَعَكُمۡ إِنَّمَا نَحۡنُ مُسۡتَهۡزِءُونَ
En als ze gelovigen tegenkomen, zeggen zij: “Wij geloven,” maar als zij alleen zijn met hun duivels zeggen zij: “Waarlijk wij behoren bij jullie, waarlijk, wij spotten slechts.”