Skip to content
آل عِمران /

Vers 180

3 : 180
آل عِمران Verzen 200
Soera · آل عِمران
Nederlands · Center
3 : 180

وَلَا يَحۡسَبَنَّ ٱلَّذِينَ يَبۡخَلُونَ بِمَآ ءَاتَىٰهُمُ ٱللَّهُ مِن فَضۡلِهِۦ هُوَ خَيۡرٗا لَّهُمۖ بَلۡ هُوَ شَرّٞ لَّهُمۡۖ سَيُطَوَّقُونَ مَا بَخِلُواْ بِهِۦ يَوۡمَ ٱلۡقِيَٰمَةِۗ وَلِلَّهِ مِيرَٰثُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِۗ وَٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ خَبِيرٞ

En laat niet degenen die gierig zijn wat Allah hen van Zijn overvloed heeft gegeven, denken dat dit goed voor hen is. Welnee, het zal erger voor hen zijn. De dingen die zij begerig achterhouden zullen aan hun nekken vastgebonden worden als een ketting op de dag der opstanding. En aan Allah behoort de erfenis van de hemelen en de aarde, en Allah is zich welbewust van alles wat jullie doen.