Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

12 van 840 kaarten

Filters wissen
"Dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) hem uitzond naar Jemen. Hij vroeg hem naar bepaalde dranken die daar werden bereid, waarop hij antwoordde: “Wat zijn dat voor dranken?” Men zei: “al-bit‘ en al-mizr.” Aboe Boerda legde uit: “Al-bit‘ is honingwijn en al-mizr is gerstewijn.” De Profeet (vrede zij met hem) zei toen: “Elke bedwelmende drank is verboden (haram).” (Overgeleverd door Al-Boekharie)
Authentiek Overgeleverd door Al-Boekhari en Moeslim
"Iedere bedwelmende stof is wijn en iedere bedwelmende stof is verboden. Wie wijn drinkt in deze wereld en sterft terwijl hij eraan verslaafd is, zonder berouw te tonen, zal het niet drinken in het Hiernamaals".
Authentiek Overgeleverd door Moeslim en de laatste zin ervan is gerapporteerd door Al-Boekhari
"Voorwaar, Allah heeft volmaakte goedheid voorgeschreven over alle dingen. Dus wanneer jullie doden, doe dit op de meest voortreffelijke wijze en wanneer jullie slachten, volbreng het slachtwerk met de hoogste perfectie. Laat ieder van u zijn mes scherpen en breng zijn offerdier geen onnodige pijn toe.”
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
"Wat in grote hoeveelheden bedwelmt, is ook in kleine hoeveelheden verboden."
Goed Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
Ik was de schenker voor de gasten in het huis van Aboe Talha, waar op die dag de 'Fadhikh' werd geserveerd, een soort wijn. Op dat moment gaf de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) het bevel aan een omroeper om te verkondigen: “Weet dat wijn verboden is!” Aboe Talha sprak daarop tot mij: “Ga naar buiten en giet het weg.” Ik verliet het huis en goot de wijn uit, die door de straten van Medina stroomde. Sommigen zeiden: “Er zijn mensen gedood terwijl het nog in hun buik zat.” Vervolgens zond Allah de boodschap neer: {Voor degenen die geloven en goede daden verrichten, is er geen zonden in wat zij gegeten hebben} [Al-Ma'idah: 93].
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Wij waren samen met de Profeet (vrede zij met hem) bij Dhi al-Hoelaifah, toen er honger onder het volk was. Ze vonden kamelen en schapen. De Profeet (vrede zij met hem) was aan de achterzijde van het leger en zij haastten zich, slachtten en stelden de ketels op. De Profeet (vrede zij met hem) beval dat de ketels werden omgegooid. Daarna verdeelde hij de buit, waarbij hij tien schapen gelijkstelde aan één kameel. Van de kamelen vluchtte er één en zij konden het niet inhalen. Er waren enkele paarden onder hen, maar het was een zware taak. Toen stak een man een pijl en werd door Allah gehinderd. Toen zei de Profeet (vrede zij met hem): 'Deze dieren hebben dezelfde aard als de wilde dieren. Wat jullie niet konden vangen, maak daarmee wat jullie willen.' Rafi' zei: 'Wij verwachten of vrezen de vijand morgen en hebben geen messen bij ons. Mogen wij dan slachten met rietstokken?' Hij antwoordde: 'Wat het bloed laat stromen en waarop de naam van Allah wordt genoemd, mag gegeten worden, behalve de voortanden en de hoeven. Ik zal jullie dat uitleggen: de voortanden zijn bot en de hoeven zijn de messen van de Ethiopiërs.
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
heeft verboden om elk dier met slagtanden van de roofdieren te eten, en elk vogel met klauwen.
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
Op de dag van het offerfeest offerde de profeet (vrede zij met hem) twee stevige rammen met grote hoorns, hij slachtte ze eigenhandig, noemde de naam van Allah en verheerlijkte Hem, en plaatste zijn voet op hun zijkanten.
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim