34 : 52
وَقَالُوٓاْ ءَامَنَّا بِهِۦ وَأَنَّىٰ لَهُمُ ٱلتَّنَاوُشُ مِن مَّكَانِۭ بَعِيدٖ
En zij zullen zeggen (als zij de bestraffing zien): “Wij geloven (nu)”, maar hoe kunnen zij terugkeren van een plaats die zo ver is?
وَقَالُوٓاْ ءَامَنَّا بِهِۦ وَأَنَّىٰ لَهُمُ ٱلتَّنَاوُشُ مِن مَّكَانِۭ بَعِيدٖ
En zij zullen zeggen (als zij de bestraffing zien): “Wij geloven (nu)”, maar hoe kunnen zij terugkeren van een plaats die zo ver is?