34 : 15
لَقَدۡ كَانَ لِسَبَإٖ فِي مَسۡكَنِهِمۡ ءَايَةٞۖ جَنَّتَانِ عَن يَمِينٖ وَشِمَالٖۖ كُلُواْ مِن رِّزۡقِ رَبِّكُمۡ وَٱشۡكُرُواْ لَهُۥۚ بَلۡدَةٞ طَيِّبَةٞ وَرَبٌّ غَفُورٞ
Voorwaar, er was voor (voor de inwoners) Saba een teken in hun woonplaats, - twee tuinen aan de rechterhand en aan de linker (en er werd tegen hen gezegd): “Eet van de voorziening van jullie Heer en wees Hem dankbaar, een welvarend land en meest vergevende Heer.”