36 : 45
وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ ٱتَّقُواْ مَا بَيۡنَ أَيۡدِيكُمۡ وَمَا خَلۡفَكُمۡ لَعَلَّكُمۡ تُرۡحَمُونَ
En toen er tegen hen gezegd werd: “Vrees voor dat wat voor jullie is (een bestraffing) en wat achter jullie is, zodat zij genade kunnen ontvangen."