Skip to content
الأنبيَاء /

Vers 87

21 : 87
الأنبيَاء Verzen 112
Soera · الأنبيَاء
Nederlands · Center
21 : 87

وَذَا ٱلنُّونِ إِذ ذَّهَبَ مُغَٰضِبٗا فَظَنَّ أَن لَّن نَّقۡدِرَ عَلَيۡهِ فَنَادَىٰ فِي ٱلظُّلُمَٰتِ أَن لَّآ إِلَٰهَ إِلَّآ أَنتَ سُبۡحَٰنَكَ إِنِّي كُنتُ مِنَ ٱلظَّٰلِمِينَ

En (gedenk) Dhan-Noen (Jonas), toen hij buiten zichzelf van woede was en dacht dat Wij het hem niet zouden zwaar maken! Maar hij riep door de duisternis (en in de maag van de walvis riep Yoenoes zijn Heer aan): “Niets of niemand heeft het recht op mijn aanbidding dan U. Perfect en verheerlijkt ben U. Want waarlijk, ik behoorde tot de zondaren.”