7 : 113
وَجَآءَ ٱلسَّحَرَةُ فِرۡعَوۡنَ قَالُوٓاْ إِنَّ لَنَا لَأَجۡرًا إِن كُنَّا نَحۡنُ ٱلۡغَٰلِبِينَ
En dus kwamen de tovenaars naar de Farao. Zij zeiden: “Voorwaar, er zal een goede beloning voor ons zijn als wij de overwinnaars zijn.”