6 : 77
فَلَمَّا رَءَا ٱلۡقَمَرَ بَازِغٗا قَالَ هَٰذَا رَبِّيۖ فَلَمَّآ أَفَلَ قَالَ لَئِن لَّمۡ يَهۡدِنِي رَبِّي لَأَكُونَنَّ مِنَ ٱلۡقَوۡمِ ٱلضَّآلِّينَ
Toen hij de maan op zag komen, zei hij: “Dit is mijn Heer.” Maar toen het onderging zei hij: “Tenzij mijn Heer mij niet leidt, zal ik zeker onder het dwalende volk verkeren.”