6 : 76
فَلَمَّا جَنَّ عَلَيۡهِ ٱلَّيۡلُ رَءَا كَوۡكَبٗاۖ قَالَ هَٰذَا رَبِّيۖ فَلَمَّآ أَفَلَ قَالَ لَآ أُحِبُّ ٱلۡأٓفِلِينَ
Toen de nacht hem met duisternis bedekte, zag hij een ster. Hij zei: “Dit is mijn Heer.” Maar toen het onderging, zei hij: “Ik houd niet van wat ondergaat.”