29 : 61
وَلَئِن سَأَلۡتَهُم مَّنۡ خَلَقَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضَ وَسَخَّرَ ٱلشَّمۡسَ وَٱلۡقَمَرَ لَيَقُولُنَّ ٱللَّهُۖ فَأَنَّىٰ يُؤۡفَكُونَ
Als jij hen zou vragen: “Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen en de zon en de maan onderworpen?” Zullen zij zeker antwoorden: “Allah.” Hoe kunnen zij dan afwijken?