Skip to content
مَريَم /

Vers 52

19 : 52
مَريَم Verzen 98
Soera · مَريَم
Nederlands · Center
19 : 52

وَنَٰدَيۡنَٰهُ مِن جَانِبِ ٱلطُّورِ ٱلۡأَيۡمَنِ وَقَرَّبۡنَٰهُ نَجِيّٗا

En Wij riepen hem van de rechterkant van de berg, en lieten hem in Onze nabijheid komen voor een gesprek met hem (Moesa).