Skip to content
إبراهِيم /

Vers 11

14 : 11
إبراهِيم Verzen 52
Soera · إبراهِيم
Nederlands · Center
14 : 11

قَالَتۡ لَهُمۡ رُسُلُهُمۡ إِن نَّحۡنُ إِلَّا بَشَرٞ مِّثۡلُكُمۡ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ يَمُنُّ عَلَىٰ مَن يَشَآءُ مِنۡ عِبَادِهِۦۖ وَمَا كَانَ لَنَآ أَن نَّأۡتِيَكُم بِسُلۡطَٰنٍ إِلَّا بِإِذۡنِ ٱللَّهِۚ وَعَلَى ٱللَّهِ فَلۡيَتَوَكَّلِ ٱلۡمُؤۡمِنُونَ

Hun Boodschappers zeiden tegen hen: “Wij zijn slechts mensen zoals jullie maar Allah schenkt Zijn genade aan Zijn dienaren wie Hij wil. Het is niet aan ons om jullie een bewijs te geven behalve met de toestemming van Allah. En in (alleen) Allah leggen de gelovigen hun vertrouwen.”