Skip to content
هُود /

Vers 10

11 : 10
هُود Verzen 123
Soera · هُود
Nederlands · Center
11 : 10

وَلَئِنۡ أَذَقۡنَٰهُ نَعۡمَآءَ بَعۡدَ ضَرَّآءَ مَسَّتۡهُ لَيَقُولَنَّ ذَهَبَ ٱلسَّيِّـَٔاتُ عَنِّيٓۚ إِنَّهُۥ لَفَرِحٞ فَخُورٌ

Maar als Wij hem een gunst laten proeven nadat tegenspoed hem trof dan zal hij zeker zeggen: “Het kwaad is bij mij weggegaan.” Zeker hij is verblijd (met zichzelf) en hooghartig.