104 : 1
وَيۡلٞ لِّكُلِّ هُمَزَةٖ لُّمَزَةٍ
Wee voor de lasteraars (de roddelaars), degenen die kwaadspreken (door de fouten op te zoeken van hun broeders en nog veel erger; bij de mensen van kennis).
وَيۡلٞ لِّكُلِّ هُمَزَةٖ لُّمَزَةٍ
Wee voor de lasteraars (de roddelaars), degenen die kwaadspreken (door de fouten op te zoeken van hun broeders en nog veel erger; bij de mensen van kennis).