8 : 31
وَإِذَا تُتۡلَىٰ عَلَيۡهِمۡ ءَايَٰتُنَا قَالُواْ قَدۡ سَمِعۡنَا لَوۡ نَشَآءُ لَقُلۡنَا مِثۡلَ هَٰذَآ إِنۡ هَٰذَآ إِلَّآ أَسَٰطِيرُ ٱلۡأَوَّلِينَ
En als Onze verzen voor hen gereciteerd worden, zeggen zij: “Wij hebben dit gehoord; als wij willen, kunnen wij iets dergelijks zeggen. Dit zijn niets dan verhalen van de voorvaderen.”