54 : 38
وَلَقَدۡ صَبَّحَهُم بُكۡرَةً عَذَابٞ مُّسۡتَقِرّٞ
En waarlijk, een onafgebroken bestraffing greep hen vroeg in de ochtend.
وَلَقَدۡ صَبَّحَهُم بُكۡرَةً عَذَابٞ مُّسۡتَقِرّٞ
En waarlijk, een onafgebroken bestraffing greep hen vroeg in de ochtend.