54 : 29
فَنَادَوۡاْ صَاحِبَهُمۡ فَتَعَاطَىٰ فَعَقَرَ
Maar zij riepen hun metgezel en hij nam (een zwaard) en sneed (haar) pezen door.
فَنَادَوۡاْ صَاحِبَهُمۡ فَتَعَاطَىٰ فَعَقَرَ
Maar zij riepen hun metgezel en hij nam (een zwaard) en sneed (haar) pezen door.