5 : 30
فَطَوَّعَتۡ لَهُۥ نَفۡسُهُۥ قَتۡلَ أَخِيهِ فَقَتَلَهُۥ فَأَصۡبَحَ مِنَ ٱلۡخَٰسِرِينَ
Dus liet zijn slechte ego (nafs) de ander hem aanmoedigen en liet de moord op zijn broeder hem eerlijk lijken; hij vermoordde hem en werd één van de verliezers.