5 : 25
قَالَ رَبِّ إِنِّي لَآ أَمۡلِكُ إِلَّا نَفۡسِي وَأَخِيۖ فَٱفۡرُقۡ بَيۡنَنَا وَبَيۡنَ ٱلۡقَوۡمِ ٱلۡفَٰسِقِينَ
Hij zei: “O mijn Heer! Ik heb slechts macht over mijzelf en mijn broeder, scheidt ons dus van de mensen die ver zijn!”
قَالَ رَبِّ إِنِّي لَآ أَمۡلِكُ إِلَّا نَفۡسِي وَأَخِيۖ فَٱفۡرُقۡ بَيۡنَنَا وَبَيۡنَ ٱلۡقَوۡمِ ٱلۡفَٰسِقِينَ
Hij zei: “O mijn Heer! Ik heb slechts macht over mijzelf en mijn broeder, scheidt ons dus van de mensen die ver zijn!”