5 : 104
وَإِذَا قِيلَ لَهُمۡ تَعَالَوۡاْ إِلَىٰ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ وَإِلَى ٱلرَّسُولِ قَالُواْ حَسۡبُنَا مَا وَجَدۡنَا عَلَيۡهِ ءَابَآءَنَآۚ أَوَلَوۡ كَانَ ءَابَآؤُهُمۡ لَا يَعۡلَمُونَ شَيۡـٔٗا وَلَا يَهۡتَدُونَ
En als er tegen hen gezegd wordt: “Kom tot wat Allah geopenbaard heeft en tot de boodschapper.” Zij zeggen: “Genoeg voor ons is dat wat onze vaders gevolgd hebben", zelfs als hun vaders geen kennis hadden en er geen leiding was.