47 : 18
فَهَلۡ يَنظُرُونَ إِلَّا ٱلسَّاعَةَ أَن تَأۡتِيَهُم بَغۡتَةٗۖ فَقَدۡ جَآءَ أَشۡرَاطُهَاۚ فَأَنَّىٰ لَهُمۡ إِذَا جَآءَتۡهُمۡ ذِكۡرَىٰهُمۡ
Verwachten zij dan op (iets) anders dan het uur – wat plotseling over hen zal komen? Maar sommigen van haar voorteken zijn reeds gekomen, en als het over hen komt, hoe kunnen zij dan ervan profiteren?