Skip to content
النِّسَاء /

Vers 8

4 : 8
النِّسَاء Verzen 176
Soera · النِّسَاء
Nederlands · Center
4 : 8

وَإِذَا حَضَرَ ٱلۡقِسۡمَةَ أُوْلُواْ ٱلۡقُرۡبَىٰ وَٱلۡيَتَٰمَىٰ وَٱلۡمَسَٰكِينُ فَٱرۡزُقُوهُم مِّنۡهُ وَقُولُواْ لَهُمۡ قَوۡلٗا مَّعۡرُوفٗا

En als de verwanten en de wezen en de armen aanwezig zijn ten tijde van de verdeling, geef het van de eigendommen en spreek vriendelijke en rechtvaardige woorden tegen hen.