38 : 69
مَا كَانَ لِيَ مِنۡ عِلۡمِۭ بِٱلۡمَلَإِ ٱلۡأَعۡلَىٰٓ إِذۡ يَخۡتَصِمُونَ
Ik heb geen kennis van de Verheven vooraanstaanden (de Engelen), wanneer zij redetwisten en discussiëren.
مَا كَانَ لِيَ مِنۡ عِلۡمِۭ بِٱلۡمَلَإِ ٱلۡأَعۡلَىٰٓ إِذۡ يَخۡتَصِمُونَ
Ik heb geen kennis van de Verheven vooraanstaanden (de Engelen), wanneer zij redetwisten en discussiëren.