Skip to content
الأحزَاب /

Vers 6

33 : 6
الأحزَاب Verzen 73
Soera · الأحزَاب
Nederlands · Center
33 : 6

ٱلنَّبِيُّ أَوۡلَىٰ بِٱلۡمُؤۡمِنِينَ مِنۡ أَنفُسِهِمۡۖ وَأَزۡوَٰجُهُۥٓ أُمَّهَٰتُهُمۡۗ وَأُوْلُواْ ٱلۡأَرۡحَامِ بَعۡضُهُمۡ أَوۡلَىٰ بِبَعۡضٖ فِي كِتَٰبِ ٱللَّهِ مِنَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ وَٱلۡمُهَٰجِرِينَ إِلَّآ أَن تَفۡعَلُوٓاْ إِلَىٰٓ أَوۡلِيَآئِكُم مَّعۡرُوفٗاۚ كَانَ ذَٰلِكَ فِي ٱلۡكِتَٰبِ مَسۡطُورٗا

De Profeet heeft meer recht op de gelovigen dan zijzelf en zijn vrouwen zijn hun moeders. En bloedverwantschap onder elkander hebben hechtere persoonlijke banden in het Besluit van Allah dan de (erfenis) gelovigen en de emigranten behalve dat wat jullie aan goedheid voor jullie broeders wensen te geven. Dit staat geschreven in het Boek (Koran).