30 : 26
وَلَهُۥ مَن فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِۖ كُلّٞ لَّهُۥ قَٰنِتُونَ
Aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is. Allen geven zich aan hem over (vrijwillig of gedwongen).
وَلَهُۥ مَن فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلۡأَرۡضِۖ كُلّٞ لَّهُۥ قَٰنِتُونَ
Aan Hem behoort alles wat in de hemelen is en wat op aarde is. Allen geven zich aan hem over (vrijwillig of gedwongen).