Skip to content
القَصَص /

Vers 23

28 : 23
القَصَص Verzen 88
Soera · القَصَص
Nederlands · Center
28 : 23

وَلَمَّا وَرَدَ مَآءَ مَدۡيَنَ وَجَدَ عَلَيۡهِ أُمَّةٗ مِّنَ ٱلنَّاسِ يَسۡقُونَ وَوَجَدَ مِن دُونِهِمُ ٱمۡرَأَتَيۡنِ تَذُودَانِۖ قَالَ مَا خَطۡبُكُمَاۖ قَالَتَا لَا نَسۡقِي حَتَّىٰ يُصۡدِرَ ٱلرِّعَآءُۖ وَأَبُونَا شَيۡخٞ كَبِيرٞ

En toen hij bij het water van Median aankwam, zag hij daar een groep mannen die (hun kudde) drinken gaf, en naast hen vond hij twee vrouwen die (hun kudde) tegenhielden. Hij zei: “Wat scheelt jullie?” Zij zeiden: “Wij kunnen (onze kudde) niet laten drinken tot de schaapherders (hun kudde) meenemen. En onze vader is een erg oude man.”