Skip to content
طه /

Vers 125

20 : 125
طه Verzen 135
Soera · طه
Nederlands · Center
20 : 125

قَالَ رَبِّ لِمَ حَشَرۡتَنِيٓ أَعۡمَىٰ وَقَدۡ كُنتُ بَصِيرٗا

Hij zal zeggen: “O mijn Heer! Waarom heeft U mij blind laten verrijzen, terwijl ik (vroeger) kon zien.”