2 : 250
وَلَمَّا بَرَزُواْ لِجَالُوتَ وَجُنُودِهِۦ قَالُواْ رَبَّنَآ أَفۡرِغۡ عَلَيۡنَا صَبۡرٗا وَثَبِّتۡ أَقۡدَامَنَا وَٱنصُرۡنَا عَلَى ٱلۡقَوۡمِ ٱلۡكَٰفِرِينَ
En toen zij naderden om Djaloet met zijn leger te ontmoeten, riepen zij: “Onze Heer! Geef ons geduld en maak ons de overwinnaars over de ongelovige mensen.”