2 : 156
ٱلَّذِينَ إِذَآ أَصَٰبَتۡهُم مُّصِيبَةٞ قَالُوٓاْ إِنَّا لِلَّهِ وَإِنَّآ إِلَيۡهِ رَٰجِعُونَ
En als zij door een (beproevende) ramp worden getroffen, zeggen zij: “Waarlijk, aan Allah behoren wij (dus doet Hij met ons wat Hij wenst), en het is tot Hem dat wij zullen terugkeren (in het hiernamaals).”