17 : 85
وَيَسۡـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلرُّوحِۖ قُلِ ٱلرُّوحُ مِنۡ أَمۡرِ رَبِّي وَمَآ أُوتِيتُم مِّنَ ٱلۡعِلۡمِ إِلَّا قَلِيلٗا
En (de joden) vragen jou over de ziel (die het lichaam in leven houdt). Antwoord (hen): “De kennis over de ziel is slechts bij mijn Heer (en komt niemand anders toe). En van (Allah Zijn verheven) kennis wordt jullie maar weinig gegeven.”