Skip to content
النَّحل /

Vers 34

16 : 34
النَّحل Verzen 128
Soera · النَّحل
Nederlands · Center
16 : 34

فَأَصَابَهُمۡ سَيِّـَٔاتُ مَا عَمِلُواْ وَحَاقَ بِهِم مَّا كَانُواْ بِهِۦ يَسۡتَهۡزِءُونَ

Dan treft hen de bestraffing als gevolg van hun slechte daden, en datgene wat zij bespotten omringt hen.