Skip to content
الرَّعد /

Vers 30

13 : 30
الرَّعد Verzen 43
Soera · الرَّعد
Nederlands · Center
13 : 30

كَذَٰلِكَ أَرۡسَلۡنَٰكَ فِيٓ أُمَّةٖ قَدۡ خَلَتۡ مِن قَبۡلِهَآ أُمَمٞ لِّتَتۡلُوَاْ عَلَيۡهِمُ ٱلَّذِيٓ أَوۡحَيۡنَآ إِلَيۡكَ وَهُمۡ يَكۡفُرُونَ بِٱلرَّحۡمَٰنِۚ قُلۡ هُوَ رَبِّي لَآ إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ عَلَيۡهِ تَوَكَّلۡتُ وَإِلَيۡهِ مَتَابِ

Dus sturen Wij jou naar een gemeenschap waar reeds andere gemeenschappen voor zijn verdwenen, zodat jij voor hen datgene kan reciteren datgene wat wij aan jou openbaren, terwijl zij ongelovig waren in de meest Barmhartigste (Allah) Zeg: “Hij is mijn Heer! Geen heeft het recht om aanbeden te worden behalve Hij! In Hem is mijn vertrouwen, en tot Hem is mijn terugkeer vol in berouw.”