12 : 94
وَلَمَّا فَصَلَتِ ٱلۡعِيرُ قَالَ أَبُوهُمۡ إِنِّي لَأَجِدُ رِيحَ يُوسُفَۖ لَوۡلَآ أَن تُفَنِّدُونِ
En toen de karavaan vertrok, zei hun vader: “Ik ruik zeker de geur van Yoesoef, als jullie mij maar niet als kinds zien.”
وَلَمَّا فَصَلَتِ ٱلۡعِيرُ قَالَ أَبُوهُمۡ إِنِّي لَأَجِدُ رِيحَ يُوسُفَۖ لَوۡلَآ أَن تُفَنِّدُونِ
En toen de karavaan vertrok, zei hun vader: “Ik ruik zeker de geur van Yoesoef, als jullie mij maar niet als kinds zien.”