12 : 59
وَلَمَّا جَهَّزَهُم بِجَهَازِهِمۡ قَالَ ٱئۡتُونِي بِأَخٖ لَّكُم مِّنۡ أَبِيكُمۡۚ أَلَا تَرَوۡنَ أَنِّيٓ أُوفِي ٱلۡكَيۡلَ وَأَنَا۠ خَيۡرُ ٱلۡمُنزِلِينَ
En toen hij hen van voorraden voorzien had zei hij: “Breng een broeder van jullie van jullie vader. Zien jullie niet dat ik de volle maat geef en dat ik de beste gastheer ben.