Skip to content
يُوسُف /

Vers 24

12 : 24
يُوسُف Verzen 111
Soera · يُوسُف
Nederlands · Center
12 : 24

وَلَقَدۡ هَمَّتۡ بِهِۦۖ وَهَمَّ بِهَا لَوۡلَآ أَن رَّءَا بُرۡهَٰنَ رَبِّهِۦۚ كَذَٰلِكَ لِنَصۡرِفَ عَنۡهُ ٱلسُّوٓءَ وَٱلۡفَحۡشَآءَۚ إِنَّهُۥ مِنۡ عِبَادِنَا ٱلۡمُخۡلَصِينَ

En voorwaar, zij verlangde naar hem. Als hij geen bewijs van zijn Heer had gezien, zou hij ook naar haar verlangd hebben. Dus was het, dat Wij het kwaad en het overspel van hem afkeerden. Zeker, hij was één van Onze uitverkorene, pure (puur in de tawhied, in het geloof, in de aanbidding) slaven.