89 : 16
وَأَمَّآ إِذَا مَا ٱبۡتَلَىٰهُ فَقَدَرَ عَلَيۡهِ رِزۡقَهُۥ فَيَقُولُ رَبِّيٓ أَهَٰنَنِ
Maar als Hij hem beproeft door zijn levensmiddelen te verminderen, zegt hij: “Mijn Heer heeft mij vernederd.”
وَأَمَّآ إِذَا مَا ٱبۡتَلَىٰهُ فَقَدَرَ عَلَيۡهِ رِزۡقَهُۥ فَيَقُولُ رَبِّيٓ أَهَٰنَنِ
Maar als Hij hem beproeft door zijn levensmiddelen te verminderen, zegt hij: “Mijn Heer heeft mij vernederd.”