7 : 28
وَإِذَا فَعَلُواْ فَٰحِشَةٗ قَالُواْ وَجَدۡنَا عَلَيۡهَآ ءَابَآءَنَا وَٱللَّهُ أَمَرَنَا بِهَاۗ قُلۡ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَأۡمُرُ بِٱلۡفَحۡشَآءِۖ أَتَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعۡلَمُونَ
En als zij een kwade daad begaan zeggen zij: “Onze vaders hebben het ook gedaan en Allah heeft het ons bevolen.” Zeg: “Voorwaar, Allah beveelt nooit een kwade daad. Zeggen jullie iets van Allah waar jullie geen weet van hebben?”