50 : 33
مَّنۡ خَشِيَ ٱلرَّحۡمَٰنَ بِٱلۡغَيۡبِ وَجَآءَ بِقَلۡبٖ مُّنِيبٍ
Degene die de meest Barmhartige in de het onneembare vreesden en een hart brachten dat zich in berouw (tot Hem) keert.
مَّنۡ خَشِيَ ٱلرَّحۡمَٰنَ بِٱلۡغَيۡبِ وَجَآءَ بِقَلۡبٖ مُّنِيبٍ
Degene die de meest Barmhartige in de het onneembare vreesden en een hart brachten dat zich in berouw (tot Hem) keert.