Skip to content
الزُّمَر /

Vers 50

39 : 50
الزُّمَر Verzen 75
Soera · الزُّمَر
Nederlands · Center
39 : 50

قَدۡ قَالَهَا ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِهِمۡ فَمَآ أَغۡنَىٰ عَنۡهُم مَّا كَانُواْ يَكۡسِبُونَ

Waarlijk, degenen vóór hen zeiden dit, en toch ondervonden zijn geen nut van wat zij deden (aan daden slecht in de bestraffing).