39 : 40
مَن يَأۡتِيهِ عَذَابٞ يُخۡزِيهِ وَيَحِلُّ عَلَيۡهِ عَذَابٞ مُّقِيمٌ
Tot wie een vernederende bestraffing komt, en op wie de altijd durende bestraffing neerdaalt.”
مَن يَأۡتِيهِ عَذَابٞ يُخۡزِيهِ وَيَحِلُّ عَلَيۡهِ عَذَابٞ مُّقِيمٌ
Tot wie een vernederende bestraffing komt, en op wie de altijd durende bestraffing neerdaalt.”