38 : 12
كَذَّبَتۡ قَبۡلَهُمۡ قَوۡمُ نُوحٖ وَعَادٞ وَفِرۡعَوۡنُ ذُو ٱلۡأَوۡتَادِ
Voor hen hebben het volk van Noeh; en ‘Ad en Farao – de bezitter van de palen-.
كَذَّبَتۡ قَبۡلَهُمۡ قَوۡمُ نُوحٖ وَعَادٞ وَفِرۡعَوۡنُ ذُو ٱلۡأَوۡتَادِ
Voor hen hebben het volk van Noeh; en ‘Ad en Farao – de bezitter van de palen-.