3 : 168
ٱلَّذِينَ قَالُواْ لِإِخۡوَٰنِهِمۡ وَقَعَدُواْ لَوۡ أَطَاعُونَا مَا قُتِلُواْۗ قُلۡ فَٱدۡرَءُواْ عَنۡ أَنفُسِكُمُ ٱلۡمَوۡتَ إِن كُنتُمۡ صَٰدِقِينَ
(Zij zijn) degenen die over hun vermoorde broeder zeggen terwijl zij (thuis) zaten: “Als zij maar naar ons geluisterd hadden, dan waren zij niet gedood.” Zeg: “Weer de dood van jullie zelf af, als jullie de waarheid spreken.”