29 : 50
وَقَالُواْ لَوۡلَآ أُنزِلَ عَلَيۡهِ ءَايَٰتٞ مِّن رَّبِّهِۦۚ قُلۡ إِنَّمَا ٱلۡأٓيَٰتُ عِندَ ٱللَّهِ وَإِنَّمَآ أَنَا۠ نَذِيرٞ مُّبِينٌ
En zij zeggen: “Waarom zijn er geen tekenen van Zijn Heer naar hem gestuurd?” Zeg: “De tekenen zijn slechts bij Allah en ik ben alleen maar een duidelijke waarschuwer.”