27 : 41
قَالَ نَكِّرُواْ لَهَا عَرۡشَهَا نَنظُرۡ أَتَهۡتَدِيٓ أَمۡ تَكُونُ مِنَ ٱلَّذِينَ لَا يَهۡتَدُونَ
Hij zei: “Maak haar troon onherkenbaar voor haar zodat wij kunnen zien of zij geleid wordt of dat ze tot degenen zal behoren zijn die niet geleid worden.”