Skip to content
يُوسُف /

Vers 65

12 : 65
يُوسُف Verzen 111
Soera · يُوسُف
Nederlands · Center
12 : 65

وَلَمَّا فَتَحُواْ مَتَٰعَهُمۡ وَجَدُواْ بِضَٰعَتَهُمۡ رُدَّتۡ إِلَيۡهِمۡۖ قَالُواْ يَٰٓأَبَانَا مَا نَبۡغِيۖ هَٰذِهِۦ بِضَٰعَتُنَا رُدَّتۡ إِلَيۡنَاۖ وَنَمِيرُ أَهۡلَنَا وَنَحۡفَظُ أَخَانَا وَنَزۡدَادُ كَيۡلَ بَعِيرٖۖ ذَٰلِكَ كَيۡلٞ يَسِيرٞ

En toen zij hun tassen openden zagen zij dat hun spullen aan hen waren teruggegeven. Zij zeiden: “O vader! Wat kunnen wij nog (meer) wensen? Dit, onze spullen zijn aan ons teruggegeven, dus nu kunnen wij (meer) voedsel voor onze familie krijgen en wij zullen ons broertje beschermen en er nog een kameellading aan toevoegen. Deze hoeveelheid is gemakkelijk.”