12 : 26
قَالَ هِيَ رَٰوَدَتۡنِي عَن نَّفۡسِيۚ وَشَهِدَ شَاهِدٞ مِّنۡ أَهۡلِهَآ إِن كَانَ قَمِيصُهُۥ قُدَّ مِن قُبُلٖ فَصَدَقَتۡ وَهُوَ مِنَ ٱلۡكَٰذِبِينَ
Hij zei: “Zij was het die mij probeerde te verleiden.” En een getuige uit haar huishouding getuigde (zeggende): “Als zijn kleding (shirt) aan de voorkant gescheurd was dan is haar verhaal waar en is hij een leugenaar!"